Veel vragen over wetsvoorstel modernisering huwelijksvermogensrecht

 

Het verslag van de inbreng op het initiatiefwetsvoorstel modernisering huwelijksvermogensrecht bevat opvallend veel vragen over het publieke draagvlak van het wetsvoorstel. Meerdere politieke partijen willen van initiatiefnemers D66, PvdA en VVD weten of het klopt dat een meerderheid van de bevolking het voorstel wil.

D66, PvdA en VVD willen met het wetsvoorstel de wettelijke gemeenschap van goederen beperken tot dat wat beide echtgenoten tijdens en door hun huwelijk door hun inspanning inbrengen. Uit het verslag blijkt dat de SP de stelling van de initiatiefnemers, dat het meest wenselijke regime in de wet dient te staan, begrijpt. De partij vraagt zich wel af of het niet wenselijk is nader onderzoek te doen naar wat dan in Nederland door een meerderheid als ’wenselijk’ wordt ervaren. Het CDA uit twijfels over het nut en de noodzaak van het initiatiefwetsvoorstel.

Mening notariaat
Volgens de SP wordt vooral de kritiek op het buiten de gemeenschap houden van het voorhuwelijkse vermogen breed gedragen door verschillende vakorganisaties. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) verwacht ten aanzien van het bijhouden van de daarmee samenhangende administratie door de echtgenoten problemen. Verder vindt de beroepsorganisatie dat het wettelijk huwelijksvermogensrecht een goede regeling moet bevatten voor de grootste groep gehuwden. Het voorstel voor wijziging van het huwelijksvermogensrecht is nu nog te complex en moet daarom breder worden onderbouwd.

(Bron: KNB)

 

Doorbraak: bank mag niet zomaar lening opzeggen!

 

Een bank mag niet zomaar een lening opzeggen vanwege de verschuldigde boeterente, zo heeft de Hoge Raad onlangs geoordeeld. Dat is belangrijk nieuws voor ondernemers, want de bank moet dus ook rekening houden met de belangen van de klant.

Banken denken dat ze alles mogen. In de algemene bankvoorwaarden staan ze zichzelf zo ongeveer alles toe, de klant moet zich maar schikken naar de wensen van de kredietverstrekker. Zo eigent iedere bank zich op ruime gronden het recht toe het krediet op te zeggen. Ondernemers in bijzonder beheer kunnen erover meepraten.

Als je een lening met vaste rente hebt, heeft opzegging als vervelend gevolg dat je een boeterente moet betalen. Is dat altijd gerechtvaardigd? Nee dus. De beëindiging van de kredietrelatie kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn, omdat de bank onvoldoende rekening houdt met de belangen van de ondernemer, zo heeft de hoogste rechter onlangs bevestigd.

Belangenafweging

Let op, het gaat dus altijd om een belangenafweging. In dit geval was de ondernemer een van de verplichtingen uit hoofde van de leningsovereenkomst niet nagekomen, maar had die wel altijd keurig rente en aflossing betaald. Bovendien waren er voldoende zekerheden gesteld, waardoor de bank nauwelijks enig risico liep. Onder deze omstandigheden had de bank te veel gewicht toegekend aan het eigen belang.

Overigens: de bank had ook de rekening-courant opgezegd, maar dat was wel toegestaan, nu de bank rekening had gehouden met de opzegtermijn. Daarnaast speelde in dat geval het probleem van de boeterente natuurlijk niet.

Strijd gewonnen, oorlog verloren

Hoe mooi de uitspraak ook is – banken verliezen niet vaak in hoogste instantie – het zal veel ondernemers niet helpen. Tegen de tijd dat de procedures over opzegging van het krediet lopen, is vaak alles al misgegaan. Een overwinning in de rechtszaal is dan een kwestie van strijd gewonnen, oorlog verloren. Meestal is überhaupt geen geld om advocaten in te huren.
Het komt er in praktijk op aan zulke situaties te voorkomen door op de juiste manier de dialoog te voeren met de bank. Banken zijn zich welbewust van de juridische haken en ogen aan opzegging en bereiden dat voor om later geen verwijten te krijgen. Ondernemers doen er verstandig aan hetzelfde te doen. Dat betekent dat je een dossier moet opbouwen, afspraken schriftelijk moet vastleggen en moet proberen helder te krijgen waarom de bank de relatie wil afbouwen.

