De waarde van een kapitaalverzekering in de aangifte IB 2011

Hoe moet iemand de belaste waarde van een kapitaalverzekering in box 3 verwerken in de aangifte inkomstenbelasting over 2011? Het gaat om een persoon die een waarde-opgave krijgt van de verzekeraar van een kapitaalverzekering per 1 januari 2011.
Kapitaalverzekeringen die niet zijn aangemerkt als kapitaalverzekering eigen woning (KEW) worden in beginsel aangemerkt als bezitting in box 3. In box 3 geldt onder voorwaarden een bezittingsvrijstelling voor kapitaalverzekeringen afgesloten vóór 15 september 1999. Daarnaast geldt een vrijstelling voor begrafenisverzekeringen, op voorwaarde dat de som van het verzekerde kapitaal per verzekerde niet meer bedraagt dan € 6.744 (bedrag 2011) of dat de som van de waarde van de rechten uit de verzekering per persoon niet meer bedraagt dan € 6.744 (bedrag 2011). In de andere gevallen is de kapitaalverzekering in box 3 belast met vermogensrendementsheffing.

Vermogensrendementheffing

Om vast te stellen waarover iemand in 2011 vermogensrendementsheffing verschuldigd is, wordt gekeken naar het saldo van bezittingen en schulden op 1 januari 2011. Er wordt niet langer gekeken naar het gemiddelde saldo over een heel kalenderjaar, maar uitsluitend naar het saldo op 1 januari. Bij het vaststellen van dit saldo wordt rekening gehouden met verschillende vrijstellingen, waaronder het heffingvrij vermogen en de hiervoor aangehaalde vrijstelling voor begrafenisverzekeringen. Over 2011 mag ook nog rekening worden gehouden met een kindertoeslag van € 2.779 per kind. In 2012 is deze kindertoeslag komen te vervallen.
­
Over dit saldo wordt diegene geacht een rendement te behalen van 4%. Vervolgens wordt dit forfaitair vastgestelde rendement belast met 30%. Per saldo is deze persoon over het saldo van bezittingen en schulden dus 1,2% vermogensrendementsheffing verschuldigd.

[ Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden ]

Zakelijk belang blijft essentieel voor onbelaste lunch

Een gratis lunch voor werknemers kan alleen als het zakelijk belang kan worden aangetoond. Is dit niet het geval dan is de vergoeding of verstrekking belast, zo leert een rechtszaak die speelt voor de rechtbank in Haarlem.

Gezamelijke lunches

Tussen de middag samen eten. Dat is goed voor de teamgeest, maar ook voor het bedrijf. Er wordt belangrijke informatie uitgewisseld en de collega’s leren van elkaar. Volgens de werkgever is er dus een meer dan bijkomstig zakelijk belang bij de gezamenlijke lunches. Daar denkt de Belastingdienst anders over.

Eerste 80 lunches

Een onderneming bestaat uit een aantal makelaardijen, een hypotheekwinkel en een assurantiekantoor. De onderneming verstrekte de werknemers van deze zaken in de jaren 2002 tot en met 2005 lunches die gezamenlijk werden gegeten op een locatie. De eerste tachtig lunches per werknemer werden niet tot het loon gerekend. Dat was in die tijd gebruikelijk, maar dan moest wel het meer dan bijkomstige zakelijke belang van de lunches worden aangetoond.

Forfait

Na de tachtigste maaltijd moest een forfait per lunch tot het loon worden gerekend. Echter, de Belastingdienst was bij de gang van zaken in dit bedrijf van mening dat deze werkgever ook over de eerste tachtig lunches belasting moest betalen. Volgens de fiscus ontbrak het meer dan bijkomstig zakelijke belang voor deze lunches.

80-maaltijdenregeling

Van 1 januari 2001 tot 31 december 2006 gold voor maaltijden waaronder ook lunches met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter de zogenoemde 80-maaltijdenregeling. De vergoeding of verstrekking van maximaal tachtig maaltijden was met de hiervoor genoemde voorwaarden volledig onbelast. Werd de 80-maaltijden norm overschreden dan gold een normbedrag per lunch dat tot het belaste loon werd gerekend.

Bijkomstig zakelijk belang

De fiscus verstaat onder het bijkomstig zakelijk belang, een belang waarbij het zakelijk karakter meer dan tien procent is. Daarbij kan gedacht worden aan maaltijden tijdens dienstreizen van vertegenwoordigers, zakelijke besprekingen met klanten etc.

