Auto en fiscus 2023

Fiscaal vriendelijk autorijden wordt steeds lastiger! Zeker nu de autobelastingen de laatste jaren zijn aangescherpt. Het kan nog wel. Maar de voordelen zijn voor een steeds kleinere groep berijders beschikbaar. Wij zetten voor u de regels uiteen en geven een blik op de fiscale toekomst van de auto.

Rijdt u in een milieuvriendelijke auto? Dan heeft u kunnen genieten van een groot aantal fiscale voordelen. De afgelopen jaren zijn deze voordelen steeds verder teruggeschroefd. Maar u kunt ook in 2023 gebruikmaken van een aantal fiscale voordelen.

Bijtelling privégebruik auto: de algemene regels

Voor de meeste nieuwe auto’s van de zaak waarmee ook privé wordt gereden, geldt een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Maar voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een korting op de bijtelling. Die korting geldt in de maand van tenaamstelling en in de volgende 60 volle maanden. Daarna wordt de bijtelling jaarlijks opnieuw bepaald aan de hand van de dan geldende tarieven. Auto’s zonder uitstoot die in 2018 op kenteken zijn gezet hebben in een deel van 2023 nog een bijtelling van 4%. In de loop van 2023 zal voor deze auto’s de bijtelling moeten worden herzien op basis van de regels van 2023 (zie hierna).

Auto’s :De cijfers en regels van 2019

Elektrische auto’s die in het jaar 2019 op naam zijn gesteld, hebben een bijtelling van 4%. Die bijtelling geldt echter tot een cataloguswaarde van € 50.000. Is de cataloguswaarde meer dan €50.000? Dan betaalt u 22% bijtelling over het meerdere. Auto’s zonder CO2-uitstoot op waterstof hebben ook een bijtelling van 4% over de gehele cataloguswaarde.

De cijfers en regels van 2020

Elektrische auto’s die in het jaar 2020 op naam zijn gesteld, hebben een bijtelling van 8%. Die bijtelling geldt echter tot een cataloguswaarde van € 45.000. Is de cataloguswaarde meer dan €45.000? Dan betaalt u 22% bijtelling over het meerdere. Auto’s op waterstof hebben ook een bijtelling van 8% over de gehele cataloguswaarde.

De cijfers en regels van 2021

Elektrische auto’s die in het jaar 2021 op naam zijn gesteld, hebben een bijtelling van 12%. Die bijtelling geldt echter tot een cataloguswaarde van € 40.000. Is de cataloguswaarde meer dan €40.000? Dan betaalt u 22% bijtelling over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2021 een bijtelling van 12% over de gehele cataloguswaarde.

De cijfers en regels van 2022

Elektrische auto’s die in het jaar 2022 op naam zijn gesteld, hebben een bijtelling van 16%. Die bijtelling geldt echter tot een cataloguswaarde van € 35.000. Is de cataloguswaarde meer dan €35.000? Dan betaalt u 22% bijtelling over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2022 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.

De cijfers en regels van 2023

Elektrische auto’s die in het jaar 2023 op naam zijn gesteld, hebben een bijtelling van 16%. Die bijtelling geldt echter tot een cataloguswaarde van € 30.000. Is de cataloguswaarde meer dan €30.000? Dan betaalt u 22% bijtelling over het meerdere.  Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2023 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde. Voor nieuwe auto’s gelden in 2023 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

Soort autoBijtellingCO2-uitstoot
Elektrisch16% tot € 30.000/22% over meerdere0
Waterstof16%0
Zonnecel16%0
Overig22%>0

Het aanscherpen van de CO2-grenzen heeft niet tot gevolg dat u elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage wordt geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende 60 maanden geldig. Na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Het verlaagde percentage van 16% geldt voor auto’s op waterstof en voor auto’s die volledig worden aangedreven door geïntegreerde zonnecellen. De zonnecellen moeten een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek en de accu mag geen lood bevatten.

Let op! Is het kenteken van uw auto voor 31 december 2016 geregistreerd? Dan krijgt u auto na 60 maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%.  Dit is niet het geval als het een auto betreft die geen CO2 uitstoot.

Let op! Auto’s die geen CO2 uitstoten, krijgen in 2023 een korting van 6% op de normale bijtelling tot een cataloguswaarde van €30.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een elektrische auto uit 2016 in 2023 een bijtelling geldt van 19% (25% -/- 6%) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Daarboven is de bijtelling 25%. Voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, gaat in 2023 een bijtelling gelden van 16% (22% -/- 6%) tot een cataloguswaarde van €30.000 en van 22% over het meerdere. Auto’s die de periode van 60 maanden achter de rug hebben, lopen dus jaarlijks mee met de wettelijke wijzigingen in de bijtelling.

Tip! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting blijft de bijtelling beperkt tot maximaal het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.

Let op! Is uw auto ouder dan 15 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling niet 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Vanaf 2026 is er maar één bijtellingspercentage

Vanaf 2026 is er nog maar één bijtellingspercentage van 22%. Er is dus geen voordeel meer voor auto’s zonder CO2-uitstoot. Tot die tijd wordt de bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot in 2025 nog één maal verhoogd van 16% naar 17% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Uiteraard geldt dit niet voor auto’s van voor die datum die nog in hun 60-maandentermijn zitten.

Minder dan 500 kilometer privé?

Een bijtelling kan overigens helemaal achterwege blijven indien u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. Woon-werkkilometers worden daarbij gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen.

Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving via de VAMIL-regeling voor waterstofpersonenauto en zonnecelpersonenauto

Er bestaat in 2023 geen recht op de voor personenauto’s, wel voor bestelauto’s. Voor de waterstofpersonenauto heeft u recht op maximaal 75% willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (VAMIL) over een bedrag van maximaal € 75.000.

In 2023 geldt de van 45% over een bedrag van maximaal €75.000 voor de waterstofpersonenauto en de milieu-investeringsaftrek van 36% voor de zonnecelpersonenauto met een CO2-uitstoot van 0 gr/km.

Willekeurige afschrijving 2023 (WKA) voor beroepspersonenvervoer, auto’s zonder CO2 en nieuwe bestelauto’s

In 2023 geldt voor de aanschaf van nieuwe bedrijfsmiddelen een eenmalige mogelijkheid om maximaal 50% van de aanschafkosten willekeurig af te schrijven. Een deel van de afschrijving wordt daarmee naar voren gehaald, waardoor het fiscale voordeel van de afschrijving eerder tot uitvoering komt. Deze willekeurige afschrijving geldt voor personenauto’s, echter moeten die auto’s worden gebruikt in het beroepspersonenvervoer (bijvoorbeeld taxi’s) en voor auto’s zonder CO2-uitstoot (inclusief elektrische auto’s). Nieuwe bestelauto’s (ongeacht hun brandstof) komen hiervoor ook in aanmerking.

Let op! Schrijft u door een andere regeling al willekeurig af, zoals de of een ander bedrijfsmiddel? Dan kunt u geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.

Elektrische bestelauto of waterstofbestelauto: MIA

Voor een elektrische bestelauto heeft u in 2023 recht op 45% MIA. Het bedrijfsmiddel komt echter voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 11.000 in aanmerking voor de MIA. Voor een elektrische bestelauto van bijvoorbeeld € 50.000 krijgt u dus MIA over € 39.000. Voor een waterstofbestelauto heeft u ook recht op 45% MIA. U krijgt dan MIA over een investeringsbedrag van maximaal € 125.000.

Onderstaand de regelingen op een rij.

Soort autoMIA %VAMILMaximaal investeringsbedragWKA 2023
Elektrische personenautoNeeNeen.v.t.Ja
Waterstofpersonenauto34%Ja€ 75.000Ja
Zonnecelpersonenauto36%Nee€ 100.000Geen samenloop met VAMIL
Elektrische bestelauto45%NeeGeen; wel € 11.000 aftrekJa
Waterstofbestelauto36%Nee€ 125.000Ja

Oplaadstation

Ook voor het oplaadstation van uw elektrisch aangedreven auto die op uw eigen bedrijfsterrein staat, geldt in 2023 de MIA. Het aftrekpercentage voor het oplaadstation bedraagt 45%. Laadpalen waarvan de investeringskosten minder dan € 2.500 bedragen, komen niet in aanmerking voor de MIA/VAMIL, tenzij deze samen met de elektrische (bestel)auto worden aangemeld.

Melding RVO noodzakelijk MIA en VAMIL

Wilt u in aanmerking te komen voor MIA en/of VAMIL? Dan is een tijdige melding van de investering bij RVO noodzakelijk. De investering moet worden gemeld binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting. Het moment van ingebruikname of facturering is daarbij niet van belang.

Motorrijtuigenbelasting

De hoogte van de motorrijtuigenbelasting (mrb) is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de CO2-uitstoot van uw auto. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt tot 2025 een vrijstelling. Voor plug-in hybrides met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km geldt tot 2025 een halftarief (dat wil zeggen de helft van het tarief dat voor een gewone personenauto geldt).

Ondernemers betalen voor een bestelauto die op diesel rijdt minder mrb. Voorwaarde is dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit moet u desgevraagd aannemelijk kunnen maken, maar een kilometeradministratie is niet vereist.

Bpm personenauto’s

Als uw auto op kenteken wordt gezet, wordt bpm geheven. De hoogte van de bpm is voor personenauto’s gebaseerd op de CO2-uitstoot. Tot 2025 geldt nog een vrijstelling bpm voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor personenauto’s waarvoor geen vrijstelling geldt, is de bpm hoger naarmate de CO2-uitstoot groter is.

Tip! Ondernemers kunnen voor een bestelauto een beroep doen op een vrijstelling bpm. De belangrijkste voorwaarde is dat meer dan 10% van de jaarlijks gereden kilometers zakelijke kilometers zijn. Deze vrijstelling wordt per 2025 afgeschaft.

(Bron: Moore DRV)

Versoepeling toepassing anoniementarief

Vanaf 2023 gaat de Belastingdienst soepeler om met de toepassing van het anoniementarief. Dit is het tarief dat u moet toepassen als een werknemer niet (meteen) zijn volledige of juiste persoonsgegevens aan u opgeeft. Wat houdt deze versoepeling in?

Anoniementarief

Als werkgever moet u het anoniementarief toepassen als:

  • Uw werknemer niet zijn volledige of juiste gegevens opgeeft en u dit wist of had kunnen weten. Denk aan naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer (BSN).
  • U de identiteit van uw werknemer niet op de juiste wijze heeft vastgesteld en/of u het kopie identiteitsbewijs niet op een juiste manier bewaart in uw administratie.
  • Uw werknemer geen geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning heeft.

Moet u het anoniementarief toepassen? Dan moet u 52% loonbelasting/premies volksverzekeringen op het loon inhouden, zonder rekening te houden met:

  • de loonheffingskorting;
  • het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen;
  • het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw).

Herstellen toegepast anoniementarief

Leverde uw werknemer in de loop van het jaar alsnog de ontbrekende gegevens aan? Dan was het tot voor kort niet mogelijk om een eerdere inhouding op basis van het anoniementarief te herstellen. Uw werknemer kon de (te hoge) inhouding later wel verrekenen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Voor u als werkgever was het echter niet mogelijk om een bedrag aan teveel afgedragen premies werknemersverzekeringen of werkgeversheffing Zvw terug te ontvangen.

Vanaf 2023 is het wél toegestaan om – na ontvangst van de volledige juiste gegevens – een eerdere inhouding op basis van het anoniementarief te herstellen. Dit herstel mag alleen plaatsvinden in het jaar waarin de werknemer alsnog de juiste gegevens heeft aangeleverd. U herstelt een eerdere inhouding op basis van het anoniementarief door correcties van eerdere loonaangiften van dat jaar naar de Belastingdienst te verzenden.

Ontbreken van BSN

Soms komt het voor dat het ontbreken van een BSN buiten de invloedsfeer van de werknemer of werkgever ligt. Denk aan een vertraagde behandeling door de gemeente. Kunt u dit aantonen? Dan hoeft u vanaf dit jaar de het anoniementarief niet meer toe te passen.

(Bron: Abab)

VAST BEDRAG NIET-AFTREKBARE GEMENGDE KOSTEN GESTEGEN

Gemengde kosten zijn slechts beperkt aftrekbaar van de winst. Ondernemers kunnen kiezen om een percentage van de gemengde kosten of een vast bedrag niet in aftrek te brengen. Het vaste bedrag is gestegen van € 4.800 (2022) naar € 5.100 (2023).

Gemengde kosten zijn kosten met ten dele een privékarakter. Een bekend voorbeeld zijn de kosten van voedsel. Ondernemers die bijvoorbeeld met relaties dineren, besparen immers op hun kosten die ze in privé aan voedsel uitgeven.

Welke kosten?

De volgende kosten zijn als gemengde kosten aan te merken:

  • voedsel, drank en genotmiddelen;
  • representatie, daaronder begrepen recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak;
  • congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke.
  • Percentage of vast bedrag: inkomstenbelasting
  • Ondernemers in de inkomstenbelasting kunnen 20% van deze kosten niet ten laste van de winst brengen. Ze kunnen er in 2023 echter ook voor kiezen een vast bedrag van € 5.100 niet ten laste van de winst te brengen. Een snelle rekensom leert dat deze laatste optie aantrekkelijk is als de totale gemengde kosten meer dan € 25.500 bedragen.
  • Percentage of vast bedrag: vennootschapsbelasting
  • Ondernemingen in de vennootschapsbelasting kunnen 26,5% van genoemde kosten niet ten laste van de winst brengen. Ze kunnen echter ook kiezen voor een vast bedrag. Dit bedraagt € 5.100 of 0,4% van de loonsom als dit hoger is. Dit is het geval bij een loonsom van meer dan € 1.275.000.
  • Voorbeeld
  • Een bv heeft een loonsom van  € 1.500.000. Het vaste bedrag voor de berekening van de niet-aftrekbare kosten bedraagt dan 0,4% x € 1.500.000 = € 6.000. Dit betekent dat de bv beter voor dit vaste bedrag kan kiezen als de gemengde kosten in 2023 meer dan € 22.641 bedragen (26,5% x € 22.641 = € 6.000).

(Bron: De Jong & Laan)

REN­SEIG­NE­RINGS­VER­PLICH­TING/­OP­GAAF UBD VER­ZOEK UIT­STEL MO­GE­LIJK

Betaalde je in 2022 bedragen aan natuurlijke personen? Geef dan uiterlijk 31 januari 2023 deze bedragen door aan de Belastingdienst. De Belastingdienst gaat soepel om met verzoeken om uitstel.

Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren vanaf 2022 zijn inhoudingsplichtigen en bepaalde collectieve beheersorganisaties verplicht uit eigen beweging de betalingen aan natuurlijke personen door te geven (de opgaaf Uitbetaalde Bedragen aan Derden, ook wel opgaaf UBD genoemd). Aan deze verplichting moet uiterlijk 31 januari 2023 worden voldaan als het gaat om betalingen in 2022.

Uitzonderingen

Voor bepaalde betalingen geldt een uitzondering, die hoef je niet door te geven. Dit geldt bijvoorbeeld voor betalingen aan natuurlijke personen voor werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met btw.

Let op! De Belastingdienst is van mening dat deze uitzondering niet geldt voor betalingen aan natuurlijke personen voor werkzaamheden en diensten waarvoor een btw-vrijstelling geldt. Ook voor de ondernemer die de kleineondernemersregeling (KOR) toepast, geldt de uitzondering niet. De betalingen die je in 2022 deed aan deze natuurlijke personen moet je daarom ook uiterlijk 31 januari 2023 doorgeven aan de Belastingdienst.

Uitstel voor het doen van de opgaaf UBD

Lukt het niet om uiterlijk 31 januari 2023 de opgaaf UBD te doen? Dan kun je bij het belastingkantoor waaronder je valt om uitstel vragen. Je moet daarbij wel de reden vermelden waarom je uitstel nodig hebt. De Belastingdienst heeft toegezegd soepel om te gaan met verzoeken om uitstel voor het doen van de opgaaf UBD. 

Tip! Weet je niet precies welk belastingkantoor je moet aanschrijven? Op bijvoorbeeld de aangiftebrief loonheffingen of de uitnodiging om opgaven UBD te doen staat het betreffende belastingkantoor vermeld.

(Bron: De Jong & Laan)

AAN­VRA­GEN DE­FI­NI­TIE­VE BE­RE­KE­NING NOW UI­TER­LIJK 22 FE­BRU­ARI

Heb jij in de derde, vierde, vijfde en/of zesde periode de tegemoetkoming NOW aangevraagd, dien dan uiterlijk 22 februari 2023 je definitieve aanvraag in bij het UWV.

De NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die tijdens de coronacrisis geconfronteerd werden met forse omzetverliezen. De NOW werd in eerste instantie verstrekt als voorschot, op basis van het geschatte omzetverlies. 

Definitie omzetverlies

Nu jouw definitieve omzetverlies bekend is, moet de definitieve NOW aangevraagd worden. Dit moet voor de derde tot en met de zesde periode van de NOW uiterlijk op 22 februari 2023 gebeuren. 

Het betreft de periodes:

  • Oktober t/m december 2020: NOW derde periode)
  • Januari t/m maart 2021 (NOW vierde periode)
  • April t/m juni 2021 (NOW vijfde periode)
  • Juli t/m september 2021 (NOW zesde periode)

Aanvragen

Het aanvragen van de definitieve berekening van de NOW doe je digitaal bij het UWV. Aanvragen kan mét en zonder gebruik te maken van eHerkenning.

Derdenverklaring of accountantsverklaring

In bepaalde gevallen heb je een derdenverklaring of een accountantsverklaring nodig. Een derdenverklaring is nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming € 40.000 of meer bedraagt. Je hebt een accountantsverklaring nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer bedraagt.

Tip! Met de NOWchecker op de site van het UWV kun je uitrekenen hoe hoog jouw definitieve tegemoetkoming ongeveer wordt. Zo kun je zien of je een accountantsverklaring of derdenverklaring nodig hebt. 

Neem contact op met je accountant voor een exacte berekening.

Tip! Een dergelijke verklaring kost tijd. Wacht hier dus niet te lang mee.

Definitieve berekening

Op basis van jouw werkelijke omzetverlies wordt je definitieve tegemoetkoming NOW berekend. Dit kan leiden tot een nabetaling of tot een terugbetaling. In het laatste geval is het mogelijk een betalingsregeling af te spreken met het UWV.

(Bron: De Jong & Laan)

Willekeurig afschrijven op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen

Op nieuwe bedrijfsmiddelen is gedeeltelijke willekeurige afschrijving mogelijk, mits de investeringsverplichting is aangegaan in 2023. Is dit relevant voor jou?

Afschrijven op bedrijfsmiddelen

Normaal schrijf je bedrijfsmiddelen in meerdere jaren af. Fiscaal geldt dat er tenminste 5 jaar over de afschrijving moet worden gedaan (maximaal 20 procent per jaar afschrijven). Feitelijk moet je kijken naar de technische of economische levensduur. Voor bijvoorbeeld een investering in zonnepanelen denk je eerder aan afschrijven in 15 of 20 jaar, dan aan afschrijven in 5 jaar.

Gedeeltelijk willekeurig afschrijven in 2023

De mogelijkheid van willekeurig afschrijven voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen in 2023 werd eerst aangekondigd als beleidsvoornemen, maar is inmiddels vastgelegd in regelgeving. Het gaat gelden voor 50 procent van de afschrijvingskosten, dus maximaal 50 procent van de investering mag je direct ten laste van je fiscale winst brengen. De resterende 50 procent moet je regulier afschrijven. Deze maatregelen levert je (desgewenst) liquiditeitsvoordeel op. De regeling gaat zowel gelden voor de inkomstenbelasting (voor ondernemers in de inkomstenbelasting) als vennootschapsbelasting (ondernemingen gedreven in een bv).

Welke bedrijfsmiddelen gaat de regeling voor willekeurige afschrijving voor gelden?

De mogelijkheid van willekeurige afschrijving die in de regeling is opgenomen ziet op aangewezen bedrijfsmiddelen die niet eerder in gebruik zijn genomen (en dus nieuw zijn).

Sommige nieuwe bedrijfsmiddelen zijn alsnog van de regeling uitgesloten:

  • Vliegtuigen, gebouwen, (woon)schepen, vervoermiddelen zoals bromfietsen, motoren, personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer over de weg (tenzij elektrische personenauto’s);
  • Immateriële activa, zoals quota, goodwill, vermogensrechten etc.;
  • Dieren;
  • Bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor verhuur aan derden (dit kan ook tussen bv’s zijn in je eigen bv-structuur zijn als er geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is!)
  • Bedrijfsmiddelen die om een andere reden willekeurig afschrijfbaar zijn.

Alleen voor investeringsverplichtingen 2023!

De mogelijkheid van gedeeltelijke willekeurige afschrijving gaat alleen gelden voor investeringsverplichtingen die in 2023 zijn aangegaan of waarvoor de voortbrengingskosten in 2023 zijn gemaakt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het tekenen van een opdrachtbevestiging of offerte.

Voorbeeld willekeurige afschrijving 

Stel dat in januari 2023 een investeringsverplichting wordt aangegaan van 50.000 euro voor nieuwe zonnepanelen (restwaarde 5.000 euro). De afschrijving vindt normaal plaats in 15 jaar, dus 3.000 euro afschrijving per jaar.

Doordat er willekeurig mag worden afgeschreven mag in 2023 ineens maximaal 22.500 euro worden afgeschreven en daarnaast nog een stukje reguliere afschrijving over de resterende 50 procent. Zonder willekeurige afschrijving zou jaarlijks 3.000 euro afgeschreven mogen worden. De liquiditeitsverbetering is afhankelijk van je belastingtarief. Ook is het mogelijk dat er progressievoordeel optreedt, omdat je helemaal zelf mag bepalen wanneer je die 50 procent af wil schrijven.

Het eventuele aangaan van investeringsverplichtingen kan ook neveneffecten hebben. Denk daarbij aan het optimaliseren van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), of aan het afboeken van een herinvesteringsreserve in 2023.

Verhoging budget EIA /MIA

Let ook op de structurele verhoging van het budget voor de EIA/MIA vanaf 2023. De energie- en milieulijst zijn beschikbaar gekomen, waardoor we nu ook weten welke bedrijfsmiddelen zijn aangewezen voor de EIA/MIA 2023.

(Bron: Alfa)

Lage Premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) corrigeren?

De Belastingdienst attendeert werkgevers op het herzien van de lage AWf-premie over 2022. De premie moet worden herzien als je jouw werknemers in 2022 meer dan 30 procent méér uren hebt betaald dan het aantal contracturen voor dat jaar. Dit staat bekend als de zogenaamde 30 procent-herzieningsregeling. Je kunt de premie herzien door de aangiften loonheffingen over 2022 te corrigeren.

Premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf)

De AWf kent een lage AWf-premie van 2,7 procent en een hoge AWf-premie van 7,7 procent (cijfers 2022). Welke premie jij als werkgever betaalt, is afhankelijk van het soort arbeidscontract dat je met jouw werknemer hebt gesloten.

Wanneer lage  of hoge AWf-premie?

Je betaalt voor jouw werknemer de lage AWf-premie wanneer de arbeidsovereenkomst aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • het gaat om een arbeidscontract voor onbepaalde tijd,
  • het contract is schriftelijk vastgelegd, én
  • het arbeidscontract is geen oproepcontract.

Voldoet het contract niet aan alle voorwaarden, dan betaal je de hoge AWf-premie, tenzij er sprake is van een uitzondering.

Wanneer herzien?

Je mag de lage AWf-premie herzien bij de aangifte loonheffingen over het laatste tijdvak van 2022 (december of 13e vierwekenperiode). Wie de herzieningsberekening pas na de laatste aangifte van het jaar maakt, kan in januari of februari 2023 eerdere aangiften loonheffingen over 2022 corrigeren. Dat kan met zogenoemde losse correcties.

(Bron: Alfa)

Wettelijk minimumloon per januari 2023

Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het wettelijk minimumloon 1.934,40 euro bruto per maand bij een fulltime werkweek. Het aanpassingspercentage is 10,15 ten opzichte van het minimumloon per juli 2022. Dit heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Staatscourant gepubliceerd. Deze ondergrens geldt voor werknemers vanaf 21 jaar en ook voor opdrachtnemers, werknemers die stukloon krijgen en bij overwerk.

Werknemers die jonger zijn dan 21 jaar moeten minimaal een percentage van het wettelijke minimumloon ontvangen. In de tabel hieronder vind je de bedragen per maand en per uur bij een 40-, 38-, 37- en 36-urige werkweek voor de eerste helft van 2023. Per 1 juli zal het minimumloon weer worden aangepast aan de ontwikkeling van de CAO-lonen.

BBL’ers

De minimumjeugdlonen uit de tabel gelden niet voor mbo-leerlingen van 18, 19 of 20 jaar die een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen. Voor hen gelden andere percentages van het minimumloon. Voor MBO’ers vanaf 21 jaar geldt wel de normale tabel. Hoewel het mogelijk is aan BBL’ers een lager loon te betalen dan andere werknemers, adviseren diverse brancheorganisaties voor deze categorie medewerkers uit te gaan van de reguliere tabel.

(Bron: Alfa)

Is uw bedrijfspand al energielabel C-proof?

Heeft u een bedrijfspand en weet u eigenlijk wat de regels zijn rondom het energielabel dat daarbij hoort? Grofweg alle kantoorgebouwen moeten voor 1 januari 2023 minimaal beschikken over energielabel C. Is het bij u nog niet gelukt en moet uw bedrijf hier nog aan beginnen? Dan bent u niet de enige. 60% van de eigenaren van een kantoorpand heeft dit label niet of weet niet precies wat het energielabel van zijn kantoorpand eigenlijk is. Waarom is nu handelen dan zo belangrijk? En welke voordelen levert het op u op als u de sprong maakt naar energielabel C of hoger?

Per 1 januari 2023 energielabel C voor elk kantoorpand

De Nederlandse overheid verplicht alle eigenaren van kantoorpanden die een lager energielabel hebben dan C om verduurzamingsstappen te nemen. Wat zijn de gevolgen als u hier niet aan voldoet?

  • In het ergste geval riskeert u een boete, terwijl de overheid in het uiterste geval kan beslissen dat het pand moet sluiten.
  • Als u niet voldoet aan de duurzaamheidsregels moet de accountant een paragraaf in het jaarverslag opnemen die dit vastlegt, indien er een verplichting tot opstellen van het jaarverslag bestaat.
  • Een grote investering kan leiden tot een piek in de liquiditeitsbehoefte, waardoor de reguliere bedrijfsvoering in gevaar kan komen.
  • Een grote investering heeft ook invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering.

Wat zijn de meest gestelde vragen van ondernemers?

  • Waarom moet u nu beginnen met verduurzamen?
  • Op welke manieren kunt u uw kantoorgebouw verduurzamen?
  • Welke energieverduurzamingsregelingen zijn er?
  • Welk scenario past bij uw businessmodel?

In drie stappen naar een energielabel C-proof kantoorpand

U kunt eerst controleren of uw pand voldoet aan het energielabel. Eventueel kunt u onderstaand stappenplan doorlopen.

Fase 1: Oriënterende fase 

  • Complete energielabelcheck.
  • Vastleggen van de te nemen maatregelen.
  • Doorrekenen van verschillende scenario’s.

Fase 2: Subsidie aanvragen 

  • Bepalen van de beste subsidie voor uw doel.
  • Aanvullende financiering regelen.

 Fase 3: Uitvoeringsfase 

  • Opstellen van bouw-en installatieplannen.
  • Aanvragen van vergunningen en het uitvoeren van bouwbegeleiding.
  • Regelen van de financieringsaanvraag.

Verplichte opgave uitbetaalde bedragen aan derden (renseigneringsplicht)

Is uw organisatie inhoudingsplichtig voor de loonheffingen? Dan bent u verplicht de Belastingdienst te informeren over betalingen gedaan aan bepaalde natuurlijke personen (renseigneringsverplichting). Let op: deze informatieplicht kan dus gelden voor commerciële ondernemingen maar evenzeer voor onderwijsinstellingen of andere non-profitorganisaties.

Per 1 januari 2022 geldt de bij wet ingevoerde renseigneringsplicht. Dit heeft belangrijke gevolgen voor uw organisatie. Uiterlijk op 31 januari 2023 moet u opgave hebben gedaan over het jaar 2022.

De wettelijke basis

In de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (art. 53) is per 1 januari 2022 opgenomen dat bij wet aangewezen instellingen verplicht zijn om opgave te doen van door hen aan natuurlijke personen gedane betalingen.

Voor welk soort instellingen geldt de renseigneringsplicht?

De renseigneringsplicht geldt voor de volgende instellingen:

  1. Inhoudingsplichtigen op grond van de wet op de loonbelasting 1964;
  2. Collectieve beheerorganisaties

Heeft uw organisatie personeel in dienst dan valt u onder categorie 1.

Welke uitbetalingen aan natuurlijke personen zijn uitgezonderd van de renseigneringsplicht?

De renseigneringsplicht geldt niet voor betalingen aan:

  1. Werknemers, artiesten of beroepssporters;
  2. Vrijwilligers voor zover de vergoeding niet hoger is dan het wettelijk maximum (€ 190 per maand en € 1.900 op jaarbasis);
  3. Natuurlijke personen die een factuur hebben uitgereikt met btw.

Let op: dit betekent dat uw organisatie opgave moet doen van uitbetalingen aan natuurlijke personen die geen btw op de factuur vermelden of een factuur uitreiken met vermelding van een btw-vrijstelling. Enkele voorbeelden zijn:

  • ZZP-ers die geen btw in rekening brengen op grond van de Kleine Ondernemersregeling;
  • ZZP-ers die btw-vrijgestelde diensten verrichten;
  • Vergoedingen aan leden van de Raad van Toezicht

Welke gegevens moet u aanleveren?

De volgende gegevens moeten verplicht worden aangeleverd:

  1. Het uitbetaalde bedrag;
  2. BSN;
  3. Naam;
  4. Geboortedatum;
  5. Adresgegevens

Hoe moeten de gegevens worden aangeleverd?

Aanlevering van gegevens is mogelijk vanaf 1 januari 2023. De gegevens dienen op een door de Belastingdienst voorgeschreven wijze te worden aangeleverd. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de site van de Belastingdienst.

Wat gebeurt er als u niet aan deze verplichting voldoet?

Het niet voldoen aan de actieve informatieplicht betekent strikt formeel een strafbaar feit. Dit kan leiden tot een boete van
maximaal € 9.000.

(Bron: Van Ree)