Antwoorden overgangsrecht eigen woning

De Kennisgroep Verzekeringsproducten heeft na afstemming met het ministerie van Financiën een aantal vragen beantwoord.

Overgangsrecht

Deze zien toe op het overgangsrecht met betrekking tot kapitaalverzekeringen eigen woning (KEW), spaarrekeningen eigen woning (SEW) en beleggingsrechten eigen woning (BEW). De actualisatie was nodig na de motie van kamerlid Knops over het besluit BLKB 2013 32.

Bestaande eigenwoningschuld

In het besluit is aangegeven dat het nog mogelijk is om vóór 1 april 2013 een KEW, SEW of BEW aan te gaan, te verhogen of te verlengen, mits de belastingplichtige of zijn partner op 31 december 2012 beschikt over een eigen woning en een bestaande eigenwoningschuld.

Gegarandeerd kapitaal

Hierbij mag het gegarandeerde kapitaal niet hoger zijn dan het bedrag van de bestaande eigenwoningschuld op 31 december 2012.  Bovendien is een dergelijk verzoek tijdig gedaan aan een verzekeraar, financiële instelling of tussenpersoon/bemiddelaar indien deze van de klant vóór 1 april 2013:

  • Een schriftelijk verzoek, al dan niet tot het doen van een offerte, heeft ontvangen (niet relevant is of het verzoek in behandeling is genomen)
  • Een mondeling verzoek heeft ontvangen en waarvan de klant vóór 1 april 2013 een schriftelijke ontvangstbevestiging van de aanbieder of tussenpersoon/bemiddelaar heeft ontvangen
  • Een mondeling verzoek heeft ontvangen en waarvan de klant vóór 1 april 2013 een schriftelijke afwijzing door aanbieder of tussenpersoon/bemiddelaar heeft ontvangen.

Tijdig verzoek

In alle gevallen waarin sprake is van een tijdig verzoek, kan de administratieve verwerking van het verzoek na 31 maart 2013, maar moet vóór 2014 plaatsvinden.

Verlengen looptijd

Een aandachtpunt bij het verlengen van de looptijd is dat een fictieve uitkering uit een KEW, SEW of BEW wordt aangenomen zodra de looptijd feitelijk langer wordt dan 30 jaar. Hierbij tellen mee jaren looptijd – ook vóór 2001 – van een voorgaande kapitaalverzekering, KEW, SEW of BEW die fiscaal geruisloos is omgezet in de huidige KEW, SEW of BEW.

(Bron: Elsevierfiscaal)

Gewijzigde regels omtrent te laat betalen

Binnen 60 dagen betalen, anders ben je – naast de hoofdsom – rente én boete verschuldigd!
Met name grote afnemers dwingen maar al te vaak een betalingstermijn van 90 dagen (of langer) af. Oftewel, als ondernemer moet u 90 dagen (of langer) een gratis ‘krediet’ verstrekken. Gemiste inkomsten, in deze toch al financieel zware tijden. Daarnaast is één van de belangrijkste oorzaken voor faillissementen een gebrek aan liquide middelen. Nog een reden om achter uw geld aan te zitten. Zelfs als dit misschien wel ten koste gaat van de relatie met de afnemer.
Sinds 16 maart van dit jaar geldt echter dat afnemers hun betalingstermijn niet meer onbeperkt mogen oprekken. Uw afnemer moet uiterlijk binnen 30 dagen uw factuur voldoen. U kunt een andere termijn overeenkomen, maar deze is – in beginsel – maximaal 60 dagen. Verder, mocht uw afnemer de rekening alsnog niet tijdig betalen, is deze – naast rente – een instant boete verschuldigd.
De hoogte van de rente is afhankelijk van het percentage dat u bent overeengekomen met uw afnemer. Wij adviseren in verband hiermee in uw algemene voorwaarden op te nemen dat de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) van toepassing is. Deze wettelijke handelsrente heeft twee belangrijke voordelen boven de wettelijke rente. Ten eerste is deze meteen verschuldigd, na afloop van de overeengekomen dan wel wettelijke betalingstermijn. Het is dus niet nodig uw afnemer een tweede keer in de gelegenheid te stellen om alsnog te betalen. Daarnaast is de wettelijke handelsrente veel hoger dan die van de wettelijke rente. Per 1 januari 2013 bedraagt de wettelijke rente 3% terwijl de wettelijke handelsrente 7,75% is.
De hoogte van de instant boete is minimaal € 40,- en maximaal € 6.775,-. De boete geldt als vergoeding voor de door u gemaakt invorderingskosten. De afnemer is deze, net als de wettelijke handelsrente, zonder aanmaning aan u verschuldigd.
Tot slot mag u, als uw afnemer ondanks diverse acties van uw zijde de rekening nog steeds niet betaalt, buitengerechtelijk incassokosten in rekening brengen. Houdt echter wel rekening met de ervaringsregel: ‘hoe langer debiteuren openstaan, hoe groter de kans dat ze helemaal niet meer betalen’. In welk geval u helemaal achter het net vist.
Tips:
1. Neem in uw algemene voorwaarden op dat in alle gevallen waarin rente kan worden berekend, de wettelijke handelsrente in rekening wordt gebracht.
2. Verklaar op al uw werkzaamheden uw algemene voorwaarden op de juiste wijze van toepassing en stel deze altijd tijdig aan uw afnemer ter hand.
3. Breng – in geval uw afnemer niet tijdig betaalt – altijd de minimale boete van € 40,- én de overeengekomen rente in rekening bij uw afnemer.
(Bron: Dijkstra Voermans)

Hof Den Bosch: Bedrijfopvolgingsregeling niet discriminatoir

Het gerechtshof Den Bosch heeft geoordeeld dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (art. 26 BUPO en art. 14 EVRM). Het hof oordeelde dit in hoger beroep op de uitspraak van de Rechtbank Breda.

Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis oordeelt het hof dat de wetgever met de invoering later de uitbreiding (in 2005 en 2007) zijn beoordelingsvrijheid niet heeft overschreden. De wetgever heeft er bewust voor gekozen het waarborgen van de continuïteit van de onderneming voorop te stellen, ‘ook in die gevallen waarin het betalen van het recht van successie [erfbelasting, red.] niet stuit op betalingsproblemen’. Het al dan niet voorhanden zijn van liquiditeit is volgens het hof wel van belang, maar niet een doorslaggevende overweging geweest voor de (voorwaardelijke) vrijstelling.

Niet disproportioneel

Hiermee bestaat volgens het hof een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor een andere behandeling van de verkrijging van ondernemingsvermogen. De – eveneens belangrijke – rechtsvraag of deze ongelijke behandeling disproportioneel is, beantwoordt het hof ontkennend. De twee belangrijkste voorwaarden voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, te weten (1) de eis van een reële onderneming en (2) het voortzettingsvereiste (art. 53c SW), acht het hof geschikt om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Daamee is de wetgever zijn beoordelingsvrijheid niet te buiten gegaan, en ‘dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd omdat het niet van redelijke grond is ontbloot.’

Commentaar

Het argument dat niet de liquiditeit maar het waarborgen van de continuïteit van de onderneming centraal staat, lijkt van groot belang. Het argument dat een regeling waarbij eerst wordt gekeken naar de vraag of betaling van erfbelasting tot liquiditeitsproblemen leidt, wordt daarmee zwakker. De wetgever is zich hiervan volgens het hof bewust geweest en heeft geoordeeld dat de eventueel aanwezige liquiditeit beter kan worden aangewend in de onderneming dan om erfbelasting te betalen.

Cassatie

Ongetwijfeld zal tegen deze uitspraak cassatieberoep worden aangetekend. Inmiddels is er ook een groot aantal uitspraken van rechtbanken, waaronder proefprocedures, die middels sprongcassatie aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Te verwachten valt dat de Hoge Raad nog dit jaar zijn oordeel zal vellen over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. De kans dat de regeling sneuvelt, lijkt klein. En zelfs als dat gebeurt, is het nog maar zeer de vraag of de Hoge Raad daaraan de consequentie zal verbinden dat de vrijstelling ook voor niet-ondernemingsvermogen kan worden toegepast.

(Bron: Taxence)

Ontlopen tbs door bv-structuur is toegestaan

Als een aandeelhouder-natuurlijk persoon een geldlening verstrekt aan een vennootschap onder firma waarin zijn eigen bv deelneemt, is sprake van terbeschikkingstelling (tbs). Maar is de schuldenaar een lichaam waarin de schuldeiser een belang van minder dan 5% houdt, dan valt de vordering gewoon in box 3. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de fiscus dit verschil moet accepteren.

Het bovenstaande is makkelijker te begrijpen door kort de zaak voor de Hoge Raad te behandelen. Het betrof een belastingadviseur die werkzaamheden verrichtte voor een nv. Deze nv maakte deel uit van een fiscale eenheid. In 2006 werd de belastingadviseur benoemd tot ‘partner’, waarop de 100%-dochtermaatschappij van zijn persoonlijke holding een aansluitingsovereenkomst was aangegaan met de topholding van de fiscale eenheid. Daarbij verkreeg deze dochtermaatschap één aandeel in de topholding. Daartegenover stond dat de nieuwe partner verplicht was om een achtergestelde lening te verstrekken aan de nv. De vraag was of de vordering van de belastingadviseur op de nv onder het tbs-regime viel. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was. Omdat naast de man nog ongeveer 250 andere personen één aandeel in de topholding hielden, had de belastingadviseur namelijk geen aanmerkelijk belang in de nv. Hij had wel een indirect aanmerkelijk belang in de dochtermaatschappij, maar deze behoorde niet tot een samenwerkingsverband met de nv. Had de dochtermaatschappij samengewerkt met de nv via een vennootschap onder firma of een andere fiscaal transparante ondernemingsvorm in plaats van een bv-structuur, dan zou wel sprake zijn geweest van tbs. De Hoge Raad stelde dat de wetgever dit verschil in fiscale behandeling destijds had aanvaard, zodat evenmin sprake kon zijn van misbruik van recht.

(Bron: Taxence)

Opzegging arbeidsovereenkomst bij ziekte; hoe zit dat?

Wanneer werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer opzegt, besluit de werknemer beroep te doen op vernietigbaarheid van deze wegens ziekte.

 

Bedrijfsarts

Door het oordeel van de bedrijfsarts ontstaat er een geschil tussen de partijen en de werknemer begint een kort geding. Een arbeidsovereenkomst mag niet worden opgezegd wanneer er een opzegverbod wegens ziekte geld. Maar welke partij heeft gelijk?

Arbeidsongeschikt

De situatie is als volgt. De werknemer heeft een hersenschudding opgelopen en heeft zich ziek gemeld. Zij is bezig met haar re-integratie en bezoekt de bedrijfsarts. Later ontstaat de discussie of de werknemer arbeidsgeschikt of arbeidsongeschikt is.

Ontslagvergunning

De werkgever heeft inmiddels een ontslagvergunning verleend gekregen van het UWV en heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd. De werknemer doet een beroep op de vernietigbaarheid van de opzegging en vordert in kort geding het loon.

Rapportage bedrijfsarts

De bedrijfsarts heeft in zijn rapportage nooit geoordeeld dat mevrouw arbeidsgeschikt is geraakt. Maar zijn oordeel is (kennelijk) niet eenduidig. De werkgever e-mailt hierna de bedrijfsarts of zij een hersteld-melding kan laten uitgaan. De bedrijfsarts antwoordt dat dit kan.

Deskundigenoordeel

Vervolgens wordt de arbeidsovereenkomst opgezegd met gebruikmaking van de door het UWV verleende ontslagvergunning. De werknemer vraagt hierop een deskundigenoordeel bij het UWV aan. De verzekeringsarts oordeelt dat zij niet in staat is tot een hervatting in het eigen werk en bevestigt het oordeel van de bedrijfsarts in zijn rapportage.

Kantonrechter

De kantonrechter volgt de oordelen van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts, en gaat uit van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De loonvordering van de werknemer wordt dan ook toegewezen.

Arbeidsdeskundige

De werkgever is verantwoordelijk voor fouten van de bedrijfsarts. Het is dan ook raadzaam om bij de geringste twijfel tussentijds een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen of een arbeidsdeskundige te raadplegen.

(Bron: HRPraktijk))

Geen concurrentiebeding, toch concurrentie

Het ontbreken van een concurrentiebeding betekent nog niet dat het een werknemer volledig vrij staat om zijn werkgever te beconcurreren.

De werknemer heeft in principe de vrijheid om te gaan en staan waar hij wil als hij niet gebonden is aan een concurrentiebeding. Hij kan zelf een soortgelijk bedrijf vinden of hij kan bij de concurrent in dienst treden. Maar het staat hen niet helemaal vrij om zijn ex-werkgever te beconcurreren.

Onrechtmatig handelen

De werknemer kan onrechtmatig handelen jegens zijn ex-werkgever door misbruik te maken van de tijdens zijn dienstverband opgedane kennis. Uit de jurisprudentie blijk dat er gekeken wordt naar de volgende vier punten voor de vraag of de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatig handelen.

  1. Heeft de ex-werknemer een substantieel deel van de klanten van de ex-werkgever benaderd? Een of twee klanten gaan meestal wel mee.
  2. Heeft de ex werknemer de klanten van de ex-werkgever substantieel benaderd? (Het moet meer zijn dan eenmalig benaderen)
  3. Op welke wijze wordt de ex-werkgever beconcurreerd? Gebruikt de werknemer daarbij kennis en gegevens die hij heeft opgedaan tijdens het dienstverband bij de ex-werkgever?
  4. Wat is het doel van de ex-werknemer? Is het doel van de ex-werknemer gericht op het bewegen van klanten om mee te gaan?

Uit rechtelijke uitspraken blijkt dat deze vier punten vaak als uitgangspunt worden genomen voor de vraag of de werknemer onrechtmatig gehandeld ten opzichte van zijn ex-werkgever. Maar soms komt de rechter niet eens toe aan het beoordelen van deze vier vragen en besluit op andere gronden dat de werknemer onrechtmatig handelt.

Om de hoek

Zo oordeelde de Rechtbank Haarlem op 19 april 2000 dat een werknemer onrechtmatig had gehandeld omdat hij een eenmanszaak was gestart in de buurt van zijn ex-werkgever. Het ging in deze zaak om twee werknemers die tot februari 2000 bij een financieel advies bedrijf hebben gewerkt. Per 1 februari 2000 hebben zij ontslag genomen en zijn zij om de hoek van de straat waar hun ex-werkgever is gevestigd een soortgelijk bedrijf begonnen.

De ex-werkgever meende dat de twee ex-werknemers zich schuldig maakten aan onrechtmatig handelen door een vestiging te openen in de directe nabijheid van zijn bedrijf. Een geldig concurrentiebeding ontbrak. De ex-werkgever spande een kort geding aan en vorderde dat de werknemer hun activiteiten staakten op straffe van een dwangsom.

De rechter overweegt dat de ex-werknemers weliswaar niet actief de klanten van hun ex-werkgever hebben benaderd, maar doordat zij er voor hebben gekozen om praktisch bij hun ex-werkgever om de hoek kantoor te gaan houden, zij te veel de kans beïnvloeden dat klanten met wie zij goed contact hadden bij hun ex-werkgever naar hen overstappen. De rechter bepaalt dan ook dat zij hun activiteiten moeten staken op straffe van een dwangsom.

(Bron: Intermediair)

Besluit vermindering DGA-pensioen in eigen beheer

Het besluit bevat de uitwerking van de in artikel 19b, negende lid, van de Wet LB geboden mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer eenmalig te verminderen. De vermindering kan met ingang van 1 januari 2013 plaatsvinden als de vermogenspositie van het eigenbeheerlichaam door ondernemings- en/of beleggingsverliezen op de pensioeningangsdatum ontoereikend is om de aangegane pensioenverplichtingen na te komen. Tot en met 31 december 2015 voorziet het Belastingplan 2013 in eenzelfde eenmalige mogelijkheid tot vermindering voor de gevallen waarin de pensioenuitkeringen op 1 januari 2013 al zijn ingegaan. Voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: De dekkingsgraad is op de pensioeningangsdatum 75% of lager. Bij het vaststellen van de dekkingsgraad geldt bovendien onder meer:

  • Het gaat om de activa en passiva van het eigenbeheerlichaam zelf. Er vindt geen fiscale consolidatie plaats.
  • De vastgestelde waarde van de activa wordt verhoogd met een correctie als het eigenbeheerlichaam voor het verzekeren van de pensioenaanspraken van een tot dezelfde fiscale eenheid behorend lichaam geen marktconforme premies of koopsommen heeft ontvangen in de zeven kalenderjaren voorafgaande aan de pensioeningangsdatum. De correctie is het bedrag van het premie- of koopsomverschil verhoogd met een samengestelde interest voor de periode tussen het moment van de ontvangst van de premie of koopsom en het moment waarop de pensioenaanspraken worden verminderd.
  • De vastgestelde waarde van de activa wordt verhoogd met een correctie incl. samengestelde interest als het eigenbeheerlichaam in de zeven kalenderjaren voorafgaande aan de pensioeningangsdatum formele uitdelingen van winst heeft gedaan. Als dit soort uitdelingen leiden tot de conclusie dat sprake is van afkoop van pensioen dan vervalt uiteraard de mogelijkheid om het pensioen te verminderen.
  • De vastgestelde waarde van de activa wordt verhoogd met een correctie incl. samengestelde interest als het eigenbeheerlichaam in de zeven kalenderjaren voorafgaande aan pensioeningangsdatum een terugbetaling van aandelenkapitaal heeft gedaan.

De onderdekking moet veroorzaakt door (reële) ondernemings- en/of beleggingsverliezen.

Hiervan is in ieder geval geen sprake als het eigenbeheerlichaam in de zeven kalenderjaren voorafgaande aan de pensioeningangsdatum:
– 1º te lage premies of koopsommen heeft ontvangen die niet zijn gecorrigeerd;
– 2º formele uitdelingen van winst heeft gedaan, die niet zijn gecorrigeerd;
– 3º uitdelingen, niet zijnde formele uitdelingen, van winst heeft gedaan;
– 4º een terugbetaling van aandelenkapitaal heeft gedaan, die niet is gecorrigeerd;
– 5º een onvolwaardige dan wel een afgewaardeerde vordering heeft of had op een of meer pensioendeelnemer(s). Dit is alleen anders voor zover de vordering op een verbonden lichaam onvolwaardig is geworden of is afgewaardeerd in verband met ondernemings- en/of beleggingsverliezen van dat lichaam.

De pensioenaanspraken worden verminderd met ten hoogste het bedrag dat noodzakelijk is om de dekkingsgraad van de fiscale waarde van de pensioenverplichtingen op 100% te stellen.

Risico
Let op het risico dat indien er geen toestemming tot vermindering volgt, de pensioenaanspraak belast kan worden op basis van de stelling dat het pensioen ‘illusoir’ is gemaakt.

(Bron: Findinet)

Boete voor niet melden van een arbeidsongeval fors verhoogd

De Inspectie SZW heeft een vernieuwde brochure uitgebracht over het melden van arbeidsongevallen door werkgevers. Hierin staat welke arbeidsongevallen direct gemeld moeten worden aan de Inspectie SZW, hoe dat te doen en wat er met de melding gebeurt. Voor het niet direct melden van een meldingsplichtig ongeval wordt sinds 1 januari 2013 een forse boete opgelegd die kan oplopen tot € 50.000.

De Arbowet verplicht werkgevers om arbeidsongevallen die hebben geleid tot de dood, blijvend letsel of een ziekenhuisopname, direct aan de Inspectie SZW te melden. ‘Blijvend letsel’  is bijvoorbeeld  een amputatie, verminderd gezichtsvermogen of chronische lichamelijke klachten. Er is sprake van een ‘ziekenhuisopname’ als een slachtoffer in een ziekenhuis wordt opgenomen. Ook een dagopname valt hieronder.  Deze meldingsplicht geldt overigens niet alleen voor eigen werknemers, maar ook voor personen die onder gezag bij de werkgever werkzaam zijn, zoals uitzendkrachten.

Ook wanneer in een later stadium blijkt dat er alsnog sprake is van een ziekenhuisopname of van blijvend letsel dat in verband kan worden gebracht met het arbeidsongeval, dan moet de werkgever dit ongeval alsnog direct melden.

Werkgevers zijn verplicht om arbeidsongevallen die tot de dood hebben geleid, direct telefonisch te melden via het gratis telefoonnummer 0800-5151. De Inspectie SZW is hiervoor 24 uur per dag, 7 dagen per week telefonisch bereikbaar. Overige meldingsplichtige arbeidsongevallen moeten direct digitaal gemeld worden via een volledig ingevuld meldingsformulier of telefonisch worden gemeld op bovenstaand nummer.

Naar aanleiding van de melding zal Inspectie SZW in veel gevallen een onderzoek starten. Het onderzoek is onder andere gericht op het vaststellen van de toedracht en de oorzaken van het ongeval. Daarnaast zal de Inspectie nagaan of het ongeval is veroorzaakt door één of meer overtredingen van de wettelijke bepalingen.

(Bron: Pleinplus)

Afstand doen van pensioen: wat kan er mis gaan?

Wanneer werknemers niet verplicht zijn deel te nemen aan de pensioenregeling, hebben zij de mogelijkheid afstand te doen van pensioenopbouw bij de werkgever. Onlangs is gebleken dat dit niet altijd goed gaat.

Werknemer heeft in juni 2011 afstand gedaan van de door werkgever aangeboden pensioenregeling door het tekenen van een afstandsverklaring, waarop ook een handtekening van zijn partner zou zijn geplaatst. In oktober 2011 overlijdt werknemer. Er bleek niet te zijn voorzien in een nabestaandenpensioen. De werkgever doet een beroep op de afstandsverklaring.
De partner van de overleden werknemer betwist de afstandsverklaring. Zij stelt dat zij de afstandsverklaring niet heeft ondertekend. De Kantonrechter stelt vast dat de werkgever de handtekening van de partner niet heeft geverifieerd, terwijl zij dat wel heeft gedaan met betrekking tot de handtekening van de overleden werknemer. De Werkgever kan verder niet aannemelijk maken dat de betreffende handtekening afkomstig is van de partner.
In het pensioenreglement is vastgelegd hoe de werknemer kan afzien van partnerpensioen bij overlijden. Hieruit volgt dat een mede door de partner ondertekende afstandsverklaring benodigd is. Ook in de arbeidsovereenkomst vraagt werkgever om een door ‘uw eventuele partner’ ondertekende afstandsverklaring.
De kantonrechter constateert ten overvloede ook dat de werkgever tekort is geschoten in haar informatieplicht naar de werknemer op het moment dat hij aangaf af te zien van de pensioenregeling. Werkgever had de werknemer juist en volledig moeten informeren over de mogelijke gevolgen van het doen van afstand van een pensioenrecht ondermeer door het verstrekken van concrete informatie over de financiële consequenties. Dat geldt in het bijzonder voor de positie van nabestaanden, aldus de kantonrechter. Daarbij geeft de kantonrechter aan dat de werknemer het voor zichzelf wellicht niet rendabel vond om deel te nemen aan een pensioenregeling waarvoor hij afstand heeft gedaan, maar dit betekent niet dat hij ook afstand zou hebben gedaan wanneer hij volledig op de hoogte zou zijn geweest van de gevolgen die de afstand zou hebben voor zijn partner en kinderen. Hieruit vloeit voort dat aan de partner en haar kinderen een weduwen- en wezenpensioen toekomt.
Tip:
Indien afstand wordt gedaan van pensioenopbouw, laat uw werknemer dan een afstandsverklaring ondertekenen. Zorg er voor dat deze ook door de partner wordt ondertekend. Identificeer de partner en bewaar een kopie van de legitimatie van de partner bij de afstandsverklaring. Bovendien is het van belang dat de werknemer en de partner voldoende geïnformeerd zijn over de gevolgen van de afstandsverklaring. Ondermeer door het verstrekken van een concreet overzicht van de financiële gevolgen. Leg dit schriftelijk vast, zodat u in een later stadium kunt aantonen dat u aan uw informatieplicht hebt voldaan.
(Bron: Dijkstra Voermans)

 

Aanvullende vragen en antwoorden over verlaagd BTW-tarief renovatie en herstel woningen

A. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het maken van een ontwerp voor het aanleggen en onderhouden van een tuin? En als een tuinarchitect naast het maken van een ontwerp ook de aanleg van de tuin begeleid?
Het maken van een ontwerp voor het aanleggen en onderhouden van een tuin behorende bij
een woning ouder dan twee jaar valt niet onder hetverlaagde tarief. Dit is anders als tuinarchitecten en dergelijke ondernemers naast het maken van een ontwerp ook de aanleg en het onderhoud van de tuin begeleiden. In dat geval kan het verlaagde tarief op de arbeidskosten worden toegepast.
B. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van omheiningen en (tuin)hekken in de tuin?
Ja, op de arbeidskosten van het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van omheiningen en (tuin)hekken die worden geplaatst in tuinen behorende bij woningen ouder dan twee jaar kan het
verlaagde tarief worden toegepast.
C. Goedgekeurd is dat het verlaagde tarief wordt toegepast op de arbeidskosten van de in opdracht van de opdrachtgever op maat gemaakte goederen die een onderdeel gaan vormen van de woning. Dit geldt zowel voor de op locatie vervaardigde goederen als de in de eigen bedrijf vervaardigde goederen. Hierbij valt te denken aan inbouwkasten, deuren, kozijnen en dakkapellen. Kan verduidelijkt worden wat dient te worden verstaan onder “opdrachtgever”, “eigen bedrijf” en “in de eigen bedrijf vervaardigde goederen”?
Met “opdrachtgever” wordt bedoeld de eigenaar/(ver)huurder van de woning die de renovatie- en herstelwerkzaamheid afneemt. Met de term “eigen bedrijf” wordt bedoeld het bedrijf van degene die voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Onder “in de eigen bedrijf vervaardigde goederen” wordt verstaan de goederen die op maat worden gemaakt door de in de vorige volzin bedoelde ondernemer die de renovatie- en herstelwerkzaamheden aan de woning van die afnemer verricht.
D. Een ondernemer levert een “op maat gemaakte deur” aan een andere ondernemer of direct aan de “consument” die de deur in het kader van een renovatie in de woning zal bevestigen. Welk btw-tarief dient de eerstgenoemde ondernemer op de factuur te vermelden?
Hier is sprake van de levering van een (op maat gemaakte) deur. De eerstgenoemde ondernemer dient op de factuur het algemene btw-tarief (21%) te vermelden. Zowel voor de materiaal- als voor de arbeidskosten.
E. Geldt de specifieke goedkeuring voor de in opdracht van de opdrachtgever op maat gemaakte goederen die een onderdeel gaan vormen van de woning (zie verder vraag C) ook voor bijvoorbeeld op maat gemaakte (sier)hekken door de ondernemer die de tuin aanlegt of onderhoudt en die vervolgens door die ondernemer op locatie worden aangebracht?
Ja, deze goedkeuring geldt ook voor de arbeidskosten van de in opdracht van de opdrachtgever
op maat gemaakte (sier)hekken door de ondernemer die de tuin aanlegt of onderhoudt en die vervolgens door die ondernemer op locatie worden aangebracht.
F. Goedgekeurd is dat het verlaagde tarief wordt toegepast op het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen door architecten en dergelijke ondernemers mits zij tevens de renovatie van de woning begeleiden. Wat houdt de term “begeleiden van de renovatie van de woning” in?
Met de term “begeleiden van de renovatie van de woning” wordt bedoeld dat architecten en dergelijke ondernemers naast het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen ook begeleidende werkzaamheden verrichten zoals de prijs- en contractvorming, de coördinatie van
de aanbesteding van de renovatie (gunning), de controle op de uitvoering van de renovatie, de
directievoering rondom de renovatie en de oplevering van de renovatie.
G. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het leggen van (sier)bestrating door hoveniers of door andere ondernemers in tuinen?
Ja, op de arbeidskosten van het leggen van (sier)bestrating in tuinen die behoren bij woningen ouder dan twee jaar kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Als andere ondernemers
dan hoveniers (sier)bestrating leggen in tuinen mogen ook zij het verlaagde tarief toepassen.
H. Vallen de arbeidsuren in de periode van 1 maart 2013 tot 1 maart 2014 die betrekking hebben op het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van paardenboxen,buitenstallen, hondenkennels, zwembaden, tennisbanen op hetzelfde perceel als dewoning (die meer dan 2 jaar in gebruik is) in opdracht van de afnemer onder het 6%-tarief?
Ja, op de arbeidskosten van het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van paardenboxen,
buitenstallen, hondenkennels, zwembaden, tennisbanen in/op de bij de woning behorende tuin
in opdracht van de afnemer kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast.
I. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor de werkzaamheden van een constructeur bestaande uit onder meer het narekenen van constructies en het maken van constructietekeningen?
Goedgekeurd is dat het verlaagde btw-tarief wordt toegepast op het ontwerpen en vervaardigen
van bouwtekeningen door architecten en dergelijke ondernemers mits zij tevens de renovatie
van de woning begeleiden. Een dienst van een ondernemer, zoals een (binnenhuis)architect,
een installateur of een constructeur, bestaande uit het ontwerpen van een bouw- of constructietekening, het narekenen van constructies, het maken van een berekening voor
ventilatie of ontluchtingskanalen enz. is als zodanig niet te kwalificeren als een renovatiedienst
(zijnde: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden, van (delen van) de
woning) en valt daarom niet onder het verlaagde btw-tarief.
J. Het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van zonnepanelen valt onder het verlaagde tarief, mits de zonnepanelen in bouwkundig opzicht onderdeel (gaan) uitmaken van de woning. Als de bevestiging op een (plat) dak alleen met losse stenen plaatsvindt, worden de zonnepanelen dan in bouwkundig opzicht onderdeel van de woning? En hoe zit dat bij buiten zonweringen?
Buiten zonwering wordt zodanig bevestigd/aangebracht dat daarvan kan worden aangenomen
dat dit onderdeel gaat uitmaken van de woning. Voor zonnepanelen is dat niet altijd het geval.
Als zonnepanelen slechts met losse stenen worden vastgelegd is dit onvoldoende om de
zonnepanelen in bouwkundig opzicht onderdeel te laten worden van de woning.
K. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het aanleggen, vernieuwen en onderhouden van beregeningsinstallaties en tuinverlichting?
Ja, op de arbeidskosten van het aanleggen, vernieuwen en onderhouden van beregeningsinstallaties en tuinverlichting in tuinen behorende bij woningen ouder dan twee jaar kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast.
L. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het laten doen van bodemonderzoek?
Nee, het laten doen van bodemonderzoek is geen renovatie- en herstelwerkzaamheid.
M. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief voor de werkzaamheden van een grond verzetbedrijf in de tuin?
Ja, de werkzaamheden van een grond verzetbedrijf passen binnen het kader van aanleg/onderhoud van de tuin (behorende bij woningen ouder dan twee jaar). De arbeidskosten die aan deze werkzaamheden zijn toe te rekenen kunnen delen in het verlaagde btw-tarief.
N. Geldt het verlaagde btw-tarief ook voor het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van steigers, beschoeiing contructies en damwanden in de tuin?
Ja, op de arbeidskosten van het aanleggen, vernieuwen en onderhouden van steigers,beschoeiing constructies en damwanden ten behoeve van zowel de tuin als de woning (ouder dan twee jaar) kan het verlaagde btw-tarief wordentoegepast.
O. Geldt het verlaagde btw-tarief ook voor het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van een boothuis (loods voor berging van kleine pleziervaartuigen) in de tuin?
Ja, op de arbeidskosten van het aanleggen, vernieuwen en onderhouden van een boothuis(loods voor berging van kleine pleziervaartuigen) in de tuin behorende bij de woning ouder dan twee jaar kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast.
P. Geldt het verlaagde btw-tarief ook voor kostenadvisering, het opstellen van energielabels en de diensten van verhuizers?
Nee, kostenadvisering, het opstellen van energielabels en de diensten van verhuizers zijndiensten die als zodanig niet te kwalificeren zijn als een renovatiedienst (zijnde: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden, van (delen van) de woning) en vallen daarom niet onder het verlaagde btw-tarief.
Update 24-04-2013
Q. Vóór 1 maart 2013 heeft een architect (of een dergelijke ondernemer) in opdracht van een eigenaar/(ver)huurder van een woning een bouwtekening vervaardigd voor een renovatie. Op de factuur heeft die ondernemer het algemene btw-tarief (21%) vermeld. Na 28 februari 2013 komen partijen overeen dat die ondernemer de renovatie van de woning gaat begeleiden. Is op de arbeidskosten van de vervaardiging van de bouwtekening en op de begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning het verlaagde btw-tarief van toepassing?
Nee, in dit geval is sprake van twee verschillende diensten. De eerste dienst (het vervaardigen van de bouwtekening) is afgerond vóór 1 maart 2013 en is daarom terecht belast tegen het algemene btw-tarief. De tweede dienst (de begeleidingswerkzaamheden van de renovatie van de woning) is ook belast tegen het algemene btw-tarief. In dit geval wordt namelijk niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van de specifieke goedkeuring voor diensten van architecten en dergelijke ondernemers zoals die is opgenomen in paragraaf 8 van het besluit.
R. Op 1 februari 2013 heeft een architect (of een dergelijke ondernemer) met een eigenaar /(ver)huurder van een woning één overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat de ondernemer naast het maken van een bouwtekening ook de renovatie van de woning zal begeleiden. De bouwtekening is op 15 februari 2013 gereedgekomen en daarvoor heeft de architect (of een dergelijke ondernemer) een (deel)factuur uitgereikt met daarop het algemene btw-tarief (21%). De begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning worden afgerond vóór 1 maart 2014.
Geldt het verlaagde btw-tarief op de arbeidkosten van de hele dienst?
Ja, op de arbeidskosten van de dienst bestaande uit het maken van de bouwtekening én de begeleidende werkzaamheden bij de renovatie van de woning ouder dan twee jaar kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. In dit geval is immers sprake van één enkele prestatie
die is afgerond vóór 1 maart 2014.
S. Een architect (of een dergelijke ondernemer) is op 1 april 2013 met een particulier overeengekomen om een bouwtekening te maken en de renovatie van de woning te begeleiden. De dienst wordt afgerond vóór 1 maart 2014. De architect (of een dergelijke ondernemer) besteedt de constructieberekening uit aan een andere ondernemer. Tegen welk btw-tarief dient de laatstgenoemde ondernemer aan de architect te factureren?
De dienst van de (laatstgenoemde) ondernemer bestaande uit het maken van een constructieberekening aan de architect (of een dergelijke ondernemer) is belast tegen het algemene btw-tarief. Zie verder ook vraag I.
T . Een architect (of een dergelijke ondernemer) besteedt een deel van het maken van een ontwerp uit aan een constructeur/ingenieur die zich daarbij tegelijkertijd verbindt begeleidende werkzaamheden te verrichten. Kan het verlaagde tarief worden toegepast op de arbeidskosten van de constructeur/ingenieur?
Ja, mits het gaat om begeleidende werkzaamheden als bedoeld in F. U. Geldt het tijdelijke verlaagde btw-tarief ook voor het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van gordijnen, luxaflex, screens, jaloezieën e.d. aan de binnenzijde van de woning?
Nee, het aanbrengen, vernieuwen en onderhouden van gordijnen, luxaflex, screens, jaloezieën e.d. aan de de binnenzijde van de woning zijn diensten die als zodanig niet te kwalificeren zijn als een renovatiedienst (zijnde: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden, van (delen van) de woning) en vallen daarom niet onder het verlaagde btw-tarief.
V. Goedgekeurd is dat het verlaagde tarief wordt toegepast op de arbeidskosten van de in opdracht van de opdrachtgever op maat gemaakte goederen die een onderdeel gaan vormen van de woning. Dit geldt zowel voor de op locatie vervaardigde goederen als de in de eigen bedrijf vervaardigde goederen. Hierbij valt te denken aan inbouwkasten, deuren, kozijnen en dakkapellen. Vallen standaard keuken(kasten) hier ook onder?
Nee, standaard keuken(kasten) vallen hier niet onder. Deze goederen worden niet in opdracht van de opdrachtgever “op maat gemaakt”.
W. Een particulier heeft op 1 januari 2013 voor één jaar een onderhoudsabonnement afgesloten met een ondernemer die één keer per week het gras komt maaien. Op welk moment kan worden aangenomen dat de dienst is afgerond?
In dit geval is sprake van een doorlopende prestatie. Als de afrekening voor doorlopende prestaties betrekking heeft op een periode die begint vóór 1 maart 2013 en eindigt op 31 december 2013 moet de afrekenperiode worden gesplitst. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt tussen 1 maart 2013 en 31 december 2013 geldt het verlaagde btw-tarief. Voor het deel van de prestatie dat plaatsvindt vóór 1 maart 2013 geldt het algemene btw-tarief.
X. In de tuin behorende bij een woning ouder dan twee jaar staat een oude schuur. Deze schuur wordt gesloopt. Vervolgens wordt op dezelfde plaats een nieuwe garage geplaatst. Kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast op het (nieuw)bouwen van de garage?
Ja, op de arbeidskosten van het bouwen van de garage die zich bevindt op hetzelfde perceel als de woning kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Op de arbeidskosten die toerekenbaar zijn aan het slopen van de schuur kan in dit geval het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Nu de garage op dezelfde plaats komt als de gesloopte schuur is sprake van sloopwerkzaamheden die plaatsvinden in het kader van renovatie en herstelwerkzaamheden.
Y. Geldt het verlaagde btw-tarief ook voor het bouwkundig keuren van woningen (aan- en verkoopkeuringen) en het aanvragen van een vergunning voor het plaatsen van een dakkapel?
Nee, het bouwkundig keuren van woningen (aan- en verkoopkeuringen) en het enkel aanvragen van een vergunning voor het plaatsen van een dakkapel zijn diensten die als zodanig niet te kwalificeren zijn als een renovatiedienst (zijnde: het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en  onderhouden, van (delen van) de woning) en vallen daarom niet onder het verlaagde btw-tarief. Als een ondernemer een dakkapel aanbrengt op een woning ouder dan twee jaar en daarbij met de opdrachtgever overeenkomt de benodigde vergunning aan te vragen, vormt het aanvragen van de vergunning een onzelfstandig onderdeel van die prestatie.
Z. Geldt het verlaagde btw-tarief ook voor drainageonderhoud en bodemsanering, tanksanering en grondwatersanering?
Ja, op de arbeidskosten van drainageonderhoud, bodemsanering, tanksanering en grondwatersanering binnen het perceel van de woning en de bijbehorende tuin kan het
verlaagde btw-tarief worden toegepast.
AA.Goedgekeurd is dat het verlaagde btw-tarief kan worden toegepast op de arbeidskosten van hoveniers (en soortgelijke ondernemers) voor het aanleggen en onderhouden van tuinen behorende bij woningen ouder dan twee jaar. Geldt deze goedkeuring ook voor gemeenschappelijke tuinen van appartementencomplexen en verpleeg- en verzorgingsinstellingen?
Ja, op de arbeidskosten van hoveniers (en soortgelijke ondernemers) voor het aanleggen en onderhouden van tuinen die behoren bij een appartementencomplex of een verpleeg- en verzorgingsinstelling in opdracht van de eigenaar/(ver)huurder van dat complex of die instelling
kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast.
AB. Het verlaagde btw-tarief kan niet worden toegepast op het bestrijden van ongedierte (zoals boktorren, houtworm, ratten etc.). Kan het verlaagde btw-tarief wel worden toegepast op de arbeidskosten van werkzaamheden die direct verband houden met het verstevigen van de constructie van de woning?
Ja, op de arbeidskosten van werkzaamheden die direct verband houden met het herstellen van de constructie van de woning (ouder dan twee jaar) kan het verlaagde btw-tarief worden toegepast.
(Bron: Overheid)