Prognoses maken: waarom?

De voordelen van goede begrotingen en prognoses
Je bent als ondernemer al druk genoeg met vandaag en morgen, waarom zou je je dan nu al druk maken over de verre toekomst? Omdat je nu de juiste beslissingen moet nemen als je straks ook nog succesvol wilt zijn. Daarom stel je prognoses en begrotingen op. De voordelen op een rij.

Regeren is vooruitzien

Om vooruit te kunnen kijken, heb je inzicht nodig in je bedrijf. Vaak moet je maanden of weken van tevoren al bestellingen plaatsen om straks de juiste spullen in je schappen te kunnen leggen. En om bijvoorbeeld succesvol marketing te kunnen voeren, moet je weten wanneer mensen behoefte hebben aan jouw product of dienst. Daarvoor stel je prognoses of begrotingen op.

Het verschil tussen prognose en begroting

Prognoses en begrotingen. Ze lijken op elkaar, maar er is wel verschil.
  • Een prognose is een voorspelling van het financiële resultaat van een bepaalde bedrijfsactiviteit. In een prognose kijk je een bepaalde periode vooruit, bijvoorbeeld een kwartaal of hooguit een jaar.
  • Een begroting maak je voor een afgebakende periode, bijvoorbeeld het jaar 2016. Waar een prognose steeds kan worden bijgesteld, stel je een begroting een keer op en verander je die daarna niet meer.
Om goede prognoses en begrotingen te kunnen maken, zul je moeten inschatten hoe de vraag zich ontwikkelt. Als je dit weet, kun je ook beter inkopen, personeel inplannen en investeringen doen. Je weet waar je aan toe bent en neemt op het goede moment beslissingen om daarmee om te gaan.
“Prognoses komen eigenlijk altijd van pas”, weet Ivo Meij, adviseur van Deloitte. “Je hebt ze nodig als je net begint, een krediet wilt aanvragen of je bedrijf wilt verkopen, maar ook gewoon voor jezelf, om te kunnen meten of je je eigen doelen haalt. En daarnaast willen aandeelhouders of de bank graag prognoses zien.”

Budget

Aan de hand van je begroting kun je ook budgetten vaststellen. Hierin leg je vast wat je in een bepaalde periode wilt uitgeven aan een bepaalde bedrijfsactiviteit, bijvoorbeeld marketing. Je houdt je hier ook aan. In tegenstelling tot prognoses zijn budgetten statisch: eenmaal vastgesteld blijven ze voor een vastgestelde periode (meestal een maand, kwartaal of jaar) hetzelfde. Budgetten geven je grip op je uitgaven.
Veel ondernemers maken geen begrotingen en prognoses omdat ze uit ervaring wel ongeveer weten wat ze nodig hebben en hoe de vraag zich ontwikkelt. Maar het blijft voor elke ondernemer handig om af en toe stil te staan bij hoe de markt en je bedrijf zich ontwikkelen. Dan weet je ook of je je eigen doelen hebt gehaald of niet. Alleen zo zorg je ervoor dat je op de lange termijn winst blijft maken, voldoende inkomsten houdt en de juiste investeringen doet.

Noodzaak voor starters

“Vooral voor starters en ondernemers die werken in een veranderende markt is het noodzakelijk om vooruit te kijken”, weet Meij. “Je wilt weten wanneer je kunt gaan investeren en daarom wil je inzicht hebben op de in- en uitgaande geldstromen. Zeker als je net bent begonnen of heel hard groeit, kun je met prognoses betere beslissingen nemen.”
(Bron: MKB Servicedesk)

Wanneer zijn medische handelingen vrijgesteld van btw?

Niet alle medische handelingen zijn vrijgesteld van btw. Volgens de wet is de medische vrijstelling btw alleen van toepassing op de handelingen van een medische beroepsbeoefenaar opgenomen in het register van beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG’er).

 

Echter ook de handelingen van niet-BIG’ers kunnen voor btw-vrijstelling in aanmerking komen. De handelingen moeten dan kwalitatief gelijkwaardig zijn aan de handelingen van BIG’ers. Voor de medische beroepsbeoefenaar in dienst van een bv is van belang of er sprake is van een verhouding van ondergeschiktheid.

Eisen btw-vrijstelling voor niet-BIG-diensten

Of er sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau hangt af van de opleiding van de medische beroepsbeoefenaar. Deze moet minimaal beschikken over medische basiskennis (MBK) of psychosociale basiskennis (PSBK).

 

Daarnaast moet hij beschikken over een of meerdere beroepsgerelateerde opleidingen:

  1. een afgeronde gezondheidskundige hbo-bachelor opleiding (240 ECTS);
  2. een diploma van een door de overheid erkende (NVAO-geaccrediteerde*) hbo-bachelor opleiding;
  3. een diploma van een opleiding op hbo-bachelor niveau die voldoet aan NVAO-accreditatie-eisen dat goedgekeurd is door CPION** of SNRO*** of een vergelijkbare instelling;
  4. een EVC-certificaat**** of een vergelijkbare erkenning waaruit gerichte kennis en ervaring op (minimaal) hbo-bachelorniveau blijkt;
  5. een registratie bij een door zorgverzekeraars erkende beroepsvereniging en/of overkoepelende organisatie waaruit zowel medische of psychosociale basiskennis als specifieke beroepsgerichte kennis op hbo-bachelorniveau blijkt;
  6. een gevolgde opleiding en/of kennis en ervaring die is beoordeeld op kwaliteit door een erkend, onafhankelijke accreditatie-instituut.

 

Voldoet de opleiding en ervaring van de medisch beroepsbeoefenaar aan deze eisen, dan zijn de handelingen vrijgesteld van btw. Uiteraard moet er dan sprake zijn geneeskundige verzorging van mensen. Zo vallen cosmetische ingrepen niet onder de btw-vrijstelling.

