Een schenking ontvangen en getrouwd in gemeenschap van goederen?

Sommige ouders kiezen er nog wel eens voor om ‘met warme hand’ een deel van hun spaarcentjes te schenken (in de vorm van een schenking) aan hun kinderen. Lag er voor u met Kerst ook een envelopje onder de kerstboom? Lees dan vooral deze blog!

Voor een kind is het natuurlijk een aantrekkelijk idee om een extraatje te krijgen. Fiscaal kan dit ook voordelig zijn. Giften aan een kind tot ruim € 5.000,– per jaar zijn vrij van schenkbelasting. Aan een kind tussen 18 en 40 jaar oud mag zelfs eenmalig een bedrag van bijna € 25.000,– belastingvrij geschonken worden. Van deze mogelijkheid wordt dan ook regelmatig gebruik gemaakt. So far so good…

Maar wat nu als het kind dat geld geschonken heeft gekregen, gaat scheiden? Dan zijn de poppen aan het dansen. Ouders zien immers niet graag dat de helft van die schenking met de ex-partner mee gaat. Hoe zeer het er ook op leek dat ouders dit extraatje niet alleen het eigen kind, maar ook schoondochter of schoonzoon gunden, van die gunfactor blijft meestal weinig over als het kind gaat scheiden. Is het te voorkomen dat de helft van de schenking naar de koude kant overgaat? Ja, dat is vrij eenvoudig te regelen, maar het is niet achteraf te organiseren.

Belangrijk is dat ten tijde van de schenking uitdrukkelijk door de schenkende ouder wordt bepaald dat die schenking onder uitsluiting (in privé) aan het kind toekomt. De ouder kan dus niet achteraf bepalen dat die schenking een privé schenking betreft, althans dat heeft juridisch geen effect. Hoe leg je dan als ouder vast dat de schenking in privé aan het eigen kind toekomt? Dit is nergens in de wet vastgelegd, dus er zijn in feite geen vormvereisten.

Het is wel een misverstand te denken dat wanneer het geld op een bankrekening wordt gestort die alleen op naam van het eigen kind staat, dat het daarmee privé blijft. Dat is in ieder geval onvoldoende! Het is wel voldoende als duidelijk in de omschrijving bij de overboeking wordt vermeld dat het om een privé schenking gaat. Het zou nog beter zijn als de bedoeling in een notariële of onderhandse akte wordt vastgelegd én het bij de bankoverschrijving wordt vermeld.

Wat is het gevolg als dit ten tijde van de schenking op een goede manier is geregeld? Als een kind in gemeenschap van goederen is getrouwd, dan valt deze schenking buiten het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten. Komt het tot een echtscheiding tussen deze echtgenoten, dan hoeft die schenking niet in de verdeling te worden betrokken. Dat is helder en logisch.

Maar wat als dat geld al is uitgegeven? De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de echtgenoot die de privé schenking heeft ontvangen in dat geval een vergoedingsrecht heeft, dit ongeacht (1) de aard van de bestedingen, (2) of de echtgenoten uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat een vergoedingsrecht ontstaat en (3) wat er nog over is van de ontvangen gelden. Dus schoondochters en schoonzonen, opgepast: reken je niet voortijdig rijk!

(Bron: ak-advocaten)

Per vergissing btw op de factuur? U bent de btw verschuldigd

U bent ondernemer en stuurt een factuur met btw. De btw die u factureert, bent u uiteraard verschuldigd aan de Belastingdienst. Wat nu als u ten onrechte of per vergissing btw vermeldt op de factuur? Bent u dan ook de btw verschuldigd? Het antwoord is: ja. Als u btw vermeldt op de factuur, dan bent u de btw ook verschuldigd. Ook als u het btw-bedrag uiteindelijk niet ontvangt van uw afnemer. Voorkom discussie met de Belastingdienst en corrigeer tijdig ten onrechte gefactureerde btw.

