Belastingaftrek ziektekosten, soms makkelijk, maar fiscus kan ook moeilijk doen

De regeling voor aftrek van ziektekosten kan nog steeds volop mogelijkheden bieden voor belastingvoordeel. Dat is niet alleen afhankelijk van de omvang van de kosten maar vooral ook van uw inkomen. Voor de aftrek geldt namelijk een drempel die afhankelijk is van uw inkomen (en dat van uw eventuele partner). Het overschrijden van die drempel kan echter heel makkelijk gaan als de aftrekbare uitgaven (bij lagere inkomens) eerst opgehoogd worden met een verhogingsfactor. Soms is er voor de aftrek een medische verklaring nodig en daarover kan de fiscus wel moeilijk doen, zo bleek uit een onlangs gepubliceerde rechterlijke uitspraak.

 Welke kosten zijn aftrekbaar?

De ziektekosten vallen onder de regeling van de aftrekbare specifieke zorgkosten. Hoewel die naam misschien anders doet vermoeden, is die aftrekpost bepaald niet alleen voorbehouden voor heel bijzondere ziektekosten. Daarvoor hoeft u echt niet (ernstig) ziek te zijn. Aftrek is bijvoorbeeld mogelijk voor tandartskosten en voor kosten van hulpmiddelen zoals de voor eigen rekening komende kosten van een gehoorapparaat, een rollator of van steunzolen, orthopedisch schoeisel en dergelijke. Maar niet de kosten van brillen en contactlenzen. Ook is aftrek mogelijk voor de kosten van een dieet als dat is voorgeschreven door arts of diëtist; afhankelijk van het soort dieet gelden vaste tabelbedragen.

Drempel en verhogingsfactor

Op de aftrekbare uitgaven moet een drempelbedrag in mindering worden gebracht. Voor 2011 is dat bij een drempelinkomen (globaal uw jaarinkomen en dat van uw eventuele partner) tot € 38.955 1,65% van het inkomen. Als uw drempelinkomen hoger is dan € 38 955, dan is het drempelbedrag € 642 (1,65% van € 38 955) plus 5,75% van het bedrag boven de € 38.955.

Maar het overschrijden van het drempelbedrag gaat soms makkelijker dan u denkt, omdat het bedrag van de aftrekbare uitgaven bij lagere inkomens veelal eerst mag worden verhoogd met een factor van 40% (voor 65+ zelfs: 113%). Er mogen dan dus meer kosten in aanmerking worden genomen dan er zijn gemaakt. Die verhogingsfactor is van toepassing als uw drempelinkomen niet hoger is dan € 33.485. Daardoor is bij toepassing van de verhogingsfactor vrijwel altijd ook nog een daadwerkelijke aftrek mogelijk.

Voorbeeld

U hebt in 2011 in verband met voedselovergevoeligheid een tarwevrij dieet gevolgd. Daarvoor staat in de dieetkostentabel een normbedrag van € 950. Omdat uw drempelinkomen € 30 000 bedraagt komt door toepassing van de verhogingsfactor als specifieke zorgkosten in aanmerking € 950 plus 40% van € 950, ofwel € 1.330. Na aftrek van de drempel van € 495 (1,65% van € 30.000) resteert een aftrek van € 835.

Als u 65 jaar of ouder bent is de verhogingsfactor zelfs 113%, zodat de aftrek € 2.024 (€ 950 plus 113% van € 950) minus € 495, ofwel € 1.529 bedraagt. Zonder dat rekening wordt gehouden met eventuele andere ziektekosten resteert al een veel hogere aftrek dan het normbedrag van de dieetkostentabel.

De verhogingsfactor is niet van toepassing op de uitgaven voor geneeskundige en heelkundige hulp zelf, maar geldt bijvoorbeeld wel voor de reiskosten naar de arts en de kosten voor de hulpmiddelen, waaronder ook kunnen vallen de veelal forse kosten van woningaanpassingen als die verband houden met fysieke of psychische beperkingen; daarop kom ik aan het slot nog terug.

Verhogingsfactor bij tandartskosten

Ik stipte reeds aan dat de tandartskosten kwalificeren als specifieke zorgkosten. Dat geldt ook voor de kosten van de mondhygiënist. Het gaat natuurlijk steeds om kosten die u niet vergoed hebt gekregen. U kunt zonder meer aftrekken zowel de kosten van de periodieke controle/behandeling als de kosten van allerhande specifieke behandelingen, inclusief de daarbij gebruikte materialen (bijv. bruggen en kronen) en de reiskosten voor het bezoeken van de tandarts.

Voor de behandelkosten zelf geldt in het algemeen echter niet de hiervoor genoemde verhogingsfactor, maar voor de reiskosten wel. De verhogingsfactor kan ook worden toegepast voorzover onder de rekeningen kosten van hulpmiddelen zijn begrepen (bijvoorbeeld kunstgebitten). Uit de rechtspraak volgt dat er sprake is van een hulpmiddel als het middel een elementaire lichaamsfunctie overneemt, waartoe iemand anders niet in staat zou zijn. De Belastingdienst wil een brug wel als hulpmiddel aanmerken maar de kosten van een kroon niet, omdat daarmee niet de functie van kauwen wordt overgenomen maar veeleer sprake zou zijn van gewoon gebitsonderhoud.