Zorgverlener in dienst van bv

Geldt het bovenstaande ook voor de medisch beroepsbeoefenaar die zijn handelingen verricht vanuit een bv? Volgens het standpunt van de Advocaat-Generaal (A-G) van de Hoge Raad is dat niet het geval. De A-G stelt dat de medisch beroepsbeoefenaar niet zelfstandig is en dus geen ondernemer is voor de btw. De handelingen van de medisch beroepsbeoefenaar zijn dan niet ‘zichtbaar’ voor de heffing van btw. Dit zou betekenen dat de dienstverlening vanuit de bv niet medisch van aard is. Dus kan de bv geen beroep doen op de btw-vrijstelling. Het is nu de vraag of de Hoge Raad dit standpunt overneemt.

 

Voor de medisch beroepsbeoefenaar in een bv is dus niet zeker of de medische vrijstelling btw van toepassing is. Wilt u het risico op btw-heffing verminderen, dan kan het zinvol zijn om een andere bedrijfsstructuur te overwegen.

 

Btw-vrijstelling onder de loep

De invulling van de btw-vrijstelling voor medische handelingen is nog steeds aan verandering onderhevig. Wat vandaag belast is volgens de Belastingdienst, is morgen mogelijk vrijgesteld. Andersom kan ook, gelet op de conclusie van de A-G over de medisch beroepsbeoefenaar vanuit een bv.

(Bron: ABAB)

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016

Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen. Daarnaast spelen fiscale aspecten een grote rol. De Belastingdienst kijkt bij de overdracht namelijk kritisch mee. Het bedrijf is er voor bestaanszekerheid van de huidige generatie, de volgende generatie en liefst nog vele generaties daarna.

Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht

Bij de overdracht van een persoonlijke onderneming moet u rekening houden met belastingclaims. Inkomstenbelasting is aan de orde als de overdrager bij de bedrijfsoverdracht fiscale winst realiseert. Dat is het geval als de onderneming wordt verkocht voor meer dan de fiscale boekwaarde. De overdrager realiseert dan stille reserves in vermogensbestanddelen en/of goodwill in de onderneming. Daarover betaalt de overdrager het progressieve belastingtarief in box 1.

Let op! Bij bedrijfsoverdracht moet u ook rekening houden met de desinvesteringsbijtelling. Dat is een fiscale winstpost waarmee investeringsaftrek uit de laatste vijf jaar wordt gecorrigeerd, als voor meer dan € 2300 wordt gedesinvesteerd. Ook vallen de fiscale reserves (herinvesteringsreserve, kostenegalisatiereserve en de oudedagsreserve) vrij bij de bedrijfsoverdracht.

Wordt een onderneming verkocht met onroerende zaak (bedrijfspand) op de balans?

Dan moet de overnemer overdrachtsbelasting betalen. Er is mogelijk, onder voorwaarden, een vrijstelling van toepassing. Die komt verderop aan bod.

Schenkt de overdrager de onderneming of verkoopt hij de onderneming voor een te laag bedrag?

Dan moet de overnemer schenkbelasting betalen. Er zijn vrijstellingen en betalingsregelingen, maar daarvoor gelden voorwaarden. Die worden hierna globaal besproken.

Tip: De overdrager van een persoonlijke onderneming kan belastingheffing over de stakingswinst uitstellen door een premie te betalen voor een zogenoemde stakingslijfrente, of door premies te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht. De lijfrentepremie komt dan in aftrek op de belaste winst. De overdrager betaalt pas belasting als de uitkering uit de lijfrente gaat vloeien. Ook kan de overdrager op deze manier de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente.

Is sprake van de overdracht van een bv en is de verkoopprijs hoger dan de verkrijgingsprijs van de aandelen?

Dan geniet de overdrager een boekwinst en dus inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarover moet hij 25% belasting betalen in box 2.

Tip: De directe inkomstenbelastingheffing in box 2 bij verkoop van de aandelen kunt u voorkomen met een holdingstructuur (de boekwinst die de holding-bv geniet door de verkoop van de werk-bv valt namelijk onder de deelnemingsvrijstelling).

Bedrijfsopvolging in de inkomstenbelasting – persoonlijke onderneming

Een beste manier om inkomstenbelasting te besparen bij bedrijfsoverdracht is er niet. Het hangt af van de omstandigheden. Kijkend naar het familiebedrijf zal vaak sprake zijn van een bekende die het bedrijf overneemt: de zoon of dochter of zelfs aangetrouwde familie. Het moet wel iemand die al in het bedrijf meewerkt. Er moet dan worden gekozen tussen afrekenen of doorschuiven.

Afrekenen

Afrekenen betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en de stakingswinst opgeeft aan de fiscus en daarover belasting betaalt Hij mag € 3.630 stakingsaftrek van zijn winst aftrekken. Of de bedrijfsoverdrager daadwerkelijk inkomstenbelasting betaalt, hangt af van de omvang van zijn gewone jaarwinst, stakingswinst, de stakingslijfrentepremie- en de stakingsaftrek.

Onverrekende verliezen

Afrekenen bij bedrijfsoverdracht kan bijvoorbeeld fiscaal voordelig zijn als de bedrijfsoverdrager nog onverrekende verliezen heeft die hij kan verrekenen met de stakingswinst of als hij de stakingswinst kan omzetten in een lijfrente. De bedrijfsoverdrager betaalt op het moment van de bedrijfsoverdracht geen inkomstenbelasting, terwijl de bedrijfsopvolger kan afschrijven over de hogere werkelijke waarde van de onderneming, in plaats van over de overgenomen fiscale boekwaarde. Ook heeft de bedrijfsopvolger dan investeringsaftrek en mag hij – als hij starter is – willekeurig afschrijven.

Tip: Verkoopt de overdrager zijn persoonlijke onderneming aan een natuurlijke persoon en blijft die de koopsom schuldig? Dan kan de overdrager kiezen voor maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelastingclaim. Hij moet dan wel de inkomstenbelasting in gelijke jaarlijkse delen aan de fiscus betalen. Voor de overnemer zijn er de hiervoor beschreven voordelen. Om het uitstel van betaling moet worden verzocht en er moet zekerheid worden gesteld.

Doorschuiven

Doorschuiven betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en dat de bedrijfsopvolger de inkomstenbelastingclaim van de bedrijfsoverdrager overneemt. De waarde van het bedrijf wordt op hetzelfde bedrag bepaald als bij de variant van afrekenen, maar de (contante waarde van de) overgedragen inkomstenbelastingclaim komt er nog op in mindering. Deze variant heet doorschuiven, omdat de bedrijfsopvolger in deze variant de onderneming in zijn fiscale winstaangifte de fiscale boekwaarde van de overgenomen onderneming hanteert.

