Teruggaaf buitenlandse btw; neem vóór 1 oktober actie

Indien u in 2019 facturen heeft ontvangen met buitenlandse btw van een ander EU-land, dan kunt u die btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst. Dit geldt niet wanneer u in dat specifieke land bent gevestigd of btw verschuldigd bent. Een teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september a.s. worden ingediend.

Voorwaarden voor teruggaaf

Voor het kunnen doen van een btw-teruggaafverzoek voor buitenlandse btw gelden de volgende voorwaarden:

  1. Uw onderneming of organisatie is niet gevestigd in de EU-lidstaat waar u btw wilt terugvragen, maar wel in een andere EU-lidstaat;
  2. Uw onderneming of organisatie heeft geen activiteiten verricht in de EU-lidstaat waarover u de btw bent verschuldigd;
  3. Uw onderneming of organisatie verricht in ieder geval deels activiteiten waarvoor u recht op aftrek van voorbelasting heeft. Let op dat bij deze voorwaarde ook de btw-wetgeving van de lidstaat van teruggaaf van belang is.

Indien u niet voldoet aan de onder 1 en 2 genoemde voorwaarden, dan kunt u via de reguliere btw-aangifte de btw terugvragen. Indien u niet voldoet aan voorwaarde 3, dan kunt u geen teruggaafverzoek indienen.

NB: lidstaten kennen aftrekbeperkingen voor bepaalde kosten. Het is dus mogelijk dat u de btw op bepaalde kosten niet (volledig) terugkrijgt. 

Indieningsprocedure

Een teruggaafverzoek voor buitenlandse btw dient u in via het portaal van de Nederlandse Belastingdienst. U heeft hiervoor inloggegevens nodig. Indien u die niet heeft, dan kunt u die aanvragen. Indien u de inloggegevens al wel heeft, maar bent vergeten, dan moet u deze niet opnieuw aanvragen, maar kunt u contact opnemen met de Belastingtelefoon (0800-0543). Houd er rekening mee dat het verwerken van de aanvraag van de inloggegevens enkele weken in beslag kan nemen, met name in de vakantieperiode. De Nederlandse Belastingdienst stuurt het verzoek door naar de belastingautoriteiten van de andere lidstaat. U krijgt een bevestiging van ontvangst van de Nederlandse Belastingdienst wanneer zij uw verzoek ontvangen. Ook de lidstaat van teruggaaf zal u berichten wanneer zij uw verzoek hebben ontvangen. De beslissing op het teruggaafverzoek ontvangt u ook van de lidstaat van teruggaaf.

Situatie Verenigd Koninkrijk

Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten op 31 januari 2020 en daarmee eindigt ook de mogelijkheid om btw terug te vragen via het portaal van de eigen EU-lidstaat. Wel geldt een overgangsperiode tot en met 31 december 2020. Gedurende die overgangsperiode kan nog btw over het jaar 2019 worden teruggevraagd via het portaal, uiterlijk tot en met 30 september 2020. 

Indien u in 2020 facturen heeft ontvangen met Britse btw, dan moet een verzoek om btw-teruggave uiterlijk op 31 maart 2021 worden ingediend.

(Bron: BDO)

Het pensioenakkoord: weer een stap verder

Na een jaar van onderhandelingen bereikte het kabinet vrijdag 12 juni 2020 een akkoord met de betrokken partijen over de invulling van het pensioenakkoord. Het uitgewerkte voorstel gaat binnenkort naar de Tweede Kamer. Wij zetten de belangrijkste punten van dit voorstel voor u op een rij.

De struikelblokken opgelost?

Eerder bespraken we de drie grootste struikelblokken om tot een pensioenakkoord te komen: het omzetten van de opgebouwde pensioenrechten, de compensatie van de (oudere) werknemers en de acceptatie van het nieuwe pensioenstelsel door de deelnemers. Deze heikele punten lijken nu te zijn opgelost.

De pensioenrechten

De betrokken partijen geven aan dat het omzetten van de collectief opgebouwde pensioenrechten naar het nieuwe persoonlijke pensioenstelsel belangrijke voordelen heeft voor de uitvoering, de uitlegbaarheid en het kunnen delen van mee- en tegenvallers. Zo helpt het overdragen van het al gespaarde pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling om het nieuwe stelsel goed te laten functioneren. De betrokken partijen houden daarom de nieuwe pensioenopbouw én de bestaande rechten zoveel mogelijk bij elkaar in één fonds. Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten wordt een standaardpad geschreven. Hierover zijn nog geen details bekend.