De benaderingswijze van de fiscus is discutabel. Een kroon draagt toch net als een kunstgebit aanmerkelijk bij aan de kauwfunctie. Het kan zeker de moeite lonen om het fiscale standpunt inzake kronen te bestrijden, zonodig voor de belastingrechter. Maar, verhogingsfactor of niet, de niet-vergoede tandartskosten, inclusief de kosten van de kroon, zijn in ieder geval sowieso tot de specifieke zorgkosten te rekenen.

Aanvullende verzekering is fiscaal niet voordelig

Premies voor de zorgverzekering zijn niet aftrekbaar, ongeacht of het gaat om de basisverzekering of om een aanvullende verzekering. Ook is geen aftrek mogelijk voor hetgeen u moet betalen op basis van het verplichte eigen risico (voor 2011: € 170) of het vrijwillige eigen risico bij het basispakket (afhankelijk van uw eigen keuze).

Wel aftrekbaar zijn de kosten die voor uw eigen rekening komen omdat zij niet onder de basisverzekering vallen en de aanvullende verzekering onvoldoende dekking biedt. De kosten die dan voor uw eigen rekening blijven, zijn zonder meer tot de specifieke zorgkosten te rekenen.

Voor de belastingen is een hogere aanvullende verzekering (voor bijv. tandarts) dus bepaald niet voordelig, want de daarvoor verschuldigde hogere premie is namelijk niet aftrekbaar.

Soms medisch voorschrift nodig

Voor aftrek van de uitgaven is soms een medisch voorschrift nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eerder genoemde dieetkosten maar ook voor de soms kostbare woningaanpassingen die aftrekbaar zijn als zij zijn gedaan in verband met fysieke of psychische beperkingen. Zo’n medisch voorschrift moet eigenlijk vooraf zijn opgesteld. Er is echter een aantal rechterlijke uitspraken waarin een achteraf opgestelde verklaring van een arts voldeed voor aftrekbaarheid van de uitgaven.

De Staatssecretaris van Financiën heeft zich ook weleens uitdrukkelijk met een dergelijke uitspraak verenigd; in die situatie was er door de ernstige ziekte/invaliditeit overigens ook grote spoed bij de woningaanpassing.

Maar de Belastingdienst houdt in beginsel vast aan een vooraf opgestelde medische verklaring. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem. Hoewel de Rechtbank te Arnhem nog coulant was geweest en de aftrek op basis van de achteraf opgestelde verklaring accepteerde, weigerde het hof de aftrek in een situatie waarin de functiebeperking van een gehandicapt kind feitelijk onomstreden was.

Het geeft voor de praktijk aan dat de fiscus in zo’n geval toch moeilijk kan doen en dat het dus verstandig is om de arts de verklaring vooraf te laten verstrekken. Maar als dat door omstandigheden niet gebeurd is, is het zeker de moeite van het proberen waard om de aftrek te krijgen met een verklaring achteraf.

(Bron: Kluwer)

Mag de gemeente een hulpmiddel uit de Wmo weigeren als mijn inkomen te hoog is?

De gemeente mag geen algemene inkomensgrens stellen om te bepalen of u in aanmerking komt voor een hulpmiddel of voorziening uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Centrale Raad van Beroep (de hoogste rechterlijke instantie in Nederland) heeft dit in een uitspraak bevestigd. Wel mogen gemeenten een inkomensafhankelijke eigen bijdrage vragen voor voorzieningen en hulpmiddelen die via de Wmo worden verstrekt.

  • Gemeente kijkt naar uw persoonlijke situatie bij aanvraag uit Wmo
  • Gemeente mag een aanvraag voor hulp uit de Wmo afwijzen
  • Toewijzing van voorziening plus eigen bijdrage Wmo
  • Aantal gemeenten hanteert ten onrechte inkomensgrens Wmo
  • Wat u kunt doen als gemeente inkomensgrens Wmo hanteert

Gemeente kijkt naar uw persoonlijke situatie bij aanvraag uit Wmo

De Wmo gaat uit van de begrippen compensatieprincipe en individuele toetsing. Dat betekent dat de gemeente naar uw persoonlijke situatie kijkt en naar uw mogelijkheden om zelf een voorziening te regelen en te bekostigen. Om uw persoonlijke situatie te kunnen beoordelen mag de gemeente naar uw financiële draagkracht kijken.

De gemeente gaat ook op deze manier te werk bij het bepalen van de eigen bijdrage volgens de bijdrageregeling Wmo. Deze regeling stelt voor alle gemeenten grenzen bij het opleggen van eigen bijdragen.

Gemeente mag een aanvraag voor hulp uit de Wmo afwijzen

De gemeente gaat na of de kosten van het gevraagde hulpmiddel (bijvoorbeeld op jaarbasis) lager liggen dan de maximale eigen bijdrage (ook op jaarbasis). Dit doet zij op grond van uw inkomen. Is dat het geval, dan mag de gemeente concluderen, dat u (in beginsel) in staat bent de voorziening of het hulpmiddel zelf te betalen. De gemeente mag dan de aanvraag afwijzen.

Toewijzing van voorziening plus eigen bijdrage Wmo

De gemeente moet daarnaast nagaan of er voor u bijzondere (financiële) omstandigheden zijn die tot een andere uitkomst kunnen leiden. Bijvoorbeeld als u al een eigen bijdrage betaalt voor een andere Wmo-voorziening of voor zorg uit de AWBZ in hetzelfde jaar.