 

Ook als u een factuur ontvangt waarop ten onrechte btw is vermeld, loopt u een risico. U mag het btw-bedrag dat ten onrechte in rekening is gebracht, niet in aftrek brengen. Ook al heeft u de btw betaald aan uw leverancier.

 

De Belastingdienst kan een naheffing en zelfs een boete opleggen als

  • uw afnemer de rekening niet betaalt;
  • uw leverancier de btw niet afdraagt aan de Belastingdienst;
  • er sprake is van transacties met buitenlandse afnemers.

 

Betaal btw op de factuur

Factureert u met btw aan andere ondernemers, dan bent u in de volgende situaties btw verschuldigd:

  • u factureert 21% in plaats van 6%;
  • u factureert btw, terwijl u de u de vrijstelling had moeten toepassen;
  • u factureert met btw, terwijl u de btw had moeten verleggen naar uw afnemer;
  • u factureert Nederlandse btw, terwijl u buitenlandse btw in rekening had moeten brengen;
  • u factureert met btw terwijl er geen sprake is van btw-prestatie.

 

Dus zelfs wanneer een belaste prestatie ontbreekt, bent u als opsteller van de factuur de btw verschuldigd die u ten onrechte of per vergissing in rekening brengt. Uw afnemer kan de btw niet aftrekken.

 

Btw ten onrechte gefactureerd? Herstel snel!

U kunt ten onrechte gefactureerde btw herstellen. Dit kunt u doen door de factuur tijdig te corrigeren, zodat uw afnemer de btw niet op de aangifte kan aftrekken. Hiervoor neemt u zo spoedig mogelijk de foutieve factuur terug en stuurt zo nodig een nieuwe factuur of een creditfactuur.

(Bron: ABAB)

Bekrachtiging = vervallen persoonlijke aansprakelijkheid?

Aan het laten verrichten van rechtshandelingen door een BV-i.o. (een BV “in oprichting”) kleven risico’s.  De persoon die namens de BV-i.o. handelt, is persoonlijk aansprakelijk voor de verrichte rechtshandelingen. Deze persoonlijke aansprakelijkheid vervalt pas  (uitzonderingen daargelaten) als de BV ná oprichting de betreffende rechtshandelingen bekrachtigt.

Wat zegt het Hof?

In de praktijk zien wij nog erg veel problemen rondom de BV-i.o. Het komt vaak voor dat een ondernemer door haast niet wil of kan wachten en toch alvast rechtshandelingen aangaat namens een BV-i.o. Belangrijk om te weten is dat het niet altijd vanzelfsprekend is dat de persoonlijke aansprakelijkheid zal komen te vervallen door een simpele bekrachtiging ná oprichting van de BV. Recent zijn er weer twee uitspraken geweest van het Hof (Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Amsterdam) waarin dit nog eens onderstreept werd.

In het ene geval ging het om een situatie dat de heer X namens een BV-i.o. een huurovereenkomst heeft gesloten. Drie maanden later wordt de BV opgericht en daarbij is de heer X bestuurder van de BV geworden. De BV komt echter de huurovereenkomst niet na en het geschil gaat uiteindelijk om de vraag of de heer X wel of niet aansprakelijk is jegens de verhuurder doordat hij de huurovereenkomst namens de BV heeft bekrachtigd. Het Hof oordeelt dat ondanks dat niet de heer X maar de BV de rechtshandelingen van de BV-i.o. heeft bekrachtigd, de heer X toch persoonlijk aansprakelijk is omdat hij ten tijde van de bekrachtiging wist dat de BV haar verplichtingen jegens de verhuurder niet (meer) zou kunnen nakomen. Door niettemin te bekrachtigen en daardoor te bewerkstelligen dat zijn persoonlijke aansprakelijkheid zou worden afgewenteld, heeft de heer X onrechtmatig gehandeld jegens de verhuurder.