Lunch op vaste werkplek

Een lunch op een vaste werkplek is volgens de wetsgeschiedenis een voorbeeld van een maaltijd waarbij het zakelijk belang onvoldoende is. Samen met collega’s lunchen, waarbij wel of niet over het werk wordt gesproken, valt dus niet onder deze 80-regel. Is het een lunch met klanten, dan is er weer wel sprake van een bijkomstig zakelijk belang.

Loonheffing

De rechter is met de Belastingdienst van mening dat de lunch die door de werknemers van de bedrijven (binnen de ‘holding’) op een vaste werkplek werd genuttigd niet is vrijgesteld van loonheffing. Volgens de onderneming echter waren veel werknemers vaak buiten het kantoor voor het verrichten van de werkzaamheden en kwamen zij dan weer bij elkaar om tijdens de lunch zakelijke gegevens met elkaar uit te wisselen.

Tien munuten over zaken gesproken

De werkgever zegt dat er in de tijd van een half uur lunchpauze minimaal tien minuten over zaken die het werk betreft werd gesproken. Toch vindt de rechter dit geen argument om te kunnen spreken van een meer dan bijkomstige zakelijk belang, ook al werd er wellicht minimaal tien minuten over het werk gesproken. De eerste tachtig lunches zijn dus ook belast.

Geen vrijbrief

Ook al is deze regeling in 2007 afgeschaft, toch is het van belang goed na te gaan of bij lunches bijkomstige zakelijke belangen worden gediend. Tegenwoordig zijn alle maaltijden (dus ook na tachtig maaltijden) onder deze voorwaarden belastingvrij. Dat biedt echter geen vrijbrief om zakelijk met elkaar te gaan lunchen. De Belastingdienst blijft hameren op het zakelijk belang anders is de vergoeding of verstrekking belast.

(Bron: Rechtbank Haarlem)

Wanneer moet ik mijn aangifte BTW, omzetbelasting doen?

De meest voorkomende periodes om aangifte omzetbelasting/BTW te doen zijn jaaraangifte, kwartaalaangifte of jaaraangifte. Indien je voor de omzetbelasting/BTW jaaraangifte hoeft dan doe je jaarlijks achteraf aangifte per kalenderjaar. Je hebt dan vanaf 1 januari tot en met 31 januari van het jaar op tijd om aangifte te doen en als je BTW/omzetbelasting moet betalen dan dien  je dat dan ook uiterlijk 31 januari van het jaar erop gedaan te hebben. Start je bijvoorbeeld in dit jaar dan loopt de eerste BTW/omzetbelasting aangifte van de startdatum van je onderneming (inschrijving bij de Kamver van Koophandel) tot het einde van het kalenderjaar.

De meeste onderneming die zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en die verplicht omzetbelasting/BTW-aangifte moeten doen, moeten dit per kwartaal doen. Hieronder zijn de tijdvakken weergegeven voor BTW/omzetbelasting-aangifte. Begint je onderneming in de loop van een kwartaal dan loopt de aangifte tot het einde van het betreffende kwartaal. Bijvoorbeeld begin je per 16 maart dan moet je van 16 maart tm 31 maart aangifte Omzetbelasting/BTW doen. Vervolgens sluit je gewoon weer aan op de reguliere data om aangifte omzetbelasting / BTW te doen.

Hieronder een overzicht van de tijdvakken aangiftedata en uiterste betaalmomenten voor de omzetbelasting/BTW voor kwartaal en maandaangifte (Er staat 2012, maar er kan ook een willekeurig ander jaar ingevuld worden):

Kwartaalaangifte (Veelal van belang voor BTW, omzetbelasting ZZP’ers eenmanszaken):

 

Tijdvak

Ingangsdatum

Einddatum

Uiterste Aangiftedatum

Uiterste betaaldatum

1e kwartaal

01-01-2012

31-03-2011

30-04-2012

30-04-2012

2e kwartaal

01-04-2012

30-06-2012

31-07-2012

31-07-2012

3e kwartaal

01-07-2012

30-09-2012

31-10-2012

31-10-2012

4e kwartaal

01-10-2012

31-12-2012

31-01-2013

31-01-2013

 

Maandaagifte

 

