Inhoud arbeidsovereenkomst en wanneer aan de orde

In een arbeidsovereenkomst staan de afspraken tussen u en uw werkgever. U heeft een arbeidsovereenkomst als u in dienst bent van een werkgever en loon krijgt voor het werk dat u doet. U bent dan in loondienst. Dit wordt ook wel dienstverband of dienstbetrekking genoemd.

  • Voorwaarden arbeidsovereenkomst
  • Inhoud arbeidsovereenkomst
  • Cao
  • Geen arbeidsovereenkomst

Voorwaarden arbeidsovereenkomst

U heeft een arbeidsovereenkomst als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • U bent in dienst van de werkgever. De werkgever kan u opdrachten geven en de werkinhoud bepalen.
  • U ontvangt loon voor het uitgevoerde werk. Meestal bestaat dit loon uit geld, maar het mag ook (gedeeltelijk) in natura worden uitbetaald (bijvoorbeeld maaltijden of ‘kost en inwoning’). Ook aandelen en opties of de daarmee behaalde winsten kunnen onder loon vallen.
  • U voert zelf het werk uit waarvoor u bent aangenomen.

Inhoud arbeidsovereenkomst

In uw arbeidsovereenkomst staat:

  • wat voor werk u gaat doen;
  • wanneer u in dienst komt en voor hoe lang (tijdelijk of vast);
  • hoeveel uur u gaat werken;
  • hoe hoog uw loon is;
  • hoeveel vakantiedagen u heeft;
  • of u uw reiskosten vergoed krijgt;
  • of u een proeftijd heeft;
  • wat de opzegtermijn voor u en uw werkgever is.

Cao

Is er een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van toepassing, dan staat dat meestal ook in uw arbeidsovereenkomst.

Geen arbeidsovereenkomst

Is de arbeidsrelatie niet duidelijk vastgelegd, dan kan verwarring ontstaan over wat u precies heeft afgesproken met uw werkgever. Zo kunt u het oneens zijn over de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst en zo ja, voor hoeveel uur per week. U heeft een arbeidsovereenkomst als u 3 maanden lang elke week, of minimaal 20 uur per maand, voor dezelfde werkgever werkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat uw werkgever u ten minste het minimumloon moet betalen en u niet zomaar mag ontslaan. Als uw werkgever het hier niet mee eens is, moet hij bewijzen dat u geen arbeidsovereenkomst of arbeidscontract heeft.

(Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid juli 2011)

Overdrachtsbelasting voor een jaar naar 2%

Het kabinet wil een impuls aan de woningmarkt geven en verlaagt daarom tijdelijk de overdrachtsbelasting van 6 % naar 2 %. De maatregel maakt onderdeel uit van de woonvisie van het kabinet.

Staatssecretaris Weekers van Financiën regelt per beleidsbesluit dat de verlaging met terugwerkende kracht ingaat op 15 juni 2011. De verlaging duurt één jaar en loopt tot en met 30 juni 2012.

De verlaging van de overdrachtsbelasting is van toepassing op alle woningen. Voor bedrijfspanden met een gedeeltelijke woonfunctie, mag de verlaging voor het woondeel worden toegepast. Voor een woning met een waarde van 2,5 ton betekent dit een verlaging van de overdrachtsbelasting van € 15.000 naar € 5.000.

Dat is vooral gunstig voor starters op de woningmarkt, bijvoorbeeld huurders die een woning willen kopen. Maar ook doorstromers profiteren, omdat ze hun oude woning gemakkelijker kunnen verkopen. De kosten van deze maatregel bedragen € 1,2 miljard en worden gefinancierd uit de invoering van een nieuwe bankenbelasting (€ 300 miljoen), een constructiebestrijdingsmaatregel in de Vennootschapsbelasting (reparatie van het Bosal-gat € 340 miljoen), het gefaseerd invoeren van de vitaliteitsregeling (500 miljoen) en de eerder in het Regeerakkoord door verhoging van de Assurantiebelasting vrijgemaakte ‘envelop’ (€ 60 miljoen).

(Bron: Ministerie van Financiën 1-7-2011)

Nieuw systeem voor btw-correctie privégebruik auto

Staatssecretaris Weekers van Financiën wijzigt per 1 juli de wettelijke systematiek voor het corrigeren van de btw-aftrek op privégebruik van zakenauto’s door personeel en ondernemer. De huidige aftrekbeperking door toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) zal worden vervangen door een btw-heffing over het privégebruik.

Loskoppeling

Op 1 juni 2011 heeft rechtbank Haarlem geoordeeld dat een ondernemer met succes een beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel voor de btw-correctie privégebruik auto van de zaak. Weekers kondigde hierop aanpassingen in de wetgeving aan die tot gevolg zal hebben dat de btw-correctie wordt losgekoppeld van de bijtelling in de ib/lb.

Fictieve dienst

Het onderscheid in de btw-heffing tussen het privégebruik van een auto van de zaak door ondernemers en werknemers verdwijnt. Het privégebruik wordt voortaan als fictieve dienst belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Daarbij wordt woon-werkverkeer conform de btw -Richtlijn gezien als privégebruik. De btw-heffing is dus vanaf 1 juli 2011 niet langer gekoppeld aan de hoogte van de bijtelling en onttrekking in de loon- en inkomstenbelasting.

Nieuwe correctiemethode privégebruik auto’s per 1 juli 2011

Per 1 juli 2011 zal het privégebruik van auto’s en bestelauto’s van de zaak door personeel en ondernemers volgens de aankondiging van de staatssecretaris volgens de volgende methodiek worden gecorrigeerd:

  • De btw op de kosten met betrekking tot de auto’s wordt in beginsel volledig afgetrokken;
  • Als de ondernemer geen vergoeding vraagt voor het privégebruik van de auto, is aan het einde van het jaar btw verschuldigd over het daadwerkelijke privégebruik.
    Woon- werkverkeer wordt daarbij overigens, anders dan nu, voor de btw als privégebruik aangemerkt. Ondernemers kunnen er ook voor kiezen een correctie te maken ter grootte van een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm);
  • De staatssecretaris zal maatregelen nemen om te voorkomen dat de heffing over het privégebruik kan worden geminimaliseerd door lage vergoedingen voor het privégebruik in rekening te brengen. In dergelijke gevallen zal de heffingsmaatstaf voor de correctie vermoedelijk worden gesteld op de ‘normale waarde’ van het privégebruik

(Bron: Elsevier juli 2011)

Privégebruik auto van de zaak blijft btw belast

Op voorstel van staatssecretaris Weekers komt er aangepaste wet- en regelgeving voor de btw-heffing op het privégebruik van een auto van de zaak. Deze wijzigingen worden doorgevoerd naar aanleiding van een recente uitspraak van de rechtbank in Haarlem. In het uiterste geval kan deze uitspraak tot gevolg hebben dat er geen btw meer geheven kan worden over het privégebruik van een auto van de zaak.

Het vervallen van de btw-heffing betekent ongeveer een half miljard euro per jaar minder in de schatkist. Om dit te voorkomen zal de btw-heffing bij privégebruik van een auto van de zaak, met ingang van 1 juli 2011, niet meer gekoppeld zijn aan de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting. In de toekomst zal privégebruik van de auto van de zaak worden belast als fictieve dienst naar het werkelijke privégebruik, waarbij woon-werkverkeer als privé wordt aangemerkt.

Voor de bepaling van de hoogte wordt een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) genomen. Dit percentage wordt voor 1 juli vastgesteld en zal overeenkomen met de verschuldigde btw op het gemiddelde werkelijke privégebruik. Ook zullen er per 1 juli maatregelen getroffen worden om een reële btw-heffing zeker te stellen in geval de auto van de zaak tegen een te lage vergoeding ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik.

(Bron: EVO 22-06-2011)

Kan ik ziektekosten via de belasting aftrekken?

Als u ziektekosten heeft, kunt u sommige kosten van uw belasting aftrekken. Dit zijn de zogenoemde specifieke zorgkosten. De regeling ‘aftrek specifieke zorgkosten’ vervangt sinds 2009 de oude regeling ‘aftrek ziektekosten of andere buitengewone uitgaven’.

  • Aftrekbare specifieke zorgkosten
  • Zorgkosten andere personen uit huishouden
  • Drempelinkomen
  • Belastingaangifte specifieke zorgkosten
  • Meer informatie aftrek specifieke zorgkosten

Aftrekbare specifieke zorgkosten

U mag uitgaven aftrekken voor:

  • geneeskundige en heelkundige hulp;
  • voorgeschreven medicijnen;
  • hulpmiddelen zoals steunzolen of een rolstoel;
  • vervoer zoals reiskosten naar een huisarts of
  • ziekenhuis;
  • een dieet;
  • extra gezinshulp;
  • extra kleding en beddengoed;
  • reiskosten ziekenbezoek.

Zorgkosten andere personen uit huishouden

De regeling specifieke zorgkosten geldt behalve voor uzelf ook voor andere personen binnen uw huishouden. Dit zijn:

  • uw fiscale partner;
  • uw kinderen jonger dan 27 jaar;
  • ernstig gehandicapten personen van 27 jaar of ouder
  • die bij u in huis wonen;
  • ouders, broers en zussen die bij u in huis wonen en afhankelijk zijn van uw zorg.

Drempelinkomen

U mag alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van uw drempelinkomen. Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk of u wel of geen fiscale partner had.

Belastingaangifte specifieke zorgkosten

U kunt de specifieke zorgkosten die u in 2010 heeft gemaakt aftrekken in uw belastingaangifte van 2010. Deze aangifte krijgt u 2011. Meestal ontvangt u automatisch bericht van de Belastingdienst dat u aangifte moet doen. Heeft u recht op een teruggaaf, dan ontvangt u het geld in 2011.

Als u niet in Nederland verzekerd bent, maar wel belasting betaalt in Nederland, kunt u ook specifieke zorgkosten aftrekken van de belasting. U moet dan wel aan voorwaarden voldoen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon.

(Bron: Ministerie van Financiën 24 mei 2011)

Wanneer krijg ik met de bijleenregeling te maken?

U krijgt met de bijleenregeling voor de eigen woning te maken als u een nieuwe woning heeft gekocht en u uw oude woning heeft verkocht. Als u verhuist en de opbrengst van uw oude woning niet volledig besteedt aan de aanschaf van het nieuwe huis, gaat u extra schulden aan voor een ander doel dan het financieren van uw nieuwe eigen woning. U komt voor deze extra schulden niet langer in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek en kunt op deze manier dus geen belastingvoordeel behalen.

Bijleenregeling in andere situaties
Uitzonderingen bijleenregeling
Meer informatie

Bijleenregeling in andere situaties

Er zijn nog meer situaties waarin de bijleenregeling een rol speelt. Een paar voorbeelden:

U heeft een eigen woning gekocht voordat de oude woning is verkocht;
U heeft een fiscale partner of huisgenoot. U koopt alleen of samen een nieuwe woning;
U en uw fiscale partner zijn uit elkaar;
Iemand schenkt u een woning;
Uw tweede woning wordt uw reguliere woning (hoofdverblijf);
Brand of sloop van uw eigen woning;
Tijdelijke verhuur van de oude woning die vanaf 2010 te koop staat.

Uitzonderingen bijleenregeling

In de volgende situaties valt u buiten de bijleenregeling:

U bent een starter op de woningmarkt. U heeft dan namelijk geen verkoopopbrengsten uit uw oude woning.
U koopt geen nieuwe woning meer. U gaat dan namelijk geen nieuwe hypotheekschuld aan.

(Bron: Ministerie van Financiën 31 mei 2011)

Autobrief Weekers: auto’s schoner voor fiscaal voordeel

Automobilisten moeten nóg schonere en zuinigere nieuwe auto’s kopen om de fiscale voordelen te krijgen die ze nu hebben. Dat is het gevolg van een aanscherping van de milieunormen voor fiscaal aantrekkelijke auto’s door staatssecretaris Frans Weekers van Financiën.
De stimulansen als vrijstellingen op de aanschafbelasting (bpm) en op de motorrijtuigenbelasting hebben geleid tot een hoge vlucht van de verkoop van zuinige auto’s de afgelopen jaren. Het gevolg daarvan is dat de fiscus minder geld binnenkrijgt uit de autobelastingen.
­
“De auto kan geen melkkoe zijn, maar ik moet wel de belastingopbrengsten op peil houden”, zei Weekers woensdag in een toelichting op zijn ‘autobrief’, die hij woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
­
Nu voldoet al één op de drie de nieuwverkochte auto’s aan de milieueisen. Als de normen niet worden aangescherpt, zou in 2015 62 procent van de nieuwverkochte auto’s aan de eisen voldoen. Als Weekers niks doet, loopt de schatkist de komende jaren honderden miljoenen euro’s aan autobelastingen mis, oplopend tot 900 miljoen euro in 2015. Dat kan Weekers als hoeder van de belastinginkomsten zich niet veroorloven.
­
Weekers wees er woensdag op dat Nederland in Europa al vooroploopt met schone auto’s. Het doel voor 2015 (gemiddelde uitstoot onder de 130 gram CO2 per gereden kilometer) wordt nu al gehaald. In 2015 moet maximaal 12 procent van de auto’s in de categorie schoon en zuinig vallen en in aanmerking komen voor fiscale voordelen.
­
De meeste aangescherpte normen gelden vanaf 1 juli volgend jaar, zodat autofabrikanten tijd hebben zich voor te bereiden. Ook in de toekomst blijft de categorie van meest zuinige auto’s vrijgesteld van de bpm. De vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor de allerschoonste categorie blijft gelden tot begin 2014, een jaar langer dan eerder was toegezegd.
De overheidsmaatregelen hebben de autoverkoop een slinger geven, na het crisisjaar 2009. 2010 werd afgesloten met een verkoopstijging van bijna 25 procent. Ook het eerste kwartaal van dit jaar steeg de verkoop met 25 procent.
­
De autobranche kan zich vinden in de keuze van Weekers. Door de overheidsmaatregelen zat de groei hem vooral in de verkoop van kleine, zuinige auto’s, waaraan de autobedrijven nauwelijks verdienden.
­
In de Tweede Kamer steunen VVD en CDA Weekers. “De auto’s moeten ieder jaar een stukje zuiniger worden en daarom moeten de eisen ook ieder jaar aangepast worden”, zegt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. De PVV ziet nog ‘haken en ogen’ waarnaar gekeken moet worden.

Rittenregistratie

In de Autobrief wordt ook gevolg gegeven aan een eerdere toezegging om te komen tot een alternatief voor de rittenregistratie voor de bestelauto van de zaak. Berijders die niet of minder dan 500 kilometer privé met de bestelauto rijden, moeten dat nu aantonen door een rittenregistratie bij te houden om geen bijtelling te hoeven betalen.
­
De afgelopen tijd zijn met de branche verschillende alternatieven besproken. Dat overleg is nog gaande. Een variant die al per volgend jaar ingevoerd zou kunnen worden en een oplossing biedt voor een deel van de gebruikers, is die waarbij werkgever en werknemer gezamenlijk verklaren dat de bestelauto niet privé (tot maximaal 500 km/jaar) wordt gebruikt. Ook de mogelijkheid van een pilot met een geautomatiseerde rittenregistratie voor bestelauto’s om te komen tot een bijtelling naar rato van het aantal privékilometers wordt bekeken.

Accijnzen

In de Autobrief kondigt het kabinet verder aan dat de accijnzen op benzine en diesel voorlopig niet worden verhoogd. Daarmee wordt de verschuiving van vaste lasten naar variabele lasten als accijnzen voorlopig op de lange baan geschoven. Een accijnsverhoging is alleen zinvol als buurlanden Duitsland en België dat ook zouden doen en daar lijkt op korte termijn geen sprake van. De accijnzen op gasvormige autobrandstoffen zoals LPG, LNG en CNG worden met elkaar in overeenstemming gebracht. Groen gas wordt op dit moment gestimuleerd in de zogenoemde SDE-plus regeling. Dit blijft zo, ook als het groen gas wordt ingezet in het wegverkeer.

Eurovignet

Het kabinet zal verder in overleg met verdragspartners België, Luxemburg, Denemarken en Zweden bezien of het Eurovignet kan worden afgeschaft. Het Eurovignet is een gebruiksrecht voor het gebruik van de snelweg door zware vrachtwagens (zwaarder dan 12 ton). Afschaffen zou gedekt kunnen worden door de MRB voor die zware vrachtwagens te verhogen.
­
De voorstellen rond MRB, BPM en bijtelling zullen nader worden uitgewerkt in het Belastingplan 2012. Op een aantal andere maatregelen zal op een ander moment worden teruggekomen.

(Bron: ANP/Pleinplus 6-6)

Personeel en identificatieplicht

Iedereen moet zich kunnen identificeren, ook op de werkplek. Als werkgever bent u verplicht de identiteit van uw werknemers te controleren. U controleert voor aanvang van het dienstverband het originele identiteitsbewijs en bewaart een kopie ervan in uw administratie.

  • Identificatieplicht werkgever
  • Verificatieplicht
  • Bewaarplicht
  • Andere identiteitsbewijzen
  • Identificatieplicht voor uitzendkrachten
  • Identificatieplicht voor vrijwilligers

Identificatieplicht werkgever

Voor u als werkgever bestaat de identificatieplicht uit 3 onderdelen:

  • Verificatieplicht betekent dat u het identiteitsbewijs van werknemers bij indiensttreding moet controleren op echtheid en geldigheid.
  • Bewaarplicht houdt in dat u zelf een kopie maakt van het identiteitsbewijs van alle werknemers die u in dienst neemt en deze in uw administratie bewaart.
  • Zorgplicht betekent dat u uw werknemers bij controle in de gelegenheid moet stellen om aan hun identificatieplicht te voldoen. U moet uw werknemers erop wijzen dat zij ook tijdens het werk een geldig identiteitsbewijs bij zich moeten dragen. Dit geldt voor mensen die rechtstreeks bij u in dienst zijn, maar ook voor inleenkrachten.

 

Verificatieplicht

Bij indiensttreding van een nieuwe werknemer bent u verplicht naar een geldig identiteitsbewijs te vragen. De werknemer is verplicht het originele document te tonen. Dit kan bijvoorbeeld een paspoort zijn, een identiteitskaart of vreemdelingendocument.

Bij het controleren van identiteitsbewijzen moet u letten op:

  • de pasfoto: komt deze overeen met de persoon die voor u staat?
  • kenmerken: kloppen de genoemde fysieke kenmerken zoals lengte en leeftijd?
  • handtekening: laat de medewerker ter controle zichtbaar een handtekening zetten;
  • nationaliteit: de identificatieplicht geldt ook voor buitenlandse werknemers;
  • geldigheid van het document: is de vervaldatum nog niet verstreken?

Bewaarplicht

U maakt zelf een duidelijke kopie waaruit de aard en het nummer van het identiteitsbewijs blijken. U bewaart deze kopie in uw administratie zodat u bij eventuele controles, bijvoorbeeld door de Arbeidsinspectie, de gevraagde inlichtingen kunt geven. U bent verplicht de kopie te bewaren tot minstens 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de werkzaamheden zijn beëindigd. Bijvoorbeeld: als de dienstbetrekking op 1 juli 2005 is geëindigd, moet u de kopieën van het identiteitsbewijs in ieder geval bewaren tot en met 31 december 2010.

Andere identiteitsbewijzen

Op een rijbewijs en op een verklaring van de belastingdienst met sofi-nummer/burgerservicenummer staat geen nationaliteit vermeld. Daarom zijn dit geen geldige identiteitsbewijzen voor de verificatieplicht.

Identificatieplicht voor uitzendkrachten

Als u een of meer uitzendkrachten inhuurt via een uitzendbureau, moet u ook als inlenende werkgever zelf het originele identiteitsbewijs van de uitzendkracht controleren. U doet dit voor het begin van de werkzaamheden. Huurt u een of meer uitzendkrachten in die niet de Nederlandse nationaliteit hebben, dan geeft het uitzendbureau u bovendien een kopie van het geldige identiteitsbewijs van de uitzendkracht. U bewaart de kopie in uw administratie.

Identificatieplicht voor vrijwilligers

De identificatieplicht geldt ook voor vrijwilligers die voor uw organisatie werken. Ook van de vrijwilligers moet u dus het identiteitsbewijs controleren en een kopie hiervan bewaren. Bovendien wijst u de vrijwilligers erop dat zij een geldig identiteitsbewijs bij zich moeten dragen.

(Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 25-5-2011)

Samenwonen en de belasting

Als u gaat samenwonen, kan dit gevolgen hebben voor de belasting die u en uw huisgenoot betalen. Welke gevolgen dat precies zijn, hangt af van uw persoonlijke situatie. Die bepaalt of u fiscale partners van elkaar bent. Fiscale partners kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting bepaalde inkomsten en aftrekposten verdelen.

  • Voorwaarden fiscaal partnerschap
  • Geen fiscale partners
  • Gevolgen samenwonen fiscaal partnerschap
  • Fiscaal partnerschap gewijzigd sinds 2011
  • Meer informatie

Voorwaarden fiscaal partnerschap

U bent fiscale partners in de volgende gevallen:

  • U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven bij de gemeente, u bent allebei meerderjarig en u heeft samen een notarieel samenlevingscontract afgesloten.
  • U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven bij de gemeente en u voldoet aan 1 van de volgende voorwaarden:
    – U heeft samen een kind.
    – Eén van u heeft een kind van de ander erkend.
    – U bent bij een pensioenfonds aangemeld als pensioenpartners.
    – U bent samen eigenaar van een eigen woning.

Geen fiscale partners

Als u niet aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoet, bent u geen fiscale partners. U mag bepaalde inkomsten en aftrekposten niet verdelen. Iedere partner geeft zijn eigen inkomsten en aftrekposten aan.
Ontvangt u huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag en bent u geen fiscale partners, dan kunt u nog wel toeslagpartner zijn. Het inkomen van de toeslagpartner telt mee voor de hoogte van de toeslag.

Gevolgen samenwonen fiscaal partnerschap

Als fiscale partners kunt u samen bepalen hoe u de gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten verdeelt. Iedere verdeling is toegestaan, zolang het totaal maar 100 % is. Er zijn ook posten die u niet mag verdelen, zoals loon en lijfrentepremies. Een compleet overzicht vindt u op de website van de Belastingdienst.
Fiscaal partnerschap is ook van belang als u geen of weinig inkomen hebt. U hebt dan misschien recht op uitbetaling van heffingskortingen. Voorwaarde is dan onder meer dat u langer dan 6 maanden dezelfde fiscale partner hebt, die voldoende (Nederlandse) belasting betaalt. Meer informatie vindt u op de website van de Belastingdienst.

Fiscaal partnerschap gewijzigd sinds 2011

Tot 1 januari 2011 kon u ervoor kiezen fiscale partners te zijn. Sinds 1 januari 2011 is die keuze vervallen.
U bent nu in ieder geval fiscale partners als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. Als u ongehuwd samenwoont, bepaalt uw persoonlijke situatie of u fiscale partners bent. U kunt dus niet meer kiezen voor fiscaal partnerschap.
(Bron: Ministerie van Financiën 26-5-2011)

Inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering

Als uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat bij u te veel inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering is ingehouden, zorgt de Belastingdienst in het volgende kalenderjaar automatisch voor een teruggaaf. U hoeft zelf dus niets te doen. U ontvangt ook een brief over de teruggaaf.

  • Wanneer betaalt u te veel inkomensafhankelijke bijdrage
  • Terugbetaling aan u of aan uw werkgever of uitkeringsinstantie
  • Voorschot op teruggave inkomensafhankelijke bijdrage

Wanneer betaalt u te veel inkomensafhankelijke bijdrage

U kunt te veel inkomensafhankelijke bijdrage betalen als u bijvoorbeeld 2 werkgevers heeft of naast uw loon ook pensioen of een (lijfrente)uitkering ontvangt. Iedere werkgever en uitkeringsinstantie moet namelijk de inkomensafhankelijke bijdrage inhouden. Deze bijdrage geldt overigens tot een maximum bedrag. Komt uw totale inkomen boven dit bedrag uit en heeft u 2 werkgevers of uitkeringsinstanties, dan kan te veel worden ingehouden.

Terugbetaling aan u of aan uw werkgever of uitkeringsinstantie

De Belastingdienst betaalt het te veel betaalde bedrag terug aan diegene die te veel heeft betaald:

  • Als uw werkgever of uitkeringsinstantie de bijdrage vergoedt, krijgt deze de te veel betaalde inkomensafhankelijke bijdrage terug.
  • Als uw bijdrage niet door uw werkgever of uitkeringsinstantie wordt vergoed, krijgt u zelf de te veel betaalde inkomensafhankelijke bijdrage terug.
  • Als uw ene werkgever of uitkeringsinstantie de bijdrage wel vergoedt en de andere niet, krijgt u de bijdrage zoveel mogelijk rechtstreeks terug. Als er nog een bedrag overblijft, gaat dit naar uw werkgever of uitkeringsinstantie.

Als de teruggaaf die uw werkgever of uitkeringsinstantie voor u ontvangt lager dan een bepaald bedrag is, mag uw werkgever of uitkeringsinstantie ervoor kiezen de teruggaaf niet te verrekenen of uit te betalen. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld. U kunt dit bedrag opvragen bij de BelastingTelefoon of vinden op de website van de Belastingdienst.

Voorschot op teruggave inkomensafhankelijke bijdrage

Als u aan bepaalde voorwaarden voldoet, betaalt de Belastingdienst een voorschot uit op de teruggaaf van de inkomensafhankelijke bijdrage die te veel wordt ingehouden op uw inkomsten. De voorwaarden vindt u op de website van de Belastingdienst. De hoogte van uw voorschot stelt de Belastingdienst vast op basis van een geschat inkomen. Het kan gebeuren dat u na de definitieve berekening geld moet terugbetalen aan de Belastingdienst of extra geld terug ontvangt.

 

(Bron: ministerie van financiën 9-5-2011)