Btw-aftrek op business seats en skyboxen

Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld over de toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) met betrekking tot business seats. Uit de uitspraak blijkt dat een goede administratie cruciaal is voor een correcte en optimale btw-aftrek met betrekking tot uitgaven voor gehuurde business seats / skyboxen. Weet u wat u moet documenteren?

Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA)

De btw op uitgaven die zijn gemaakt voor giften, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen is niet altijd aftrekbaar als voorbelasting. De btw over deze uitgaven komt alleen voor aftrek in aanmerking als de uitgaven per begunstigde per jaar niet meer dan € 227 (exclusief btw) zijn.

Wat betekent dit in de praktijk voor de btw-aftrek met betrekking tot uitgaven voor business seats en skyboxen, waar diverse relaties en werknemers gebruik van maken?

Uitspraak Hoge Raad

Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld over de toepassing van het BUA met betrekking tot business seats. De uitspraak benadrukt het belang van een goede administratie. De zaak was, kort samengevat, als volgt:

Een ondernemer die btw-belaste handelingen verricht, huurde, met het oog op het onderhouden van zakelijke relaties, zitplaatsen in een business room van een voetbalstadion. De zitplaatsen werden gebruikt door twee werknemers en hun (potentiële) zakenrelaties. De ondernemer had de btw over de huur van de business seats volledig als voorbelasting in aftrek gebracht. Volgens de inspecteur had de ondernemer echter geen recht op aftrek van de btw, omdat de business seats als gift dan wel personeelsvoorziening in de zin van het BUA zijn aan te merken.

De Hoge Raad herbevestigt het uitgangspunt dat het eerst aan de inspecteur is om aannemelijk te maken dat de aftrek van btw op grond van het BUA moet worden uitgesloten. Wanneer de inspecteur het aftrekrecht betwist, ligt het echter op de weg van de ondernemer om de inspecteur de benodigde gegevens te verstrekken over het gebruik van de business seats. De ondernemer in deze zaak had niet vastgelegd welke zakenrelaties van de zitplaatsen gebruik hebben gemaakt. Dit leidde er uiteindelijk toe dat de ondernemer geen recht op btw-aftrek voor de zitplaatsen had voor zover die door zakenrelaties zijn gebruikt.

Volgens de Hoge Raad is bij het verstrekken van business seats aan personeel, om een recreatief evenement bij te wonen, het vermoeden gerechtvaardigd dat de privédoeleinden van de werknemers worden gediend. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin een werkgever personeelsleden recreatieve evenementen laat bijwonen omdat het bedrijfsbelang dit vereist (bijvoorbeeld in het gezelschap van zakenrelaties). Dit kan de ondernemer bijvoorbeeld onderbouwen door aannemelijk te maken dat het bijwonen van het evenement plaatsvond met (potentiële) zakenrelaties. In dergelijke gevallen ligt de bal dan weer bij de inspecteur om aannemelijk te maken dat de persoonlijke doeleinden van het personeel overheersend waren en er geen recht is op btw-aftrek.

BUA en uw administratie

Uit het bovenstaande blijkt dat een goede vastlegging van het gebruik van business-seats en skyboxen het verschil kan maken voor de btw-aftrek op de uitgaven daarvoor. Wij raden sponsoren dan ook aan om voor elke wedstrijd ’de business seats opstelling’ vast te leggen, de zakelijke achtergrond toe te lichten en dit in de bedrijfsadministratie op te nemen.

(Bron: Mazars)

Belastingvrij aan uw kind schenken? Dit zijn de mogelijkheden in 2018

Een financiële meevaller, een goede jaaromzet, gespaard vermogen of uw kind dat op het punt staat het ouderlijk huis te verlaten. Voor iedereen heeft het doen van een schenking een andere reden. Maar ik kan toch niet zomaar een groot bedrag aan mijn kinderen schenken? Jawel. Door rekening te houden met de verschillende schenkingsvrijstellingen is het mogelijk om in 2018 nog een belastingvrije schenking te doen en zo uw box 3 vermogen te verlagen én de latere erfenis te laten dalen. Ik neem u graag mee met een aantal mogelijkheden en bijbehorende voorwaarden in 2018:

1. Jaarlijkse kind-oudervrijstelling

De jaarlijkse kind-oudervrijstelling betreft in 2018 een bedrag van maximaal € 5.363,- waarbij er geen aangifte schenkbelasting gedaan hoeft te worden. Het voordeel voor ouders om jaarlijks binnen de vrijstelling te schenken, is dat het vermogen binnen box 3 door de schenking daalt. Voor kinderen geldt dat zij als erfgenamen later minder erfbelasting betalen.