Tijdvak

Ingangsdatum

Einddatum

Uiterste Aangiftedatum

Uiterste betaaldatum

Januari

01-01-2012

31-01-2011

29-02-2012

29-02-2012

Februari

01-02-2012

29-02-2012

31-03-2012

31-03-2012

Maart

01-03-2012

31-03-2012

30-04-2012

30-04-2012

April

01-04-2012

30-04-2012

31-05-2012

31-05-2012

Mei

01-05-2012

31-05-2012

30-06-2012

30-06-2012

Juni

01-06-2012

30-06-2012

31-07-2012

31-07-2012

Juli

01-07-2012

31-07-2012

31-08-2012

31-08-2012

Augustus

01-08-2012

31-08-2012

30-09-2012

30-09-2012

September

01-09-2012

30-09-2012

31-10-2012

31-10-2012

Oktober

01-10-2012

31-10-2012

30-11-2012

30-11-2012

November

01-11-2012

30-11-2012

31-12-2012

31-12-2012

December

01-12-2012

31-12-2012

31-01-2013

31-01-2013

 

 

 

Bedrijfspand en btw – 8 vragen en antwoorden

Bij een bedrijfspand komt de btw altijd om de hoek kijken. Of het nou om een huurcontract gaat, een kooppand of een kantoor aan huis, de vraag is altijd: “Is het met of zonder btw?”

BEDRIJFSPAND EN BTW – 8 VRAGEN EN ANTWOORDEN
De keuze voor het bedrijfspand is een belangrijke beslissing. Vijf jaar aan een huurcontract vastzitten? Een bedrijfspand kopen of toch liever een kantoor aan huis? In alle gevallen luidt de hamvraag: ‘Met of zonder btw?’

1. Hoe zit het met btw bij koop?
In principe is de levering van een onroerende zaak vrijgesteld van btw-heffing. Is echter sprake van een levering van een bouwterrein of van nieuwbouw (waarbij de levering vóór, op of uiterlijk twee jaren na eerste ingebruikneming van het pand plaatsvindt) dan is btw over de aankoopsom verplicht. Maar ook bij een ‘ouder’ pand kunnen koper en verkoper kiezen voor levering inclusief btw.

“Dat mag echter alleen – en is ook pas interessant – als de koper het nieuwe onderkomen aanwendt voor werkzaamheden die nagenoeg geheel (voor negentig procent of meer) btw-plichtig zijn. In sommige branches bestaat deze mogelijkheid al bij zeventig procent”.

2. Wat wordt bedoeld met btw-plichtig?

U bent btw-plichtig als u voor de btw ondernemer bent. In een aantal gevallen is het leveren van goederen of het verlenen van diensten bij wet vrijgesteld van btw. Over deze prestaties mag u geen btw berekenen aan uw afnemer en hoeft u geen btw af te dragen. U hebt geen recht op aftrek van voorbelasting voor zover u goederen en diensten gebruikt voor uitsluitend vrijgestelde prestaties.

Voor koop en huur van het bedrijfspand hanteert de wetgever de eerder genoemde grens van negentig procent. Gaat u daar overheen, dan mogen koper en verkoper opteren voor levering van een pand met btw.

3. Waarom kiezen voor levering met btw?
Wanneer een ondernemer het pand nagenoeg geheel voor btw-belaste prestaties gebruikt, is het voor hem interessant om te opteren voor btw-belaste levering. Hij kan de aan hem in rekening gebrachte btw (nagenoeg geheel) aftrekken.

Let wel op dat de koper er rekening mee moet houden dat de vooraftrek ‘voorwaardelijk’ is. “Er start een herzieningstermijn van negen jaar na afloop van het jaar waarin hij het pand in gebruik heeft genomen. Verkoopt de ondernemer binnen deze periode het pand, dan kan hij met herzienings-btw worden geconfronteerd. Wordt bij de verkoop binnen de herzieningstermijn geen btw in rekening gebracht, dan moet de verkoper een deel van de afgetrokken voorbelasting ineens terugbetalen.”

De verkoper zal deze terugbetaling naar alle waarschijnlijkheid (indien mogelijk) in zijn verkoopprijs willen verdisconteren.

4. Is naast btw-heffing ook overdrachtsbelasting verschuldigd?
Wanneer de levering van een pand verplicht met btw plaatsvindt, kan gebruik worden gemaakt van de samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting.

Dat geldt echter niet als de koper de btw geheel of gedeeltelijk kan terugvragen en het pand al als bedrijfsmiddel is gebruikt. Kiest u in dat geval voor levering mét btw, dan is naast de btw ook overdrachtsbelasting verschuldigd.

5. Is de huursom belast met btw?
In principe is verhuur van een bedrijfspand onbelast. Huurder en verhuurder kunnen echter gezamenlijk kiezen voor btw-belaste verhuur. Hierdoor kan de verhuurder de aan hem in rekening gebrachte btw in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de huurder negentig procent of meer van de in rekening gebrachte btw in aftrek kan brengen. Voor sommige branches geldt zeventig procent.