Wat is je rechtspositie?

Om dat te voorkomen is het zaak (opnieuw) vertrouwen te winnen van de bank. Kom dus tijdig afspraken na en schets een realistisch scenario voor aflossing. Last but not least: schakel een kundig adviseur in, zodat je weet wat je (rechts-) positie is. Daar heb je meer aan dan.
(Bron: MKB Sevicedesk)

 

Verschil in fiscale bijtelling na total loss terecht als bijkomstige schade opgevoerd

De kantonrechter van Rechtbank Amsterdam verklaart voor recht dat de schade van X door het verschil in fiscale bijtelling, na een aanrijding, zolang het leasecontract loopt als toerekenbare vermogensschade wordt beschouwd.

Verzoeker, X, heeft in november 2013 een 5-jarig leasecontract gesloten bij Athlon Car Lease voor een Mitsubishi. Op dat moment gold geen fiscale bijtelling voor de auto. Op 21 februari 2014 vindt er een aanrijding plaats waarbij de Mitsubishi van X verloren gaat. De leasemaatschappij levert op 15 maart 2014 een nieuwe Mitsubishi aan X met dezelfde specificaties. Per 1 januari 2014 zijn de belastingtarieven gewijzigd en geldt vanaf dan een fiscale bijtelling van 7% voor de auto. Dit resulteert in een bijtelling van € 257,71 bruto per maand. Bij de resterende looptijd van het leasecontract is dat en schadepost van € 14 431,98. X wil vergoeding van deze schade en stelt dat het verschil in fiscale bijtelling als toekomstige vermogensschade moet worden aangemerkt. Volgens de verzekeringsmaatschappij komt deze bijtelling niet voor vergoeding in aanmerking. De schade komt voort uit een verandering in de belastingwetgeving. Dat zou een te ver verwijderd causaal verband met de aanrijding opleveren. X en de verzekeringsmaatschappij wenden zich tot de rechter voor een verklaring voor recht. Volgens de kantonrechter van Rechtbank Amsterdam is er bij een verkeersongeval geen aanleiding om al te gauw een te ver verwijderd causaal verband tussen gebeurtenis en schade aan te nemen. Er is immers in beginsel sprake van eigen verwijtbaar handelen en verzekerde schade. Wat de schade betreft gaat het hier om extra kosten. In het kader van een total loss moet een nieuwe auto worden aangeschaft. Dat is normaal en dus voorzienbaar. In aanmerking genomen het aantal lease-auto’s in Nederland en het door de overheid gevoerde beleid om met fiscale regelingen te beïnvloeden welke auto’s worden gebruikt is het voorzienbaar dat bij een total loss de fiscale bijtelling als bijkomstige schade wordt opgevoerd. De kantonrechter verklaart voor recht dat de schade van X door het verschil in fiscale bijtelling zolang het leasecontract loopt als toerekenbare vermogensschade wordt beschouwd.

(Bron: Taxlive)

Ook e-mail gaat onder het briefgeheim vallen

Vindt u dat andere mensen niets in uw inbox te zoeken hebben? Dan is er goed nieuws. Het kabinet wil het brief-, telefoon- en telegraafgeheim veranderen in brief- en telecommunicatiegeheim. E-mail valt er dan ook onder. Dat maakt het voor anderen verboden om door uw e-mailtjes te neuzen zonder uw expliciete toestemming.