Is dit het geval, dan geldt dat meerdere eigen bijdragen niet boven uw maximale eigen bijdrage mogen uit komen. De gemeente moet dan kiezen voor het verstrekken van het hulpmiddel met betaling van een eigen bijdrage. Het CAK controleert de stapeling van meerdere eigen bijdragen.

Aantal gemeenten hanteert ten onrechte inkomensgrens Wmo

Gemeenten voeren de Wmo uit en beoordelen of u in aanmerking komt voor een hulpmiddel of voorziening uit de Wmo. Een aantal gemeenten in Nederland hanteert misschien nog inkomensgrenzen en/of andere financiële voorwaarden. In die gemeenten moet iemand met meer inkomen dan 150% van de bijstandsnorm, zelf de kosten van een hulpmiddel betalen.

De staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) legt uit datgemeenten geen inkomensgrens mogen stellen of inkomenspolitiek bedrijven. Op 18 januari 2012 heeft  de Centrale Raad voor Beroep deze uitspraak van de staatssecretaris ondersteund door zich uit te spreken tegen een inkomensgrens binnen de Wmo.

Wat u kunt doen als gemeente inkomensgrens Wmo hanteert

U kunt binnen 6 weken bezwaar aantekenen tegen een afwijzing voor ondersteuning vanuit de Wmo. Als u bij een vorige afwijzing op grond van uw inkomen nog geen bezwaar heeft gemaakt, kunt u weereen aanvraag indienen. De gemeente zal uw aanvraag opnieuw moeten beoordelen naar de huidige stand van zaken.

(Bron: Overheid)

Normen geautomatiseerd rittenregistratiesysteem vastgesteld door fiscus

De Belastingdienst heeft het normenkader vastgesteld voor geautomatiseerde rittenregistratiesystemen. Systemen die aan deze normen voldoen kunnen worden gebruikt voor die situaties waarin een rittenregistratie is vereist voor fiscale doeleinden.

Met de bekendmaking van dit normenkader wordt de markt in de gelegenheid gesteld in te spelen op deze door de Belastingdienst vastgestelde normen.

Op dit moment kunnen geautomatiseerde rittenregistratiesystemen die voldoen aan het normenkader gebruikt worden om aan te tonen dat niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden met ‘auto van de zaak’. Die rittenregistratie is nodig om bijtelling te voorkomen. Straks zullen deze kastjes ook een rol gaan spelen in de gestaffelde bijtelling waar momenteel onderzoek naar plaatsvindt. Als dit onderzoek positief blijkt, is het streven dat deze gestaffelde bijtelling in 2013 van start gaat voor de bestelauto van de zaak.

(Bron: Belastingdienst)

Partijen die van plan zijn een rittenregistratiesysteem te gaan ontwikkelen kunnen zich aanmelden voor een startbijeenkomst. Aanmelden kan telefonisch bij het Landelijk Coördinatiecentrum Auto 088 158 17 12.

De vooringevulde aangifte 2011, aandachtspunt het ingevulde brutoloon

Particulieren kunnen vanaf 1 maart weer aangifte doen met de vooraf ingevulde aangifte. Dit jaar is een deel van de lijfrentepremies vooraf ingevuld. Ook is een eerste stap gezet met het invullen van de hypotheekgegevens en de dividendbelasting.

 

In de vooraf ingevulde aangifte vult de Belastingdienst een aantal gegevens alvast in zoals naam, adres, woonplaats, loon of studiefinanciering en de WOZ-waarde van een koopwoning. Vanaf dit jaar komt daar een deel van de lijfrentepremies bij. Ook is een eerste stap gezet met het invullen van de hypotheekgegevens en dividendbelasting. Die gegevens zijn vanaf 12 maart bij een deel van de mensen ingevuld. Het voorinvullen van bankgegevens wordt in de komende jaren stapsgewijs uitgebreid. Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën: “Met deze uitbreiding van de vooringevulde aangifte maken we het de mensen weer iets gemakkelijker”.

 

Extra aandacht

 Ieder jaar besteedt de Belastingdienst extra aandacht aan een thema bij de behandeling van de aangifte. Dit jaar is dat het ingevulde loon. Uit steekproeven is gebleken dat er fouten worden gemaakt door het verkeerd of niet invullen van loon. In de meeste gevallen is er sprake van slordigheid of onwetendheid. Mensen maken minder fouten als zij de vooraf ingevulde aangifte gebruiken. Belastingplichtigen moeten de vooringevulde gegevens controleren, aanvullen en waar nodig wijzigen. Met de vooringevulde aangifte is aangifte doen makkelijker en kost het minder tijd. Vorig gebruikten bijna 4 miljoen mensen de vooraf ingevulde aangifte.

 

Jongeren

 De Belastingdienst is weer gestart met de jaarlijkse voorlichtingscampagne voor jongeren met vakantiewerk of een bijbaantje. Via radiospotjes op populaire jongerenzenders en internet worden zij op de mogelijkheid gewezen om belastinggeld terug te vragen.

 ”Jongeren kunnen met een half uurtje werk soms wel een paar honderd euro van de Belastingdienst terug krijgen. Dat is makkelijk verdiend dus doe belastingaangifte”, roept staatssecretaris Frans Weekers van Financiën deze groep op.