In plaats van bovenstaande vrijstelling kan er voor kinderen tussen 18 en 40 jaar ook een belastingvrije schenking gedaan worden voor een studie, koophuis of zonder bestedingsvereiste. Let hierbij wel op! Gedurende het leven mag u slechts gebruik maken van één van deze drie schenkingen en hierbij moet er altijd aangifte schenkbelasting gedaan worden.

2. Eenmalige schenking zonder bestedingsvereiste

Staat uw kind voor een grote uitgave of wilt u al een deel van uw vermogen belastingvrij overdragen? Dan kunt u daarin eenmalig belastingvrij bijdragen tot € 25.732,-. Aan deze schenking zijn geen bestedingsvereisten verbonden.

3. Eenmalige schenking voor studiedoeleinden

Gaat uw kind een dure studie volgen? Dan kunt u een financiële bijdrage leveren in de vorm van een schenking. Hiervoor geldt een vrijstellingsbedrag van € 53.602,-. Voor deze schenking zonder schenkbelasting, gelden de volgende voorwaarden:

  • De studie kost minstens € 20.000,- per jaar.
  • De schenking moet worden vastgelegd in een notariële akte.
  • Er is een schriftelijk bewijs van de schenking en de besteding.

4. Schenken als bijdrage voor een koopwoning

Staat uw kind op het punt om uit huis te gaan? Of staat er een grote verbouwing op stapel? Ook dan kunt u een eenmalige, belastingvrije schenking doen. Het maximale vrijstellingsbedrag is € 100.800,-
met de volgende voorwaarden:

  • Besteding aan de aankoop of verbouwing van de eigen woning, of;
  • Het aflossen van een eigenwoningschuld.
  • De schenking is uiterlijk in 2020 volledig besteed.
  • Er is een schriftelijk bewijs van de schenking en de besteding.
  • Schenking mag niet herroepbaar zijn.

Voor vermogenden kan het daarnaast interessant zijn om jaarlijks meer te schenken dan de vrijstelling toelaat. De tarieven voor het ontvangen van een schenking of erfenis door kinderen zijn gelijk. Voor bedragen tot € 123.248,- geldt 10%, voor hogere bedragen geldt 20%. Door jaarlijks binnen de
10%-schijf te schenken, kan mogelijk bij vererving de 20%-schijf worden voorkomen dan wel verminderd.

(Bron: AcconAVM)

Belastingdienst mag bsn niet in btw-nummer gebruiken

De Belastingdienst heeft geen wettelijke basis om het burgerservicenummer te gebruiken in het btw-identificatienummer van zelfstandigen met een eenmanszaak. De Belastingdienst moet de geconstateerde overtredingen zo snel mogelijk beëindigen. Gebeurt dat niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens handhavende maatregelen treffen.

Het btw-nummer moet verplicht op de website van ondernemers en op facturen worden vermeld, waardoor iedereen het burgerservicenummer kan zien van een zelfstandige.

Dat kan mogelijk zorgen voor problemen, want met een bsn, naam, woonadres en telefoonnummer kunnen criminelen makkelijk identiteitsfraude plegen.

Meer informatie: Autoriteit Persoonsgegevens 6 juli 2018

Private aanvulling op WW-uitkering: hoe zit het?

De ‘Private aanvulling op WW-uitkering (PAWW) is bedoeld voor werknemers die werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken. Wat houdt de PAWW precies in en wanneer krijgt u hiermee te maken? Ontdek meer.

Per 1 januari 2016 zijn de wettelijke WW- en loongerelateerde WGA-premie gewijzigd. Hierbij wordt de maximale duur van de WW-uitkering geleidelijk teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Door de PAWW wordt de maximale periode WW weer verhoogd naar 38 maanden.

Is de PAWW-premie verplicht?

Cao-partijen kunnen vrijwillig besluiten tot deelname aan de PAWW. Zij sluiten zich dan aan bij één van de verzamel-cao’s waar de PAWW is ondergebracht. De werkingssfeer van een verzamel-cao overstijgt het niveau van de werkingssfeer van de gebruikelijke bedrijfstakken en sectoren.