In het andere geval ging het om een BV die binnen een half jaar na haar oprichting failliet was gegaan. Op het moment dat de BV werd opgericht en vervolgens de rechtshandelingen uit haar oprichtingsfase bekrachtigde, verkeerde de BV al op de rand van de afgrond. Volgens het Hof kwalificeerde het oprichten van de BV en het vervolgens ‘volladen’ van de BV met een negatief vermogen door middel van bekrachtiging van de in de oprichtingsfase verrichte rechtshandelingen als kennelijk onbehoorlijk bestuur. Daarmee acht het Hof de bestuurder die de BV heeft opgericht en alle door de BV-i.o. gedane rechtshandelingen namens de BV heeft bekrachtigd, voor het gehele boedeltekort in het faillissement aansprakelijk. Volgens het Hof kon in dit geval in het licht van de feiten niet anders worden geoordeeld dan dat de BV ten tijde van haar oprichting en van de bekrachtiging van de in de oprichtingsfase verrichte rechtshandelingen geen middelen van bestaan had en ook geen enkel reëel uitzicht daarop had. Door de bekrachtiging werd de BV schuldenaar van de voordien door haar oprichter aangegane (omvangrijke) schulden zoals de loonvorderingen vanaf de start tot aan de oprichting. Een deel van het personeel had al maanden geen loon ontvangen. Het was evident dat de BV niet in staat was die schulden te voldoen. Onder de geschetste omstandigheden was geen redelijk bestuurder tot de bekrachtiging overgegaan. Ook is aannemelijk dat de bekrachtiging een belangrijke oorzaak van het faillissement was.

Advies

Bij bekrachtiging van rechtshandelingen die zijn verricht in de oprichtingsfase moet altijd voorzichtigheid worden betracht. Het beste advies is om in het geheel geen rechtshandelingen in die fase te verrichten. Als dit echter niet anders kan, beoordeel dan op moment van bekrachtiging zorgvuldig of de BV haar verplichtingen zal kunnen nakomen.

(Bron: DVAN)

E-facturatie en de wettelijke bewaarplicht: hoe zit dat eigenlijk?

Hoe moet je de bewaarplicht zien in combinatie met e-facturatie? Is het, zoals vroeger, noodzakelijk om alle facturen te bewaren en/of te printen, terwijl ze ook digitaal zijn opgeslagen? Het antwoord is nee. Het is niet meer noodzakelijk om dit te doen, zij het onder bepaalde voorwaarden. De Belastingdienst probeert op het terrein van de wettelijke bewaarplicht met haar tijd mee te gaan. Hieronder leggen we het uit.

We krijgen regelmatig vragen over de wettelijke (fiscale) bewaarplicht. Jij als ondernemer hebt hier natuurlijk ook mee te maken. De wettelijke bewaarplicht houdt in dat alle boeken, bescheiden en gegevensdragers die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, door jou in principe gedurende 7 jaar bewaard moeten blijven. In deze blog zullen we het bewaren van facturen behandelen.

Hoe moet je elektronische facturen bewaren?

Als je nu al elektronisch factureert (bijvoorbeeld via eVerbinding), zijn je facturen via het platform toegankelijk. Maar voldoe je op deze manier aan je wettelijke bewaarplicht? Het antwoord is gedeeltelijk. Voor wat betreft je elektronische facturen wel. Vanuit de wet komt namelijk de eis dat facturen moeten worden bewaard in hun originele vorm en in het geval van elektronische facturen is dat dus ook elektronisch.

Mag je fysieke facturen weggooien?

In het geval van fysieke facturen ligt het iets anders. Waarschijnlijk zijn je fysieke facturen gescand en in het platform opgeslagen. Dit is conversie, je hebt de fysieke facturen geconverteerd. Het op deze manier overbrengen van gegevens is toegestaan, mits het gebeurt onder de volgende voorwaarden:

  • Alle gegevens worden overgezet
  • De inhoud wordt letterlijk overgenomen, juist overgezet
  • Gedurende de hele bewaartermijn is de nieuwe gegevensdrager beschikbaar
  • De gegevens moeten binnen een redelijke tijd gereproduceerd en leesbaar gemaakt kunnen worden

 

Hoe zit het met de authenticiteit en integriteit?

Ook de gegevens over de oorspronkelijkheid en de inhoud van de factuur zijn belangrijk. Het is natuurlijk van belang om te weten én aan te kunnen tonen dat een factuur bijvoorbeeld daadwerkelijk afkomstig is van een leverancier.

Wat moet je verder bewaren?

Alle gegevens met betrekking tot de facturen moeten in principe 7 jaar worden bewaard om te voldoen aan de wettelijke bewaarplicht. Je moet de Belastingdienst namelijk duidelijk kunnen maken wat er precies met de factuur is gebeurd. Dit betekent dat ook bijvoorbeeld de offerte, opdrachtbevestiging en/of het bewijs van betaling moeten worden bewaard.

(Bron: Efacturatie)

Kom ik in aanmerking voor de kleineondernemersregeling?

U kunt belastingvermindering krijgen op het btw-bedrag dat u moet betalen als u aan de volgende 4 voorwaarden voldoet:

4 voorwaarden

  • U bent een natuurlijke persoon of een combinatie van natuurlijke personen, zoals een eenmanszaak, een maatschap, een  vennootschap onder firma.
  • U moet na aftrek van de voorbelasting minder dan € 1.883 btw betalen in een jaar.
  • Uw onderneming is in Nederland gevestigd.
  • U voldoet aan uw administratieve verplichtingen voor de btw.

De kleineondernemersregeling geldt niet voor rechtspersonen zoals een bv, stichting of vereniging. De regeling geldt daarom ook niet als één van de maten in een maatschap een rechtspersoon is.

Specifieke situaties

In een aantal specifieke situaties is de kleineondernemersregeling niet van toepassing. Dat geldt in de volgende situaties:

  • landbouwers, veehouders, tuin- of bosbouwers die kiezen voor de normale btw-regels
  • verhuurders die kiezen voor belaste verhuur

Hoe bereken ik de belastingvermindering?

U kunt de vermindering zelf berekenen bij Hoe bereken ik mijn belastingvermindering?

Meer dan 1 onderneming? Btw optellen

Bestaat uw eenmanszaak, maatschap of vennootschap onder firma uit meer dan 1 onderneming? Dan moet u bij de berekening van de vermindering voor kleine ondernemers de btw-bedragen voor deze ondernemingen bij elkaar optellen. De kleineondernemersregeling geldt namelijk voor u als ondernemer en niet per onderneming. Hebt u bijvoorbeeld een eenmanszaak en een maatschap? Dan geldt voor beide de kleineondernemersregeling. Dit zijn namelijk 2 ondernemers voor de btw.

Starten, stoppen of overnemen

Als u een bedrijf start, stopt of overneemt, heeft dat geen effect op de kleineondernemersregeling. U mag dus gewoon de kleineondernemersregeling (blijven) toepassen alsof u het bedrijf het hele jaar hebt gehad.

(Bron: Belastingdienst)

Korting op eigen producten voor uw medewerkers. Belast of onbelast?

U geeft uw personeel korting op producten uit uw eigen bedrijf? Mogelijk moet u hierover loonbelasting betalen. De hoogte van de totale korting op jaarbasis bepaalt of deze medewerkerskorting op de consumentenprijs belast of onbelast is.

 

Als uw medewerkers een korting krijgen die niet-medewerkers ook krijgen, wordt deze korting niet gezien als loon. Deze korting heeft in dat geval dan ook geen invloed op de werkkostenregeling (WKR). Dit betekent dat als uw vaste klanten bijvoorbeeld ook 5% korting ontvangen, die standaardkorting voor uw medewerkers onbelast is. Als uw medewerkers een hogere korting ontvangen, geldt een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten.

 

Gerichte vrijstelling branche-eigen producten

Onder deze vrijstelling kunnen uw medewerkers een korting van maximaal 20% van de consumentenprijs ontvangen. U mag uw medewerkers dus een korting bieden van 25%. De korting van 20% die u hen geeft, namelijk de korting na vermindering van de standaardkorting van 5% voor vaste klanten, valt binnen de gerichte vrijstelling. Mits de kortingen op jaarbasis niet het maximum van € 500 per medewerker per kalenderjaar overschrijdt, zijn de kortingen onbelast voor de loonbelasting.

 

Voorwaarden vrijstelling

Een belangrijke voorwaarde is wel dat u de korting van 20% van de consumentenprijs aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Als u dit niet doet, is de volledige korting van 20% bij uw medewerkers individueel belast en dus niet vrijgesteld.

 

Heeft u de korting van 20% van de consumentenprijs aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte, maar bedraagt de totale korting meer dan € 500 per medewerker per jaar? Dan is het meerdere belast tegen 80% eindheffing als dit meerdere tezamen met alle overige aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

(Bron: ABAB)

Stappenplan bedrijf overnemen

Een bedrijfsovername biedt voordelen ten opzichte van het zelf starten van een bedrijf. U bent vaak direct verzekerd van een inkomen, klantenbestand, naamsbekendheid en bedrijfspand. Maar er komt ook veel bij kijken. Waar moet u aan denken voordat u een bedrijf overneemt? Met welke regels en vergunningen krijgt u te maken? 10 belangrijke stappen voor het overnemen van een bedrijf.

1. Bekijk welke bedrijfsovername bij u past

De ene overname is de andere niet. Moet u op zoek naar een bedrijf? Of neemt u het bedrijf van uw familielid of van uw werkgever over? Lees meer over de verschillende soorten bedrijfsovernames.

2. Stel een profiel op en zoek kandidaatondernemingen

Zoek aan de hand van een profiel potentiële kandidaatondernemingen en benader deze. De Kamer van Koophandel geeft u een aantal tips bij de koop van een bedrijf.

3. Ga na of een geleidelijke bedrijfsovername iets voor u is

Misschien wilt u een bedrijf overnemen, maar niet ineens. Bijvoorbeeld omdat u dat niet in 1 keer kunt financieren. Of omdat u nog wilt leren van de ervaring van de verkoper. Een geleidelijke bedrijfsovername kan op verschillende manieren.

4. Onderhandel over de overnameprijs

Wat is de overnameprijs? En welke inventarisgoederen neemt u over? De overnameprijs moet kloppen met de waarde van het bedrijf. U kunt om een boekenonderzoek vragen, een ‘due diligence’. Zo krijgt u meer inzicht in bijvoorbeeld cijfers, klanten en contracten.

5. Zoek uit hoeveel werknemers een arbeidscontract hebben

Als u een bedrijf overneemt, dan neemt u ook het personeel over. Uitgangspunt bij de overname is dat er voor het personeel niets verandert. Lees meer over de regels voor personeel bij bedrijfsovername.

6. Stel een overnamecontract op

Neem afspraken over de overname op in een contract. U kunt hierin een ontbindingsclausule opnemen. De overname gaat dan niet door als u bijvoorbeeld geen financiering of vergunningen kunt krijgen. Eventuele geschillen kunt u op basis van het contract oplossen.

7. Ga op zoek naar financiering

Heeft u zelf het geld niet om het bedrijf over te nemen? Dan moet u dat lenen bij uw familie, of bij een bank of investeerder. Mogelijk komt u ook in aanmerking voor een subsidie of andere regeling.

8. Regel belastingzaken met de Belastingdienst

Bij het overnemen van een bedrijf moeten u en de verkoper een aantal belastingzaken regelen. De verkoper maakt bijvoorbeeld de balans op en rekent af met de Belastingdienst. Dit heet fiscaal afrekenen.

9. Erft u een onderneming of krijgt u er een geschonken? Betaal dan erfbelasting of schenkbelasting

Als u een onderneming erft of geschonken krijgt en u zet deze voort, dan kunt u gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling. U betaalt dan minder of geen erf- of schenkbelasting.

10. Ga na wat u allemaal wilt overnemen van de verkoper

Denk aan:

  • Bedrijfsruimte: Gaat het om een huurpand? Dan moet de verhuurder hiermee akkoord gaan.
  • Intellectuele eigendomsrechten: Dit kunnen handelsnamen, auteurs- en modelrechten, merk-, octrooi- en kwekersrechten zijn.
  • Vorderingen en schulden: Wat spreekt u af als de verkoper zijn schulden niet (geheel) betaald heeft op de datum van overname? Neemt u de schulden en vorderingen over? Maak afspraken voor het geval de schulden onverwachts groter blijken te zijn.
  • Lopende rechtszaken, productaansprakelijkheid en verleende garanties.
  • Lopende contracten, telefoonnummers en abonnementen: Moet de verkoper nog iets regelen om de contracten op u over te laten gaan?

(Bron: Kamer van Koophandel)

Fiscale reminders voor maart 2016

Iedere maand brengt ABAB u op de hoogte van fiscale aandachtspunten en tips. In maart vragen de volgende fiscale punten uw aandacht:

  • aangifte omzetbelasting
  • aangifte loonbelasting
  • bezwaar WOZ-beschikking
  • fiscale eenheid verbreken
  • overgang naar besloten vennootschap (bv).

Aangifte omzetbelasting

Doet u per jaar aangifte omzetbelasting? Dan moet u over 2015 uiterlijk 31 maart 2016 aangifte omzetbelasting hebben gedaan. Wanneer u maandelijks aangifte omzetbelasting doet, dan moet voor deze datum de aangifte over februari 2016 zijn ingediend. Daarnaast moet u voor deze datum de verschuldigde belasting voldoen.

Aangifte loonbelasting

Voor 31 maart 2016 moet u aangifte loonbelasting doen over februari 2016. Daarnaast moet u de verschuldigde belasting voor die datum voldoen.

Bezwaar WOZ-beschikking

Bent u het niet eens met uw WOZ-beschikking? Dan moet u uiterlijk binnen zes weken na dagtekening bezwaar maken. De meeste WOZ-beschikkingen zijn gedateerd op 28 februari 2016. Uw bezwaar moet dan uiterlijk de eerste week van april bij de Belastingdienst binnen zijn.

 

Vennootschapsbelasting

Wilt u een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aangaan of verbreken? Dat kan met terugwerkende kracht per 1 januari 2016? U moet dan vóór 1 april 2016 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

Overgang naar besloten vennootschap (bv) registeren

Wilt u uw eenmanszaak of vof omzetten naar een bv? Dit kunt u ruisend of geruisloos doen. Bij een ruisende overgang staakt u de activiteiten van eenmanszaak of vof voor de inkomstenbelasting. U bent dan inkomstenbelasting verschuldigd over de stakingswinst.

 

Laat u voor 1 april 2016 een voorovereenkomst bij de Belastingdienst registreren, dan kan 1 januari 2016 met terugwerkende kracht de ingangsdatum zijn voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Voorwaarde is wel dat de oprichting en inbreng voor 1 oktober 2016 plaatsvinden.

 

U kunt uw onderneming ook geruisloos inbrengen in een bv. De eindbalans van uw eenmanszaak of vof is dan gelijk aan de beginbalans van de bv en u bent geen belasting verschuldigd over uw reserves. Dit kan voor de inkomstenbelastingen en vennootschapsbelasting met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 mits u voor 1 oktober 2015 een voorovereenkomst had gesloten en de overgang voor 1 april 2016 plaatsvindt.

(Bron: ABAB)

Middeling sterk wisselende inkomens

Hebt u een sterk wisselend inkomen uit werk en woning? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld over een jaar krijgt. U kunt dan in aanmerking komen voor de middelingsregeling.

Bereken uw gemiddelde inkomen

Met middeling berekent u uw gemiddelde inkomen over 3 aaneengesloten kalenderjaren. Dit is het middelingstijdvak. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u per jaar moet betalen. Zijn de nieuwe belastingbedragen lager dan die van de eerdere aanslagen? Dan hebt u mogelijk recht op een teruggaaf.

Voor wie is middeling bedoeld?

Als u aan de voorwaarden voor middeling voldoet, krijgt u in de volgende situaties waarschijnlijk belasting terug:

  • U hebt na uw afstuderen een vaste baan gekregen en u had naast uw studie een bijbaan.
  • U hebt een ontslagvergoeding (‘gouden handdruk’) gekregen.
  • U bent in de afgelopen jaren gestart of gestopt met werken.
  • U werkt als freelancer of als ondernemer.
  • U hebt onbetaald verlof opgenomen (bijvoorbeeld voor een sabbatical).
  • U bent minder gaan werken.

Uw belastingteruggaaf

Om uw belastingteruggaaf te berekenen, hebt u de gegevens nodig van het middelingstijdvak. U gebruikt daarvoor de gegevens van de laatst opgelegde definitieve aanslagen van die jaren. Ook hebt u de tarieven inkomstenbelasting nodig. Weet u niet welk middelingstijdvak voor u het voordeligste is? Maak de berekening op tijd.

Als later blijkt dat uw inkomen uit box 1 niet juist is vastgesteld, kunt u een navordering of vermindering krijgen.

Soms hebt u met bijzondere situaties te maken die de middelingsregeling bemoeilijken. Bijvoorbeeld als u inkomsten hebt uit het buitenland. Neem dan contact op met de BelastingTelefoon.

Let op!

Middeling heeft geen invloed op de hoogte van uw belastbaar inkomen en uw verzamelinkomen van de jaren waarover middeling is aangevraagd. De hoogte van de aanslagen inkomstenbelasting en die van beschikkingen Toeslagen blijven hetzelfde.

Nabetaling inkomsten over een jaar vóór 2001

Hebt u na 2001 een nabetaling gehad van inkomsten over een jaar vóór 2001? Dan kunt u van een speciale regeling gebruikmaken. Deze regeling kan voordeliger voor u zijn dan middeling. Neem voor deze speciale regeling contact op met uw belastingkantoor.

(Bron: Belastingdienst)

Kassasystemen zijn ook interessant voor de Belastingdienst

Kassasystemen kunnen tal van gegevens verstrekken. Foutloos en tot ver achter de komma. Ondernemers weten dat, maar ook de fiscus is op de hoogte. De Belastingdienst kijkt mee en stelt zelfs eisen aan uw kassasysteem.

Als ondernemer zou je kunnen denken: wat heeft de fiscus nou met mijn kassasysteem te maken? De Belastingdienst moet er maar vanuit gaan dat mijn gegevens kloppen. Ze hebben toch geen enkele reden om daaraan te twijfelen? Dat zou in individuele gevallen heel goed waar kunnen zijn, maar toch gaat die redenatie niet op. De mogelijkheden die moderne kassasystemen bieden, hebben ook gevolgen voor de administratieplicht voor ondernemers. Het is immers mogelijk geworden om op eenvoudige wijze tegen lage kosten steeds meer gegevens te verzamelen. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst kan verlangen dat de ondernemer ook gebruik maakt van deze mogelijkheden.’

Uitgebreide overzichten
De kassa is een belangrijk middel om verkooptransacties eenvoudig te kunnen afwikkelen. De transacties worden geregistreerd, klanten ontvangen een betalingsbewijs. Wie gebruik maakt van een modern kassasysteem, kan daarnaast nog veel meer gegevens vastleggen die gebruikt kunnen worden bij de bedrijfsvoering.

Koppeling
Ook het verstrekken van uitgebreide overzichten is mogelijk, evenals het koppelen van verschillende systemen, waardoor nog meer gegevens worden blootgelegd. Daar is immers heel veel uit op te maken. Bij controles vraagt de fiscus dan ook regelmatig om gedetailleerde gegevens. Daarnaast merken wij steeds vaker dat de Belastingdienst het gebruik van een modern kassasysteem verplicht stelt.’

Administratieplicht

Ondernemers hebben een wettelijke administratieplicht. Ze zijn verplicht om een administratie bij te houden waaruit de fiscale verplichtingen blijken. Denk daarbij in de eerste plaats aan het vastleggen van financiële kerngegevens. Maar dat is niet alles. Het begrip administratie omvat meer dan dat. Ook andere gegevens die je registreert met het kassasysteem, kunnen onder de administratieplicht vallen.

Inrichten administratie

Het is evenwel niet eenduidig vastgelegd welke andere gegevens onder de administratieplicht vallen. Ondernemers zijn in principe vrij in de wijze waarop ze hun administratie inrichten, zolang de administratie past bij de aard en de omvang van het bedrijf. Naarmate het bedrijf in complexiteit en omvang toeneemt, zal de ondernemer meer gegevens in de administratie moeten opnemen. Op deze wijze wordt voorkomen dat kleine bedrijven worden geconfronteerd met een complexe administratie.’

Bestellingen

Aangenomen kan worden dat een bakkersbedrijf de volgende gegevens moet verstrekken aan de fiscus: de individuele bestellingen, het tijdstip waarop deze worden geplaatst en de medewerker die de klanten bedient. De Belastingdienst hecht er waarde aan dat alle transactiegegevens worden bewaard. Dit moet plaatsvinden door middel van een elektronisch journaal, waarin alle handelingen zijn vastgelegd. Een papieren controlerol biedt geen goed toegankelijke informatie voor controle en zal daarom in de regel niet worden geaccepteerd.

Up-to-date
Ondernemers moeten zichzelf de vraag stellen of hun kassasysteem nog aan de eisen van de Belastingdienst voldoet. Het systeem moet up-to-date zijn. Transactiegegevens moeten verstrekt kunnen worden. Als de gegevens digitaal zijn vastgelegd, moet men deze binnen een redelijke termijn kunnen aanleveren.

Back-up

Als het geheugen van een kassa niet groot genoeg is om alle gegevens te bewaren, moet de ondernemer regelmatig een back-up van de gegevens maken, zodat de transactiegegevens controleerbaar zijn. De registratie van een transactie, inclusief de gegevens die daarbij horen, zoals tijdstip en nummering, moet binnen de administratie gevolgd kunnen worden.

Nummering

De ondernemer zal gebruik moeten maken van een doorlopende nummering. Bijzondere transacties moet hij vastleggen en bewaren. Daarbij kun je denken aan het corrigeren van al geregistreerde transacties, het opleiden van personeel, de geldlade openen zonder verkopen en het inloggen van medewerkers.

Instellingen

De leverancier zal het systeem bij aflevering in de meeste gevallen op de behoeften van de klant instellen. Bij een belastingcontrole moet de ondernemer inzicht kunnen geven in deze instellingen en ook in eventuele wijzingen.

Beveiligd
Het kassasysteem moet zodanig beveiligd zijn dat de transactiegegevens niet verloren kunnen gaan of gemanipuleerd kunnen worden. Bij controle moet de ondernemer de transactiegegevens in een leesbaar formaat, binnen een redelijke termijn, aan de Belastingdienst ter beschikking kunnen stellen.

Keurmerk
Een aantal leveranciers van afrekensystemen werkt samen in de Stichting Betrouwbare Afrekensystemen. Deze stichting heeft zich als doel gesteld om betere en betrouwbare afrekensystemen te leveren. De stichting geeft het keurmerk Betrouwbare Afrekensystemen uit. De Belastingdienst hecht waarde aan dit keurmerk.

Bedrijfsvoering

Wanneer een kassasysteem over het keurmerk Betrouwbare Afrekensystemen beschikt, kan de ondernemer ervan uitgaan dat de kassa alle transacties op een betrouwbare wijze vastlegt en bescherming geeft tegen gerommel met gegevens. ‘Het is raadzaam om bij u zelf na te gaan of uw kassasysteem nog up-to-date is en voldoet aan de eisen die de Belastingdienst eraan stelt. Bedenk daarbij dat een modern kassasysteem waardevolle nieuwe inzichten kan opleveren die kunnen helpen om de bedrijfsvoering verder te optimaliseren.’

(Bron: Bakkerswereld)