Het kabinet beseft dat e-mail als communicatievorm ‘here to stay’ is. Om de bescherming van álle communicatievormen te verzekeren, wil Den Haag daarom e-mail in het brief-, telefoon- en telegraafgeheim opnemen. De wet zal voortaan als ‘brief- en telecommunicatiegeheim’ door het leven gaan. Omdat de wet geen specifieke communicatiemiddelen meer benoemt, valt e-mail hier dan dus ook onder. Dat geldt trouwens ook voor telefoonverkeer via internet en besloten communicatie via sociale media. De ingangsdatum van deze (wets)wijziging is op dit moment nog niet bekend.

Uitzonderingen op brief- en telecommunicatiegeheim

Als u denkt dat uw e-mail hierdoor helemaal beschermd is voor pottenkijkers, komt u bedrogen uit: er blijven uitzonderingen bestaan. De politie mag – met toestemming van de rechter – in uw e-mail blijven kijken. Hetzelfde geldt voor inlichtingendiensten als de AIVD en de MIVD, mits zij hiervoor toestemming hebben van respectievelijk de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Defensie.

Bron: PC Rendement

Wie heeft mijn bedrijfsgeheim gepikt? Voorstel richtlijn bescherming

Bijna elke onderneming heeft bedrijfsgeheimen. In overeenkomsten vaak aangeduid als “ vertrouwelijke bedrijfsinformatie” of “ niet openbaar gemaakte informatie”. Denk voor bedrijfsgeheimen aan een unieke formule, een bedrijfsprocedé, een recept of een marketingconcept. Voor elke onderneming, ongeacht de omvang of de economische sector waartoe het bedrijf behoort, zijn dergelijke bedrijfsgeheimen van grote waarde. Zij kunnen de unieke positie van een onderneming bepalen.

 

Bedrijfsgeheimen worden vaak niet beschermd door een intellectueel eigendomsrecht, zoals een auteursrecht of een octrooi. Dit maakt optreden bij het ‘stelen’ van bedrijfsgeheimen niet eenvoudig. Alleen in situaties waarin iemand een bedrijfsgeheim op onrechtmatige wijze heeft verkregen (bijvoorbeeld door diefstal of omkoping) kan een onderneming op enige bescherming tegen misbruik van de gestolen bedrijfsgeheimen rekenen. Het probleem in dit soort situaties is dat de veroorzaakte schade door het ‘stelen’ van het bedrijfsgeheim vaak niet eenvoudig te kwantificeren is.

 

Tot nu toe zijn bedrijven die informatie geheim willen houden – en daarmee willen beschermen – dan ook aangewezen op het sluiten van geheimhoudingsovereenkomsten. In die overeenkomst staat welke informatie geheim is en wordt – bij voorkeur – een boeteclausule opgenomen om te zorgen dat bij het schenden van de geheimhouding de discussie over de schade niet meer gevoerd hoeft te worden: er wordt aanspraak gemaakt op de boete.

 

Op dit moment is de bescherming dus gering. Echter “ de ontwikkeling en het beheer van kennis en informatie zijn steeds bepalender geworden voor het succes van de EU-economie.” Daarom heeft Europa nieuwe regels voorgesteld voor “ de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan”.

 

De ‘scheppers’ van bedrijfsgeheimen worden door de richtlijn beschermd. Deze richtlijn stelt deze personen/ondernemingen in staat zich te verweren tegen oneerlijke praktijken waarmee een derde, zonder de aan onderzoek of reverse-engineering verbonden kosten te hoeven te maken, de vertrouwelijke informatie in handen wil krijgen om zo gebruik te kunnen maken van de innoverende oplossingen. Producten die met de verkregen vertrouwelijke informatie worden gemaakt, kunnen van de markt worden geweerd. Ook andere regelingen die we kennen uit de handhaving van intellectuele eigendomsrechten kunnen ten aanzien van deze producten worden toegepast.