Verzamel-cao

De verzamel-cao is een optelsom van werkingssferen van verschillende reguliere arbeidsvoorwaarden-cao’s (bedrijfstakken en ondernemingen). In de verzamel-cao wordt alleen de afspraak over de private aanvulling WW/WGA ondergebracht. Deze cao komt dan naast de bestaande reguliere arbeidsvoorwaarden-cao van een bedrijf.

Voor elke verzamel-cao zal een algemeen verbindendverklaring worden aangevraagd. Dat betekent dat als uw bedrijf onder de werkingssfeer van deze verzamel-cao valt, de PAWW-regeling gevolgd moet worden. De PAWW geldt dan voor álle werkgevers en werknemers die gebonden zijn aan een verzamel-cao waarin de PAWW is opgenomen. De uitvoering van de afspraken in de verzamel-cao’s wordt ondergebracht bij het landelijk fonds (Stichting PAWW).

Wie betaalt de PAWW-premie?

De PAWW-premie wordt maandelijks door de werkgever ingehouden op het brutoloon van de werknemer en bedraagt 0,2 procent van het brutoloon van de werknemer in 2018.  In de jaren daarna zal dit naar verwachting steeds met 0,1% stijgen met een percentage van 0,6% in 2022.

Hoe wordt een PAWW- uitkering aangevraagd?

Als uw werknemer werkloos wordt en een WW-uitkering ontvangt, dan moet hij een maand voor de beëindiging van zijn WW-uitkering de PAWW-uitkering aanvragen bij Stichting PAWW. De hoogte van de PAWW uitkering komt overeen met de wettelijke WW- en loongerelateerde WGA-premie. Deze uitkering wordt geregeld door stichting PAWW en net als bij de WW-uitkering, gelden voor de PAWW-uitkering dezelfde regels wat betreft (o.a.) de sollicitatieplicht en het opnemen van vakantie.

(Bron: Flynth)

nieuwe Uitvoeringsregels voor ontslagaanvraag

Bent u als werkgever genoodzaakt een ontslagaanvraag in te dienen bij het UWV? Vanaf 1 augustus gelden nieuwe Uitvoeringsregels bij ontslag door bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid. Lees wat er voor u is veranderd.

Gaat u een ontslagaanvraag indienen vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid? Dan moet u eerst een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV. Het UWV beoordeelt dan of u voldoende heeft gedaan om ontslag te voorkomen én of u zich heeft gehouden aan de regels in de procedure.

Een overzicht van de nieuwe regels over ontslag staan in de UWV Uitvoeringsregels. Wij lichten graag enkele wijzigingen voor u uit.

Regels bij ontslag door bedrijfseconomische redenen

In de ‘UWV Uitvoeringsregels voor ontslag om bedrijfseconomische redenen’ (UBE) zijn een aantal zaken veranderd. Zo geldt nu dat een ontslagaanvraag prematuur is als u niet voldoet aan de verplichting van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Deze verplichting houdt in dat u vooraf advies vraagt aan de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering.

Let op: heeft uw onderneming (meer dan) 50 medewerkers, maar heeft u geen ondernemingsraad? Dan volgt u de regels voor een onderneming met 10 tot 50 medewerkers.

Kan uw besluit leiden tot verval van arbeidsplaatsen of verandering van de werkzaamheden voor ten minste 25% van het personeel? Dan moet u als werkgever dit besluit bespreken met de personeelsvergadering. Ook bent u verplicht om advies te vragen aan de personeelsvergadering of de personeelsvertegenwoordiging.

Verder is in de nieuwe Uitvoeringsregels meer uitleg toegevoegd over:

  • het omgaan met internationale situaties bij ontslagvolgorde en afspiegeling
  • herplaatsing van werknemers in een passende functie
  • payrolling (en hoe u hierop het afspiegelingsbeginsel kan toepassen)

Regels bij ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid
Ook de ‘UWV Uitvoeringsregels ontslag langdurige arbeidsongeschiktheid’ (ULAO) zijn gewijzigd.

In deze regels staat nu hoe het UWV beoordeelt of er een redelijke grond is voor opzegging van de arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte payrollwerknemer.

Ook is er meer toelichting gegeven over herplaatsing van werknemers. Zo start de herplaatsingsinspanning op de datum waarop de twee jaar wettelijke loondoorbetaling is verstreken. Deze eindigt na de redelijke termijn.

Verder is er een toelichting gekomen op situaties rondom de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Met specifieke informatie over te late aanvragen en de bewaarprocedure. Bijvoorbeeld: uw werknemer heeft de WIA-uitkering te laat aangevraagd. Mogelijk is er dan geen toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst vanwege het opzegverbod tijdens ziekte.