Compensatie van werknemers

De verwachting was dat de overgang naar het nieuwe contract voor met name de oudere werknemers nadelig uitpakt. Uit berekeningen blijkt dit echter in veel gevallen voordelig te zijn. Naast het voor de deelnemer beschikbare vermogen wordt een zogenoemde collectieve solidariteitsreserve gevormd. Dit is een collectief, niet toebedeeld, vermogen waarmee risico’s voor huidige en toekomstige generaties volgens duidelijke en evenwichtige regels over leeftijdsgroepen worden gedeeld. Om de pensioenuitkeringen stabieler te maken, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee naarmate deelnemers ouder zijn. Pensioengerechtigden merken hier dus minder van dan jongeren. Financieel goede jaren compenseren de financieel slechte jaren. En in slechte jaren kunnen tegenvallers verder worden gedempt met de solidariteitsreserve.

Verzekerde regelingen

Daarnaast is vanuit de pensioenbranche aandacht gevraagd voor de verzekerde regelingen. Dit zijn de pensioenregelingen die niet bij een pensioenfonds, maar bij een verzekeraar zijn ondergebracht. Hier is vaak een oplopende premiestaffel van toepassing: de premie stijgt naarmate men ouder wordt. Door het pensioenakkoord is alleen nog een vlakke premie mogelijk, waardoor hoge overgangslasten ontstaan. De jongere deelnemers krijgen immers meteen de vlakke premie, vaak hoger dan de bij hun leeftijd behorende staffelpremie, maar voor de oudere deelnemers is de vlakke premie te laag om hun beoogde pensioen te behalen. De extra lasten werden berekend op ruim € 7 miljard. Anders dan bij pensioenfondsen zijn hiervoor geen andere financieringsbronnen dan een hogere premie (rekening werkgever). Helaas kwam voor dit probleem in de onderhandelingen (te) laat aandacht.

Op het laatst is er een compromis gesloten door de oplopende premiestaffel voor de bestaande werknemers te handhaven. Nieuwe werknemers worden wel in een in nieuwe regeling met een vlakke premie opgenomen. Samen met uw pensioenadviseur kunt u deze vlakke premie dan zo vaststellen dat de nieuwe werknemers een adequaat pensioen kunnen opbouwen. Dit kan per onderneming verschillen.

Een compromis is nooit ideaal. De werkgever krijgt te maken met twee regelingen binnen de onderneming. De partijen geven hierom aan dat deze regeling nog nadere uitwerking behoeft. Voor dit struikelblok is dus nog geen echte oplossing. Waarschijnlijk lobbyen de verzekeraars, premiepensioeninstellingen (PPI) en algemene pensioenfondsen (APF) voor het handhaven van de oplopende premie voor alle werknemers, ook de nieuwe werknemers.

Acceptatie van het nieuwe pensioenstelsel door de deelnemers

U als werkgever moet in samenwerking met het pensioenfonds aangeven welke maatregelen er getroffen worden om adequaat te compenseren en hoe deze compensatie gefinancierd wordt. Dit moet u op individueel en op regelingniveau (per leeftijdscohorten) communiceren. De deelnemers moeten dus persoonlijk inzicht krijgen in de hoogte van hun pensioen voor en na de overgang naar het nieuwe contract. Door deze individuele communicatie verwachten de partijen dat de werknemers het nieuwe contract sneller accepteren. Deze vorm van communicatie was bij verzekerde regelingen al gebruikelijk; bij pensioenfondsen is dit nieuw.

Overige onderdelen in het totaalpakket

Ook op andere punten bereikten de betrokken partijen overeenstemming. Zo komen er regelingen voor mensen met zware beroepen en zelfstandigen. De fiscale heffing, die van kracht is als mensen met zware beroepen eerder stoppen met werken, wordt geschrapt. Als werkgever mag u deze groep tot drie jaar ‘kosteloos’ met prépensioen laten gaan. Voor zelfstandigen komt vooralsnog geen verplichte pensioenregeling. Wél komt er voor deze groep een verzekeringsplicht bij arbeidsongeschiktheid. Een uitgewerkt voorstel hiervoor moet begin 2021 bij de Tweede Kamer liggen.

