Nog geen faillissementsbescherming bij banksparen

Door de intrekking van het wetsvoorstel Personenvennootschappen ontstaat er een ongelijk speelveld tussen de aanbieders van lijfrenteproducten. De faillissementsbescherming blijft namelijk alleen gelden voor lijfrenteverzekeringen, maar niet voor de bancaire lijfrente.

Het wetsvoorstel personenvennootschappen waarin de verschillende rechtsvormen voor een personenvennootschap zouden worden aangepast, is bij brief van 15 december 2011 door Minister Opstelten van Justitie ingetrokken. Dit heeft ook gevolgen voor de faillissementsbescherming voor lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten.
­
Door het vervallen van het wetsvoorstel blijft de faillissementsbescherming hiervoor vooralsnog niet geregeld. Hierdoor blijft er een ongelijk speelveld bestaan tussen enerzijds de lijfrenteverzekeringen die wel onder de faillissementsbescherming vallen en anderzijds de lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten. Het is nu wachten op een nieuw wetsvoorstel.

Ongelijke speelveld

 

Gerelateerd nieuws

In het geval van een faillissement treedt de curator in de rechten en plichten van de verzekeringnemer of rekeninghouder. Dit betekent dat de curator de rechten en plichten van de verzekeringnemer of rekeninghouder kan uitoefenen. Hieronder valt in beginsel ook het recht op afkoop van een kapitaalverzekering of beëindiging van een lijfrenterekening om zo de schuldeisers te kunnen betalen. Alleen de curator is na het faillissement bevoegd om de rechten uit de verzekering of de rekening uit te oefenen.
­
Voor de afkoop van een lijfrenteverzekering door een curator is op deze hoofdregel een uitzondering opgenomen in de wet. Als aan de volgende voorwaarden is voldaan, kan de wet bescherming bieden bij faillissement:

  • de      betaalde premies kunnen in aftrek worden genomen als uitgaven voor      inkomensvoorziening;
  • het      opgebouwde kapitaal moet worden aangewend voor een periodieke uitkering;      en
  • op de      polis staat een afkoopverbod.

De bescherming geldt uitsluitend voor een verzekeringsproduct en niet voor een bancair product. Als de Eerste Kamer het wetsvoorstel had aangenomen, was er een einde gekomen aan dit verschil tussen een lijfrenteverzekering ten opzichte van een bancaire lijfrente. Door de intrekking van het wetsvoorstel blijft het ongelijke speelveld tussen de aanbieders bestaan.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Verplicht melden: overschrijding 500 kilometergrens auto van de zaak

Heeft u een auto van de zaak en een verklaring geen privégebruik, maar denkt u toch méér dan 500 kilometer privé te gaan rijden? Dan moet u dat voortaan bij de Belastingdienst melden, nog voordat u de grens van 500 kilometer overschrijdt. Voor een bestelauto met verklaring uitsluitend zakelijk gebruik geldt dit al voordat er ook maar 1 kilometer privé is gereden.

Verklaring geen privégebruik
Bij een verklaring geen privégebruik mag de bijtelling achterwege blijven en is er de zekerheid dat achteraf geen naheffingen volgen. Al moet nog wel kunnen worden bewezen dat er minder dan 500 kilometer per jaar privé is gereden.

Voortaan verplicht melden: overschrijding grens van 500 kilometer
Sinds 1 januari 2012 moet het direct bij de Belastingdienst worden gemeld als er meer dan 500 kilometer privé wordt gereden – nog vóórdat die grens daadwerkelijk is overschreden.

Gebruik voor de melding het volgende formulier van de Belastingdienst: Wijziging of intrekking Loonheffingen, Verklaring geen privégebruik auto.

Een dergelijke melding betekent dat de verklaring wordt ingetrokken.

Verplichting geldt ook bij bestelauto…
Deze verplichte melding geldt ook bij een bestelauto waarvoor een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik is afgegeven, maar dan nóg eerder, aangezien in zo’n geval geen enkele kilometer voor privédoeleinden mag worden gereden.

De melding moet dan dus worden gedaan nog voordat de bestelauto daadwerkelijk privé wordt gebruikt, met het volgende formulier: Intrekking verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto werknemer/werkgever. Net als bij de aanvraag van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik, moet de werkgever dit formulier naar de Belastingdienst sturen.

… en voor zowel werknemer als werkgever
Bij een bestelauto geldt de meldplicht voor zowel werknemer als werkgever. Dat betekent dat als een werknemer geen melding doet, terwijl u weet of vermoedt dat hij de bestelauto toch privé gebruikt, u zelf de melding moet doen bij de Belastingdienst om de verklaring in te trekken. Doet u dat niet, dan kan er een boete volgen.

Boete
Overtreding van de meldplicht kan een boete opleveren voor zowel de werknemer als de werkgever, gebaseerd op het bedrag aan belasting dat de schatkist is misgelopen. Maar hieraan is een maximum verbonden van € 4.920.

Bovendien kan het zijn dat er met terugwerkende kracht loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet moet worden betaald.

(Bron: De Zaak)

Ga na of uw de waarde van uw Box 3 verhuurde woning kan verlagen.

Nog even en we mogen de aangifte inkomstenbelasting 2011 gaan verzorgen. Het nieuwe jaar brengt ook zo wat leuke zaken, toch? In dit bericht staan we stil bij de vraag hoe een verhuurde woning in box 3 moet worden aangegeven.

De waarde van een verhuurde woning die in box 3 valt, is, met ingang van 1 januari 2010, gelijk aan de WOZ – waarde. In sommige gevallen geldt een lagere waarde, zoals voor een permanent verhuurde woning en een woning op erfpachtgrond.

Verhuurde woningen

Voor verhuurde woningen die onder de huurbescherming vallen geldt dat de WOZ – waarde gecorrigeerd mag worden met de zogenaamde “leegwaarderatio”. De in aanmerking te nemen waarde in box 3 is dan de WOZ waarde vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. De leegwaarderatio is afhankelijk van het rendement dat wordt behaald en wordt bepaald aan de hand van de navolgende tabel:

Waarde verhuurde   woningen

De verhouding van     de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde is meer dan

maar niet meer dan

Leegwaarderatio is

0%

1,0%

60%

1,0%

1,5%

64%

1,5%

2,0%

68%

2,0%

2,5%

72%

2,5%

3,0%

75%

3,0%

3,5%

79%

3,5%

4,0%

82%

4,0%

–

85%

Deze leegwaarderatio is nodig om de waarde te berekenen van:

  • verhuurde      woningen waarvoor een huurprijs is overeengekomen die gebruikelijk is      tussen willekeurige derden. Willekeurige derden zijn personen die geen      zakelijke of familierelatie met elkaar hebben.
  • woningen      die gedeeltelijk zijn verhuurd en waarvoor een huurprijs is overeengekomen      die gebruikelijk is tussen willekeurige derden.
  • woningen      waar de verhuurder en huurder gelieerde partijen zijn en er een huurprijs      is overeengekomen die niet met derden zou zijn overeengekomen. Gelieerde      partijen zijn personen die familie van elkaar zijn of personen of      instellingen die een zakelijke relatie met elkaar hebben. Leegwaarderatio      is in dit geval altijd 79%

Praktisch gezien denk ik dat de meeste verhuurde woningen, appartementen, flats ed. die wij tegen komen in de praktijk onder de huurbescherming zullen vallen.