6. Is btw op een pand dat ook privé wordt gebruikt aftrekbaar?
Tot 2011 kon een ondernemer van een pand dat zowel voor bedrijfs- als voor privédoeleinden werd gebruikt de btw via de zaak voor de volle honderd procent opvoeren bij de aangifte omzetbelasting, wanneer het pand voor de btw volledig tot het bedrijfsvermogen werd gerekend.

Van deze mogelijkheid werd nog al eens gebruik gemaakt, wanneer een ondernemer een woning liet bouwen. De over de bouw verschuldigde btw was direct aftrekbaar. Het privégebruik werd vervolgens belast.

Sinds 1 januari is deze mogelijkheid vervallen en is de btw over de aanschaf-, onderhouds- en renovatiekosten alleen nog maar aftrekbaar voor het bedrijfsgedeelte van het pand (voorzover recht op aftrek van voorbelasting bestaat). Als het bedrijfsgedeelte qua omvang binnen tien jaar wijzigt, wordt de btw-aftrek alsnog gecorrigeerd.

7. Hoe pakt dit financieel uit?
Een voorbeeld. De btw over de aanschaf van een pand dat geheel tot het bedrijfsvermogen gaat behoren bedraagt € 38.000,-. De ondernemer gebruikt het pand voor 80% voor bedrijfsdoeleinden waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat en voor 20% voor privédoeleinden.

Tot 2011 kon de ondernemer € 38.000,- in aftrek brengen en diende er jaarlijks een correctie plaats te vinden van € 760,- (ervan uitgaande dat het privégebruik 20% blijft).

Onder de nieuwe regeling kan de ondernemer ‘maar’ € 30.400,- (80% van € 38.000,-) op zijn btw-aangifte in vooraftrek brengen. 20% (€ 7.600,-) is privé-gebruik en komt niet voor aftrek via de zaak in aanmerking. Wijzigt op een later tijdstip het privégebruik, dan wordt de in aftrek gebrachte voorbelasting herzien.

8. En hoe zit het met het verlaagde btw-tarief bij renovatie en herstel?
Een van de crisismaatregelen is de verlaging van het btw-tarief naar 6% voor renovatie en herstel van een woning die minimaal twee jaar oud is. De regeling geldt nog tot 1 juli 2011. Het gaat hierbij om het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden van (delen van) de woning. Dus ook het plaatsen van bijvoorbeeld een serre.

De staatssecretaris heeft echter goedgekeurd dat panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt (bijvoorbeeld woon/winkelpanden) voor het verlaagde btw-tarief in hun geheel als woning worden aangemerkt. Daarbij geldt als voorwaarde dat die panden voor meer dan vijftig procent voor particuliere bewoning worden gebruikt. Bij een percentage van vijftig procent of minder geldt het lage tarief alleen voor het woongedeelte. Het verlaagde tarief is overigens alleen van toepassing op het arbeidsloon, niet op materialen.

Bron: De Zaak

Papieren schenking moet op notarieel papier

Hoe kunnen ouders zoveel mogelijk zeggenschap behouden over de schenking aan hun kind en tegelijkertijd de fiscale faciliteiten optimaal benutten? De Hoge Raad deed onlangs een uitspraak waarbij de fiscale aftrek van een ‘schuldigerkenning’ niet goed was geregeld.
De zaak gaat als volgt. De moeder schenkt een geldbedrag aan haar kind en leent dit bedrag direct weer terug. In de onderhandse leningsovereenkomst wordt bepaald dat de hoofdsom pas opeisbaar is bij overlijden van moeder en dat moeder jaarlijks een rente verschuldigd is van 5%.
­
De inspecteur stelt dat deze schuldigerkenning niet als schuld aftrekbaar is in de nalatenschap van moeder, omdat er geen sprake was van een notariële akte. Rechtbank Arnhem en Hof Arnhem stellen de inspecteur in het gelijk.
­
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van het kind verworpen. Volgens het Burgerlijk Wetboek vervalt een schenking op het moment dat de schenker overlijdt, voor zover de schenking de strekking heeft om pas na het overlijden van de schenker te worden uitgevoerd en niet als de schenker nog in leven is. Hierop wordt slechts een uitzondering gemaakt als de schenking persoonlijk door de schenker is aangegaan en van de schenking een notariële akte is opgemaakt.

Met het begrip ‘uitgevoerd’ wordt in dit geval bedoeld dat de verbintenis die uit de schenkingsovereenkomst voortvloeit (feitelijk) is nagekomen.