Daarnaast wordt de AOW-leeftijd bevroren op 66 jaar en 4 maanden in 2020 en 2021, en stijgt deze vervolgens in stappen naar 67 jaar in 2024. Hierna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het nabestaandenpensioen, de uitkering bij overlijden aan de achterblijvende partner, wordt in het nieuwe pensioencontract alleen nog op risicobasis verzekerd. De hoogte van het nabestaandenpensioen wordt over het salaris berekend en is onafhankelijk van de diensttijd. Bij uitdiensttreding en werkloosheid blijft de dekking tijdelijk doorlopen.

(Bron: ABAB)

Heeft uw medewerker al een fiets van de zaak?

Vanaf dit jaar is er een nieuwe fiscale regeling voor een fiets van de zaak. Hoe ziet de regeling er precies uit, wat zijn de kosten en met welke voorwaarden moet u zeker rekening houden? Leonie Pongers E-mail Leonie Deel deze pagina

whatsapp
linkedin
facebook
twitter
email

Ter beschikking stellen

De regeling geldt alleen voor een fiets die u ter beschikking stelt. Dit betekent dat u als werkgever de fiets moet aanschaffen en dat deze ook uw eigendom blijft. De werknemer mag er dus alleen gebruik van maken. Zakelijk, voor het woon-werkverkeer, maar ook privé.

De fiets blijft uw eigendom, daarom moet de werknemer de fiets in beginsel teruggeven als hij deze niet meer voor het woon-werkverkeer gebruikt of als hij bij u uit dienst treedt.

Forfaitaire bijtelling

Voor het privégebruik van de fiets geldt vanaf 2020 een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. Net als bij de auto van de zaak wordt de bijtelling bij het loon geteld en moet u hierover loonbelasting inhouden.

Wat het gebruik van de fiets de werknemer uiteindelijk kost, is mede afhankelijk van de hoogte van zijn loon. Hoe hoger het belastingtarief, des te meer kost het.

Voorbeeld: u stelt een fiets van € 2.000 ter beschikking. De bijtelling is 7% x € 2.000 = € 140 per jaar. Bij een belastingtarief van 37,35% (in 2020 tot een inkomen van € 68.507), kost dit ongeveer € 52 per jaar (€ 4,36 per maand).

Geen vergoeding meer geven

Houd er rekening mee dat u uw werknemer met een fiets van de zaak geen vergoeding meer kunt geven voor zakelijk gefietste kilometers, waaronder het woon-werkverkeer.

Dat kan alleen voor kilometers die hij fietst op een fiets die zijn eigendom is. Voor het zakelijk gebruik van de eigen fiets kunt u een werknemer onbelast € 0,19 per kilometer geven.

Iemand die bijvoorbeeld 5 km van de zaak woont, kunt u dus 5 x 2 x € 0,19 = € 1,90 per dag onbelast vergoeden. Gebruikt hij de fiets op 100 dagen per jaar voor het woon-werkverkeer, dan is dit dus € 190 netto.

Ga dus eerst met uw personeel om de tafel of er wel animo is voor een fiets van de zaak, met name als u nu een vergoeding verstrekt.

Kosten voor uw rekening

De bijkomende kosten van bijvoorbeeld onderhoud of van een verzekering komen ook voor uw rekening, omdat de fiets uw eigendom is. Deze aftrekbare kosten komen gewoon ten laste van de winst.

Ook voor ondernemer en dga

De regeling geldt ook voor u als ondernemer in de inkomstenbelasting of voor de dga met een bv. In het eerste geval wordt de forfaitaire bijtelling bij de winst geteld, bij de dga wordt de bijtelling net als bij andere werknemers ingehouden op het loon.

Bij twijfel moet de inspecteur aannemelijk maken dat een zakelijke fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat. Dit is in ieder geval zo als de fiets voor het woon-werkverkeer ter beschikking staat.

Woont u als ondernemer of dga bij uw bedrijf, dan zal het voor de inspecteur nog niet meevallen dit te bewijzen.

Vergoeden of verstrekken fiets

Wilt u geen fiets van de zaak ter beschikking stellen? Het is ook mogelijk om een fiets te vergoeden of een lening te verstrekken voor de aankoop van een fiets door de werknemer zelf. Dit kan in sommige situaties voordeliger zijn.