Voor de liefhebber wat is huurbescherming en wat valt er onder?

Huurbescherming

Huurbescherming beschermt huurders tegen het opzeggen van de huur door de eigenaar of verhuurder. Zowel bewoners van zelfstandige als van onzelfstandige woningen (zoals studentenkamers) hebben recht op huurbescherming.

Huurbescherming geldt ook voor geliberaliseerde huurcontracten[1]. Eventuele medehuurders, medebewoners en onderhuurders hebben ook huurbescherming. Voor bewoners van hospitakamers geldt gedeeltelijke huurbescherming (gaat over het algemeen in na 9 maanden).

Consequenties

Huurbescherming betekent dat als de verhuurder de huur opzegt en de huurder het daarmee niet eens is, de verhuurder altijd naar de rechter moet om de huurder eruit te krijgen.
Zolang de rechter niet heeft beslist dat de huurder het huis uit moet, loopt de huurovereenkomst gewoon door. Als de huurder in hoger beroep gaat, loopt de huurovereenkomst meestal door totdat de rechter in hoger beroep heeft beslist dat de huurder de woonruimte moet verlaten. Als de huurder niet in hoger beroep gaat, wordt de uitspraak van de lagere rechter na een bepaalde tijd onherroepelijk en kan de huurder eruit gezet worden. Soms kan de rechter in geval van zeer ernstige wanprestatie onmiddelijke ontruiming uitspreken

Huurbescherming geldt niet voor de huurders van:

* woonschepen (woonboten);
* winkelwoningen;
* dienstwoningen;
* recreatiewoningen zoals vakantiewoningen en seizoenwoningen;
* kamers in verzorgingshuizen.

Huurders, let op bij scheiding

Als twee mensen een huurovereenkomst tekenen met een huisbaas, dan zijn zij beiden huurder met de bijbehorende rechten en plichten. Één verplichting is natuurlijk die tot betaling van de huur. De huurders kunnen niet eenzijdig een einde maken aan deze verplichting door af te spreken dat vanaf dat moment maar één van hen die plicht heeft. De verhuurder moet daar wel mee instemmen.

Dat is anders als de rechter dit heeft bepaald. Bij een echtscheiding kan namelijk de ene echtgenoot de rechter vragen om de ander als enige huurder aan te wijzen. Op grond van artikel 266 lid 5 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek heeft de verhuurder te accepteren dat vanaf dat moment nog maar één van de ex-echtgenoten zijn of haar tegenpartij is en dat dus slechts één persoon aansprakelijk is voor het betalen van de huur.

In de zaak die door het Hof in Den Bosch is behandeld, bleek dat een man en een vrouw aan de rechtbank hadden gevraagd om hun huwelijk te ontbinden. Zij hadden daarom een echtscheidingsconvenant gesloten en dat ook aan de rechter gestuurd.

Omdat de echtelieden hun afspraken over de verdeling van hun gemeenschappelijke spullen daarin netjes hadden vastgelegd, had de rechter geen reden om hun verzoek af te wijzen. Hij sprak dus uit dat het huwelijk ontbonden was en vermeldde dat de bedingen uit het convenant (onder)deel uitmaakten van de uitspraak.

In het convenant hadden de inmiddels ex-echtgenoten echter geen regeling opgenomen over de vraag wie nu de enige huurder was van de woning. En omdat de rechter in zijn uitspraak daar verder ook niets over had opgenomen, was er niets geregeld in de zin van artikel 1:266 lid 5 Burgerlijk wetboek.

Deurwaarder op stoep

Toen de man een tijd later de huur niet betaalde, stond de deurwaarder op de stoep bij de vrouw. De verhuurder vond namelijk dat zij nog steeds (mede)huurder van de woning was en dat zij dus maar moest betalen. Vanwege bijzondere omstandigheden in deze zaak hoefde dat uiteindelijk niet, aldus het gerechtshof in Den Bosch.

Maar waar het om gaat, is de waarschuwing voor alle echtparen die een huurwoning bewonen en gaan scheiden. Als je in je convenant niet een regeling opneemt wie na de scheiding de huurder wordt, dan kan er een groot probleem ontstaan. Volgt de rechter namelijk het echtscheidingsconvenant, dan heeft de verhuurder het recht om de vertrekkende ex-echtgenoot aan te spreken voor de betaling van de huur.

Bron: Telegraaf

Globale opmerking na boekenonderzoek wekte geen vertrouwen

X was directeur en enig aandeelhouder van autohandel BV A. Op naam van X stond een Mercedes personenauto, die door BV A was aangeschaft. Alle kosten van de auto kwamen voor rekening van de BV en ook de verkoopopbrengst van de auto in april 2003 kwam ten goede aan BV A. Daarna kocht BV A een andere Mercedes, die ook op naam van X werd gezet. X ontving na een boekenonderzoek bij BV A navorderingsaanslagen IB 2002 en 2003 met een boete van 15%, omdat hij geen bijtelling voor het privégebruik in aanmerking had genomen. Hof Leeuwarden besliste dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd en verwierp het beroep van X op het vertrouwensbeginsel. Een controleur van de Belastingdienst had volgens X na afloop van het boekenonderzoek opgemerkt dat “er niks in zit”. Nog daargelaten dat X de opmerking aannemelijk moest maken, wat niet was gebeurd, was een zo globale opmerking volgens het Hof onvoldoende concreet om een expliciete toezegging in te houden waaraan X het vertrouwen mocht ontlenen dat er geen navorderingsaanslagen zouden volgen. X had niet bewezen dat hij met de auto’s minder dan 500 kilometer privé had gereden. Het Hof vond een boete van € 589 voor 2002 en € 544 voor 2003 passend en geboden.

(Bron: FUTD)

Nieuwe factureringsregels voor de btw in 2013

Per 1 januari 2013 zullen nieuwe factureringsregels gaan gelden voor de btw. Het is van belang is om nu al kennis te nemen van de nieuwe regels, zodat tijdig met de aanpassing van ERP-systemen kan worden begonnen. In de Nederlandse wet wordt nu expliciet vastgelegd dat een factuur moet voldoen aan factureringsregels van de EU-lidstaat waar de levering of dienst wordt belast. Dit was in Nederland al praktijk. De ondernemer mag echter de factureringsregels van zijn eigen land toepassen als de btwheffing over zijn prestatie is verlegd naar de afnemer of als de levering of dienst volgens de Europese btw-regels is belast buiten de EU. Daarnaast komen er enkele extra vermeldingen die op de factuur moeten worden gezet in geval van ‘self billing’ (‘factuur uitgereikt door afnemer’), als de btw is verlegd (‘btw verlegd’) of bij toepassing van bijzondere regelingen, zoals de reisbureau- en margeregeling.

Regels elektronisch factureren versoepeld: De regels voor elektronisch factureren (e-invoicing) worden versoepeld. Ondernemers zijn vrij om zelf de technologie te kiezen om de authenticiteit, integriteit en leesbaarheid van de factuur te waarborgen. Afstemming met de inspecteur is niet meer vereist. Momenteel moet men gebruikmaken van een geavanceerde elektronische handtekening, uitwisseling van gegevens via een EDI (Electronic Data Interchange)-systeem of een andere vooraf door de inspecteur geaccordeerde methode.