 Werkgevers houden voor jongeren met een (tijdelijk) vakantie- of bijbaantje vaak voor het hele jaar ineens loonheffing en premies in. Met behulp van de het aangifteprogramma kan er in de meeste gevallen in nog geen half uur tijd een flink bedrag aan belasting worden teruggevraagd. Omdat niet alle jongeren dat doen is dit keer de rode draad van de voorlichtingscampagne dat harde werkers recht op meer hebben.

 Deze teruggaaf kan tot 5 jaar terug worden aangevraagd, dus tot en met 2007. Meer informatie over de belastingteruggaaf voor jongeren met een vakantie- of bijbaantje is te vinden op:www.belastingdienst.nl/jongeren enwww.makkelijkverdiend.nl.

 Vragen over de aangifte

 De BelastingTelefoon is in maart extra geopend voor vragen over de aangifte: op vrijdag van 17.00 tot 20.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur. Vorig jaar belden in de aangifteperiode ruim 1 miljoen mensen naar de BelastingTelefoon. Vanaf 13 februari kunnen mensen ook via twitter vragen stellen over hun aangifte. Het account met de naam @BDaangifte heeft ruim 2600 volgers en is bereikbaar tot en met 31 maart.

(Bron: Rijksoverheid)

De 11 belangrijkste aftrekposten van 2011 in de prive-aangifte inkomstenbelasting

Aftrekpost 1: De eigen woning
Ook dit jaar levert de eigen ­woning de meeste aftrek op. Ten eerste is natuurlijk de hypotheekrente aftrekbaar gedurende maximaal 30 jaar. Daarbij is het volgende belangrijk om te weten:

  • Een aantal kosten zijn alleen aftrekbaar in het jaar dat u de woning koopt.
  • Sommige kosten zijn niet ‘direct’ aftrekbaar, maar als u er geld voor hebt geleend, valt deze schuld in box 1. De rente die u daarover betaalt, is wél aftrekbaar.

Aftrekpost 2: Geen (of kleine) eigenwoningschuld
Wie z’n hypotheekschuld voortvarend wegwerkt, wordt beloond met een extra aftrekpost. Deze regeling komt erop neer dat woningbezitters die hun huis (bijna) hebben afbetaald, geen eigen­woningforfait meer bij hun ­inkomen hoeven op te tellen.

Voorbeeld
Joke heeft een eigen woning met een WOZ-waarde van €200.000. Zij heeft de hypotheek helemaal afgelost. In haar aangifte moet ze het forfait aangeven van 0,55% van €200.000 = €1100. Omdat ze geen hypotheekrente meer aftrekt, krijgt ze een aftrekpost van €1100. Per saldo geeft ze dus niets aan.

Aftrekpost 3: Rijksmonument
Bent u eigenaar van een Rijks­monument? Voor de Belastingdienst is het van belang of het gaat om een eigen woning (belast in box 1) of een andere onroerende zaak (box 3). Is het monument een eigen woning, dan zijn de onderhoudskosten, lasten (met uitzondering van financierings­lasten) en afschrijvingen aftrekbaar, verminderd met 0,8 procent van de eigenwoningwaarde.

Is het monument geen eigen woning, dan zijn alleen de onderhoudskosten aftrekbaar, verminderd met 4 procent van de waarde in het economische verkeer. De kosten, lasten en afschrijvingen op het monumentenpand mogen in hun totale omvang hetgeen ­gebruikelijk is niet overtreffen. Goed om te weten: ook de kosten van monumentale tuinen en parken kunnen vallen onder monumentenuitgaven.

Aftrekpost 4: Lijfrentepremies
Sinds 2011 zijn lijfrentepremies alleen aftrekbaar in het kalenderjaar waarin ze zijn betaald. Dit geldt niet voor ondernemers; zij kunnen wél bij de aangifte van 2011 lijfrentepremies aftrekken die ze in de eerste zes maanden van 2012 hebben betaald of verrekend.Het gaat onder meer om:

  • Premies voor lijfrenten of bankspaarproducten voor het opvangen van een pensioentekort. Denk aan de oudedagslijfrente, nabestaandenlijfrente en tijdelijke oudedagslijfrente (waarvan de jaarlijkse opbrengst maximaal €20.602 bedraagt).
  • Premies voor lijfrenten voor een meerderjarig invalide ­(klein)kind (die stoppen bij zijn of haar overlijden).
  • Een bijdrage voor een ANW-­uitkering wegens een onver­zekerbaar overlijdensrisico.

Goed om te weten: de aftrekbaarheid van lijfrentepremies is afhankelijk van uw jaar- en ­reserveringsruimte. Deze kunt u berekenen op www.belastingdienst.nl

Aftrekpost 5: Reiskostenaftrek
U komt in aanmerking voor reiskostenaftrek als er sprake is van ‘regelmatig woonwerkverkeer’ met het openbaar vervoer. U moet ten minste eenmaal per week heen en weer reizen, en op jaarbasis 40 dagen of meer. Afhankelijk van de afstand naar het werk (enkele reis) loopt de aftrek op van €428 per jaar tot €2001 (bij 90 km en meer). Kreeg u van uw werkgever een reiskostenvergoeding? Dan moet u deze van het vaste bedrag aftrekken.