Belang voor de praktijk
Ouders hebben vaak de wens om al tijdens hun leven een deel van hun vermogen aan hun kind(eren) te schenken. Zij willen daarbij de fiscale mogelijkheden optimaal benutten en meestal tegelijkertijd zoveel mogelijk zeggenschap over de schenking behouden, zodat het geschonken geld niet aan de verkeerde dingen kan worden besteed.
­
Voor deze ouders heeft de adviespraktijk naast de in dit arrest naar voren gekomen ‘papieren schenking’ een aantal beschermingsconstructies ontwikkeld die hieronder kort de revue passeren.

  • Schenken onder last: De ouder schenkt een geldbedrag waarbij het kind de beperking wordt opgelegd dat het geld alleen mag worden gebruikt voor een bepaald doel, bijvoorbeeld ter financiering van studiekosten. Als het kind aan een andere besteding de voorkeur geeft, dan kan de ouder bij de rechter vorderen dat de schenking komt te vervallen.
  • Herroepelijk schenken: De ouder bepaalt bij de schenking dat de schenking herroepen kan worden als de ouder tot de conclusie komt dat het geld verkeerd wordt besteed.
  • Schenken via een ‘en-en-rekening’: In deze variant storten de ouders geld op een rekening waarop het kind medegerechtigd is. Essentieel is dat voor elke opname twee handtekeningen vereist zijn en de ouder daardoor daadwerkelijk grip houdt. Vaak wordt in de beheersovereenkomst gebruikgemaakt van de wettelijke mogelijkheid om voor een periode van maximaal vijf jaar het vorderen van verdeling van de rekening uit te sluiten.
  • Schenken met bewind: Door het instellen van bewind wordt het geschonken vermogen onttrokken aan de handelingsbevoegdheid van het kind.
  • Schenking door middel van een kapitaalverzekering: Door de werking van het verzekeringsrecht kan vermogensoverheveling met onbeperkt houdbare grip eenvoudig gerealiseerd worden door middel van een kapitaalverzekering.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Waardedrukkende omstandigheden voor de WOZ

De nieuwe WOZ-beschikking die u in 2012 hebt of gaat ontvangen, gaat uit van de waarde van uw woning per 1 januari 2011. Deze WOZ-waarde geldt voor een tijdvak van één jaar en is niet alleen van belang voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), maar ook voor het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting, de afschrijvingsbasis van bedrijfsonroerend-goed in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, de waterschapsomslagen die door de Waterschappen worden geheven en in bepaalde gevallen ook voor de erf- en schenkbelasting.

De WOZ-waarde van een eigen woning wordt afgeleid van de waarde in het economische verkeer van de woning. Deze waarde wordt beïnvloed door waardevermeerderende en waardeverminderende factoren. Voor de belastingen zijn huiseigenaren uiteraard het meest geïnteresseerd in de waardedrukkende omstandigheden. In de afgelopen jaren zijn er veel procedures bij de belastingrechters geweest over de effecten van bepaalde omstandigheden op de waarde van woningen en deze zaken lopen veelal in het voordeel van de burger af. De waardedrukkende omstandigheden zijn onder te verdelen in interne omstandigheden (die de woning zelf betreffen) en externe omstandigheden (zoals veranderde milieuwetgeving, de omgeving van de woning, e.d.).

Onderstaand een overzicht van omstandigheden die mogelijk een waardedrukkende effect op de WOZ-waarde kunnen hebben:

Interne omstandigheden
WOZ-waarde van Friese woonboerderij uit 1700 met € 43.000 verminderd
WOZ-waarde serviceflat vanwege slecht onderhoud verminderd met € 15.000
WOZ-waarde wegens wateroverlast in kruipruimte met € 20.000 verminderd
Met aftrek van € 40.000 was slechte onderhoudstoestand van flat gedekt
Specifiek imago serviceflat drukte WOZ-waarde met bijna 25%
WOZ-waarde met € 100.000 verminderd wegens staat van onderhoud
WOZ-waarde verminderd omdat zolder niet beschikte over slaapkamer
Bouwfouten uit 1983 leidden tot vermindering WOZ-waarde in 1999
Waardevermindering van € 40.000 voor achterstallig onderhoud
Hoge servicekosten verzorgingsflat verminderden WOZ-waarde
WOZ-waarde verminderd omdat deel pand niet voor bewoning geschikt was
Vochtschade aan binnenzijde woning verminderde WOZ-waarde met € 15.000
Verbod op permanente bewoning leidde tot lagere WOZ-waarde
Verouderde toestand van woning uit 1930 was waardedrukkend
Beperkte keukenfunctie appartementen in serviceflat verlaagde WOZ-waarde
Monumentenstatus en ontbreken woonvergunning WOZ-waardedrukkend
Fundering- en gevelschade verminderden WOZ-waarde met € 55.000
Schade aan woning door verslaafde leidde tot lagere WOZ-waarde
Constructiefout in openhaard drukte WOZ-waarde van woning met € 8.000
Onbruikbaarheid van zolder drukte WOZ-waarde met € 10.000
Achterstallig onderhoud verlaagde waarde uitgewoonde studentenwoning
Beperkende voorwaarden van “meergeneratiewoning” drukten WOZ-waarde
Monumentale en archeologische beperkingen drukten WOZ-waarde
Waardedruk door asbestvervuiling bedroeg in totaal € 47.740
Oude CV-ketel verminderde WOZ-waarde met € 1.750
Experimentele bouwwijze drukte WOZ-waarde
Toekomstige sloop woning had waardedrukkend effect van 17,5%
Rolstoelaanpassingen verminderden WOZ-waarde woning met EUR 25.000
WOZ-waarde verminderd met op peildatum geschatte herstelkosten betonrot
WOZ-waarde verminderd wegens niet te verhalen saneringskosten
Onzekerheid omtrent moment van sloop woning voor aanleg spoorweg waardedrukkend
WC-raampje van buren had waardedrukkend effect op woning
Kleinere aanbouw bij woning reden voor neerwaartse bijstelling WOZ-waarde
Lagere WOZ-waarde voor door fabriek uitgestoten kankerverwekkende stof
Verlaging WOZ-waarde met bijna 5% voor plaatsing UMTS-telefoniemasten
Rompslompforfait wegens bodemverontreiniging van 40%
Ligging woning bij druk kruispunt leidde tot lagere WOZ-waarde
Niet-nakomen van toegezegd vrij uitzicht leidde tot lagere WOZ-waarde
Bodemverontreiniging, wateroverlast en schoolplein leidden tot lagere WOZ
Lagere WOZ-waarde door ligging aan uitvalsweg en bij ophaalbrug
Geluidsoverlast van treinverkeer verminderde WOZ-waarde met € 16.000
Uitzicht op vervallen hotel leidde tot lagere WOZ-waarde
Waardedruk van 25% voor niet-opgeloste bodemverontreiniging
Forse verlaging WOZ-waarde wegens bouwplannen hoogspanningsmast
Naastgelegen bordeel en verzakkingen drukten WOZ-waarde met ruim 10%
Uit de hand gelopen burenruzie drukte WOZ-waarde met € 75.000
WOZ-waarde met € 7.000 verlaagd door matig buitenschilderwerk
Waardedruk van € 41.000 voor tunnelbak en hangplek jongeren
WOZ-waarde verminderd wegens bodemverontreiniging en ligging
Drugstoerisme in Bergen op Zoom verminderde WOZ-waarde
Waardedruk van € 22.000 door geluidsoverlast van Randstadrail
WOZ-waarde verlaagd door bodemverontreiniging in nabije omgeving
WOZ-waarde verminderd wegens Reeperbahn-effect
WOZ-waarde wegens slechte bereikbaarheid met 10% verminderd
WOZ-waardedruk van € 200.000 voor agrarische bestemming woning
Structurele wateroverlast drukte  WOZ-waarde met € 11.000
Rompslomp voor bestemmingswijziging drukte WOZ-waarde met 10%
Lagere WOZ-waarde door slechtere ligging niet volledig vrijstaande woning
Vermindering WOZ-waarde wegens overlast naastgelegen veehouderij
WOZ-waarde met € 97.000 verminderd wegens overlast van hondenkennel
Voorgenomen bouw megavarkensstallen in omgeving drukte WOZ-waarde
Vermindering WOZ-waarde met 10% na beurskrach
Waardedruk van € 20.000 voor ligging langs sluiproute en andere overlast
WOZ-waarde van sloopwoning nabij  luchthaven fors verminderd
Nabijheid van horeca en coffeeshop drukte WOZ-waarde
Plannen om dijk terug te leggen verminderden WOZ-waarde met 10%
Nabijheid van horeca en coffeeshop drukte WOZ-waarde
WOZ-waarde met 10% verminderd door burenoverlast
WOZ-waarde met 10% gedrukt wegens paalrot van naastgelegen pand
Verlaging WOZ-waarde voor (geluids)overlast horecagelegenheden
Deplorabele staat van garage en tuinmuurtjes drukten WOZ-waarde fors
Nabijheid van spoorlijn verminderde WOZ-waarde van woning met € 37.300
Mogelijke plaatsing van UMTS-mast verminderde WOZ-waarde met € 19.000
Geluidsoverlast van brug nabij woning drukte WOZ-waarde met € 12.000
Waardedruk nabijgelegen luchthaven en verkeersweg was 5%
Windmolens nabij woning verminderden WOZ-waarde met € 25.000
Studentenoverlast drukte WOZ-waarde met € 35.000
Naast woning gelegen pretpark drukte WOZ-waarde
Plannen omtrent plaatsing  windmolenpark drukten WOZ-waarde met 15%
Hoogspanningsmast verminderde WOZ-waarde grond met 10%
Uitzichtbelemmering verminderde WOZ-waarde
Nabijheid hondenuitlaatplaats verminderde WOZ-waarde met f 5.000
Slagschaduwhinder windmolen verminderde WOZ-waarde
Naburig papegaaienbedrijf verminderde WOZ-waarde met € 10.000
Niet-ontplofte bom in tuin verminderde WOZ-waarde met € 22.689
Naburige kippenmesterij leidde tot vermindering WOZ-waarde
Skatebaan leidde tot vermindering WOZ-waarde