Vereenvoudigde facturen: Er komt een mogelijkheid om vereenvoudigde facturen uit te reiken voor facturen met een vergoeding die niet hoger is dan € 100 en voor aanvullende documenten op een eerdere factuur, zoals creditnota’s. Een vereenvoudigde factuur bevat minder gegevens dan een normale factuur. Bij afstandsverkopen, intracommunautaire leveringen en als diensten belast zijn in een andere lidstaat dan waar de dienstverrichter is gevestigd, mag geen vereenvoudigde factuur worden uitgereikt.

Doorlopende intracommunautaire leveringen: Ten slotte wordt een regeling ingevoerd voor doorlopende intracommunautaire leveringen, bijvoorbeeld leveringen via een pijpleiding. Zij worden geacht elke kalendermaand te zijn voltooid. Op dat moment moet een factuur worden uitgereikt en btw afgedragen. De verplichting om bij vooruitbetalingen een factuur uit te reiken vervalt. Momenteel is men aangewezen op eventuele nationale regelgeving van lidstaten omdat er geen Europese regeling bestaat.

(Bron: Pleinplus bewerkt)

Privégebruik BTW auto

Inleiding: Het is al jaren onrustig ten aanzien van de btw-regels voor het privégebruik van de auto door btw-ondernemers en hun personeel. De oorzaak hiervan was aanvankelijk gelegen in de vraag of de aftrekcorrecties voor het privégebruik van de auto in overeenstemming waren met het Europese recht. De discussie omtrent de (on)houdbaarheid van de btw-aftrekcorrecties heeft recent een andere wending genomen door een uitspraak van Rechtbank Haarlem. In deze uitspraak staat niet de overeenstemming met het Europese recht centraal, maar de overeenstemming met het (nationale) gelijkheidsbeginsel. Deze uitspraak is de druppel die de emmer deed overlopen. Per 1 juli 2011 zijn de btw-aftrekcorrecties voor het privégebruik van de auto door de btw-ondernemer en zijn personeel afgeschaft. Vanaf die datum is het privégebruik van de auto door de btw-ondernemer en zijn personeel belast door middel van een heffing over het privégebruik. In dit memo wordt ingegaan op de praktische betekenis van de voornoemde feiten en omstandigheden.

Tot 1 juli 2011: Btw-aftrekcorrectie privégebruik auto: De eenmansondernemer die een zakelijke auto mede voor zijn privédoeleinden gebruikt brengt de btw op de kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud in aftrek voor zover hij belaste prestaties verricht. Vervolgens corrigeert de eenmansondernemer deze aftrek in het laatste tijdvak van het boekjaar met een bedrag van 12% x IB-bijtelling. Het percentage van 12 wordt naar evenredigheid verlaagd indien de btw-ondernemer de btw op de kosten van aanschaf, gebruik en onderhoud niet volledig in aftrek kon brengen vanwege het verrichten van vrijgestelde prestaties. Deze aftrekcorrectie is van overeenkomstige toepassing op het privégebruik van een zakelijke auto door een maat/firmant. Indien een zakelijke auto zonder btw is aangeschaft of indien een privéauto voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, is goedgekeurd dat volstaan wordt met aan aftrekcorrectie van 25% van de btw op de kosten van gebruik en onderhoud. De (aftrekgerechtigde) btw-ondernemer die een auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn personeel moet de genoten aftrek van de btw op de kosten van gebruik en onderhoud corrigeren indien en voor zover sprake is van privégebruik. De btw-correctie op basis van het werkelijke privégebruik is dus het uitgangspunt. Vanuit praktisch oogpunt is goedgekeurd dat de btw-ondernemer aansluit bij de forfaitaire aftrekcorrectie van (art. 15 Uitv.Besch. OB.8)

 Strijd met standstillbepaling: De Hoge Raad heeft aan het Hof van Justitie van de EU prejudiciële vragen gesteld over de (on)verbindendheid van de btw-aftrekcorrectie voor eenmansondernemers. De Hoge Raad is van oordeel dat een forfaitaire correctie van de aftrek (door aansluiting bij de IB-bijtelling) mogelijk is, maar twijfelt over de vraag of de aftrekcorrectie in overeenstemming is met de zogenoemde “standstillbepaling”. De Hoge Raad vraagt in voornoemd arrest aan het Hof van Justitie van de EU of de wijzigingen van het heffingspercentage en de (hoogte van de) IB-bijtelling in overeenstemming zijn met het gemeenschapsrecht (thans unierecht). Indien het hof deze vraag ontkennend beantwoordt, vraagt de Hoge Raad tevens aan het hof wat de consequentie hiervan is. Moet de aftrekcorrectie volledig buiten toepassing worden gelaten of dient de aftrekcorrectie toegepast te worden voor zover die niet in strijd is met de standstillbepaling? Het hof moet in deze prejudiciële procedure nog arrest wijzen.

Advies: : neem als eenmansondernemers en maten/firmanten in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van het boekjaar van 2011 het standpunt in dat de toepassing van art. 15 Uitv.Besch. OB tot en met 1 juli 2011 in strijd is met de standstillbepaling. Dit kunt u op twee manieren doen: bezwaar maken tegen de voldoening op aangifte van de (naar uw mening te hoge) btw-correctie of verzoeken om een naheffingsaanslag. In de laatste situatie neemt u dus niets op in de laatste btw-aangifte over het kalenderjaar en verzoekt u middels een separaat schrijven om de naheffingsaanslag. Ter zake van naheffingsaanslagen over de jaren vóór 2011 kunnen eenmansondernemers en maten/ firmanten op dezelfde grond bezwaar maken, uiteraard voor zover de termijnen nog niet zijn verlopen.

Strijd met gelijkheidsbeginsel: In de autobrief van de staatssecretaris die verscheen op 1 juni 2011 gaf de staatssecretaris aan dat hij de variatie in de hoogte van de btw-aftrekcorrectie voor het privégebruik van de auto naar gelang de CO 2-uitstoot van de auto niet langer een goede benadering vindt. Tevens gaf hij aan dat hij voornemens is om te bezien of er een zelfstandig btw-forfait ingevoerd kan worden. Op dezelfde dag ging Rechtbank Haarlem een stap verder dan de staatssecretaris door te oordelen dat de hoogte van de aftrekcorrectie voor het privégebruik van de auto op grond van het gelijkheidsbeginsel niet mag verschillen naar gelang de CO2-uitstoot van de auto. Deze uitspraak betekent dat de btw-ondernemer kan volstaan met de voldoening van 12% x de meest gunstige IB-bijtelling. Tot 2010 bedroeg de meest gunstige IB-bijtelling: 14% x cataloguswaarde. Vanaf 2010 geldt echter een nog gunstiger IB-bijtelling van 0% x cataloguswaarde voor auto‟s zonder CO 2-uitstoot (elektrische auto‟s).

Advies: neem in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van het boekjaar van 2011 het standpunt in dat voor het privégebruik van de auto door de btw-ondernemer, maat/firmant en/of het personeel een btw-aftrekcorrectie van 12% x 0% x cataloguswaarde verschuldigd is. Dit kunt u op twee manieren doen: bezwaar maken tegen de voldoening van de (naar uw mening te hoge) btw-correctie of door middel van een separaat schrijven verzoeken om een naheffingsaanslag. Voor naheffingsaanslagen ingediend ter zake van boekjaren vóór 2011 dient in de nadere motivering het standpunt ingenomen te worden dat 12% x de meest gunstige IB-bijtelling verschuldigd is.