Raadpleeg de nieuwe regels

De nieuwe UWV Uitvoeringsregels vervangen de Uitvoeringsregels van juli 2016. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor ingediende ontslagaanvragen vóór 1 augustus 2018.

(Bron; Flynth)

Versobering verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Fiscale verliezen mogen in de vennootschapsbelasting worden verrekend met belastbare winsten van het voorafgaande jaar (carry back) en de negen volgende jaren (carry forward). Het kabinet wil vanaf 1 januari 2019 de carry forward beperken tot zes jaar.

Een fiscaal verlies verrekenen met (toekomstige) winsten is mogelijk, maar de termijnen luisteren nauw en antimisbruikbepalingen liggen op de loer.

Een van de misbruikbepalingen moet voorkomen dat er handel ontstaat in verliesvennootschappen. Deze anti-misbruikbepaling verbiedt dat verliezen van een vennootschap waarvan de onderneming is gestaakt, benut kunnen worden door een nieuwe aandeelhouder die de overgenomen vennootschap gaat gebruiken voor nieuwe winstgevende ondernemingsactiviteiten.

Belastingplan 2019

Verliesverrekening vindt plaats door vermindering van de aanslag over het jaar (of de jaren) waarin winst werd gemaakt. De verwachting is dat het Belastingplan 2019 een maatregel bevat waarmee de carry forward vanaf 1 januari 2019 beperkt wordt tot zes jaar. In de inkomstenbelasting komt geen aanscherping van de verliesverrekening.

Wilt u meer weten over de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting? Neem dan contact met ons op.

Bereikbaarheid BelastingTelefoon is ondermaats

Bellers naar de BelastingTelefoon krijgen nog veel te vaak te horen dat de medewerkers in gesprek zijn. Daarna wordt de verbinding verbroken. Deze slechte bereikbaarheid is de Nationale Ombudsman een doorn in het oog. Hij heeft daarom een brief aan de staatssecretaris van Financiën geschreven.

De ombudsman heeft van veel mensen die de BelastingTelefoon bellen vernomen dat deze niet of slecht bereikbaar is. Dikwijls krijgen zij te horen dat alle medewerkers van de BelastingTelefoon in gesprek zijn en daarna wordt de verbinding verbroken. Ook op andere momenten lukt het dan niet om iemand aan de telefoon te krijgen. Bellers die er wel doorkomen moeten dan echter wel weer veel geduld hebben; een wachttijd van meer dan twintig minuten is geen uitzondering. Wordt een beller doorverbonden, dan volgt er weer een wachttijd die kan oplopen tot vijftien minuten.

In de gaten houden

De Nationale Ombudsman heeft in een brief aan de staatssecretaris van Financiën deze slechte bereikbaarheidsproblemen aangekaart. Hij wil dat de wachttijden bij de BelastingTelefoon de komende tijd goed in de gaten worden gehouden en dat er aanvullende maatregelen komen als blijkt dat de bereikbaarheid slecht blijft.

Kwaliteit laat te wensen over

Buiten de bereikbaarheid van de BelastingtTelefoon blijkt uit jaarlijks onderzoek van de Consumentenbond dat de kwaliteit van de antwoorden ook te wensen overlaat.  Belastingplichtigen moeten dus zelf kritisch blijven kijken naar de antwoorden van de Belastingtelefoon. Die antwoorden zijn dan ook niet bindend. Wel heeft voormalig staatssecretaris Wiebes van Financiën eerder laten weten dat iemand die een fout in zijn aangifte maakt op basis van een fout antwoord van de Belastingtelefoon, geen boete krijgt. Maar de inspecteur kan de aangifte dan natuurlijk wel aanpassen. Raadpleeg daarom om zeker te zijn een financieel en fiscaal expert.