 

Uitstel aanvragen

Doet u niet vóór 1 april aangifte, bijvoorbeeld omdat u nog niet al uw gegevens compleet hebt? Vraag dan uitstel aan. Deze aanvraag moet vóór 1 april bij ons binnen zijn. Binnen 10 werkdagen na uw aanvraag krijgt u van ons een schriftelijke reactie. In de meeste gevallen krijgt u uitstel tot 1 september.

Hoe vraag ik uitstel aan?

Dit kan op 3 manieren:

  • Digitaal: U kunt tot 1 april 2012 digitaal uitstel aanvragen.  U hebt daarbij uw DigiD-inlogcode nodig.
  • Telefonisch: Bel de BelastingTelefoon.
  • Schriftelijk: U stuurt uw verzoek naar: Belastingdienst Postbus 2523 6401 DA HEERLEN
  • Uw boekhouder of accountant vraagt voor uw uitstel aan en regelt het doen van aangifte.

Bron: belastingdienst

Door onvolledig inlichtingenverzoek heeft opleggen navorderingsaanslagen te lang geduurd

Beschikt een inspecteur over aanwijzingen over het bestaan van buitenlandse inkomsten, dan mag hij een langere navorderingstermijn toepassen. Hij mag daarbij de termijn die noodzakelijk is voor het verkrijgen van de inlichtingen echter niet overschrijden.

De erfgenamen van een overleden man informeerden de inspecteur begin 2003 over het bestaan van spaartegoeden die hun vader in het buitenland aanhield. De inspecteur had naar aanleiding hiervan twee inlichtingenverzoeken gedaan bij de buitenlandse belastingautoriteiten. Het eerste verzoek had betrekking op één bankrekening. In het tweede verzoek vroeg de inspecteur expliciet om informatie over alle bankrekeningen. De inspecteur legde medio 2005 navorderingsaanslagen op. Volgens de erfgenamen heeft de inspecteur de termijn die noodzakelijk was voor het verkrijgen van de inlichtingen overschreden. De inspecteur stelde dat met internationale inlichtingenuitwisseling vaak meer tijd gemoeid is dan met informatieverzoeken in de binnenlandse sfeer. Het hof besliste dat de inspecteur door de onvolledigheid in het eerste verzoek een tweede verzoek had moeten indienen, waardoor een vertraging was ontstaan. De vertraging had volgens het hof niets te maken met het verkrijgen van inlichtingen uit het buitenland, maar met een fout van de inspecteur. De navorderingsaanslagen waren in strijd met het vrije kapitaalverkeer te laat opgelegd.

Bron: Taxence

Geen (schriftelijk) contract en toch betaling goodwill-vergoeding

Het begon met één dierenartsenpraktijk en meerdere werknemers. De aandeelhouder van de dierenartsenpraktijk droeg zijn aandelen over aan zijn zoon. De overige werknemers (samenwerkingspartners) richtten zelf B.V.’s op en werkten jaren zonder contract via hun B.V.’s voor de dierenartsenpraktijk. Uiteindelijk viel de dierartsenpraktijk uiteen en ontstond er ruzie met de samenwerkingspartners over de financiële afwikkeling. De samenwerkingspartners stelden zich op het standpunt dat zij een maatschap waren aangegaan met de dierenartsenpraktijk en daarom recht hadden op een goodwill-vergoeding.