Per 1 juli 2011 heffing over privégebruik: Uit vrees voor een budgettaire derving van een half miljard euro is met instemming van de ministerraad besloten dat het privégebruik van een zakelijke auto om niet per 1 juli 2011 niet langer gecorrigeerd wordt door een btw-aftrekcorrectie maar door een heffing over het privégebruik. Dit geldt voor het privégebruik van de auto door de eenmansondernemer, de maten/firmanten, het personeel en andere (gelieerde) personen. De vergoeding waarover 19% btw verschuldigd is, is hierbij gesteld op de uitgaven voor het werkelijke privégebruik.  Het woon-werkverkeer wordt als privégebruik aangemerkt. Een btw-heffing over het werkelijke privégebruik vereist dat er een kilometeradministratie wordt bijgehouden. Om praktische redenen heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat volstaan kan worden met een btw-heffing van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm) in het laatste tijdvak van het kalenderjaar. Dit percentage wordt tijdsevenredig berekend, nl. naar rato van het aantal dagen dat de auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking staat. Naar aanleiding van deze wijzigingen gaan wij nader in op de volgende punten:  1. Privégebruik auto tegen vergoeding, 2. Privégebruik leaseauto‟s, 3. Privégebruik margeauto en zakelijk gebruik privéauto, 4. Privégebruik auto waarvoor tot 1 juli 2011 btw-aftrekcorrectie is toegepast, 5. Woon-werkverkeer.

 Ad 1 Privégebruik auto tegen vergoeding: Een heffing over het privégebruik is slechts aan de orde indien voor het privégebruik van de auto door het personeel, maten, firmanten, etc. geen dan wel een symbolische vergoeding wordt betaald. Een vergoeding onder kostprijs is echter niet per definitie een symbolische vergoeding. Om te voorkomen dat werkgevers kunnen volstaan met een voldoening van btw uit geringe eigen bijdragen van het personeel, heeft de staatssecretaris in de Wet uitwerking autobrief een anti-misbruikmaatregel opgenomen. Deze anti-misbruikmaatregel is gebaseerd op een kan-bepaling in de btw-richtlijn en houdt in dat de btw-ondernemer die de auto voor privédoeleinden van het personeel, maten, firmanten etc. ter beschikking stelt, 19% btw moet voldoen over de normale waarde van deze terbeschikkingstelling. Onder de normale waarde wordt verstaan: de prijs voor een vergelijkbare dienst of -indien geen prijs voor een vergelijkbare dienst voorhanden is- de voor de dienst gemaakte uitgaven. De vergoeding voor het privégebruik van de auto door het personeel, maten, firmanten etc. moet dus zakelijk zijn. Wanneer en onder welke voorwaarden sprake is van een zakelijke vergoeding is (nog) niet duidelijk. Naar onze mening is het wenselijk dat volstaan kan worden met de voldoening van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm). De staatssecretaris heeft in de Wet uitwerking autobrief aangegeven dat dit in een beleidsbesluit goedgekeurd zal worden. Helaas laat de staatssecretaris in het midden of de voldane btw uit de eigen bijdrage in mindering gebracht mag worden op de voldoening van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm). Naar onze mening is een saldering van de voldane btw uit de eigen bijdrage met het forfait wenselijk omdat het voorkomt dat bij een eigen bijdrage meer btw verschuldigd is over het privégebruik van de auto dan zonder eigen bijdrage.

Ad 2 Privégebruik leaseauto: Het leasen van een auto is in beginsel een dienst. In sommige gevallen van financial lease kwalificeert de lease echter als een levering door de lessor aan de lessee. In de gevallen waarin de afgenomen leaseprestatie kwalificeert als een dienst kan van een heffing over het privégebruik op grond van art. 4, lid 2, onderdeel a Wet OB geen sprake zijn. Volgens het Kühne-arrest is die bepaling uitsluitend van toepassing indien een bedrijfsgoed aan de btw-ondernemer is geleverd. Volgens de wetgever is ook een heffing over het privégebruik van diensten op grond van art. 4, lid 2, onderdeel b Wet OB niet mogelijk. In de parlementaire geschiedenis heeft de wetgever namelijk expliciet aangegeven dat deze bepaling geen betrekking heeft op ingekochte diensten. De staatssecretaris is op dit standpunt teruggekomen. Omdat geen enkel argument gegeven wordt waarom de opvatting destijds niet juist was, komt de opvatting van de staatssecretaris ons allerminst overtuigend over. Hierover zal het laatste woord daarom nog niet zijn gezegd. De staatssecretaris lijkt zich hiervan bewust. Hij geeft namelijk aan dat als art. 4, lid 2, onderdeel b Wet OB niet van toepassing is, de aftrek (op grond van art. 15, lid 1 Wet OB) beperkt is tot de mate waarin de ingekochte dienst voor aftrekgerechtigde prestaties wordt gebruikt. Wij vragen ons af of deze opvatting juist is. De btw op leasediensten is immers tot 1 juli 2011 op grond van art. 15, lid 1 Wet OB aftrekbaar, maar de aftrek van deze btw is tot voornoemde datum (deels) uitgesloten op basis van art. 15, lid 6 jo. art. 15 Uitv.Besch. OB dan wel art. 16 Wet OB jo. art. 1, lid 1, onderdeel c BUA. Indien laatstgenoemde aftrekuitsluitingen per 1 juli 2011 verdwijnen, menen wij dat de aftrek op basis van art. 15, lid 1 Wet OB niet beperkt kan worden vanwege het privégebruik van de leasediensten. De leasetermijnen kwalificeren immers normaliter als (algemene) bedrijfskosten die volledig verdisconteerd zijn in de prijzen van de economische activiteiten van de btw-onderneming. Dit blijkt naar onze mening afdoende uit het feit dat tot 1 juli 2011 aftrekuitsluitingen nodig waren om op dit privégebruik btw te laten drukken. Mocht een heffing over het privégebruik van leasediensten niet mogelijk zijn dan bestaat er per 1 juli 2011 ter zake van het privégebruik van leasediensten naar onze mening geen mogelijkheid om dit consumptieve gebruik te belasten met btw.

Ad 3 Privégebruik margeauto of zakelijk gebruik privéauto: Indien de btw-ondernemer een margeauto heeft aangeschaft en deze auto (mede) om niet ter beschikking stelt voor eigen privédoeleinden of die van zijn personeel dan is art. 4, lid 2, onderdeel a Wet OB niet van toepassing. Deze bepaling is slechts van toepassing indien ter zake van het goed zelf (gedeeltelijke) aftrek is genoten. Eventuele genoten aftrek van de btw ter zake van kosten voor gebruik en onderhoud maakt dit niet anders. Voor ingekochte diensten (onderhoudsdiensten, etc.) zal volgens de staatssecretaris per 1 juli 2011 een heffing over het privégebruik plaatsvinden op grond van art. 4, lid 2, onderdeel b Wet OB. Zoals reeds is aangegeven komt de staatssecretaris met dit standpunt terug op hetgeen in de parlementaire geschiedenis is aangegeven en ontbreekt hiervoor een motivering. Wij betwijfelen de juistheid van het standpunt van de staatssecretaris. Indien de heffing over het privégebruik niet mogelijk is, bestaat volgens de staatssecretaris op grond van art. 15, lid 1 Wet OB geen aftrek van de btw op de kosten van gebruik en onderhoud indien en voorzover sprake is van privégebruik. Omdat art. 4, lid 2, onderdeel b Wet OB geen betrekking heeft op ingekochte goederen, zoals brandstof, autobanden etc. is de btw op deze goederen pro rata, d.w.z. naar evenredigheid van het zakelijke (aftrekgerechtigde) gebruik, aftrekbaar. Het hanteren van twee verschillende correctie-mechanismen (heffing over privégebruik en aftrekbeperking) voor de kosten van gebruik en onderhoud van margeauto‟s die voor privédoeleinden gebruikt worden en voor privéauto‟s van een eenmansondernemer, maat of firmant die zakelijk gebruikt worden, is naar onze mening praktisch onwenselijk. Afgezien daarvan, betwijfelen wij of een dergelijke aftrekbeperking van de btw op de kosten van gebruik en onderhoud mogelijk is omdat deze aan de btw-ondernemer in rekening gebrachte kosten normaliter (algemene) bedrijfskosten zijn die volledig zijn doorberekend in de prijzen van de economische activiteiten van de onderneming. Een “correctie” van de aftrek vanwege het privégebruik is in deze situatie naar onze mening slechts mogelijk via de aftrekuitsluitingen die per 1 juli 2011 zijn afgeschaft. Hierbij moet worden opgemerkt dat de forfaitaire btw-aftrekcorrectie van 25% in het besluit van 9 februari 2009, nr. CPP2009/109M, NTFR 2009/435 per 1 juli 2011 is ingetrokken, terwijl de gelijkluidende goedkeuring in het besluit van 22 januari 2004, nr. CPP2003/2803M, NTFR 2004/518, onderdeel 4b op 17 oktober 2011 is ingetrokken  Deze zogenoemde „75%-regeling‟ gold op grond van laatstgenoemd besluit voor de btw op de kosten van gebruik en onderhoud privéauto‟s van eenmansondernemers die mede voor (aftrekgerechtigde) bedrijfsdoeleinden werd gebruikt. De forfaitaire btw-aftrekcorrectie van 25% kan dus in ieder geval sinds 17 oktober 2011 niet meer worden toegepast. Dit betekent dat de aftrek van de btw op de kosten van gebruik en onderhoud thans uitsluitend naar rato van het werkelijke zakelijke gebruik mogelijk is. De staatssecretaris biedt echter ruimte om in overleg met het bedrijfsleven een soortgelijke goedkeuring nieuw leven in te blazen. De verwachting is daarom dat de staatssecretaris binnen afzienbare tijd met een (soortgelijke?) goedkeuring komt.

Ad 4 Privégebruik auto waarvoor tot 1 juli 2011 btw-aftrekcorrectie is toegepast: Eén van de punten waar de staatssecretaris gemakkelijk overheen lijkt te stappen is de vraag of ter zake van één auto zowel een btw-aftrekcorrectie (tot 1 juli 2011) als een heffing over het privégebruik (vanaf 1 juli 2011) van toepassing kan zijn. Wij onderschrijven de opvatting van Advocaat-Generaal Sharpston die meent dat een heffing over het privégebruik en een aftrekuitsluiting verschillende systemen zijn die elkaar uitsluiten. Deze opvatting betekent naar onze mening dat het privégebruik van de auto óf volledig via de btw-aftrekcorrectie dient plaats te vinden of volledig in de heffing over het privégebruik betrokken wordt.

Advies: : maak in het laatste tijdvak van het kalenderjaar 2011 bezwaar tegen de voldoening van de heffing over het privégebruik van een auto ter zake waarvan voor de periode tot 1 juli 2011 reeds een btw-aftrekcorrectie vanwege privégebruik heeft plaatsgevonden.

Ad 5 Woon-werkverkeer: Dat woon-werkverkeer voor de btw -anders dan in de inkomstenbelasting- in beginsel als te belasten privégebruik kwalificeert onderschrijven wij. Dit geldt overigens niet alleen voor personeel, maar ook voor btw-ondernemers. Hierop bestaat echter een uitzondering indien het vanwege de bijzondere behoeften van de onderneming nodig is dat de werkgever zorgt voor het woon-werkverkeer. Hiervan is sprake indien alleen de werkgever passend vervoer kan verstrekken of de plaats van de tewerkstelling niet vaststaat. De verplichting om zorg te dragen voor het woon-werkverkeer op basis van een CAO is echter onvoldoende. Het verdient daarom naar onze mening aanbeveling dat de staatssecretaris zijn standpunt omtrent het woon-werkverkeer nuanceert.

Advies: ga na of de bedrijfsbelangen van de werkgever vorderen dat laatstgenoemde zorgt voor het woon-werkverkeer. Indien hiervan sprake is, is het woon-werkverkeer vanaf 1 juli 2011 uitgezonderd van de heffing over het privégebruik van de (bedrijfs)auto.

Ten slotte: In dit bericht is ingegaan op de situatie tot 1 juli 2011 en daarna. Op basis van het voorgaande bevelen wij btw-ondernemers aan om het volgende te doen: Maak in 2011 bezwaar tegen de voldoening of de naheffingsaanslag ter zake van de btw-aftrekcorrectie voor het privégebruik van de auto door de eenmansondernemer, de maat/firmant en het personeel in de laatste aangifte van het boekjaar op grond van strijd met de standstillbepaling en strijd met het gelijkheidsbeginsel; Check of het woon-werkverkeer na 1 juli 2011 vanwege de bijzondere behoeften van de onderneming mogelijk niet als privégebruik kwalificeert; en/of Maak bezwaar tegen de voldoening van de heffing over het privégebruik in het laatste tijdvak van het kalenderjaar 2011 indien en voorzover ter zake van het privégebruik van de auto tot 1 juli 2011 reeds een aftrekcorrectie heeft plaatsgevonden. Maak bezwaar tegen de voldoening van de heffing over het privégebruik c.q. de aftrekbeperking ter zake van ingekochte diensten, zoals leasediensten, onderhoudsdiensten, etc. in het laatste tijdvak van het jaar 2011.

Tevens zijn de volgende onduidelijkheden gesignaleerd: Hoe moet de normale waarde van het ter beschikking stellen van de auto voor privégebruik tegen vergoeding per 1 juli 2011 vastgesteld worden? Kan het privégebruik van de kosten van gebruik en onderhoud van margeauto‟s die tot het btwondernemingsvermogen behoren belast worden (door middel van een beperkte aftrek op grond van art. 15, lid 1 Wet OB) per 1 juli 2011? Kan een eenmansondernemer, maat of firmant die een privéauto voor (aftrekgerechtigde) bedrijfsdoeleinden gebruikt de btw op de kosten van gebruik en onderhoud (deels) in aftrek brengen?

Indien u naar aanleiding van dit memo vragen of opmerkingen heeft
Mail ons gerust.

2012 wordt een zwaar jaar voor de zakelijke rijder

Het jaar 2012 wordt financieel een een zwaar jaar voor de zakelijke rijder. Halverwege 2012 stopt het BPM voordeel op zuinige auto’s en worden de normen voor de lage bijtellingcategorieën aangescherpt. Tegelijkertijd berekenen werkgevers steeds vaker autokosten door voor privé kilometers. Tot slot stijgen de boetes en parkeertarieven. Dat stelt de Vereniging Auto van de Zaak (VAVDZ).

Er zijn in Nederland ongeveer 1 miljoen zakelijke rijders. Gemiddeld wisselen zij iedere vier jaar van auto. De groep die daar de tweede helft van 2012 en in 2013 aan toe is, wordt stevig benadeeld, zo constateert de vereniging. De vereniging becijferde dat de keuze uit auto’s met een lage bijtelling met 30% afneemt per 1 juli 2012 en met meer dan 50% per 1 januari 2013. Berijders moeten flinke concessies doen om nog in een auto met een lage bijtelling te rijden. In praktijk zullen de meeste berijders weer 25% bijtelling gaan betalen.

Tegelijkertijd constateert de vereniging na het beoordelen van meer dan 100 autoregelingen dat het steeds vaker voorkomt dat werkgevers een eigen bijdrage vragen voor het privé gebruik van de auto. In een aantal gevallen wordt dit zelfs gecombineerd met een tarief per gereden kilometer.

(Bron: VADVZ)

Gemeenschap van 1 dag voorkomt overdrachtsbelasting bij verdeling panden

Door een geregistreerd partnerschap van één dag kon een stel besparen op de overdrachtsbelasting bij de verdeing van tien panden. Hof Arnhem vindt aan deze belastingconstructie namelijk niets mis.
De man en de vrouw zijn samen eigenaar van tien panden. Op 23 december 2003 zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan dat op 24 december 2003 weer is ontbonden. Het stel maakt partnerschapvoorwaarden waarbij slechts de panden tot de gemeenschap behoren. Bij de verdeling de volgende dag zijn de tot de gemeenschap behorende panden verdeeld waarbij ieder vijf panden krijgt.
Het stel is van mening dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een verdeling van een gemeenschap zoals bedoeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (WBR). De inspecteur is het daar niet mee eens en stelt dat er sprake is van handelen in strijd met doel en strekking van de wet (fraus legis). ­ Rechtbank Arnhem oordeelt dat er sprake was van fraus legis, omdat het geregistreerd partnerschap geen praktische en reële betekenis heeft en de besparing van overdrachtsbelasting het enige motief is. Hof Arnhem maakt daar korte metten mee. Er kan geen sprake zijn van fraus legis nu de wetgever in het wetgevingsproces is gewezen op deze ontgaansmogelijkheid en heeft nagelaten de regelgeving aan te passen. Het stel stelt terecht dat in dit geval geen overdrachtsbelasting verschuldigd is.

Beperkte gemeenschap

Overdrachtsbelasting is verschuldigd als een onroerende zaak wordt verkregen. In de WBR is bepaald dat van een belaste verkrijging geen sprake is als de verkrijging het gevolg is van de verdeling van een huwelijksgemeenschap. Hieronder valt ook de verdeling van een gemeenschap tussen geregistreerde partners. Door bij het aangaan van het geregistreerde partnerschap een beperkte gemeenschap aan te gaan, kan het stel, aldus Hof Arnhem, gebruikmaken van de in de wet genoemde uitzondering.

Bron:        Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Overzicht van landen waar Nederland belastingverdragen mee heeft afgesloten

Hieronder treft u een overzicht aan van de landen waar Nederland belastingverdragen mee heeft afgesloten:

Verdragen op het gebied van directe belastingen per 1 januari 2012Verdragen  Type Status Ondertekend In werking
Albanië  DTA  In werking  22-7-2004  15-11-2005 
Albanië Luchtvaart  L&S  In werking  25-9-1996  1-7-1998 
Andorra TIEA  TIEA  In werking  6-11-2009  1-1-2011 
Anguilla TIEA  TIEA  In werking  22-7-2009  1-5-2011 
Antigua en Barbuda TIEA  TIEA  In werking  2-9-2009  1-3-2010 
Argentinië  DTA  In werking  27-12-1996  11-2-1998 
Argentinië Luchtvaart  L&S  In werking  23-11-1993  15-1-2004 
Armenië  DTA  In werking  31-10-2001  22-11-2002 
Armenië Luchtvaart  L&S  In werking  26-11-1999  1-7-2002 
Australië  DTA  In werking  17-3-1976  27-9-1976 
Australië Tweede Protocol  DTA  In werking  30-6-1986  1-5-1987 
Azerbeidzjan  DTA  In werking  22-9-2008  18-12-2009 
Azerbeidzjan Luchtvaart  L&S  In werking  11-7-1996  1-6-1997 
Bahama’s TIEA  TIEA  In werking  4-12-2009  1-12-2010 
Bahrein  DTA  In werking  16-4-2008  24-12-2009 
Bahrein Luchtvaart  L&S  In werking  5-2-2007  6-7-2011 
Bangladesh  DTA  In werking  13-7-1993  8-6-1994 
Barbados  DTA  In werking  28-11-2006  12-7-2007 
Barbados Luchtvaart  L&S  In werking  27-11-1992  23-11-1994 
Barbados Protocol  DTA  In werking  27-11-2009  13-11-2011 
Belarus (Wit-Rusland)  DTA  In werking  26-3-1996  31-12-1997 
Belarus Luchtvaart  L&S  In werking  10-4-1995  1-1-1996 
België  DTA  In werking  5-6-2001  31-12-2002 
België Protocol  DTA  Geratificeerd door NL  23-6-2009  – 
Belize TIEA  TIEA  In werking  4-2-2010  1-1-2011 
Bermuda DTA nat. pers.  Mini DTA  In werking  8-6-2009  1-2-2010 
Bermuda Lucht- en Scheepvaart  L&S  In werking  8-6-2009  1-2-2010 
Bermuda TIEA  TIEA  In werking  8-6-2009  1-2-2010 
Bermuda Winstcorrecties  TP  In werking  8-6-2009  1-2-2010 
Brazilië  DTA  In werking  8-3-1990  20-11-1991 
Britse Maagdeneilanden TIEA  TIEA  Ondertekend  11-9-2009  – 
BRK (Aruba)  DTA  In werking  28-10-1964  1-1-1965 
BRK (Curaçao)  DTA  In werking  18-10-1964  1-1-1965 
BRK (Sint Maarten)  DTA  In werking  28-10-1964  1-1-1965 
Brunei Luchtvaart  L&S  In werking  17-1-1996  25-9-1997 
Bulgarije  DTA  In werking  6-7-1990  11-5-1994 
Canada  DTA  In werking  27-5-1986  21-8-1987 
Canada Protocol  DTA  In werking  25-8-1997  15-1-1999 
Cayman Islands TIEA  TIEA  In werking  8-7-2009  29-12-2009 
China  DTA  In werking  13-5-1987  5-3-1988 
Cookeilanden TIEA  TIEA  In werking  23-10-2009  7-9-2011 
Costa Rica Luchtvaart  L&S  In werking  21-12-1994  11-3-1999 
Costa Rica TIEA  TIEA  Ondertekend  29-3-2011  – 
Cuba Luchtvaart  L&S  In werking  3-2-1993  24-11-1996 
Denemarken  DTA  In werking  1-7-1996  6-3-1998 
Denemarken 1957  DTA  In werking  20-2-1957  29-1-1958 
Denemarken Protocol bij 1957  DTA  In werking  20-1-1966  31-8-1966 
Dominica TIEA  TIEA  Geratificeerd door NL  11-5-2010  – 

B

Dominicaanse Republiek Luchtvaart  L&S  In werking  15-12-1998  9-11-2006 
Duitsland  DTA  In werking  16-6-1959  18-9-1960 
Duitsland Protocol 1  DTA  In werking  13-3-1980  1-1-1981 
Duitsland Protocol 2  DTA  In werking  21-5-1991  20-2-1992 
Duitsland Protocol 3  DTA  In werking  4-6-2004  30-12-2004 
Duitsland Wederzijdse Adm. Bijstand  MA  In werking  21-5-1999  23-6-2001 
Egypte  DTA  In werking  21-4-1999  20-5-2000 
Egypte Luchtvaart  L&S  In werking  15-5-1957  15-5-1957 
Estland  DTA  In werking  14-3-1997  8-11-1998 
Estland Luchtvaart  L&S  In werking  24-3-1993  1-2-1994 
Estland Protocol 1  DTA  In werking  14-7-2005  21-5-2006 
Estland Protocol 2  DTA  In werking  26-6-2008  22-5-2009 
Estland Scheepvaart  L&S  In werking  24-3-1993  1-7-1994 
Filippijnen  DTA  In werking  9-3-1989  20-9-1991 
Finland 1996  DTA  In werking  28-12-1995  20-12-1997 
Finland Successie  S&E  In werking  29-3-1954  23-12-1955 
Finland Wederzijdse Adm. Bijstand  MA  In werking  29-3-1954  23-12-1955 
Finland Wederzijdse Adm. Bijstand aanvulling  MA  In werking  16-12-1966  25-8-1967 
Frankrijk 1949  DTA  Beëindigd  30-12-1949  21-5-1954 
Frankrijk 1973  DTA  In werking  16-3-1973  29-3-1974 
Frankrijk Protocol bij 1973  DTA  In werking  7-4-2004  24-7-2005 
Georgië  DTA  In werking  21-3-2002  21-2-2003 
Georgië Luchtvaart  L&S  In werking  3-4-1995  1-5-1997 
Ghana  DTA  In werking  10-3-2008  12-11-2008 
Gibraltar TIEA  TIEA  In werking  23-4-2010  1-12-2011 
Grenada TIEA  TIEA  Geratificeerd door NL  18-2-2010  – 
Griekenland  DTA  In werking  16-7-1981  17-7-1984 
Griekenland Lucht- en Scheepvaart  L&S  In werking  26-7-1951  26-7-1951 
Griekenland Protocol  DTA  In werking  18-1-2006  1-7-2006 
Guernsey TIEA  TIEA  In werking  25-4-2008  11-4-2009 
Guernsey Winstcorrecties  TP  In werking  25-4-2008  5-11-2009 
Hong Kong  DTA  In werking  22-3-2010  24-10-2011 
Hong Kong Scheepvaart  L&S  In werking  2-11-2000  17-10-2001 
Hongarije  DTA  In werking  5-6-1986  25-9-1987 
Hongarije Luchtvaart  L&S  In werking  12-9-1991  1-1-1994 
Ierland  DTA  In werking  11-2-1969  12-5-1970 
IJsland  DTA  In werking  25-9-1997  27-12-1998 
India  DTA  In werking  30-7-1988  21-1-1989 
Indonesië 1973  DTA  Beëindigd  5-3-1973  2-12-1974 
Indonesië 2002  DTA  In werking  29-1-2002  31-12-2003 
Isle of Man Lucht- en Scheepvaart  L&S  In werking  12-10-2005  23-8-2006 
Isle of Man TIEA  TIEA  In werking  12-10-2005  24-7-2006 
Isle of Man Winstcorrecties  TP  In werking  12-10-2005  24-7-2006 
Israël  DTA  In werking  2-7-1973  9-9-1974 
Israël Protocol  DTA  In werking  16-1-1996  26-7-1996 
Israël Successie  S&E  In werking  9-9-1974  14-7-1975 
Italië  DTA  In werking  24-1-1957  18-11-1960 
Italië Protocol  DTA  In werking  8-5-1990  3-10-1993 
Jamaica Luchtvaart  L&S  In werking  9-6-1994  1-4-1995 
Japan 1970  DTA  In werking  3-3-1970  23-10-1970 
Japan 2010  DTA  In werking  25-8-2010  29-12-2011 
Japan Protocol  DTA  In werking  4-3-1992  16-12-1992 
Jemen Luchtvaart  L&S  In werking  1-2-1994  24-6-1998 
Jersey TIEA  TIEA  In werking  20-6-2007  1-3-2008 
Jersey Winstcorrecties  TP  In werking  20-6-2007  1-3-2008 
Joegoslavië  DTA  In werking  22-2-1982  6-2-1983 
Jordanië  DTA  In werking  30-10-2006  16-8-2007 
Kazachstan  DTA  In werking  24-4-1996  2-5-1997 
Koeweit  DTA  In werking  29-5-2001  23-4-2002 
Korea  DTA  In werking  25-10-1978  17-11-1981 
Korea Protocol  DTA  In werking  6-4-1998  2-4-1999 
Kroatië  DTA  In werking  23-5-2000  6-4-2001 
Kyrgyzstan (Sovjetverdrag)  DTA  In werking  21-11-1986  27-9-1987 
Letland  DTA  In werking  14-3-1994  29-1-1995 
Letland Luchtvaart  L&S  In werking  25-3-1993  1-3-1994 
Letland Scheepvaart  L&S  In werking  4-9-1996  1-9-1997 
Liberia TIEA  TIEA  Geratificeerd door NL  27-5-2010  – 
Liechtenstein TIEA  TIEA  In werking  10-11-2009  1-12-2010 
Litouwen  DTA  In werking  16-6-1999  31-8-2000 
Litouwen Scheepvaart  L&S  In werking  26-1-1994  7-11-1994 
Luxemburg  DTA  In werking  8-5-1968  20-10-1969 
Luxemburg Protocol  DTA  In werking  29-5-2009  1-7-2010 
Macao Luchtvaart  L&S  In werking  16-11-1994  25-9-1995 
Macedonië  DTA  In werking  11-9-1998  21-4-1999 
Macedonië Luchtvaart  L&S  In werking  6-2-1997  1-11-1997 
Malawi  DTA  In werking  18-6-1969  30-1-1970 
Maldiven Luchtvaart  L&S  In werking  23-6-1994  1-2-1995 
Maleisië  DTA  In werking  7-3-1988  2-2-1989 
Maleisië Protocol 1  DTA  In werking  4-12-1996  5-2-1999 
Maleisië Protocol 2  DTA  In werking  4-12-2009  19-10-2010 
Malta  DTA  In werking  18-5-1977  9-11-1977 
Malta Protocol  DTA  In werking  18-7-1995  28-3-1999 
Marokko  DTA  In werking  12-8-1977  10-6-1987 
Marshalleilanden TIEA  TIEA  In werking  14-5-2010  8-11-2011 
Mexico  DTA  In werking  27-9-1993  13-10-1994 
Mexico Protocol  DTA  In werking  11-12-2008  31-12-2009 
Moldavië  DTA  In werking  3-7-2000  1-6-2001 
Monaco TIEA  TIEA  In werking  11-1-2010  1-12-2010 
Mongolië  DTA  In werking  8-3-2002  17-10-2003 
Mongolië Luchtvaart  L&S  In werking  9-3-1995  1-6-1996 
Montserrat TIEA  TIEA  In werking  10-12-2009  1-12-2011 
Nieuw-Zeeland  DTA  In werking  15-10-1980  18-3-1981 
Nieuw-Zeeland Adm. Bijstand  MA  In werking  20-12-2001  22-8-2004 
Nieuw-Zeeland Protocol  DTA  In werking  20-12-2001  22-8-2004 
Nigeria  DTA  In werking  11-12-1991  9-12-1992 
Nigeria Luchtvaart  L&S  In werking  26-1-1983  19-8-1983 
Noorwegen  DTA  In werking  12-1-1990  31-12-1990 
Noorwegen Protocol  DTA  In werking  9-7-1998  8-8-1998 
Oekraïne  DTA  In werking  24-10-1995  2-11-1996 
Oekraïne Luchtvaart  L&S  In werking  7-9-1993  1-8-1964 
Oezbekistan  DTA  In werking  18-10-2001  27-5-2002 
Oezbekistan Luchtvaart  L&S  In werking  17-10-1995  1-7-1996 
Oman  DTA  In werking  5-10-2009  29-12-2011 
Oman Luchtvaart  L&S  In werking  6-2-1991  29-10-1996 
Oman Luchtvaart Protocol  L&S  In werking  3-12-1995  25-12-1996 
Oostenrijk  DTA  In werking  1-9-1970  21-4-1971 
Oostenrijk Protocol 1  DTA  In werking  18-12-1989  28-12-1990 
Oostenrijk Protocol 2  DTA  In werking  26-11-2001  26-1-2003 
Oostenrijk Protocol 3  DTA  In werking  8-10-2008  22-5-2009 
Oostenrijk Protocol 4  DTA  In werking  8-9-2009  1-7-2010 
Oostenrijk Successie  S&E  In werking  26-11-2001  1-1-2003 
Pakistan  DTA  In werking  24-3-1982  4-10-1982 
Panama  DTA  In werking  6-10-2010  1-12-2011 
Panama Lucht- en Scheepvaart  L&S  In werking  28-4-1997  31-12-1997 
Panama Luchtvaart  L&S  In werking  5-7-1996  1-7-1997 
Polen  DTA  In werking  13-2-2002  18-3-2003 
Portugal  DTA  In werking  20-9-1999  11-8-2000 
Qatar  DTA  In werking  24-4-2008  25-12-2009 
Qatar Luchtvaart  L&S  Ondertekend  6-1-2008  – 
Roemenië  DTA  In werking  5-3-1998  29-7-1999 
Russische Federatie  DTA  In werking  16-12-1996  27-8-1998 
Saint Kitts en Nevis TIEA  TIEA  In werking  2-9-2009  29-11-2010 
Saint Lucia TIEA  TIEA  In werking  2-12-2009  31-3-2011 
Saint Vincent en de Grenadines TIEA  TIEA  In werking  1-9-2009  21-3-2011 
Samoa TIEA  TIEA  Geratificeerd door NL  14-9-2009  – 
San Marino TIEA  TIEA  In werking  27-1-2010  1-1-2011 
Saudi-Arabië  DTA  In werking  13-10-2008  1-12-2010 
Saudi-Arabië Luchtvaart  L&S  In werking  16-1-1991  1-1-1992 
Seychellen TIEA  TIEA  Stilzwijgende goedkeuring  4-8-2010  – 
Singapore  DTA  In werking  19-2-1971  31-8-1971 
Singapore Protocol 1  DTA  In werking  28-2-1994  9-12-1994 
Singapore Protocol 2  DTA  In werking  25-8-2009  1-5-2010 
Slovenië  DTA  In werking  30-6-2004  31-12-2005 
Slowakije (was Tsjecho-Slowakije)  DTA  In werking  4-3-1974  5-11-1974 
Slowakije Luchtvaart  L&S  In werking  16-5-1994  1-1-1995 
Slowakije Protocol 1  DTA  In werking  16-2-1996  19-12-1996 
Slowakije Protocol 2  DTA  In werking  7-6-2010  1-12-2010 
Spanje  DTA  In werking  16-6-1971  20-9-1972 
Sri Lanka  DTA  In werking  17-11-1982  24-1-1984 
Suriname  DTA  In werking  25-11-1975  13-4-1977 
Taiwan  DTA  In werking  27-2-2001  16-5-2001 
Thailand  DTA  In werking  11-9-1975  9-6-1976 
Tsjechië  DTA  In werking  4-3-1974  5-11-1974 
Tsjechië Luchtvaart  L&S  In werking  11-8-1993  1-12-1993 
Tunesië  DTA  In werking  16-5-1995  15-12-1995 
Tunesië wijzigingsprotocol  DTA  In werking  28-11-2006  12-7-2007 
Turkije  DTA  In werking  27-3-1986  30-9-1988 
Turkmenistan (Sovjetverdrag)  DTA  In werking  21-11-1986  27-9-1987 
Turks- en Caicoseilanden TIEA  TIEA  In werking  22-7-2009  1-5-2011 
Uganda  DTA  In werking  31-8-2004  10-9-2006 
Venezuela  DTA  In werking  29-5-1991  11-12-1997 
Venezuela Lucht- en Scheepvaart  L&S  In werking  18-12-1990  1-6-1993 
Venezuela Protocol  DTA  In werking  21-9-1995  11-12-1997 
Verenigd Koninkrijk 1980  DTA  In werking  7-11-1980  6-4-1981 
Verenigd Koninkrijk 2008  DTA  In werking  26-9-2008  25-12-2010 
Verenigd Koninkrijk Protocol 1  DTA  In werking  12-7-1983  20-12-1990 
Verenigd Koninkrijk Protocol 2  DTA  In werking  24-8-1989  20-12-1990 
Verenigd Koninkrijk Successie  S&E  In werking  11-12-1979  16-6-1980 
Verenigd Koninkrijk Successie Protocol  S&E  In werking  7-9-1995  3-6-1996 
Verenigde Arabische Emiraten (VAE)  DTA  In werking  8-5-2007  2-6-2010 
Verenigde Arabische Emiraten Luchtvaart  L&S  In werking  19-1-1992  17-11-1992 
Verenigde Staten (VS)  DTA  In werking  18-12-1992  31-12-1993 
Verenigde Staten (VS) Protocol 1993  DTA  In werking  13-10-1993  30-12-1993 
Verenigde Staten (VS) Protocol 2004  DTA  In werking  8-3-2004  28-12-2004 
Verenigde Staten (VS) Successie  S&E  In werking  15-7-1969  3-2-1971 
Vietnam  DTA  In werking  24-1-1995  25-10-1995 
Vietnam Luchtvaart  L&S  In werking  1-10-1993  12-5-1994 
Zambia  DTA  In werking  19-12-1977  9-11-1982 
Zimbabwe  DTA  In werking  18-5-1989  21-4-1991 
Zuid-Afrika  DTA  In werking  10-10-2005  28-12-2008 
Zuid-Afrika Protocol  DTA  In werking  8-7-2008  24-12-2008 
Zweden  DTA  In werking  18-6-1991  12-8-1992 
Zweden Successie  S&E  In werking  25-4-1952  5-2-1953 
Zwitserland 1951  DTA  In werking  12-11-1951  9-1-1952 
Zwitserland 2010  DTA  In werking  26-2-2010  9-11-2011 

 

Bron: Overheid