Aftrekpost 6: Auto van de zaak
Rijdt u als werknemer in een auto van de zaak? Als u zelf kosten betaalt (bijvoorbeeld de benzine op vakanties), dan kunt u dit bedrag in mindering brengen op de bijtelling privégebruik. Deze bijtelling zal de werkgever in zijn loonadministratie opnemen en verwerken in de jaaropgaaf.

Aftrekpost 7: Alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
Gescheiden? Dit kunt u bij uw ­belastingaangifte aftrekken:

  • Betaalde partneralimentatie.
  • Betaalde afkoopsommen voor alimentatie aan de ex-partner (dus niet: kinderalimentatie).
  • Op u verhaalde bijstand of ­WIJ-uitkering (Wet Investerenin Jongeren).
  • Dat wat u bij de scheiding betaald hebt om pensioenrechten, lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen te verrekenen.

Aftrekpost 8: Levensonderhoud kinderen
Uitgaven aan kinderen tot 30 jaar met onvoldoende inkomen of vermogen om in het eigen onderhoud te voorzien, mag u aftrekken als de kosten per kwartaal minstens €408 bedragen. Er mag geen recht bestaan op kinderbijslag of een overeenkomstige buitenlandse regeling. Het kind mag ook geen recht hebben op een (voorwaardelijke) gift, of prestatiebeurs volgens de Wet op de studie­financiering.
In het overzicht hieronder staat wat u kunt aftrekken:

Aftrekpost 9: Ziekte of invaliditeit
Bij de aftrekpost voor zorgkosten door ziekte of invaliditeit moet u aan verschillende voorwaarden voldoen. Ten eerste: alleen uitgaven van en voor de ­volgende personen zijn aftrekbaar: de belastingplichtige, de partner, de kinderen jonger dan 27 jaar, thuiswonende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder, en de bij belastingplichtige inwonende zorgafhankelijke ouders, broers en zusters. Daarnaast geldt:

  • Het zijn kosten waarvoor geen vergoeding wordt gekregen, en waarvoor u geen recht op een vergoeding hebt van bijvoorbeeld de (aanvullende) zorgverzekering, uw werkgever of de bijzondere bijstand.
  • Kosten die onder een verplicht of vrijwillig eigen risico vallen, zijn niet aftrekbaar.
  • Het zijn kosten waardoor de drempel wordt overschreden. Deze drempel bestaat uit verschillende percentages en is ­afhankelijk van het inkomen.

Verder geldt: u mag het bedrag van de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen als u aan ­bepaalde voorwaarden voldoet.

U kunt de kosten verhogen met 113 procent als u aan het begin van het jaar 65 jaar of ouder bent én als uw drempel­inkomen over 2011 niet hoger is dan €33.485. Het drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek.

Bent u jonger dan 65 jaar? Dan is de verhoging 40 procent.

Let op: de verhoging geldt niet voor geneeskundige en heelkundige hulp en voor reiskosten in verband met ziekenbezoek. Kosten die u niet vergoed krijgt omdat u geen basiszorgverzekering hebt afgesloten, zijn niet aftrekbaar.

Goed om te weten: krijgt u een tegemoetkoming via het CAK (Centraal Administratiekantoor) voor kosten die u maakt als chronisch zieke of gehandicapte? Dit is geen ‘vergoeding’ en daarom hoeft u uw aftrek niet te verlagen met deze tegemoetkoming. Dit geldt ook als u een tegemoet­koming krijgt van het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) als u arbeids­ongeschikt bent.

De volgende specifieke ­zorgkosten mag u opvoeren als aftrekpost:

  • Geneeskundige en heelkundige hulp. Daaronder vallen kosten voor de huisarts, tandarts, fysiotherapeut of specialist. Let op: uitgezonderd zijn ooglaserbehandelingen ter vervanging van bril of contactlenzen.
  • Verpleging in een ziekenhuis of een andere verpleeginstelling.
  • Paramedische behandelingen door (of op voorschrift en onder begeleiding van) een arts, zoals acupunctuur, revalidatie, logo­pedie of homeopathie.
  • Vervoer op doktersvoorschrift.
  • Verstrekte farmaceutische hulpmiddelen.
  • Andere hulpmiddelen. Uitgezonderd zijn brillen, contactlenzen en overige hulpmiddelen voor het gezichts­vermogen.
  • Extra gezinshulp voor zover meer dan een drempel.
  • Extra kosten voor dieet die zijn voorgeschreven in een dieetverklaring die is afgegeven door arts of diëtist (forfaitaire bedragen).
  • Extra kleding en beddengoed en daarmee samenhangende extra uitgaven (forfaitaire bedragen).
  • Bepaalde verbouwingen aan de woning.
  • Reizen wegens regelmatig ziekenbezoek. Met de auto €0,19 per km. Met ander vervoer ­(bijvoorbeeld openbaar vervoer) de werkelijke kosten.

Aftrekpost 10: Weekenduitgaven voor gehandicapten
Extra uitgaven voor de verzorging van een persoon die ernstig gehandicapt is, 27 jaar of ouder is, en doorgaans in een inrichting verblijft, kunt u aftrekken. De aftrek geldt voor gehandicapte kinderen, een gehandicapte broer of zus, of een onder mentorschap gesteld gehandicapt persoon. De volgende bedragen mag u aftrekken:

  • €10 per dag voor verzorging van de gehandicapte door de belastingplichtige.
  • €0,19 per km voor het vervoer van de gehandicapte per auto door de belastingplichtige, over de reisafstand tussen de plaats waar de gehandicapte en de belastingplichtige doorgaans verblijft.