(Bron: De Jong & Laan)

4 wijzigingen in de verlengde NOW-regeling

1. Vaste (forfaitaire) opslag verhoogd naar 40 procent

De vaste (forfaitaire) opslag wordt verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee levert de NOW ook een bijdrage aan andere kosten dan de loonkosten. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020.

2. Geen betaling winstuitkeringen en bonussen en inkoop eigen aandelen

Wanneer u gebruikmaakt van de NOW, mag u over 2020:

  • geen winstuitkering aan aandeelhouders doen;
  • geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren;
  • en geen eigen aandelen inkopen.

Bonussen aan gewone medewerkers, die horen bij de normale beloningssystematiek zijn wel toegestaan. 

3. Subsidie niet extra verlaagd bij bedrijfseconomisch ontslag

In de verlengde NOW blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan. Wordt tijdens het subsidietijdvak ontslag aangevraagd die niet of niet tijdig wordt ingetrokken, dan zal bij de afrekening de subsidie voor 100% worden gecorrigeerd met de hoogte van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd. De extra boete zoals deze gold bij een bedrijfseconomisch ontslag geldt niet meer.

Is er sprake van bedrijfseconomisch ontslag, dan moet u bij de nieuwe NOW-aanvraag wel verklaren dat u overlegt met vakbonden wanneer u voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag wilt aanvragen.

Wanneer u geen akkoord bereikt over de ontslagaanvraag met de belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers) en er ook niet om mediation is gevraagd bij een bij de Stichting van de Arbeid in te richten commissie, zal wel een korting van 5% van de uiteindelijke NOW subsidie worden opgelegd,

De wettelijke bescherming bij ontslag die medewerkers hebben, blijft gewoon van kracht.

4. Verplichting stimuleren bij- en omscholing

Vraagt u de NOW aan, dan wordt u verplicht om uw medewerkers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Hierover moet u bij de aanvraag van de verlengde NOW ook een verklaring afleggen.

Ter ondersteuning van initiatieven van sociale partners trekt het kabinet daarvoor 50 miljoen euro uit via het crisisprogramma ‘NL leert door’, waarmee mensen vanaf juli 2020 kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie.

(Bron: De Jong & Laan)

Hoe bescherm je thuiswerkende medewerkers tegen hackers?

Met de komst van het coronavirus zijn veel werknemers gedwongen thuis te werken indien dat kan. Bedrijven moeten daarom IT-aanpassingen doorvoeren om het personeel daarin te faciliteren. Niet alle medewerkers zijn het gewend om thuis te werken. De combi van aanpassingen in IT en de onwennigheid van thuiswerken is een droom die uitkomt voor hackers.

Dat hackers gebruik zouden maken van het coronavirus was door specialisten wel verwacht, maar de vraag bleef: hoeveel. Uit een onderzoek van Bitdefender, producent van beveiligings- en antivirussoftware, is gebleken dat er 475% meer aanvallen zijn. Op het moment dat in Italië corona uitbrak, verdubbelden de phishingaanvallen. Op dit moment zijn er in ons land vele valse emails in omloop van het UWV en de Belastingdienst. Hierin wordt nadere informatie gevraagd over de aanvraag van steunmaatregelen. Op deze wijze willen hackers aan informatie komen, bijvoorbeeld wachtwoorden. Hoe kan het MKB zich wapenen tegen deze aanvallen?

IT-omgeving

Veel bedrijven waren niet klaar om medewerkers in grote aantallen thuis te laten werken. Hierdoor zijn ad-hocmaatregelen genomen. Belangrijke vraag daarbij is of dat wel veilig is gebeurd. De druk op IT-medewerkers is hoog. Daardoor neemt de kans op fouten toe. De doorgevoerde wijzigingen dienen daarom als een project te worden opgepakt.

  • Beoordeel welke aanpassingen noodzakelijk zijn en op welke wijze die worden doorgevoerd.
  • Houd hierbij het principe van safety first aan. Zo kan het goedkoper zijn om via applicaties als Zoom te overleggen, maar die applicatie is niet veilig gebleken.
  • Beoordeel of medewerkers veilig inloggen op afstand. Gebruik niet alleen gebruikersnaam en wachtwoord, maar ook een tweede factor. Dit kan zijn een token, mail of sms.
  • Zorg ervoor dat de verbinding veilig is.

Training in het nieuwe werken

Train je medewerkers in het nieuwe werken. Doordat er thuis gewerkt moet worden, kan dit lastig zijn. Maar omdat iedereen achter zijn eigen werkplek zit (thuis), kan er in een echte situatie worden getraind. Zorg als werkgever voor goede werkprocessen als:

  • Hoe vergaderen we in de nieuwe situatie?
  • Op welke wijze gaan we bestanden delen?
  • Welke communicatie gaat nooit per mail, zodat phishingaanvallen lastiger worden?

Train vervolgens een aantal keer met de nieuwe processen. Als je hele organisatie hetzelfde werkt, is de kans op fouten het kleinst. Hierdoor zullen medewerkers ook minder snel in nepmails trappen.

De IT-wijzigingen en het nieuwe werken moeten periodiek worden getest. Doet de IT wat ik wil? Werken de medewerkers volgens de nieuwe processen? Zijn de processen nog up-to-date?

(Bron: Alfa)

Verlenging fiscale coronamaatregelen tot 1 oktober 2020

Op 20 mei maakte het kabinet een nieuw Noodpakket 2.0 in verband met de coronacrisis bekend. Daarin zit ook een verlenging van de fiscale maatregelen.

Bijzonder uitstel van betaling belastingaanslagen

De periode waarin je als ondernemer belastinguitstel kunt aanvragen, is vanwege de aanhoudende coronacrisis verlengd tot 1 oktober 2020. Als ondernemer krijg je bij je eerste aanvraag direct drie maanden uitstel van betaling. Je hoeft maar één keer een verzoek in te (laten) dienen. Het uitstel geldt voor alle belastingaanslagen die je de komende 3 maanden krijgt opgelegd.

Langer dan 3 maanden uitstel mogelijk

Je kan als ondernemer ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Je moet dan onderbouwen dat je door de coronacrisis in betalingsproblemen bent gekomen. Hiervoor worden voorwaarden gesteld, die nog worden bekendgemaakt. Voor bv’s gaat in ieder geval gelden dat de ondernemer moet verklaren dat geen dividenden en bonussen (aan de bestuurders) zullen worden uitgekeerd, of eigen aandelen worden ingekocht.   

Bij het einde van de uitstelperiode wordt aan ondernemers een voorstel voor een betalingsregeling gedaan. 

Belasting- en invorderingsrente tot 1-10 (bijna) 0%

Een nadeel van belastinguitstel is dat je dan achteraf rente moet betalen. Dat is niet de bedoeling. De belastingrente en invorderingsrente blijven daarom tot 1 oktober 2020 verlaagd tot bij 0% (namelijk: 0,01%).

Betaalverzuimboetes vervallen 

Als je de loonheffingen of btw niet op tijd voldoet, krijg je een naheffingsaanslag met een betaalverzuimboete. Deze boete hoef je niet te voldoen, deze wordt kwijtgescholden. Dit geldt nu al, en wordt verlengd tot 1 september 2020.

Soepel urencriterium voor ondernemers tot 1 oktober 2020

Voor o.a. de zelfstandigenaftrek geldt dat je als ondernemer in een jaar tenminste 1.225 uur in je onderneming moet werken. Als de zaken door de coronacrisis stilliggen, dan kan het zijn dat je dit aantal uren in 2020 niet haalt. Het urencriterium wordt versoepeld tot 1 oktober 2020. In de periode van 1 maart tot en met 30 september wordt er vanuit gegaan dat je tenminste 24 uren per week aan jouw onderneming hebt besteed. Heb je seizoensgebonden werkzaamheden, dan is het aantal uren van het eerste halfjaar in 2019 het uitgangspunt.

(Bron: Alfa)

De fiscale coronareserve

Het kabinet heeft een aantal aanvullende fiscale maatregelen aangekondigd ter bestrijding van de coronacrisis. De maatregelen zijn met name gericht op het geven van financiële ruimte aan bedrijven en ondernemers. Eén van de maatregelen is de invoering van een coronareserve in de vennootschapsbelasting.

Deze reserve maakt het mogelijk een verwacht coronagerelateerd verlies over 2020 versneld te kunnen verrekenen met het resultaat over 2019. Normaal gesproken kan het verlies over 2020 pas worden verrekend met het resultaat over 2019 wanneer de aanslag vennootschapsbelasting over 2019 definitief is vastgesteld en de aangifte vennootschapsbelasting 2020 is ingediend.

FISCALE MAATREGEL

Door deze fiscale maatregel kan het te verwachten verlies over 2020 in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 van de winst in 2019 worden afgetrokken. Hierbij geldt dat deze coronareserve niet hoger mag zijn dan de winst van 2019. Daarnaast kan nu al een teruggave van de eerder over 2019 betaalde vennootschapsbelasting door middel van een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd.

Voor het vormen van een coronareserve in 2019 gelden de volgende voorwaarden:

  • Er is sprake van een verwacht coronagerelateerd verlies in het boekjaar 2020
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020
  • De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve
  • De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves

(Bron: Mazars)

Ondergrens accountantsverklaring NOW-regeling bekend

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft duidelijkheid verschaft over de ondergrens voor een accountantsverklaring bij de NOW-regeling.

Accountantsverklaring

Voor de NOW-regeling wordt een accountantsverklaring verplicht gesteld voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van 100.000 euro of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan 125.000 euro, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vast te stellen subsidie van 125.000 euro of meer een accountantsverklaring vereist.

Ondernemingen die een voorschot van minder dan 100.000 euro hebben ontvangen, zijn zelf verantwoordelijk om in te schatten of de subsidie op 125.000 euro of meer wordt vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. Om ze daarbij te ondersteunen zal de overheid online een tool beschikbaar stellen aan de hand waarvan een redelijke inschatting gemaakt kan worden of een accountantsverklaring al dan niet benodigd is. Uit voorlopige cijfers van het UWV van de eerste 113.000 aanvragen blijkt ongeveer 10% van het aantal bedrijven 100.000 euro of meer aan voorschot te ontvangen.

Protocol en standaarden

SZW en de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) voeren intensief overleg over de inhoud van de accountantswerkzaamheden, in situaties waar wel een accountantsverklaring vereist is. SZW werkt hiervoor aan een accountantsprotocol. De NBA werkt tegelijkertijd aan een passende standaard of standaarden. Mazars is nauw betrokken bij de ontwikkeling van een passende standaard. De partijen verwachten het protocol en de standaarden voor 1 augustus 2020 definitief te publiceren.

Betrokkenheid van accountant

Voor bedrijven die hun omzetdaling meten over de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020, loopt binnenkort de eerste subsidieperiode af. Hoewel ondernemers niet voor 7 september 2020 hun afrekening kunnen indienen en accountants nog moeten afwachten wat ze exact moeten doen, kan het toch verstandig zijn om tijdig te overleggen over het afsluitingsproces.

De werkzaamheden moeten door accountants worden ingepland en het is goed om te begrijpen hoe de onderneming heeft geopereerd in de eerste drie maanden en hoe dit zijn weerslag heeft gekregen in de administratie. Mogelijk kunnen ook alvast afspraken worden gemaakt over de minimaal aan te leveren informatie aan de accountant, die kan worden aangevuld zodra het protocol en de standaarden definitief zijn.

(Bron: Mazars)

Noodpakket 2.0 – Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

Eind juni volgt de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL) de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS) op. Ondernemers die actief zijn in sectoren die getroffen zijn door de coronacrisis kunnen in aanmerking komen voor de TVL. Naar verwachting gaat het landelijk om 200.000 ondernemingen.

Voor wie?

De TVL is bedoeld voor mkb-bedrijven die minstens 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis en als gevolg daarvan hun vaste lasten niet meer kunnen betalen. Loonkosten zijn uitgezonderd, die worden vanuit de NOW 2.0-regeling gecompenseerd. Het gaat specifiek om ondernemers in de getroffen vastgestelde sectoren, waaronder horeca, recreatie, sportscholen, evenementen, sauna’s en theaters.

Hoogte tegemoetkoming TVL

De hoogte van de TVL is gebaseerd op het totale omzetverlies. De overheid berekent per sector de vaste lasten als een percentage van het omzetverlies. Dit percentage vormt de basis voor de uiteindelijke berekening van de hoogte van de toelage vanuit de TVL. Bedrijven ontvangen maximaal €50.000 voor een periode van 4 maanden (1 juni tot 1 oktober 2020). 

Let op: details nog niet bekend

Op dit moment zijn de hoofdlijnen van de regeling bekend. De details, zoals overige voorwaarden en bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming, worden de komende weken bekend gemaakt.

(Bron: Flynth)

COVID-19: Versoepeling gebruikelijkloonregeling

Eerder  informeerden wij u over de versoepeling van de geldende wetgeving ten aanzien van het gebruikelijk loon van de DGA. Hoe dit er precies uit gaat zien, is nu verder uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. 

Gebruikelijkloonregeling

Als een aanmerkelijkbelanghouder afziet van loon, dan wel genoegen neemt met een te laag loon, dan wordt op grond van de Wet loonbelasting 1964 deze persoon geacht toch een gebruikelijk loon te hebben genoten. Deze wettelijke bepaling staat in de praktijk bekend als de zogenoemde gebruikelijkloonregeling.  
De regeling houdt op hoofdlijnen in dat het loon van de werknemer die onder die regeling valt, ten minste een bepaald bedrag moet bedragen. Als het feitelijk genoten loon lager is, wordt het verschil als fictief loon in aanmerking genomen. De gebruikelijkloonregeling is bedoeld om tariefarbitrage te voorkomen.

Versoepeling gebruikelijkloonregeling

Als een onderneming vanwege de coronacrisis kampt met omzetverliezen, mogen de BV en aanmerkelijkbelanghouder gedurende 2020 tijdelijk een lager (maand)loon afspreken. Hiervoor is geen verzoek om instemming van, of vooroverleg met de Belastingdienst nodig. Dit heeft de Belastingdienst reeds eerder bekend gemaakt. Aan de verlaging van het gebruikelijk loon zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. 

Berekening verlaagd gebruikelijk loon 2020

Op basis van de goedkeuring mag een aanmerkelijkbelanghouder het gebruikelijk loon evenredig met de omzetdaling verlagen. Daarbij wordt een periode in het jaar 2020 vergeleken met dezelfde periode in 2019. Voor de berekening van het verlaagde gebruikelijk loon voor 2020 is de volgende formule van toepassing: 

Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C
A = het gebruikelijk loon over 2019
B = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020
C = de omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019
NB. De omzet in deze formule is de omzet exclusief de omzetbelasting.

Voorwaarden versoepeling gebruikelijkloonregeling

Op basis van de goedkeuring mag het gebruikelijk loon voor 2020 alleen op een lager bedrag (dan op basis van de reguliere regeling) worden vastgesteld indien: 

  • De rekening-courantschuld of het dividend niet toeneemt als gevolg van het lagere gebruikelijk loon; en
  • als de aanmerkelijkbelanghouder feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande formule, dan geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de aanmerkelijkbelanghouder gebruikmaakt van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon; en
  • de omzet in het jaar 2019 of 2020 niet beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Naast deze goedkeuring blijven de mogelijkheden die de reguliere gebruikelijkloonregeling biedt om een lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken van kracht. Ook blijft afstemming van het gebruikelijk loon met de bevoegde inspecteur mogelijk. Dit kan van pas komen in bijzondere situaties, waarbij maatwerk geboden is. 

Samenloop goedkeuring met eerdere uitingen van de Belastingdienst

Uit de eerdere uitingen van de Belastingdienst kwam naar voren dat het gebruikelijk loon voor een aanmerkelijkbelanghouder voor 2020 achteraf bepaald kan worden. De BV stelt dan aan het einde van het jaar het gebruikelijk jaarloon voor 2020 vast en vermeldt dit in de aangifte loonheffingen. 

Het voorgaande is niet van toepassing voor lonen die in de al verstreken periode (maanden) in 2020 zijn genoten. Over het feitelijk uitbetaalde loon zijn immers loonheffingen verschuldigd in het loontijdvak waarin het wordt uitbetaald. Een eenmaal gedane uitbetaling van loon kunt u daarom niet meer met terugwerkende kracht ongedaan maken. 

In de periode tussen de uiting van de Belastingdienst (1 april 2020) en de datum van de publicatie van de versoepeling in het besluit (8 mei 2020), zullen  zich naar verwachting situaties voordoen waarbij het gebruikelijk loon (achteraf gezien) op een te laag bedrag is vastgesteld. In deze periode was immers nog niet bekend dat er een formule beschikbaar zou komen aan de hand waarvan het lagere gebruikelijk loon berekend dient te worden. In dit geval dient het gebruikelijk loon alsnog gecorrigeerd te worden naar het juiste bedrag.

(Bron: BDO)