Tip: Heeft u iemand op het oog aan wie u de zaak wil doorschuiven? Dat kan alleen als die persoon al 36 maanden mede-ondernemer is (maat of firmant) of medewerker (werknemer). Laat uw bedrijfsopvolger daarom als mede-ondernemer of werknemer ten minste 36 maanden meedraaien in het bedrijf.

De bedrijfsopvolger neemt de fiscale boekwaarde over en gaat na de doorschuiving afschrijven zoals de overdrager dat deed. Zijn fiscale winst ten opzichte van de variant Afrekenen zal dus hoger zijn. Hij heeft geen recht op willekeurige afschrijving en als hij binnen drie jaar staakt heeft hij geen recht op stakingsaftrek.

Let op! Bij doorschuiving heeft de inkomstenbelastingclaim grote invloed op de overnamesom. De waardering van de inkomstenbelastingclaim hangt echter af van vele variabelen zoals looptijd en rentepercentage, waarover bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer verschillend kunnen denken. Doorschuiving moet daarom ‘passen’ bij de personen van de bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer.

Of u nou kiest voor afrekenen of doorschuiven, er zijn veel voorwaarden aan verbonden waar u rekening mee moet houden. Voor een afgewogen beslissing, overleg met een van onze adviseurs.

Firma als opvolgingsinstrument

Als u uw persoonlijke onderneming liever niet in één keer overdraagt, maar de bedrijfsopvolging wilt blijven begeleiden, dan kunt u dat doen met een firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv). Daarin kunt u beherend vennoot blijven (‘op de bok’) of op de achtergrond als commanditair vennoot (‘geldschieter’).

Uw bedrijfsopvolger wordt vennoot in de firma en u spreekt een winstverdeling af die past bij ieders vermogensinbreng en arbeidsinbreng. Vervolgens kunt u uw aandeel in de firma overdragen aan uw bedrijfsopvolger, in één keer of in fases.

Tip: Heeft u een onderneming met veel vermogen, maar relatief weinig geld (liquiditeit)? Dan kan de firma voor u een oplossing zijn als opvolgingsinstrument. U blijft dan in de firma (ofwel commanditaire vennootschap) zitten als geldschieter (kapitaalverschaffer). Uw bedrijfsopvolger kan de bedrijfsopvolging dan gemakkelijker financieren. Let ook op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting (zie hierna).

Samenwerkingsovereenkomst

Zorg ervoor dat u afspraken over bedrijfsopvolging vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst. Met afspraken over de toedeling van het vermogen regelt u dat de onderneming bij verbreking van de samenwerking kan worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze afspraken worden wel voortzettings-, verblijvens-, toescheidings- en overnemingsbedingen genoemd. Kern van deze bedingen is dat in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de voortzetting van de onderneming en het ondernemingsgebonden vermogen bij uittreden van één van de firmanten.

Andere overdrachtsvormen

Als de financierbaarheid van de overname een probleem is, dan komen in de praktijk de volgende alternatieven voor:

  • verhuur van de gehele onderneming
  • huurverkoop van de onderneming
  • overdracht van de onderneming tegen een winstrecht
  • overdracht van de onderneming tegen een lijfrente

Een combinatie is ook mogelijk, door bijvoorbeeld de overdrachtsprijs deels in een vast bedrag en deels in een winstrecht vast te stellen. Het voert te ver om in deze advieswijzer al deze overdrachtsvormen te bespreken. Laat u voorlichten en begin tijdig met (de voorbereiding van) uw bedrijfsopvolging.

Bedrijfsopvolging in de inkomstenbelasting – besloten vennootschap

Heeft u een onderneming in de vorm van een bv, realiseert u zich dan dat bij overdracht van de aandelen een vervreemdingsvoordeel ontstaat. Dat is het verschil tussen de verkrijgingsprijs van uw aandelen en de verkoopprijs of waarde bij overdracht van de aandelen. U betaalt over dat verschil 25% inkomstenbelasting (box 2 aanmerkelijk belangheffing).

Ook als u de aandelen schenkt of voor een lagere dan zakelijke prijs verkoopt, wordt de vervreemdingswinst berekend over de volle waarde van de aandelen. Wel geldt dan een vrijstelling voor de schenkbelasting (zie hierna).

Tip: Als uw bedrijfsopvolger de koopsom schuldig blijft, heeft u onder voorwaarden recht op een renteloze betalingsregeling van maximaal tien jaar voor de inkomstenbelastingclaim. Voorwaarde is onder andere dat de bezittingen van de bv voor minder dan 30% uit beleggingen bestaan. De bedrijfsoverdrager moet om uitstel van betaling verzoeken en zekerheid stellen.

Let op! Schenkt u aandelen, dan kunt u niet verzoeken om een betalingsregeling voor de inkomstenbelastingclaim.

Andere overdrachtsvormen

Om belastingheffing over het vervreemdingsvoordeel bij overdracht te voorkomen, kiezen de meeste ondernemers met een bv voor een holdingstructuur. Heeft u namelijk een holding die de aandelen van de werk-bv houdt, dan hoeft de holding over de overdrachtswinst op de aandelen niet af te rekenen. Dat komt door de deelnemingsvrijstelling. De ontvangen verkoopprijs van de aandelen kan de holding ter belegging blijven aanhouden. Pas bij uitkering aan u als aandeelhouder moet u over het dividend 25% inkomstenbelasting betalen.

Tip: Een holdingstructuur werkt goed als u uw onderneming voor een reële prijs wilt verkopen aan uw bedrijfsoverdrager.

Let op! Als u uw onderneming wilt schenken of verkopen voor een lagere dan reële prijs, dan kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting (zie hierna). Wel moet u dan ook de inkomstenbelastingclaim afrekenen. Als u de aandelen verkoopt maar de overnemer de koopsom schuldig blijft, kunt u verzoeken om een betalingsregeling van tien jaar.