 

De richtlijn zal – zo verwacht men – op deze wijze een positief effect hebben op de grensoverschrijdende samenwerking tussen ondernemingen en onderzoekers uit verschillende EU-landen en daarmee de innovatie en economische groei verder stimuleren.

 

Al met al een behoorlijke verbetering van de positie voor bedrijven met geheimen.

Naast consumenten hebben ondernemers nu ook meer mogelijkheden tegen acquisitiefraudeurs

De meeste ondernemers hebben er wel eens mee te maken gehad: acquisitiefraudeurs. Overeenkomsten die gesloten worden door medewerkers voor abonnementen op de onder andere Telefoongids.com – niet DE telefoongids. Gedacht wordt een abonnement voor een vermelding in de gewone telefoongids te hebben afgesproken, maar dat is niet het geval. Er wordt mondeling een duur contract aangegaan met een lange looptijd voor een vermelding op een simpele website. Deze mondelinge overeenkomst wordt in een onduidelijke fax bevestigd.
Vaak worden deze overeenkomsten op vrijdagmiddag door werknemers aangegaan. Voor de ondernemer en de werknemer is dit een hele vervelende situatie. Er volgt vaak een discussie met de acquisitiefraudeur of de werknemer beschikkingsbevoegd was, of er gronden waren om te twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid, of er een beroep kan worden gedaan op de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, welke discussie resulteerde in de betaling van een beperkte afkoopsom.
Acquisitiefraude – oneerlijke handelspraktijken
De richtlijn oneerlijke handelspraktijken is een Europese richtlijn waarvan de bepalingen zijn opgenomen in het Nederlands Burgerlijk Wetboek. Deze richtlijn verbiedt – kort gezegd – agressieve of misleidende handelspraktijken. Tot nu toe was duidelijk dat consumenten een beroep kunnen doen op deze richtlijn, of ondernemers zich op deze bepalingen zouden kunnen beroepen stond ter discussie.
Goed nieuws, aan die discussie is een einde gekomen. Ondernemers kunnen zich voortaan beter verweren tegen oneerlijke handelspraktijken.
De Rechtbank Noord Nederland, locatie Groningen heeft een uitspraak gedaan waardoor het gemakkelijker wordt om onder een overeenkomst uit te komen die het gevolg is van een oneerlijke handelspraktijk, zoals acquisitiefraude. In de uitspraak is bepaald dat ook professionele partijen, zoals ondernemers, zich kunnen beroepen op deze richtlijn of de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Dit noemen we reflexwerking.
Dit houdt in dat in veel gevallen betoogd kan worden, dat de ondernemer niet wist dat een overeenkomst met deze inhoud werd gesloten en dat ook niet wilde. De ondernemer dwaalde. Als er sprake is van dwaling, dan kan een overeenkomst vernietigd worden.
Tip: Licht medewerkers in over het bestaan van dit fenomeen. Mocht het onverhoopt toch mis gaan, ga dan niet over tot betaling en beroep je op misleiding!
(Bron: Dijkstra Voermans)

Gezamenlijk ondernemen? Alleen op basis van gelijkwaardigheid

Ondernemen kan ook gezamenlijk plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van een vennootschap onder firma (vof). Wil er sprake zijn van een reële vof, dan moet de samenwerking plaatsvinden op voet van gelijkwaardigheid als vennoten in een vof-verband en van een daarop gerichte wil van de partijen.

Vennootschap onder firma

Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een samenwerkingsverband wilt aangaan, heeft men de keuze uit een aantal rechtspersoonlijkheden. Een daarvan is de vennootschap onder firma (vof). Kenmerken van een vof zijn:

  • er wordt een bedrijf uitgeoefend;
  • onder gemeenschappelijke naam;
  • de vof heeft externe werking, dit houdt in dat de ene vennoot de andere bindt;
  • er is een scheiding tussen zakelijk vermogen en privévermogen.

 

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Ieder vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. Dat bekent dat iedere vennoot voor alle zakelijke schulden kunnen worden aangesproken. De vennoten kunnen uiteraard wel onderling verhaal bij elkaar halen.

 

Fiscale faciliteiten

De resultaten van een firma worden toegerekend aan de personen achter dat samenwerkingsverband. Men spreekt dan van een fiscale transparantie. Bij een vof zijn alle vennoten in beginsel ook met hun privévermogen aansprakelijk voor de schulden van het samenwerkingsverband. Daartegenover staat dat alle vennoten gebruik kunnen maken van de ondernemersfaciliteiten. Zij moeten daar waar het urencriterium als eis wordt gesteld, allemaal individueel daaraan voldoen. Voor echtgenoten of levenspartners die samen een onderneming drijven, kan de man-vrouwfirma een interessant alternatief zijn. Bij een zogenoemd ongebruikelijk samenwerkingsverband tussen verbonden personen, geldt voor degene die de ‘ondersteunende’ werkzaamheden uitoefent dat zijn of haar uren in het samenwerkingsverband niet meetellen voor het urencriterium.

 

Staking of bedrijfsopvolging

In fiscaal opzicht zal de stakende of overdragende vennoot een fiscale stakingsbalans en winst bepalen op basis van de reële waarde van zijn aandeel. De blijvende vennoten kunnen hem uitbetalen. Het komt echter voor, vooral in familieverband, dat de uittredende ondernemer zijn aandeel in de onderneming op een later tijdstip laat uitbetalen. Vof’s worden vaak ook gebruikt voor bedrijfsopvolging. Er kunnen maatwerkovereenkomsten worden afgesloten ten aanzien van de overdracht, de waarde en de financiering van de stakende maat/vennoot. De onderneming kan ook eenvoudig geleidelijk worden overgedragen aan een opvolger.

 

Zelfstandig werkzaam

In bepaalde gevallen kan de fiscus het standpunt innemen dat geen sprake is van een vof, zoals in een zaak bij Hof Amsterdam. In geschil was of de vennoten zelfstandig werkzaam waren. De desbetreffende vof was aangegaan door een dga van een bv en negen personen met de Poolse nationaliteit. Volgens de fiscus waren de Polen gewoon in dienstbetrekking van het bloembollenbedrijf. De werkzaamheden van de Polen bleken namelijk eenvoudig van aard te zijn en ze maakten daarbij gebruik van de bedrijfsmiddelen van de bv van de dga. Verder gaf de dga aanwijzingen en instructies die de Polen moesten opvolgen, zodat sprake was van een gezagsverhouding. De Polen waren bovendien niet betrokken bij het sluiten van contracten, het leggen van zakelijke contacten, de organisatie van het werk, de facturering en de administratie waren. Dit werd door dga gedaan. Ze werkten gemiddeld 40 uur per week en kregen daarvoor een voorschot. Er was in dit geval dus geen sprake van een reële vof.

(Bron: Taxence)

Restschuld bij (gedwongen) verkoop van uw woning en mogelijke kwijtschelding

Ontslag, arbeidsongeschiktheid, scheiding of overlijden van de partner. Het kan ook u gebeuren. In deze situaties daalt uw inkomen vaak flink en kunt u betalingsproblemen krijgen. Het kan zelfs zijn dat u uw woonlasten niet langer kunt betalen en u uw woning gedwongen moet verkopen.

Als de verkoop van uw woning niet genoeg opbrengt om uw hypotheek volledig af te lossen, blijft u met een restschuld zitten. Als u een lening met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) hebt afgesloten, kan uw restschuld kwijtgescholden worden. Om voor kwijtschelding van uw restschuld in aanmerking te komen, moet u in ieder geval aan onderstaande voorwaarden voldoen:

 

Voorwaarden kwijtschelden restschuld met Nationale Hypotheek Garantie

1. U hebt een hypothecaire lening afgesloten met Nationale Hypotheek Garantie.
2. U hebt uw betalingsachterstanden zoveel mogelijk zelf beperkt, door uw hypotheeklasten zoveel mogelijk te blijven betalen.
3. U moet uw woning gedwongen verkopen, omdat u uw woonlasten niet meer kunt betalen als gevolg van een van de volgende vier oorzaken:   – ontslag,   – arbeidsongeschiktheid,   – relatiebeëindiging,   – overlijden van uw partner.
4. U hebt toestemming van uw hypotheekverstrekker om uw woning te verkopen.
5. U hebt uw woning verkocht met behulp van een makelaar.
6. U hebt uw woning netjes bewoond.
7. U kunt de restschuld niet uit eigen middelen inlossen.

Wat moet ik doen als ik mijn woning gedwongen moet verkopen?

Neem contact op met uw hypotheekverstrekker Als u uw woonlasten niet langer kunt betalen en u uw woning gedwongen moet verkopen, moet u allereerst direct contact opnemen met uw hypotheekverstrekker. Het is voor u beide van belang dat u zo goed mogelijk uit deze vervelende situatie komt. In sommige gevallen kan zelfs worden voorkomen dat u uw woning gedwongen moet verkopen.

Schakel de hulp van een makelaar in Als u uw woning gedwongen moet verkopen, moet u de hulp van een makelaar inroepen. Hij zet uw woning in de verkoop en zorgt voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Ondertussen blijft u zoveel mogelijk uw hypotheeklasten betalen. U heeft regelmatig overleg met uw makelaar en hypotheekverstrekker.

Vraag toestemming voor verkoop aan uw hypotheekverstrekker Zodra u een koper voor uw woning hebt gevonden, moet u contact opnemen met uw hypotheekverstrekker. Uw hypotheekverstrekker moet toestemming geven voor de verkoop als u uw woning met verlies gaat verkopen en u uw hypotheekschuld daardoor niet volledig kunt aflossen. Uw hypotheekverstrekker laat eerst uw woning taxeren en beslist daarna of hij toestemming voor verkoop geeft.

 

Kwijtschelding van uw restschuld

Zodra uw hypotheekverstrekker toestemming heeft gegeven, kunt u uw woning verkopen. Als de opbrengst onvoldoende is om uw volledige hypotheekschuld af te lossen, heeft u een restschuld. Uw hypotheekverstrekker dient hiervoor een verliesdeclaratie in bij Nationale Hypotheek Garantie. Deze beoordeelt of u in aanmerking komt voor kwijtschelding van uw restschuld. Nationale Hypotheek Garantie informeert u hierover per brief.

 

BKR-registratie

Als u uw woning met verlies verkoopt, meldt uw hypotheekverstrekker dit bij Bureau Krediet Registratie (BKR). U heeft dan een BKR-registratie. Deze registratie kan ervoor zorgen dat u in de toekomst moeilijker een (hypothecaire) lening of andere financiële verplichtingen kunt aangaan.

Als u van Nationale Hypotheek Garantie een schriftelijke verklaring heeft ontvangen dat uw restschuld is kwijtgescholden, levert de BKR-registratie in principe geen problemen op bij het afsluiten van een nieuwe hypothecaire lening met Nationale Hypotheek Garantie. In sommige gevallen hanteert een hypotheekverstrekker zijn eigen regels.

De op deze pagina getoonde informatie is door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen met zorg samengesteld. Op deze pagina wordt algemene informatie verstrekt over de restschuld bij verkoop. Beoordeling van de kwijtscheldingsmogelijkheden geschiedt echter aan de hand van concrete situaties. Daarom kunnen aan deze informatie geen rechten worden ontleend.

(Bron: NHG.NL)

Is mijn webbouwer aansprakelijk voor schade omdat mijn site niet werkt?

Uw website – of webwinkel – is door nalatigheid van uw webbouwer langere tijd niet bereikbaar. Uw webbouwer beweert vervolgens dat de schade op geen enkele manier op hem verhaald kan worden. Moet u zich daar zomaar bij neerleggen?

Deze vraag werd voorgelegd aan De Zaak Advies “Mijn website en webwinkel zijn al een tijdje uit de lucht. Mijn webbouwer heeft geen back-up gemaakt. Na een crash gaat het zeker vier weken duren voordat alles weer werkt. Ik werk al vier jaar met deze webbouwer samen, maar hierover is niks op papier gezet. In de algemene voorwaarden van de webbouwer staat dat deze op geen enkele manier aansprakelijk is als er sprake is van schade. Moet ik mij hier zomaar bij neerleggen?”

Antwoord De Zaak Advies ‘Nee, dit hoeft u zeker niet zomaar te accepteren. “Helemaal nergens voor aansprakelijk”, dat kan natuurlijk niet. Stel de webbouwer schriftelijk – met een aangetekende brief! – in gebreke wegens wanprestatie en claim de directe schade en de gevolgschade.”

“De kosten die worden gemaakt om de website en webwinkel weer werkend te krijgen, vormen de directe schade. Maak de webbouwer duidelijk dat hij daarvoor opdraait. Als de webbouwer weigert om de schade te herstellen, kunt u aangeven dat u daarvoor iemand anders in de arm neemt en dat de webbouwer daarvoor de rekening ontvangt. Weigert hij die te betalen, dan maakt u de gang naar de rechter. Claim ook de gevolgschade. Dat is het omzetverlies dat u lijdt omdat de webwinkel niet te bereiken is.

” Algemene voorwaarden niet van toepassing “De webbouwer kan zich niet beroepen op zijn algemene voorwaarden, want die zijn kennelijk niet ter hand gesteld. Een leverancier van producten en diensten moet zijn algemene voorwaarden ter hand stellen aan een afnemer. Als dat niet is gebeurd, zijn ze ook niet van toepassing.”

(Bron: De Zaak)

Inkomensverklaring telefonisch aanvragen

Hebt u een inkomensverklaring nodig? Bijvoorbeeld omdat uw woningbouwvereniging erom vraagt? Dan kunt u deze telefonisch bij ons aanvragen.

U vraagt de inkomensverklaring (ook wel een IB 60-verklaring) aan via de BelastingTelefoon. Houd uw burgerservicenummer (BSN) bij de hand. De belastingdienst stuurt u de inkomensverklaring binnen 5 werkdagen toe.

Voor welke jaren aanvragen?

U kunt een inkomensverklaring aanvragen voor de jaren 2011, 2010, 2009, 2008 en 2007.

Let op!

In plaats van een inkomensverklaring kunt u ook een aanslag inkomstenbelasting sturen van het betreffende jaar die door de belastingdienst aan u is opgegelegd.

Wat staat er op een inkomensverklaring?

Een inkomensverklaring is een officiële verklaring van ons met uw inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. Hebt u geen aangifte gedaan over een jaar waarvoor u een inkomensverklaring aanvraagt? Dan gaan wij uit van de gegevens die wij krijgen van uw werkgever of uitkeringsinstantie. Kloppen deze gegevens volgens u niet? Neem dan contact op met uw werkgever of uitkeringsinstantie.

Op uw inkomensverklaring staan de volgende gegevens:

  • uw inkomensgegevens
  • het jaar waarover wij de inkomensverklaring afgeven
  • uw naam en adres
  • naam- en adresgegevens van de Belastingdienst

Wanneer hebt u een inkomensverklaring nodig?

U kunt een inkomensverklaring nodig hebben om te bepalen of u in aanmerking komt voor een huurwoning. Een woningcorporatie kan u dan vragen een inkomensverklaring te overleggen. Ook als u een hypotheek wilt aanvragen kan het zijn dat u een inkomensverklaring nodig hebt.

(Bron: Overheid)