Aftrekpost 11: Giften
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen periodieke en andere giften. Bij periodieke giften gaat het om vaste en gelijkmatige periodieke betalingen die uiterlijk bij overlijden eindigen. De giften moeten worden gegeven aan kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen of verenigingen, die door de Belastingdienst als zodanig zijn bestempeld.

Periodieke giften zijn altijd aftrekbaar wanneer het gaat om een jaarlijkse verplichting voor ten minste vijf jaar, die bij de notaris met een akte is vastgelegd. Bij andere giften geldt ook dat ze gedaan moeten zijn aan de hierboven genoemde instellingen. Ze zijn pas aftrekbaar als de giften samen meer bedragen dan €60 én meer dan 1 procent zijn van het verzamelinkomen voor aftrek van de persoonsgebonden aftrek. U mag tot maximaal 10 procent van dit verzamelinkomen aftrekken als gift.

Het is goed om per situatie na te gaan wat fiscaal handig kan zijn. Neem gerust via info@ambitions.nu contact met ons op.

Bron: Geld & Recht bewerkt

Bericht gehad om geen aangifte te doen over 2011? Kijk toch even kritisch naar uw situatie

Bepaalde belastingplichtigen kunnen van de belastingdienst een bericht krijgen dat ze voor 2011 geen aangifte hoeven te doen. De belasting kan echter niet geheel op de hoogte zijn van mogelijke aftrekposten van andere omstandigheden die kunnen gelden in uw situatie. Indien dan niet even goed uw situatie te controleren kunt u belastingteruggave mislopen..

Dit kan bijvoorbeeld als uw situatie ten opzichte van vorig jaar is veranderd waarbij u nu wel een beroep kunt doen op bepaalde aftrekposten. Ook kan het zijn dat u recht heeft op bepaalde heffingskortingen. Om voor de heffingskortingen in aanmerking te komen, moet u de aangifte Inkomstenbelasting invullen. Het is daarom altijd raadzaam om aangifte Inkomstenbelasting te doen. Soms kan het ook zijn dat de belastingdienst ervan uitgaat dat u resultaat uit overige werkzaamheden heeft, terwijl u in werkelijkheid ondernemer bent en voldoet aan het uren criterium en dan recht heeft op de ondernemersaftrekken zoals bijvoorbeeld zelfstandigenaftrek.

Twijfelt u over uw situatie neem gerust contact via info@ambitions.nu.

U komt na afloop van het jaar eracht dat u onjuiste BTW-aangiften heeft gedaan. Wat te doen?

BTW-supletieformulier vanaf 1 april verplicht

Hebt u over de afgelopen 5 jaar te veel of te weinig btw aangegeven? Dan bent u verplicht dit te melden aan de Belastingdienst. Deze verplichting bestaat sinds 1 januari. Vanaf 1 april moet u deze btw-correcties aangeven met een verplicht gesteld suppletieformulier. U kunt dit formulier vinden in het beveiligde gedeelte van belastingdienst.nl, of hier downloaden. U kunt de formulieren nu ook al gebruiken.

Kleine correcties

Om uw administratieve lasten te beperken, mag u kleine btw-correcties – dat wil zeggen tot per saldo 1000 euro (te betalen of terug te ontvangen) – ook verwerken in uw eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Let op: verwerk hierbij wel de correcties in de juiste rubrieken van de aangifte. Bij correctie in de reguliere aangifte ontvangt u geen naheffingsaanslag of afzonderlijke teruggaafbeschikking voor de correctie.

Bron: belastingdienst

Welke voorwaarden gelden voor de tegemoetkoming chronisch zieken of gehandicapten over 2011?

Om de algemene tegemoetkoming over 2011 uit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) in te ontvangen moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden hebben betrekking op uw zorggebruik en uw indicaties voor zorg. De tegemoetkoming over 2011 wordt in december 2012 uitgekeerd.

 

* Voorwaarden voor de tegemoetkoming Wtcg over 2011

* Automatisch bericht over tegemoetkoming Wtcg

* Recht op tegemoetkoming Wtcg bij overlijden verzekerde

* Wtcg tegemoetkoming over vorige jaren aanvragen

* Wtcg bij behandeling in het buitenland

* Wtcg-test

 

Voorwaarden voor de tegemoetkoming Wtcg over 2011

 

Om de tegemoetkoming Wtcg in 2012 te kunnen ontvangen, moet u in 2011, hebben voldaan aan 1 of meer van de onderstaande voorwaarden:

 

1. U gebruikte in 2011 geneesmiddelen voor een bepaalde chronische aandoening in een minimale dagelijkse doses. Het medicijn moet wel voorkomen op de Wtcg-lijst met geneesmiddelencodes (ATC’s).

2. U bent in 2010 behandeld in het ziekenhuis voor een bepaalde chronische aandoening. De aandoening moet wel voorkomen op de Wtcg-lijst met behandelcodes (DBC’s). Het maakt niet uit of het ging om een poliklinische behandeling, dagbehandeling of opname.

3. U kreeg in 2010 of 2011 een vergoeding voor een hulpmiddel dat voorkomt op de Wtcg-lijst van hulpmiddelen. Het gebruik van hulpmiddelen telt voor een aantal middelen 1 jaar meet voor een tegemoetkoming. Een groot aantal telt 3 achtereenvolgende jaren mee voor een tegemoetkoming. Dit wordt gerekend vanaf het jaar waarin uw zorgverzekeraar er een vergoeding voor heeft gegeven.

Niet alle hulpmiddelen tellen mee; pruiken, anticonceptiemiddelen, verbandmiddelen en diabeteshulpmiddelen vallen er buiten. Let op: als u aan deze voorwaarde voldoet moet u daarnaast ook voldoen aan voorwaarde 1 of 2.

4. U was in 2011 18 jaar of ouder en kreeg in 2011 fysiotherapie of oefentherapie die de zorgverzekeraar heeft vergoed vanuit de basisverzekering. Alleen behandelingen voor chronische aandoeningen die op de lijst met aandoeningen staan, tellen mee.

Of u was in 2011 jonger dan 18 jaar en kreeg in 2010 én in 2011 minstens 9 behandelingen oefentherapie die de zorgverzekeraar heeft vergoed vanuit de basisverzekering.

5. U bent in 2010 behandeld in of door een erkend revalidatiecentrum dat voorkomt op de lijst met erkende revalidatiecentra. Revalidatie in algemene ziekenhuizen telt niet mee voor de algemene tegemoetkoming Wtcg.

6. U of uw kind had in 2011 een geldige indicatie van het CIZ of Bureau Jeugdzorg. De indicatie is voor:

* langdurige zorg, verpleging of begeleiding thuis vanuit de AWBZ, of voor

* langdurig verblijf in een AWBZ-instelling.

Bij zorg thuis moet het gaan om minimaal 26 weken zorg per kalenderjaar, minimaal 1 uur of 1 dagdeel per week. De AWBZ-indicaties worden sinds 2010 bij elkaar opgeteld. Bijvoorbeeld: u heeft een indicatie voor 6 uur verpleging en een indicatie voor 3 dagdelen dagopvang per week; 1 dagdeel staat gelijk aan 2,5 uur, dus 3 dagdelen dagopvang is gelijk aan 3 x 2,5 uur = 7,5 uur. Bij elkaar opgeteld heeft u indicaties voor 6 + 7,5 = 13,5 uur AWBZ-zorg per week.

7. U had in 2011 een geldige indicatie van de gemeente voor hulp bij het huishouden vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) voor minimaal 26 weken per kalenderjaar, minimaal 1 uur per week. Het maakt niet uit of u de zorg in natura kreeg of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

8. U had op 31 december 2011 een geldige Wmo-indicatie van de gemeente voor gebruik van een rolstoel in 2011. Het maakt niet uit of u de rolstoel van de gemeente heeft gekregen of deze zelf heeft aangeschaft met een persoonsgebonden budget (pgb).

 

Automatisch bericht over tegemoetkoming Wtcg

 

U hoeft zelf niets te doen om een Wtcg-tegemoetkoming te krijgen. Als u aan de voorwaarden voldoet, ontvangt u in oktober of november automatisch een brief van het CAK. In december wordt de tegemoetkoming uitgekeerd.

Recht op tegemoetkoming Wtcg bij overlijden verzekerde

 

Sinds 1 januari 2010 geldt de jaarvoorwaarde. Dit betekent dat het recht op een Wtcg-tegemoetkoming vervalt als de verzekerde in het tegemoetkomingsjaar (=2011) overlijdt.

 

Komt iemand te overlijden in het jaar dat de tegemoetkoming wordt uitgekeerd (=2012), dan blijft het recht op tegemoetkoming geldig. De tegemoetkoming gaat in dat geval naar de nabestaanden.

Wtcg tegemoetkoming over vorige jaren aanvragen

 

U kunt tot 5 jaar achteraf een Wtcg tegemoetkoming aanvragen bij het CAK als u meent ten onrechte geen tegemoetkoming te hebben ontvangen. U kunt de externe link: Wtcg-test doen om te zien of u voor een bepaald jaar in aanmerking kwam.

Wtcg bij behandeling in het buitenland

 

Hulp, behandelingen en geneesmiddelen die u in het buitenland heeft verkregen, tellen niet mee voor de vaststelling van het recht op een tegemoetkoming uit de Wtcg.

Wtcg-test

 

Medio 2012 kunt u de externe link: Wtcg-test weer doen. Als u wilt weten of u in 2012 recht heeft op de Wtcg-tegemoetkoming over 2011, kunt u dit op de computer berekenen. De uitkomst van de test is niet definitief. U kunt er dus geen rechten aan ontlenen.

(Bron: Overheid)

Vier tips bij de nieuwe vakantiewetgeving

Per 1 januari 2012 veranderde de vakantiewetgeving. In dit artikel staat een aantal praktische tips voor omgang met de nieuwe regels in de praktijk.

Belangrijkste doel van vakantiedagen is sinds 1966 de recuperatiefunctie; werknemers moeten kunnen bijkomen van de inspanningen op de werkplek. Onder invloed van Europese regels moesten de Nederlandse regels worden aangepast. Kern van de wijzigingen is: meer opbouw bij ziekte, meer opnemen bij ziekte en bij alle werknemers sneller verval van vakantiedagensaldo.

Redelijkerwijs niet in staat

In de nieuwe regels is bepaald dat alleen in het geval een werknemer tijdens het opbouwjaar én de zes maanden daarna ‘redelijkerwijs niet in staat was om zijn vakantiedagen ze op te nemen ‘, de verjaringstermijn vijf jaar blijft. De verjaringsregels zijn hiermee wel onzekerder: wat is namelijk ‘redelijkerwijs’?
­
Volgens de wetgever gaat het er om dat de werknemer gedurende het gehele opbouwjaar en de daarop volgende zes maanden om medische of zeer bijzondere redenen niet in staat is geweest om zijn minimum vakantierecht te benutten.
­
Van medische redenen is slechts in uitzonderlijke situaties sprake, bijvoorbeeld bij langdurige opname in een zieken- of verpleegtehuis. Als iemand kan re-integreren is dit al niet meer aan de orde. Zeer bijzondere redenen spelen als het door toedoen van de werkgever niet mogelijk is geweest om (voldoende) vakantie op te nemen. Ook dat komt bijna niet voor.

Tegoeden

De nieuwe wet heeft geen terugwerkende kracht dus oude tegoeden blijven bestaan.

Omdat in de nieuwe regels altijd de dag wordt opgenomen die als eerste komt te vervallen, ongeacht wanneer hij is opgebouwd, moet de vakantiedagenadministratie inzicht geven wanneer de verschillende dagen van het vakantiedagensaldo vervallen.

Praktische tips

1. Bevestig in de arbeidsovereenkomst of arbeidsvoorwaardenregeling dat een vakantieaanvraag tijdens ziekte wordt afgeboekt van het vakantietegoed.
­
2. Zorg voor een duidelijke ‘vier staps vakantiedagenadministratie’ rond oude en nieuwe tegoeden:

  1. bepaal het vakantietegoed per 31 december 2011;
  2. maak een onderscheid in oude wettelijke en oude bovenwettelijke dagen. Dit onderscheid is niet zo relevant voor verjaring, maar wel voor uitbetaling tijdens dienstverband: dat mag alleen voor bovenwettelijke dagen;
  3. voeg daar de nieuwe wettelijke vakantiedagen aan toe;
  4. voeg vervolgens de nieuwe bovenwettelijke vakantiedagen toe.

Noteer achter elk tegoed de verval/verjaringsdatum.
­
3. Bij opnemen van vakantiedagen in 2012 worden die afgeboekt van:

  1. de nieuwe wettelijke dagen, want die zouden het eerst vervallen namelijk per 1 juli 2013;
  2. de oude wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, want die verjaren daarna het snelst;
  3. de nieuwe bovenwettelijke vakantiedagen.

4. Omschrijf in bijvoorbeeld een verzuim- of ziekteprotocol wanneer de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantiedagen op te nemen, met in het achterhoofd dat hiervan zelden sprake kan zijn.

[ Bron: Gds Online ]

Valkuilen bij overnames (een bedrijf begin door er een te kopen)

Als de tijden slechter worden, groeit het aanbod van bedrijven. Maar let op: soms lijkt dat bedrijf mooier dan het in werkelijkheid is. Wees bij overnames beducht voor onderstaande valkuilen.

Valkuil 1: Het is de kans van je leven

Wees beducht voor clichés als ‘dit is de kans van je leven’, ‘als wij niet kopen, gaat de concurrent ermee aan de haal’ of ‘het is eten of gegeten worden’. Haast is een slechte raadgever bij een overname.

Valkuil 2: Mogelijke synergievoordelen

Mogelijke synergievoordelen worden vaak tenietgedaan door extra kosten. Wees realistisch over eventuele nadelen. Voorbeelden: productiviteitsverlies door botsing van bedrijfsculturen, technische of personele kosten om de bedrijven op elkaar te laten aansluiten of procedurele kosten van de overname zelf.

Valkuil 3: Te optimistische adviseurs

Wees kritisch op te rooskleurige inschattingen van in bedrijfsverkoop gespecialiseerde adviseurs. Zij leven van overnametrajecten en willen voorkomen dat onderhandelingen vroegtijdig worden afgebroken. Bedenk goed dat ook de werknemers die je overneemt een groot deel van het succes bepalen. Het valt bijvoorbeeld moeilijk te voorspellen of zij gedemotiveerd raken (en dus minder productief worden) door alle nieuwe ontwikkelingen.

Valkuil 4: Blinde liefde

Het gezegde liefde maakt blind geldt ook bij overnames. Wees altijd voorbereid op een scheiding als synergie ontbreekt of een strop dreigt. Maak afspraken over een mogelijke exit.

Valkuil 5: Alleen kijken naar de financiën

Neem een bedrijf pas over als je écht in de keuken hebt mogen kijken. Staar je niet blind op financiële gegevens. Je moet ook genoeg weten over de bedrijfscultuur, de deugdelijkheid van bedrijfsmiddelen, (informele) afspraken met het personeel en de relaties met klanten en leveranciers.

Valkuil 6: Overnamepropaganda

Wees kritisch op medewerkers of adviseurs die overnames propageren. Wees ervan doordrongen dat zij eigen belangen hebben, bijvoorbeeld carrièreperspectieven, zondebokstrategieën (managementblunders kunnen worden toegeschreven aan ‘de overname’), hogere beloning of meer status.

(Bron: Sprout)