Partijen hadden niets vastgelegd over de aard van hun samenwerking. Dit had tot gevolg dat het wel of niet bestaan van een maatschap geheel uit andere feiten en omstandigheden moest worden afgeleid. Het Hof heeft de samenwerking vervolgens beoordeeld op basis van materiële kenmerken.

Het Hof is daarbij ingegaan op de volgende elementen:

– overeenkomst

– samenwerking

– gelijkheid/gelijkwaardigheid

– verdeling van voordeel

– inbreng

– gerichtheid op voordeel voor alle deelnemers

Op basis van deze elementen kwam het Hof tot de conclusie dat in casu sprake was van een maatschap. Zelfs al was er geen schriftelijke overeenkomst die dit kon bevestigen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel.

Wanneer partijen niet vooraf expliciet aangeven wat voor type contractuele relatie hen voor ogen staat, brengt dat vermijdbare onzekerheid mee over de wijze waarop de relatie achteraf kan worden gekwalificeerd. Dit kan leiden tot een (vergroot) risico op herkwalificatie, oftewel gedurende de samenwerking is een bepaald type overeenkomst ontstaan, met alle gevolgen van dien. Zoals in dit geval een afrekening op basis van goodwill ten gunste van de samenwerkingspartners.

(Bron: Dijkstra Voermans)

Extra verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning kan nu zonder notaris

Per 1 januari 2012 is het eenvoudiger om gebruik te maken van de zogeheten ‘extra verhoogde schenkingsvrijstelling’ in verband met een schenking van ouders aan kinderen voor de financiering van een eigen woning. De tot 1 januari jl. geldende eis van een notariële akte is namelijk komen te vervallen.

Bij schenking van ouders naar kinderen gelden voor 2012 de volgende vrijstellingen:

  • de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van € 5.030;
  • de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar van € 24.144;
  • de extra verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar van € 50.300 ten      behoeve van de financiering van een studie of een eigen woning.

Voor de (extra) verhoogde vrijstellingen is vereist dat hierop een beroep wordt gedaan in de aangifte schenkbelasting. Dat is ook precies de reden dat de eis van een notariële akte is komen te vervallen. Door deze aangifte is controle door de Belastingdienst voldoende gewaarborgd. Vreemd genoeg wordt de eis van een notariële akte nog wel gesteld bij de extra verhoogde schenkingsvrijstelling ter financiering van een studie. Waarschijnlijk is hier sprake van een omissie en wordt de wet op dit punt nog aangepast.
­
Voor de volledigheid staan de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de extra verhoogde vrijstelling hieronder.
­
Eigen woning: De vrijstelling wordt slechts verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. De schenking wordt gebruikt voor een of meerdere van de volgende bestedingen:

  • de verwerving van een eigen woning;
  • het afkopen van een recht van erfpacht, opstal of beklemming;
  • het geheel of gedeeltelijk aflossen van een eigenwoningschuld;

In deze gevallen vindt de schenking plaats onder een opschortende voorwaarde. De schenking kan al zijn overeengekomen, maar wordt pas definitief als de hiervoor beschreven gebeurtenis zich voordoet.

  • kosten voor verbetering of onderhoud van de eigen woning. In dit geval vindt de schenking plaats onder ontbindende voorwaarde. De schenking vervalt als het geschonken bedrag niet in het jaar van de schenking of in de twee daarop volgende kalenderjaren is gebruikt voor verbetering of onderhoud van de eigen woning.

2. Op verzoek kan met schriftelijke bewijzen worden aangetoond dat het geschonken bedrag daadwerkelijk is gebruikt voor de eigen woning.
­
Studie: De vrijstelling wordt slechts verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De kosten voor de studie of opleiding zijn aanzienlijk hoger dan gebruikelijk. Hiervan is sprake als de kosten, exclusief kosten voor levensonderhoud, ten minste € 20.000 per jaar bedragen;
2. De schenking is gedaan bij notariële akte. In de akte is vermeld voor welke studie of opleiding het bedrag bedoeld is en hoe hoog de verwachte kosten zijn;
3. De schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het geschonken bedrag niet binnen twee kalenderjaren na het jaar waarin de schenking is gedaan aan de studie of opleiding is besteed;
4. Op verzoek kan met schriftelijke bewijzen worden aangetoond dat het bedrag is gebruikt voor de vermelde studie of opleiding.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden