Bezwaarbehandeling bij Belastingdienst steeds trager

Staatssecretaris Snel meldt in de 22e halfjaarsrapportage van de Belastingdienst dat de problemen nog groot, complex en hardnekkig zijn. De afhandeling van bezwaren binnen de Awb-termijn lukt steeds minder goed.

Bezwaarbehandeling

Het percentage dat binnen de Awb-termijn wordt afgehandeld is van 85% in de eerste helft van 2017 gedaald naar 81% in de eerste helft van 2018. Per belastingmiddel verschilt dit percentage en de oorzaak daarvan. De grootste hoeveelheid bezwaren ziet op de inkomensheffing. Er zijn het afgelopen half jaar stappen gezet om het bezwaarproces daar te verbeteren. Deze maatregelen sorteren echter nog onvoldoende effect, omdat de werving van nieuwe personele capaciteit voor dit proces moeizaam verloopt. Ook bij andere belastingmiddelen wordt de Awb-termijn voor bezwaren te weinig gehaald. Snel stuurt eind november een brief met een Belastingdienstbrede analyse van het probleem en mogelijke oplossingen.

 

Gebruik van camerabeelden voor toezicht privégebruik auto

Het onderzoek naar het gebruik van (gegevens ontleend aan) camerabeelden voor de controle van de bijtelling privégebruik auto in de inkomsten- en loonbelasting wijst uit dat met het gebruik van de camerabeelden niet kan worden voldaan aan het vereiste van proportionaliteit dat voortvloeit uit de privacyregelgeving. Daarom heeft Snel besloten deze camerabeelden niet meer te gebruiken voor dit toezicht. Voor de controle of een auto van de zaak waarvoor niet wordt bijgeteld op (kalender)jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt, hanteert de Belastingdienst een mix aan controle-instrumenten. Nu de camerabeelden niet meer worden gebruikt, voert de Belastingdienst de controle met de andere beschikbare instrumenten uit.

 

Schenk- en erfbelasting

De achterstand kan naar verwachting in lijn met een eerdere toezegging in 2018 worden verminderd naar het gebruikelijke niveau. Snel zal de Kamer later dit jaar daar nog over informeren.

 

Over de resultaten van alle inspanningen zal Snel in de 23e halfjaarsrapportage rapporteren. Dit zal de laatste halfjaarsrapportage zijn. De Kamer zal voortaan een jaarplan ontvangen over de de doelstellingen en plannen van de Belastingdienst. Het eerste Jaarplan ‘nieuwe stijl’ stuurt Snel begin november naar de Kamer.

(Bron: Taxence)

Welke gevolgen heeft een echtscheiding voor mijn onderneming?

Kan ik mijn onderneming voortzetten?

Als ondernemer krijgt u bij een echtscheiding het nodige voor de kiezen. Naast keuzestress over de verdeling van het vermogen, het pensioen en de koopwoning komt u ook voor de vraag te staan of de onderneming kan worden voortgezet. En zo ja, wat moet u aan uw ex-partner betalen? Dit kan leiden tot vele discussies. Het uitkopen van uw ex-partner kan een behoorlijke aanslag betekenen op de financiering. En vergeet niet dat u mogelijk ook alimentatie moet betalen.

Wat is de waarde van mijn onderneming?

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen, moet u de waarde van de onderneming of van de aanmerkelijk belang aandelen van de dga verdelen. Dit speelt ook als in huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding is opgenomen. Uw ex-partner heeft mogelijk recht op een deel van de waarde van de onderneming of de aandelen.

Die waarde van uw onderneming is op verschillende manieren te bepalen. Denk hierbij niet alleen aan het vaststellen van de waarde van de bezittingen van de onderneming, maar ook aan de wijze van waardering van de winsten. En dat kan leiden tot een andere verrekening vordering van de ex-partner. Onze waarderingsspecialisten helpen u graag bij het vaststellen van de waarde van uw onderneming.

Per 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd

Wanneer u al een onderneming heeft voordat u trouwt (huwelijken na 1 januari 2018), dan valt deze onderneming buiten de beperkte gemeenschap van goederen. Start u tijdens het huwelijk een onderneming? Dan valt de onderneming, net als onder de oude wetgeving, in de gemeenschap van goederen. Wanneer dit wegens het ondernemersrisico of anderszins niet gewenst is, dan moet u ook onder de nieuwe wetgeving huwelijkse voorwaarden opmaken. Dit kan een hoop extra leed bij een echtscheiding voorkomen.

Heeft advies nodig bij de financiële keuzes die u moet maken na een echtscheiding? Neem contact met mij op. Ik denk graag met nu mee.

(Bron: GT)

Kamer van Koophandel biedt overzicht bestuursverboden

Met de invoering van de Wet civielrechtelijk bestuursverbod heeft de rechter de mogelijkheid om bestuurders van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, nv’s, bv’s en stichtingen een bestuursverbod op te leggen voor de maximale duur van vijf jaar. In september zijn de eerste twee verboden ingeschreven in het door de Kamer van Koophandel (KvK) bijgehouden register.

Civielrechtelijk bestuursverbod voor wangedrag bij faillissementen

De wet geeft de rechter onder meer de mogelijkheid om bestuurders die faillissementsfraude plegen of zich schuldig maken aan wangedrag in aanloop naar een faillissement een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen. Het bestuursverbod geldt bij faillissementen van na 1 juli 2016. Het Openbaar Ministerie en de curator van de failliete rechtspersoon kunnen de rechtbank verzoeken het verbod op te leggen.

Overzicht van opgelegde civielrechtelijke bestuursverboden

Bij invoering van de wet is bepaald dat Handelsregisterwet 2007 zou worden aangepast, zodat het registreren van opgelegde bestuursverboden door de KvK mogelijk wordt. De aanpassing van de wet heeft vertraging opgelopen, waardoor er juridisch gezien nog geen verboden kunnen worden geregistreerd in het door de KvK inmiddels opengestelde register. De KvK heeft de opgelegde bestuursverboden die door de Rechtbank Den Haag zijn opgelegd wel al gepubliceerd. In een overzicht op de website houden zij de opgelegde civielrechtelijke bestuursverboden bij. Hierbij vermelden zij naam van de natuurlijke persoon en tevens de begin- en einddatum waarop het verbod van kracht is. Ook wordt de datum en tijd getoond dat het bestuursverbod openbaar is. Na afloop van het bestuursverbod worden de gegevens van de betreffende natuurlijke persoon verwijderd uit het overzicht.

Op de website van de KvK kunt u het volledige overzicht zien van de opgelegde bestuursverboden. Weer een extra reden om het handelsregister te raadplegen.

(Bron: ABAB)

Hoge eigenwoningrente op lening van ouders is onzakelijk

Gaat u een eigenwoninglening aan bij uw ouders of bij een andere gelieerde (rechts)persoon? Dan moeten beide partijen zakelijk handelen. De Belastingdienst beoordeelt deze leningen dan ook kritisch. Zou een derde onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden deze lening ook zijn aangegaan?

Onlangs deed de rechtbank Den Haag uitspraak in een zaak over een onzakelijke eigenwoninglening. De man van de eiseres was een lening voor zijn eigen woning aangegaan bij zijn ouders. Het rentepercentage van de lening bedroeg 9% (rentevaste periode van vijftien jaar) en er was een looptijd afgesproken van dertig jaar. Er waren verder geen zekerheden bedongen door de ouders. In de aangifte inkomstenbelasting claimden de eiseres en haar partner ieder een gedeelte van de rente als aftrek voor de eigen woning. Bij de partner ging de inspecteur akkoord met de geclaimde renteaftrek, bij de aangifte van de eiseres niet. De inspecteur was van mening dat een rentepercentage van 9% te hoog is en stelde dit bij naar 4,5%.

Uitspraak

De rechtbank Den Haag stelde de inspecteur in het gelijk. Tijdens het aangaan van de lening was een rente van 3% gangbaar bij een rentevaste periode van vijftien jaar. Doordat er door de ouders van de partner geen zekerheden waren bedongen mag de rente weliswaar hoger vastgesteld worden, maar een rente van 9% is buitenproportioneel. Zeker omdat de partner van de eiseres voldoende inkomen heeft om niet in betalingsproblemen te komen.

De eiseres kon onvoldoende aannemelijk maken  dat een rentepercentage van 9% zakelijk is. Het feit dat de renteaftrek bij haar partner wel is goedgekeurd, staat hier volgens de rechtbank los van. De inspecteur is bevoegd de volledige aangifte te controleren. Dat de inspecteur de in aftrek gebrachte rente bij de partner wel volledig heeft geaccepteerd, leidt niet tot een ander oordeel.

Als u een lening aangaat bij een gelieerde (rechts)persoon is het van belang de lening te baseren op zakelijke voorwaarden en rekening te houden met de omstandigheden. U moet zich altijd afvragen of een willekeurige derde de lening ook verstrekt onder dezelfde voorwaarden. Laat u goed informeren over de voorwaarden van dergelijke leningen en leg de motieven goed vast om discussie met de Belastingdienst te voorkomen., eventueel ook in relatie tot mogelijke schenkingen.

(Bron: ABAB)

Optimaliseer uw investeringsaftrek

Als u als ondernemer dit jaar niet meer dan € 314.673 investeert, heeft u in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Met name in de laatste maanden van het jaar is het van belang na te denken hoe u deze aftrek kunt optimaliseren.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De KIA is een extra aftrek op de winst, waarvan de grootte afhankelijk is van de omvang van uw investeringen in een jaar. Onderstaande tabel geeft de omvang van de aftrek in 2018 weer.

Investeringsbedrag

 Meer dan  Niet meer dan  KIA
 € 0  € 2.300  € 0
 € 2.300  € 56.642  28%
 € 56.642  € 104.891  € 15.863
 € 104.891  € 314.673  € 15.863 -/- 7,56% van het gedeelte boven € 104.891
 € 314.673  –  € 0

Degressief

Uit de tabel blijkt dat de KIA voor een deel degressief verloopt, ofwel een groter bedrag aan investering levert minder KIA op.

Voorbeeld: bij een investering van € 100.000 heeft u recht op € 15.863 aan KIA. Bij een investering van € 200.000 is dit nog maar € 15.863 -/- 7,56% x (€ 200.000 -/- € 104.891) = € 15.863 -/- € 7.190 = € 8.673.

Meer of minder KIA

Investeringen groter dan € 2.300 leveren dus meer KIA op tot € 56.642 naarmate het bedrag van de investering toeneemt. Investeringen groter dan € 104.891 leveren bij een toenemend bedrag aan investering juist minder KIA op. Tussen € 56.642 en € 104.891 blijft de KIA gelijk.

Hoe optimaliseren?

U kunt uw KIA op meerdere manieren optimaliseren. Bij grotere bedragen is het raadzaam uw investeringen over de jaren te spreiden, ervan uitgaande dat u deze grotere investeringen niet ieder jaar pleegt.

Voorbeeld: u koopt in 2018 twee bestelauto’s van € 25.000 en in 2019 ook. Bij een gelijkblijvende KIA in 2019, levert dit in 2018 en 2019 een KIA op van € 50.000 x 28% = € 14.000. Samen dus € 28.000. Koopt u dit jaar vier bestelauto’s van € 25.000 en in 2019 niets, dan levert dit € 15.863 aan KIA op, ofwel € 12.137 minder.

Tip: grotere investeringen kunt u dan beter over de jaren spreiden.

Investeringen clusteren

Andersom kunt u kleinere investeringen onder € 2.300 beter clusteren.

Voorbeeld: u koopt dit jaar een laptop van € 2.000 en volgend jaar een PC van € 1.500. Investeert u verder niet, dan levert dit in beide jaren geen KIA op, omdat u onder de grens van € 2.300 blijft. Koopt u echter dit jaar de laptop én de PC en volgend jaar niets, dan levert dit € 3.500 x 28% = € 980 aan KIA op.

Heeft u vragen over de KIA, neem dan contact met ons op.

(Bron: SRA)

Nieuwe regels meer- en overwerk

Sinds 1 januari 2018 zijn de regels omtrent het meer- en overwerk van werknemers aangepast: wanneer een werknemer in een uitbetaalperiode meer uren werkt dan de overeengekomen arbeidsduur, dan moet het totaal van deze uren (dus contracturen plus meeruren) in elk geval tegen het naar evenredigheid vermeerderde wettelijk minimumloon uitbetaald worden. Het onderscheid in overwerk en meerwerk, wat nog regelmatig aan de orde was, is sinds 1 januari van dit jaar niet meer van belang. Zowel meeruren als overuren vallen onder de noemer ‘meerwerk’ waarvoor de nieuwe regels gelden.

Meerwerk valt onder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Dit betekent dus dat werknemers sinds begin dit jaar over alle uren die zij werken, dus over zowel de reguliere uren als de extra uren, gemiddeld minstens het wettelijk minimumloon ontvangen plus vakantietoeslag. Uiteraard dient er altijd in uw eventuele cao gekeken te worden wat de cao aangeeft over eventuele toeslagen bij meer- en overuren. De cao is hierin bepalend.

Tot nu toe kan men kiezen om de meer- en overuren in geld uit te betalen of om deze uren te compenseren in tijd. Tot op heden is het nog voldoende om deze tijd-voor-tijd regeling schriftelijk met de werknemer te maken. De compensatie in betaalde vrije tijd is slechts toegestaan als er afspraken zijn gemaakt vóórdat de werknemer meer- of overuren maakt.

Wat verandert er per 1 januari 2019?

Per 1 januari 2019 is het echter niet meer zomaar toegestaan om de tijd-voor-tijd regeling schriftelijk met de werknemer te maken. De afspraak over de tijd-voor-tijd regeling moet vanaf dan in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) zijn opgenomen. Voor uitzendkrachten is dat de cao van de inlener. Wanneer de meer- en overuren volgens de cao in vrije tijd mogen worden gecompenseerd, dan moet deze vrije tijd uiterlijk vóór 1 juli van het jaar daaropvolgend zijn opgenomen. De uren die niet tijdig zijn opgenomen moeten alsnog uitbetaald worden. Wanneer er in de cao niets is opgenomen over de compensatie van meer- en overuren in tijd, dan moeten de extra uren altijd aan de werknemers worden uitbetaald indien het niet of gedeeltelijk uitbetalen van die meeruren tot gevolg zou hebben dat het loon over contracturen plus meeruren onder het naar evenredigheid vermeerderde wettelijk minimumloon zou uitkomen.

Is er bij een organisatie geen cao van toepassing? Dan is het vanaf 1 januari 2019, bij werknemers met een minimum loon, niet mogelijk om overwerk met vrije tijd te compenseren. Bij medewerkers met een loon hoger dan het minimum loon is deze restrictie dus niet aan de orde en mag u deze tijd-voor-tijd regeling handhaven dan wel invoeren. Dit laatste ook weer onder de voorwaarde dat minimaal het naar evenredigheid vermeerderde wettelijk minimumloon wordt uitbetaald, dat moge duidelijk zijn. Wij raden u aan deze wijzigingen in het eventuele bedrijfsreglement vast te leggen.

Eigenwoningschuld uitgezonderd van heffing op hoge bv-schuld

Het kabinet komt criticasters van de extra heffing op ‘excessieve schulden’ bij de bv enigszins tegemoet. Schulden die zijn aangegaan voor de aankoop van een huis gaan tellen niet mee voor de heffing.

De extra heffing op hoge schulden bij de bv viel veel directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) tijdens Prinsjesdag nogal rauw op hun dak. Het idee was dat schulden boven de € 500.000 belast zouden worden als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2 van de inkomstenbelasting).

Uitzondering ook voor nieuwe gevallen

Nu er geld vrijkomt doordat het schrappen van de dividendbelasting niet doorgaat, ziet het kabinet ruimte om de maatregel enigszins te verzachten. Die komt erop neer dat schulden die zijn gebruikt voor de aankoop van een woning uitgezonderd zijn van de heffing. Dat geldt niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden, maar ook voor nieuwe gevallen, zo schrijft staatssecretaris Snel van Financiën in een brief (pdf) aan de Tweede Kamer.
De drempel van € 500.000 blijft wel bestaan, voor andere schulden dan een eigenwoningschuld. Wel staat in de brief dat het gaat om schulden van de dga én de partner gezamenlijk. Die partner kwam in de eerdere uitleg van de maatregel nog niet voor.

(Bron: Rendement)

Nieuw belastingpakket bedrijven: vennootschapsbelasting nog verder omlaag

Voor alle bedrijven, van klein tot groot, gaat de vennootschapsbelasting de komende jaren verder omlaag dan het kabinet eerder al had aangekondigd. Daar is ruimte voor nu de afschaffing van de dividendbelasting definitief niet doorgaat.

Het kabinet was al van plan de vennootschapsbelasting voor grote ondernemingen stapsgewijs te verlagen van 25 naar 22,25 procent, en die voor het midden- en kleinbedrijf van 20 naar 16 procent. In de nieuwe plannen die staatssecretaris Menno Snel (Financiën) heeft ontvouwd, komen de tarieven in 2021 uit op respectievelijk 20,5 en 15 procent.

Grote bedrijven moeten wel wat langer wachten op verlaging van de winstbelasting. De in het Regeerakkoord voorziene verlaging van het hoge Vpb-tarief in 2019 wordt uitgesteld; het tarief blijft in 2019 25%. Maar in de twee jaar daarna daalt de belasting op bedrijfswinsten boven de 200.000 euro dus wel een stuk sneller dan voorzien.

Expatregeling

De inperking van de gunstige belastingregeling voor buitenlandse werknemers gaat door, maar er komt een overgangsregeling voor expats die daar al in 2019 of 2020 door zouden worden getroffen. Expats mogen dankzij deze overgangsregeling dus iets langer van de regeling gebruikmaken.

Daarnaast wordt vanaf 2021 structureel 200 miljoen euro uitgetrokken om de werkgeverslasten op arbeid te verlagen. Die maatregel is nog niet geconcretiseerd.

Rekening-courantmaatregel

Het kabinet verzacht daarnaast de pijn voor directeuren-grootaandeelhouders, die voortaan belasting moeten gaan betalen op hoge leningen die zij afsluiten bij hun eigen onderneming. Deze verzachting bestaat uit twee onderdelen:

  • in plaats van een overgangsregeling voor bestaande eigenwoningschulden worden ook nieuwe eigenwoningschulden van de dga uitgezonderd;
  • bovenop deze eigenwoningschuld zal een aanvullende drempel van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk gelden.

Beperking fbi-regime gaat niet door

Het verbod op beleggingen in Nederlands vastgoed voor fiscale beleggingsinstellingen, dat was gekoppeld aan de intrekking van de dividendbelasting, vervalt.

Beperking afschrijving gebouwen in eigen gebruik

Het oorspronkeijke voorstel bepaalt dat op alle gebouwen voor de VPB-winstbepaling tot maximaal de WOZ-waarde mag worden afgeschreven. Als verzachtende maatregel stelt het kabinet nu voor dat de belastingplichtige alsnog 3 jaar volgens het oude regime mag blijven afschrijven als het gebouw vóór 1 januari 2019 door de belastingplichtige in gebruik is genomen en op dat gebouw nog geen 3 jaar is afgeschreven.

Spoedreparatie fiscale eenheid

In het wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid was voorzien dat de spoedreparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting zouden terugwerken tot en met 25 oktober 2017, 11.00 uur. Als verzachtende maatregel zal het kabinet deze terugwerkende kracht beperken tot en met 1 januari 2018.

S&O-afdrachtvermindering

Ook wordt het innovatieve bedrijven met een extra belastingkorting makkelijker gemaakt te investeren in onderzoek en ontwikkeling. . Het kabinet geeft de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) een impuls door het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering in 2020 te verhogen met 2%-punt van 14% naar 16%. Innovatieve ondernemers krijgen hierdoor een hogere vermindering van de af te dragen loonbelasting, als zij kosten maken en uitgaven doen voor speur- en ontwikkelingswerk.

Alle maatregelen bij elkaar zijn goed voor een bedrag van circa 1,9 miljard euro structureel vanaf 2020. Dat is ook het bedrag dat gemoeid was met de afschaffing van de dividendbelasting. Minister-president Mark Rutte had eerder op de dag al aangekondigd dat de extra financiële ruimte door het schrappen van die maatregel geheel ten goede zou komen aan het bedrijfsleven. Bovenstaande concretiseringen staan in een brief die staatssecretaris Snel maandagavond naar de Tweede Kamer stuurde.

(Bron: Taxlive)

Overzicht box 3 belastingtarieven 2019

U spaart en/of belegt? Dan heeft u te maken met belastingheffing in box 3. Voor het jaar 2019 heeft de staatssecretaris de nieuwe forfaitaire rendementscijfers bekend gemaakt. Bekijk de nieuwe belastingtarieven en lees onze toelichting op de nieuwe tarieven.

Cijfers rendementsklassen 2019

Rendementsklasse Normrendement
I (sparen) 0,13%
II (beleggen) 5,60%

Forfaitaire normrendementen per vermogensschijf 2019

Op basis van deze cijfers per rendementsklasse zijn de volgende forfaitaire normrendementen per vermogensschijf te berekenen voor 2019. Over het normrendement betaalt u in box 3 een belasting van 30 procent. Het belastingdrukpercentage op het box 3 vermogen ziet u in onderstaande tabel.

Uw vermogen Normrendement Belastingdruk (tarief 30%)
€ 30.360* Vrijstelling Vrijstelling
Van € 0** tot en met € 71.650 1,94% 0,58%
Van € 71.651 tot en met € 989.736 4,45% 1,34%
Vanaf € 989.737 5,60% 1,68%

* Het heffingsvrije vermogen bedraagt: € 30.360 (voor fiscale partners wordt dit bedrag verdubbeld).

** Vanaf het heffingsvrije vermogen.

Ook in 2019 betaalt u meer dan 100 procent belasting over uw rente

Omdat het cijfer inzake de rendementsklasse I (sparen) tegenwoordig is gekoppeld aan de maandcijfers over een 12-maandsperiode die eindigt op 30 juni jongstleden, is deze informatie pas recent beschikbaar.

In de eerste vermogensschijf weegt ‘beleggen’ (rendementsklasse II) ook mee. En wel voor circa tweederde deel. Daarom bedraagt het normrendement zelfs al in de eerste vermogensschijf 1,94 procent. Dat is natuurlijk nog altijd veel te hoog ten opzichte van hetgeen een risicomijdende spaarder momenteel daadwerkelijk aan rente ontvangt.

Zelfs met de aanpassingen die sinds 1 januari 2017 bij box 3 zijn doorgevoerd, doet zich nog steeds de situatie voor dat belastingplichtigen meer dan 100 procent belasting betalen over de gerealiseerde rentebate. En dat is in 2019 dus opnieuw het geval.

Verkorten van de referentieperiode

De verkorting van de referentieperiode, in 2017 nog vijf jaar en sinds 2018 nog maar 12 maanden, voor het bepalen van de spaarrente is eigenlijk een listig verhaal. De wijziging is doorgevoerd per 1 januari 2018. Uiteraard sluit het normpercentage op deze manier beter en sneller aan bij het werkelijke rendement. Als de rente stijgt, werkt dat vanwege die kortere referentieperiode beduidend sneller door naar het normrendement van box 3.

Het verkorten van de referentieperiode kan daarom in het voordeel van de belastingdienst uitwerken. Zolang in de eerste vermogensschijf de rendementsklasse II (beleggen) zwaar meetelt, blijft u sowieso last houden van een te hoog normrendement. En zolang de rentevoet laag blijft, blijft box 3 een onrechtvaardig systeem.

Hypotheek oversluiten nu fiscaal extra voordelig?

De regering verlaagt de belastingtarieven de komende jaren. En de hypotheekrente is vandaag de dag nog steeds flink lager dan wat we in het verleden heel gewoon vonden. Omdat het verlagen van de belastingtarieven nu ook nog eens versneld wordt doorgevoerd, is er alle reden om te bekijken of er fiscaal voordeel behaald kan worden door de hypotheek nu over te sluiten.

Wel of niet oversluiten is maatwerkadvies

Simpel gezegd: als u nu oversluit en de boeterente kan aftrekken tegen een belastingtarief dat nu nog hoog is, dan bent u misschien wel voordeliger uit. De keus om wel of niet over te sluiten, blijft een maatwerkadvies. Er zijn immers allerlei hypotheekvormen, allerlei hypotheekvoorwaarden en iedereen heeft een andere privésituatie. Een globale check kan u helpen. Zodat u een beter onderbouwd gevoel krijgt bij de vraag of dat oversluiten ook iets voor u kan zijn.

De check die wij voor u kunnen doen, gaat uit van diverse veronderstellingen. Zo zijn er allerlei situaties denkbaar waarin het nu oversluiten van de hypotheek niet slim is. Daar moet u zich van bewust zijn en daar moet u zichzelf goed rekenschap van geven. Een hypotheekadviseur kan u daarbij behulpzaam zijn. U hoeft voor de check slechts vijf vragen te beantwoorden en vervolgens rekenen wij, globaal, voor u uit wat uw fiscale voordeel van het oversluiten kan opleveren.

Voor wie kan oversluiten interessant zijn?

Er zijn twee groepen die fiscaal voordeel kunnen hebben, namelijk:

  1. Als u een hoog inkomen heeft in box 1 waarmee u ruim in de duurste tariefschijf zit, afgerond 52 procent. En wel zo ruim dat u, als u zou oversluiten, ook de gehele boeterente tegen het toptarief – anno 2018 is dat 49,5 procent – kan aftrekken.
  2. Of als u vrij kort voor uw AOW-leeftijd zit. En u heeft momenteel:
    • een box 1 salaris, of winst uit eigen onderneming, wat tenminste zo’n 45.000 euro bruto per jaar is,
    • en u weet nu al dat u na het bereiken van de AOW-leeftijd een terugval in box 1 inkomen heeft, waarbij het totaal van AOW-uitkering, pensioen en eventuele lijfrentes, hooguit 34.000 euro bruto per jaar is.

Komt uw persoonlijke situatie overeen met één van de twee bovenstaande groepen? Dan kan het invullen van onze check zinnig zijn om zo te berekenen wat het fiscale voordeel van oversluiten kan zijn. Met die informatie kunt u vervolgens beter beoordelen of oversluiten een optie is.

(Bron: GT)