Tip: Heeft u veel beleggingsvermogen in uw holding en/of werk-bv en wilt u de aandelen schenken?
Zonder uw beleggingsvermogen dan af, al dan niet in een vrijgestelde beleggingsinstelling. U maakt daarmee de bestaande aandelen (in de holding) lichter en geschikt voor schenking, terwijl u door de herstructurering directe fiscale claims over het beleggingsvermogen voorkomt.

Bedrijfsopvolging met onroerende zaken – overdrachtsbelasting

Gaan er bij de bedrijfsoverdracht in de vorm van de overdracht van de activa en passiva één of meer onroerende zaken over, let dan op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. De bedrijfsopvolger die de onroerende zaken overneemt, moet 6% overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de overgenomen bedrijfsonroerende zaken. Er zijn bij bedrijfsoverdracht echter enkele vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting.

Vrijstellingen overdrachtsbelasting

Bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming in de familiesfeer geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat is het geval bij bedrijfsoverdracht aan kinderen, kleinkinderen, broers, zusters, of echtgenoten van deze personen. Het moet gaan om de overdracht (en voortzetting) van de gehele onderneming, al dan niet in fasen.

Gaat de bedrijfsoverdrager een samenwerkingsverband aan met zijn bedrijfsopvolger, dan geldt onder voorwaarden een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de inbreng van de onderneming met onroerende zaken in het samenwerkingsverband (vof, cv, maatschap). Bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband geldt een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de toedeling van de onroerende zaak aan de oorspronkelijke inbrengers, als de onroerende zaak vrijgesteld van overdrachtsbelasting was ingebracht.

Let op! Heeft u één of meer onroerende zaken op de ondernemingsbalans staan? Let dan bij de bedrijfsopvolging op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer kan overdrachtsbelasting vaak worden voorkomen. Namelijk door het gebruik maken van een vrijstelling of door gewoonweg de onroerende zaken niet in te brengen dan wel over te dragen (buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen).

Tip: Regel de bedrijfsopvolging ook in uw testament. Door uw bedrijfsopvolger uw onderneming na te laten bij uw overlijden, ontvangt uw bedrijfsopvolger de onderneming als ‘erfrechtelijke verkrijging’. Die is onbelast voor de overdrachtsbelasting. Bij zo’n testamentaire regeling kunt u ook bepalen dat uw bedrijfsopvolger een bedrag moet betalen aan de overige erfgenamen (‘legaat tegen inbreng’).

Onroerendezaaklichaam

Overdrachtsbelasting kan ook aan de orde zijn bij de overdracht van aandelen in een bv die een onroerendezaaklichaam is. Dat is het geval als de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken, voor meer dan 30% uit Nederlandse onroerende zaken en de onroerende zaken beleggingsvermogen zijn. Kort gezegd moet de verkrijger van de aandelen dan overdrachtsbelasting over de waarde van de onroerende zaken betalen als hij ten minste een derde aandelenbelang heeft of verkrijgt.

Bedrijfsopvolgingsregeling – schenkbelasting

De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet is van toepassing bij het schenken of vererven van het vermogen van een persoonlijke onderneming (zoals een eenmanszaak, firma- of cv-aandeel) én bij aanmerkelijkbelangaandelen in een actieve bv. Om hiervan gebruik te maken moet u bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Dat doet u in de aangifte schenkbelasting of erfbelasting, die u indient binnen twee maanden na het jaar waarin u de onderneming of aandelen heeft overgedragen gekregen.

Vrijstelling

De BOR-vrijstelling wordt toegepast op de going-concernwaarde. Als de liquidatiewaarde hoger is, dan is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de going-concernwaarde vrijgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor kapitaalintensieve bedrijven met een relatief laag rendement. De going-concernwaarde is 100% vrijgesteld tot een bedrag van € 1.060.298, daarboven geldt een vrijstelling van 83%.

Betalingsregeling

Is de going-concernwaarde hoger dan de vrijstelling, dan kan de verkrijger kiezen voor tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de schenkbelasting over de belaste waarde.

Bezitseis en voortzettingseis

De schenker moet de onderneming op het moment van de schenking ten minste vijf jaar zelf hebben gedreven en de voortzetter moet de onderneming minstens vijf jaar voortzetten. Bij schenking van aandelen moeten deze vijf jaar tot het aanmerkelijk belang van de schenker hebben behoord. Voldoet de voortzetter niet aan de voortzettingseis, dan moet hij alsnog schenkbelasting betalen over de verkregen onderneming.

Ondernemingsvermogen

De vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting geldt voor het ondernemingsvermogen. Bij een persoonlijke onderneming is dat het vermogen van de onderneming, zoals dat op de balans staat. Duurzaam beleggingsvermogen telt hierbij niet mee, want dat hoort niet thuis op de ondernemingsbalans. Bij bv’s is de faciliteit beperkt tot het ‘echte’ ondernemingsvermogen in de bv plus beleggingsvermogen voor een waarde van 5% van het ondernemingsvermogen. De schenker of erflater moet bovendien een aanmerkelijk belang (ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal) in de bv hebben. Aandelen in een beleggings-bv tellen niet mee.

Bij een holdingstructuur kan het ondernemingsvermogen geconsolideerd worden beoordeeld. Dat houdt in dat het ondernemingsvermogen van de werk-bv aan de holding kan worden toegerekend, waardoor de vrijstelling toch van toepassing is bij schenking van de aandelen van de holding. De uiteindelijk aandeelhouder moet dan wel een indirect aanmerkelijk belang (ten minste 5%) in de werk-bv hebben. Uiteraard moet de werk-bv een actieve onderneming drijven.

Vastgoed-bv’s

In het kader van de eis van de bedrijfsopvolgingsregeling – het moet gaan om ondernemingsvermogen – heeft de Hoge Raad in april 2016 een interessante uitspraak gedaan.

Het verhuren van panden aan derden wordt door de Belastingdienst niet aangemerkt als het drijven van een onderneming. Een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling wordt bij vastgoed-bv’s niet gehonoreerd. Inmiddels heeft de Hoge Raad bepaald dat een vastgoed-bv wel degelijk een onderneming kan drijven. In deze specifieke zaak ging het om de verhuur van 350 winkelpanden en achtte de Hoge Raad dat al de werkzaamheden die de bv zelf uitvoerde, als ondernemingsactiviteiten konden worden aangemerkt. Daarnaast werd een rendement gerealiseerd dat bij normaal vermogensbeheer niet kon worden behaald. Deze twee elementen zorgden ervoor dat in het kader van de bedrijfsopvolgingsregeling de panden aangemerkt werden als ondernemingsvermogen.

Tip: De rechtspraak heeft zich recent voor vastgoed-bv’s zeer positief ontwikkeld. Wellicht kan deze uitspraak van de Hoge Raad ook worden gebruikt bij wat kleinere familievastgoed-bv’s. Laat u hieromtrent goed adviseren.

Terbeschikkingstellingsregeling (TBS)

Ook op het terbeschikkinggestelde vermogen kan de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing zijn. Verhuurt u bijvoorbeeld als directeur-grootaandeelhouder een pand aan uw bv en schenkt u het pand en de aandelen aan uw opvolger, dan is op het pand en de aandelen deze vrijstelling van toepassing.

Let op! Denk bij schenking van uw bedrijf ook aan de mogelijke erfrechtelijke gevolgen. Door een schenking van uw bedrijf kunnen uw kinderen die het bedrijf niet voortzetten, worden benadeeld in hun legitieme portie. Ga daarom ook na of er erfrechtelijke gevolgen zijn verbonden aan de bedrijfsopvolging en pas eventueel uw testament hierop aan.

Tot slot

Start tijdig met de fiscale voorbereiding van de bedrijfsoverdracht. Reken zeker op een voorbereidingsperiode van zo’n vijf jaar. Zo zult u tijdig moeten nadenken over de juiste ondernemingsstructuur, omdat u hiermee belastingclaims kunt voorkomen of beperken. De fiscale regelingen waarop u bij bedrijfsoverdracht een beroep kunt doen, zijn complex en bevatten veel voorwaarden. Bij een bedrijfsoverdracht in de familiesfeer kan de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet een fors fiscaal voordeel opleveren. De regeling kan veel vaker worden toegepast dan veel ondernemers denken. Vrijwel altijd vergt een bedrijfsoverdracht ook uitwerking in de samenwerkingsovereenkomst (bij samenwerkende ondernemers), de aandeelhoudersovereenkomst, statuten (bij een bv) en het testament. Neem voor het overwegen van de beste opties contact met ons op.

Strijd bij boedelverdeling door anti-schoonzoonclausule

Een huwelijk in gemeenschap van goederen eindigt in een echtscheiding. Tijdens het huwelijk ontving de vrouw een erfenis van haar ouders. De ouders van de vrouw hebben in hun testament een uitsluitingsclausule opgenomen. Nu het huwelijk op de klippen is gelopen, vordert de vrouw het volledige bedrag uit die erfenis op haar ex-partner.

 

Anti-schoonzoonclausule

De uitsluitingsclausule, ook wel de anti-schoonzoonclausule genoemd, stelt dat de erfenis privé is en dus niet in gemeenschap van goederen valt. Ook als dit bedrag op de gemeenschappelijke rekening is gestort, mag de erfgenaam deze erfenis bij een echtscheiding (voorafgaand op de verdeling van de gemeenschap van goederen) uit de boedel halen. Dat de ex-partner nu de gedeelde erfenis moet terugbetalen, voelt vaak oneerlijk. Als de erfenis is gebruikt bij de koop van het gezamenlijk huis, zal de vordering van de vrouw weinig problemen opleveren. Het geërfde bedrag is dan immers nog zichtbaar aanwezig. Maar wanneer deze erfenis tijdens het huwelijk is gebruikt voor bijvoorbeeld een reis die de voormalig echtgenoten samen maakten, voelt zo’n vordering een stuk oneerlijker aan. Toch is de rechtspraak hier duidelijk in. Het geld komt toe aan degene die het erfde, ongeacht hoe het besteed is.

 

Wetsvoorstel

Met de komst van het wetsvoorstel ‘Beperking gemeenschap van goederen’ lijkt meer duidelijkheid te ontstaan over welk deel van de boedel privé is. Erfenissen die tijdens het huwelijk worden ontvangen, blijven privébezit van de erfgenaam. Hierbij is het niet langer relevant of een uitsluitingsclausule is opgenomen in het testament. Hierdoor zal de partner die niet erft bij scheiding echter wel vaker geconfronteerd worden met een vordering. Dit zal in veel gevallen, zoals bij een gezamenlijke vakantie die uit de erfenis wordt betaald, niet wenselijk zijn.

 

Heeft u een uitsluitingsclausule opgenomen in uw testament en wilt u zulke situaties zoveel mogelijk voorkomen? Laat uw testament dan controleren en waar nodig aanpassen zodat uw testament, ook als deze wet wordt doorgevoerd, voldoet aan uw wensen.

(Bron: ABAB)

Wat zijn je rechten bij een belastingcontrole?

Regelmatig sta ik cliënten bij die te maken krijgen met een controle door de Belastingdienst. Ook als je alles keurig volgens de regels doet, kan je dat overkomen. Wat zijn dan eigenlijk je rechten?

Wie belastingaangifte heeft gedaan, ontvangt enige tijd later een aanslag. In 99 van de 100 gevallen hoor je verder niets. Toch kan het gebeuren dat de fiscus vragen stelt en erger nog: de inspecteur kan besluiten tot het onderzoeken van je administratie. Dat is schrikken, want de Belastingdienst is een machtige organisatie die veel bevoegdheden heeft.

Wettelijke basis

De basis voor zo’n boekenonderzoek is het wetsartikel waarin staat dat ‘ieder is gehouden desgevraagd aan de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn.’ Of je nu hoog of laag springt, je bent verplicht om de gevraagde informatie te geven. Vaak merk ik dat cliënten meegaand zijn onder het motto: “Ik heb niks te verbergen en ik kan de inspecteur beter te vriend houden.” Dat laatste is zeker verstandig. Toch heb je een heleboel rechten!

Beginselen behoorlijk bestuur

Over het boekenonderzoek op zich is wettelijk niks geregeld. Wel moet de inspecteur zich houden aan de beginselen van behoorlijk bestuur.

Hij moet open zijn over zijn intenties en behoor je niet met vragen te overvallen. Dit is het  zorgvuldigheidsbeginsel. Hij dient je voldoende te informeren, moet een boekenonderzoek van te voren aankondigen en daarbij aangeven waartoe het zich zal uitstrekken. Als de controle gaat over de inkomstenbelasting dan mag hij geen vragen stellen over omzetbelasting.

 

Zo snel mogelijk afronden

Een ander beginsel is het evenredigheidsbeginsel: de nadelige gevolgen voor de burger dienen niet onevenredig te zijn ten opzichte van het belang van de belastingdienst. Hieruit volgt dat de inspecteur geen vragen mag stellen die een grote hoeveelheid werk oproepen terwijl de kans klein is dat daar iets van werkelijk belang uitkomt. Ook volgt hieruit dat de fiscus een boekenonderzoek zo snel en efficiënt mogelijk dient af te ronden, omdat het anders onnodig veel nadelen, zoals overlast en tijdsbeslag, met zich meebrengt.

 

Vertrouwensbeginsel

Ook belangrijk: het vertrouwensbeginsel. Neem als voorbeeld de vraag of een woning privé- of ondernemingsvermogen is. Als daarover in het verleden vragen zijn gesteld en de belastingdienst akkoord is gegaan met de keuze die je toen hebt gemaakt, mag je aannemen dat daarmee de kous af is. Er is sprake van opgewekt vertrouwen. Als een paar jaar later in een boekenonderzoek opnieuw de vraag aan de orde komt of die keuze terecht is, kun je verwijzen naar die eerdere discussie en zal de inspecteur zich moeten neerleggen bij de uitkomsten daarvan.

Tot zover de voorbeelden van spelregels waaraan de fiscus zich bij een boekenonderzoek moet houden. Dit zijn slechts voorbeelden, dit overzicht is zeker niet volledig. Ook al heb je niets te verbergen, wees niet te makkelijk en kom op voor je rechten. De Belastingdienst is groot en machtig, jij bent een eenvoudige burger. Dat blijft een ongelijke strijd.

(Bron: MKB Servicedesk)

Vergeet btw niet bij eigen bijdrage

Vraagt u een eigen bijdrage aan uw werknemers voor bijvoorbeeld het gebruik van telefoon, openbaar vervoer of sportfaciliteiten? Dan moet u hier btw uit berekenen en afdragen.

De eigen bijdrage wordt gezien als een vergoeding inclusief btw. Het is afhankelijk van de aard van de prestatie welk tarief van toepassing is. Zo dient uit de eigen bijdrage voor eten en drinken, openbaar vervoer en sporten 6% btw gehaald te worden. Voor het gebruik van een auto of telefoon is dit 21%. Eigen bijdragen voor het pensioen zijn vrijgesteld van btw.

Geen aparte factuur

De werknemer kan de eigen bijdrage op verschillende manieren betalen. De meest gangbare manier is het inhouden van een bedrag op het loon van de werknemer. Dit gaat vaak via de loonadministratie. Er hoeft voor betaling van de eigen bijdrage geen aparte factuur te worden uitgereikt, de vermelding op het salarisstrookje volstaat.

Btw moet direct worden voldaan

De btw moet worden voldaan middels de btw-aangifte in het tijdvak dat de werknemer de eigen bijdrage betaalt. Wanneer het 21%-tarief van toepassing is, moet de btw worden aangegeven in rubriek 1a. Wanneer het 6%-tarief van toepassing is dan moet dit worden aangegeven in rubriek 1b.

Let op! In relatie met directeur-grootaandeelhouders wordt de eigen bijdrage in de praktijk vaak verrekend in rekening-courant. In dat geval is ook btw verschuldigd.

(Bron: HLB)

Zo regel je fiscaal meewerkende kinderen

Niet alleen de partner van een ondernemer kan meewerken in de onderneming, ook kinderen kunnen meewerken. Als ondernemer heb je verschillende fiscale mogelijkheden om dit meewerken financieel te regelen. De redactie van BC.nl stelde de verschillende mogelijkheden samen. 

Besluit jij als ondernemer je kind in je bedrijf te laten werken, dan kun je kiezen uit drie mogelijkheden:
1. het aangaan van een arbeidsovereenkomst;
2. het aangaan van een arbeidsverhouding die wordt overheerst door de familierelatie;
3. het aangaan van een samenwerkingsverband.

De uitkomst van deze mogelijkheden is per onderneming verschillend. Het is belangrijk om de consequenties van de verschillende mogelijkheden voor jouw onderneming te bepalen voordat je een keuze maakt.

1 Arbeidsovereenkomst
Ga je over tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst dan is het belangrijk dat je deze onder dezelfde voorwaarden sluit als met eventuele andere werknemers. Voor deze mogelijkheid kan dan ook een reguliere arbeidsovereenkomst worden gebruikt. Met het sluiten van een arbeidsovereenkomst ben je verplicht loon/salaris uit te betalen. Hierbij moet je ook maandelijks een loonstrook maken en elk jaar een jaaropgave verstrekken.

Voordeel
Als je ervoor kiest om een arbeidsovereenkomst te sluiten met je kind, zijn de loonkosten voor je onderneming aftrekbaar. Je kind moeten over het loon wel inkomstenbelasting betalen. In veel gevallen zal er echter per saldo een voordeel zijn. Het loon van je kind wordt namelijk eerst verlaagd met de heffingskortingen voordat de belasting wordt berekend. De hoogte van dit voordeel is afhankelijk van het loon dat je overeenkomt en van de hoogte van je winst.

Bij een arbeidsovereenkomst is je meewerkende kind verzekerd voor de werknemersverzekeringen, dit levert een voordeel op omdat je kind hierdoor aanspraak kan maken op een ziektewet- of werkloosheidswetuitkering.

2 Fictieve dienstbetrekking
Als je een arbeidsverhouding aangaat met je kind die overheerst wordt door jullie familierelatie en het kind is minimaal 15 jaar, dan is er sprake van een fictieve dienstbetrekking voor de loonbelasting. Als je meewerkende kind een fictieve dienstbetrekking heeft, ben jij als ouder inhoudingsplichtig voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen. Tevens moet je de werkgeversheffing ZVW betalen en voldoen aan de bijbehorende administratieve verplichtingen, denk hierbij aan het bewaren van een kopie van het identiteitsbewijs. Bij een fictieve dienstbetrekking is je kind niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Onder bepaalde voorwaarden kun je onder de vereenvoudigde regeling meewerkende kinderen vallen. Bijvoorbeeld als je een eenmanszaak hebt, je kind tot het huishouden behoort of je toestemming hebt van de Belastingdienst.

Voordelen
Voldoe je aan alle voorwaarden, dan mag je de vereenvoudigde regeling meewerkende kinderen toepassen. Deze regeling houdt in dat je maar één keer per jaar aangifte loonheffingen moet doen, een maand na afloop van het kalenderjaar. Daarnaast moet je op de eerste werkdag na afloop van het kalenderjaar de loonbelasting, premies volksverzekeringen en werkgeversheffing ZVW betalen. Voor de aangifte geldt een apart loonheffingnummer voor meewerkende kinderen, die je kunt aanvragen bij de Belastingdienst.

3 Ondernemerschap
Je kunt er ook voor kiezen een samenwerkingsverband met je kind aan te gaan. Dit gaat op dezelfde manier als het aangaan van een samenwerkingsverband met je partner. Je zult dan echter geen gebruik maken van een man-vrouwfirma maar eerder van een VOF. Indien je een onderneming met rechtspersoonlijkheid bezit, bijvoorbeeld een BV zal je kind aandelen moeten inkopen. Voor het inkopen van aandelen is vaak veel geld nodig dat het kind niet heeft. Deze mogelijkheid zal hier dan ook buiten beschouwing worden gelaten.

Voordeel
Voordeel bij een samenwerkingsverband is wel dat jullie beide recht hebben op de ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigen- en startersaftrek. Tevens kan de winst door tweeën worden verdeeld waardoor er minder (of geen) winst in de hoogste schijven van de inkomstenbelasting (meer) valt.

(Bron: BC.nl)

De 7 grootste misverstanden met betrekking ondernemerschap voor de inkomstenbelasting

Wanneer je precies ondernemer bent voor de inkomstenbelasting? Daarover bestaan nogal wat misverstanden. We zetten de belangrijkste op een rij.

1. Ik ben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dus ben ik ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Dat klopt niet. Jouw inschrijving bij de Kamer van Koophandel maakt je nog niet automatisch ondernemer voor de inkomstenbelasting. De Kamer van Koophandel kijkt bij inschrijving in ieder geval of je ondernemer bent voor het Handelsregister. En doet voor de Belastingdienst een eerste screening of je ondernemer bent voor de btw en de inkomstenbelasting. Maar of je daadwerkelijk ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, hangt uiteindelijk af van jouw situatie. Hoe zelfstandig ben je bijvoorbeeld? Loop je ondernemersrisico? Zit er voldoende continuïteit in je bedrijf? Die dingen kunnen in de loop der tijd veranderen. Wil je weten hoe het voor jou zit? Met de OndernemersCheck krijg je snel een goede indicatie.

2. Ik moet btw-aangifte doen. Dus ben ik ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Dat je btw-aangifte doet en omzetbelasting betaalt, betekent niet automatisch dat je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Daarvoor kijkt de Belastingdienst naar andere zaken. Bijvoorbeeld naar jouw zelfstandigheid. En naar de omvang en continuïteit van je bedrijf. De OndernemersCheck geeft je een goede indicatie of jij ondernemer voor de inkomstenbelasting bent.

3. Ik heb meerdere opdrachtgevers. Dus ben ik ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Of je voldoende opdrachtgevers hebt, is inderdaad één van de dingen die meespeelt. Maar of jij ondernemer bent voor de inkomstenbelasting hangt af van meer factoren. Zo is bijvoorbeeld ook van belang of je zelfstandig bent, of je ondernemersrisico loopt en of er continuïteit in je bedrijf zit. De OndernemersCheck geeft je meer duidelijkheid over jouw situatie: ben je mogelijk ondernemer voor de inkomstenbelasting?

4. Ik besteed 1.225 uur per kalenderjaar aan mijn bedrijf. Dus ben ik ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Die 1.225 uur per kalenderjaar (het zogeheten ‘urencriterium’) is een voorwaarde voor onder andere zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Om voor deze en andere aftrekposten in aanmerking te komen, moet je ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Of je dat bent, hangt niet af van die 1.225 uur maar van jouw totale situatie. Ben je zelfstandig genoeg? Loop je risico? Zit er continuïteit in je bedrijf? Al met al best ingewikkeld om te beoordelen. Daarom hebben we de OndernemersCheck ontwikkeld. Die geeft je snel een goede indicatie of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting.

5. De Belastingdienst nodigt mij uit om als ondernemer aangifte te doen. Dan ben ik toch ondernemer voor de inkomstenbelasting?

De uitnodiging die je van ons krijgt, is géén bevestiging dat je ondernemer voor de inkomstenbelasting bent. Als je bent ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, krijg je altijd de mogelijkheid om als ondernemer aangifte te doen. Maar of je aangifte doet als ondernemer of als privépersoon, dat beslis je zelf. De Belastingdienst toetst achteraf of jouw aangifte  klopt.

Maar: hoe beslis je of het verstandig is om aangifte te doen als ondernemer? De OndernemersCheck is daarvoor een handig hulpmiddel. De check geeft je een goede indicatie of jij in het aangiftejaar ondernemer was voor de inkomstenbelasting.

6. De Belastingdienst controleert mijn aangifte toch niet.

De Belastingdienst controleert niet ieder jaar alle 1,2 miljoen ondernemers van Nederland. Dat is ook niet nodig, want in de meeste gevallen is de aangifte goed ingevuld. Maar we controleren wel degelijk. Als dan blijkt dat je onterecht gebruik hebt gemaakt van bijvoorbeeld zelfstandigenaftrek of startersaftrek, moet je dat terugbetalen. Dat kan om hoge bedragen gaan. Doe daarom zelf de OndernemersCheck, liefst ieder jaar voordat je aangifte doet. Dat geeft meer zekerheid. Hou je toch twijfels? Dan kun je die bespreken met een specialist zoals je fiscaal dienstverlener.

7. Als ondernemer kan ik bedrijfsverliezen altijd aftrekken van mijn inkomen.

Als je net bent gestart met je bedrijf, draai je mogelijk eerst verlies. Omdat je veel moet investeren bijvoorbeeld, of nog niet voldoende klanten hebt. Die (aanloop)verliezen kun je inderdaad aftrekken van je inkomen. Maar: alleen als je met jouw bedrijf uiteindelijk wel concreet uitzicht hebt op winst. Blijft jouw bedrijf structureel verlies draaien? Dan ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. Je kunt verliezen dan ook niet (meer) aftrekken, ook niet in een andere rubriek in de aangifte.

(Bron: Belastingdienst)

Moet ik mijn personeel vrij geven op Koningsdag en 5 mei?

Hoe zit het ook al weer met verplichte vrije dagen?
De meeste bedrijven zijn op Koningsdag dicht en om die reden hebben de werknemers betaald vrijaf. Maar hoe zit het ook al weer met 5 mei en andere feestdagen?
Vrijaf op erkende feestdagen
Op erkende feestdagen ben je wettelijk verplicht je werknemers vrijaf te geven en ben je verplicht hun loon door te betalen. Dat laatste geldt natuurlijk niet als de feestdag op een dag valt dat zij toch niet gewerkt zouden hebben, zoals bij de meeste werknemers op zondag het geval is.
Bij feestdagen kun je een onderscheid maken tussen de religieuze/kerkelijke feestdagen en de nationale feestdagen. De religieuze feestdagen zijn christelijke feestdagen:
  • Nieuwjaar (1 januari)
  • Pasen
  • Hemelvaart
  • Pinksteren
  • Kerstmis (25 en 26 december)

De nationale feestdagen worden door de overheid vastgesteld. In Nederland zijn dat er twee:

  • Koningsdag (27 april)
  • Bevrijdingsdag (5 mei)
Koningsdag en 5 mei: niet wettelijk vrij
Koningsdag en 5 mei zijn dus nationale feestdagen. Voor de meeste bedrijven geldt Koningsdag daarbij als een vrije dag, waarbij de medewerkers worden doorbetaald. Of je personeel op 5 mei recht heeft op een vrije dag, is niet wettelijk vastgelegd. Raadpleeg hiervoor je CAO. Soms valt Hemelvaartsdag vroeg. Dit is in 2016 het geval. Hemelvaartsdag en Bevrijdingsdag vallen op dezelfde dag: 5 mei! Hemelvaartsdag is een erkende feestdag, dus op 5 mei 2016 ben je verplicht loon door te betalen en  is het een vrije dag!
Uitzondering
Dat je werknemer in beginsel vrij is op erkende feestdagen, betekent nog niet dat een personeelslid nooit op die dagen zou hoeven te werken. Allereerst kun je natuurlijk vragen aan je personeel of ze toch willen werken. Zeker als er een toeslag op het loon wordt betaald, zijn bepaalde werknemers graag bereid voor dat extraatje te werken.
Het kan echter ook zijn dat je werknemers in verband met de aard van het werk verplicht zijn om op feestdagen te werken. Je mag ze dan echter niet elke feestdag inzetten voor het werk, omdat de meeste cao’s een beperking kennen voor het werken op feestdagen. Geldt er geen CAO voor je bedrijf, dan heb je natuurlijk wel meer vrijheid, maar zul je toch ook nog rekening moeten houden met de beperkingen op basis van de Arbeidstijdenwet.
(Bron: MKBServicedesk)

Voorkom betrokkenheid bij btw-fraude!

Ook de ondernemer die geen kwade bedoelingen heeft, kan betrokken raken bij btw-fraude door toedoen van de wederpartij. Wees daarom altijd alert.

Ongewenst en onbedoeld betrokken raken bij btw-fraude kan vervelende consequenties met zich meebrengen. Het recht op vooraftrek van btw kan worden geweigerd of er kan een onderzoek naar fraude worden ingesteld. Gelukkig kunt u als ondernemer dit risico verkleinen. Wees daarom altijd alert en kritisch als u een deal sluit en let op de volgende punten.

Controlepunten

Controleer altijd de volgende punten:

  • Staat uw wederpartij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel?
  • Zijn de overhandigde papieren echt?
  • Wat is de geschiedenis van het bedrijf? Het kan geen kwaad om het bedrijf waarmee u zaken doet eens te googelen.
  • Is het fysieke adres van uw leverancier of afnemer bekend? Dus heeft de afnemer of leverancier een pand of kantoor waar u binnen kunt lopen om met iemand te spreken?
  • Controleer het btw-nummer van de partij met wie u zaken doet. Dit kan via de link http://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/
  • Controleer of de door uw afnemer uitgereikte facturen aan de factuureisen voldoen. Zo moet een factuur het btw-nummer van uw afnemer vermelden, een datum hebben en moet de geleverde dienst of het geleverde goed zijn omgeschreven. Daarnaast moet het in rekening gebrachte bedrag exclusief btw vermeld staan. Ook moeten het btw-tarief en het btw-bedrag worden vermeld.

Verdachte zaken

Daarnaast moeten de volgende signalen de alarmbellen bij u doen rinkelen:

  • De prijs die u moet betalen is opvallend laag.
  • De factuur klopt niet of er ontbreekt iets belangrijks op de factuur, zoals bijvoorbeeld het adres of telefoonnummer.
  • De leveranciers of afnemers bestaan maar kort en wisselen vaak.
  • De producten die worden geleverd zijn niet gebruikelijk in de branche van de leverancier.
  • De leverancier geeft al aan wie u de goederen mogelijk kunt doorverkopen en welke prijs u er dan voor zult krijgen.

Conclusie

Wanneer één van voorgaande situaties zich voordoet, betekent dit niet meteen dat er sprake is van btw-fraude, maar is dit wel een indicatie dat het verstandig is dat u nader onderzoek doet. Hoe meer van de voorgaande aspecten zich voordoen, hoe verdachter de situatie uiteraard is. Onderzoek in dat geval de situatie verder. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee!

(Bron: SRA)