Audi Q7 in privé geen reden voor achterwege laten bijtelling zakelijke Lexus

X was als directeur in loondienst bij BV Y die hem in de jaren 2011, 2012 en 2013 een Lexus ter beschikking had gesteld. Aan X was een verklaring geen privégebruik auto afgegeven. X had in privé een Audi Q7. De inspecteur vroeg X over de jaren 2011, 2012 en 2013 om de gegevens waaruit bleek dat X minder dan 500 km privé had gereden. X had echter geen rittenregistratie bijgehouden maar verstrekte afschriften van facturen van een garage- en autobandenbedrijf, een grootboekoverzicht van alle autokosten en een overzicht van door derden vastgelegde km-standen. De inspecteur vond dit niet voldoende en legde een naheffingsaanslag LB op. X ging in beroep. Rechtbank Den Haag besliste dat de eerste achteraf opgemaakte rittenregistratie niet voldeed aan de wettelijke vereisten. De daarna verstrekte bijgestelde rittenadministratie bevatte over het geheel ook te veel onnauwkeurigheden om als overtuigend bewijs te kunnen dienen. Zij gaf geen volledig beeld van de werkelijke gegevens met betrekking tot de gereden ritten, routes en afstanden. Daaraan deed niet af dat X had verklaard dat hij pertinent niet privé met de Lexus had gereden en dat hij in privé een aan Audi Q7 had.

(Bron: FUTD)

Wanneer is een huisarts btw-plichtig?

De activiteiten van een huisarts die de diagnose, behandeling en voor zover mogelijk, de genezing van ziekten of gezondheidsproblemen van de mens tot doel hebben, zijn vrijgesteld van btw. Hieraan verbonden diensten kunnen wel btw-belast zijn, zo bleek onlangs voor de rechter.

GEZ-modules

Een huisarts verrichtte diensten voor een stichting, zogenaamde GEZ-modules, waarvoor door de verzekeraar een vergoeding werd betaald. Via de stichting werd de huisarts hiervoor betaald. De vergoeding was btw-belast, aldus de rechter.

Aansturing praktijkondersteuners

Het doel van de stichting was met name de gezondheidszorg in het werkgebied te verbeteren. Dit gebeurde onder meer door de samenwerking tussen de werkzame medici te bevorderen. Een andere taak was het zo goed mogelijk aanwenden van de beschikbare middelen. De huisarts onderhield daartoe contact met praktijkondersteuners, die ze aanstuurde in hun contacten op spreekuren met patiënten.

Coördineren en organiseren

Uit de stukken bleek dat de huisarts in de praktijk met name een coördinerende en organiserende functie vervulde. Er was bij de uitvoering van deze taken ook geen directe zorgrelatie met de patiënten. Ook was er geen sprake van prestaties die opgingen in haar prestaties in de rol van huisarts. De prestaties waren daarom belast met btw.

Vragen op medisch gebied

Dat het contact met de praktijkondersteuners soms ook betekende dat er antwoord gegeven werd op vragen op medisch gebied, maakte nog niet dat daarom de dienst daarom als medische handeling aangemerkt moest worden. Bij diensten die een combinatie zijn van medische en niet-medische diensten, kan het raadzaam zijn de dienst te splitsen. Op deze manier kan een deel van de dienst vrijgesteld blijven.

(Bron: Koenen en co)

Niet genoten loon wel belast?

Een bv in moeilijkheden besluit een deel van het salaris van de dga niet uit te betalen. Er wordt wel loonheffing ingehouden en afgedragen. Volgens de rechter is het loon genoten.

Niet uitbetaald loon wel genoten?

U hoeft loon niet daadwerkelijk in handen te krijgen om het ook te ‘genieten’. Dit blijkt ook in de zaak waarover hof Den Haag onlangs uitspraak deed.

Wanneer is loon genoten?

Volgens de wet is loon genoten als het is ontvangen, verrekend, ter beschikking is gesteld, rentedragend geworden of vorderbaar en inbaar is geworden.

Ter beschikking gesteld

Volgens de rechter heeft de dga in deze zaak, door akkoord te gaan met het niet uitbetalen van een deel van het loon, over het loon beschikt. Daarmee is het genoten en dus belast.

Afwaarderen?

De dga voerde ook nog aan dat hij de vordering op de bv wilde afwaarderen, maar deze vlieger ging niet op. Uit de jaarcijfers bleek immers niet dat de bv structureel verliesgevend was.

Let op! Had de dga de vordering wel kunnen afwaarderen, dan was dit ten laste van zijn inkomen in box 1 gekomen.

Gebruikelijk loon

Met de constructie wilde de dga kennelijk een discussie rond het gebruikelijk loon voorkomen. Als dga diende hij immers een gebruikelijk loon – in 2018 een bedrag van € 45.000 – als salaris uit de bv te halen.

Let op! Een lager gebruikelijk loon is alleen mogelijk als de dga dit aannemelijk kan maken. De bewijslast hiervoor ligt bij de dga.

Heeft u vragen over het moment waarop het loon wordt genoten, neem dan contact met ons op.

(Bron: HLB)