In 2013 milieuvriendelijk investeren

U kunt dit jaar ook weer profiteren van de fiscale maatregelen om te investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Voldoet u aan de voorwaarden van de variabele milieu-investeringen (VAMIL), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA), dan levert uw onderneming dat een fiscaal voordeel op.

Voor 2013 zien de regels voor de VAMIL, MIA en EIA er als volgt uit:

  • In de milieulijst zijn de bedrijfsmiddelen opgenomen waarop u de willekeurige afschrijving kunt toepassen. Net als in 2012 kunt u in 2013 niet het volledige bedrag van de aanschaffings- en voortbrengingskosten in aftrek brengen. Voldoet u aan de voorwaarden, dan mag u 75% willekeurig afschrijven. De overige 25% volgt het normale afschrijfregime.
  • Om de MIA toe te mogen passen, moet een bedrijfsmiddel op de milieulijst staan. De hoogte van de aftrek van de winst is afhankelijk van het soort bedrijfsmiddel. In de milieulijst zijn drie categorieën aangegeven. Afhankelijk van de categorie is de aftrek 36%, 27% of 13,5%. Er geldt in 2013 per onderneming een maximum van € 25 miljoen aan investeringen voor de MIA.
  • U kunt de EIA toepassen voor de bedrijfsmiddelen die op energielijst staan. In 2013 is het percentage van de aftrek 41,5%. Het bedrag van de investering in een kalenderjaar moet méér zijn dan € 2.300. De EIA geldt tot ten hoogste een bedrag van € 118 miljoen per onderneming in 2013.

Aanvragen VAMIL, MIA of EIA

Komt u in aanmerking voor de VAMIL, MIA of EIA, dan kunt u deze digitaal aanvragen bij het eLoket van Agentschap NL. Voor deze aanvraag is wel eHerkenning nodig. Ambitions.nu beschikt over eHerkenning en kan een aanvraag gemakkelijk voor u verzorgen. Neem contact gerust contact op via info@ambitions.nu

(Bron: fiscalio)

Soepeler uitstel van betaling voor ondernemer

Ondernemers die tijdelijk weinig geld hebben, kunnen vanaf 1 januari makkelijker uitstel van betaling krijgen bij de Belastingdienst.

Telefonisch

Ondernemers kunnen de fiscus telefonisch maximaal 4 maanden om  uitstel vragen voor een schuld van maximaal 20.000 euro. Voorwaarde is  wel dat ze tot nu toe altijd netjes aan hun fiscale verplichtingen  hebben voldaan. Bovendien moeten ze rente betalen. Aanslagen met een  boete komen niet in aanmerking voor het uitstel.

Langer uitstel

De regels voor  verzoeken om uitstel van betaling van langer dan 4 maanden worden ook  iets minder streng. Ondernemers hoeven in dat geval geen volledige  zekerheid meer te geven voor de openstaande schuld, bijvoorbeeld via een  bankgarantie. Wel blijft een verklaring van een derde, zoals een bank,  vereist waaruit onder meer moet blijken dat de betalingsproblemen van  tijdelijke aard zijn en dat de onderneming levensvatbaar is, aldus  Financiën.

Lucht

Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën wil ondernemers op deze manier “wat   extra lucht” geven nu de economische  omstandigheden minder goed zijn. De maatregelen werden al aangekondigd in het Belastingplan 2013.

(Bron: ANP)

Overzicht nieuwe factuureisen vanaf 2013

De factuureisen voor ondernemers wijzigen met ingang van 1 januari 2013. NUzakelijk.nl zet de eisen op een rij.

Wat moet er op een reguliere factuur staan?

1. Factuurdatum

2. Opeenvolgend factuurnummer (meerdere reeksen zijn toegestaan)

3. Naam, adresgegevens en btw-identificatienummer van de ondernemer

4. Naam en adresgegevens van de klant

5. Btw-identificatienummer van de afnemer indien een verleggingregeling van toepassing is (de btw wordt geheven van de afnemer) of het een buitenlandse transactie betreft

6. De hoeveelheid geleverde goederen en/of diensten en een duidelijke omschrijving hiervan

7. De datum of periode waarop de levering of dienst heeft plaatsgevonden

8. De maatstaf van heffing voor elk btw-tarief of elke btw-vrijstelling, de eenheidsprijs exclusief btw en eventuele kortingen

9. Het toegepaste btw-tarief (bij verschillende prestaties telkens het btw-tarief vermelden): 0, 6 of 21 procent of indien van toepassing een verwijzing naar de vrijstelling die geldt

10. Het te betalen btw-bedrag

11. Eventueel een verwijzing naar vorige facturen, bijvoorbeeld in het geval van creditnota’s of voorschotten

12. Indien de afnemer de factuur uitreikt in plaats van de leverancier of dienstverrichter moet er op de factuur staan: ‘factuur uitgereikt door de afnemer’

13. Indien een verleggingregeling van toepassing is, dan moet er op de factuur staan: ‘btw verlegd’

14. Indien van toepassing de vermelding: ‘Bijzondere regeling reisbureaus’

15. Indien van toepassing de vermelding: ‘Bijzondere regeling – gebruikte goederen’, ‘Bijzondere regeling – kunstvoorwerpen’, ‘Bijzondere regeling – voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten’

16. Voldoet een fiscaal vertegenwoordiger de btw, vermeld dan ook zijn naw-gegevens en het btw-identificatienummer

17. Bij een verkoop van een vervoermiddel moeten de gegevens over het vervoermiddel (nieuw of gebruikt) worden opgenomen

Wat is er anders?

De punten 12 tot en met 16 zijn nieuw of gewijzigd.

Verder moet vanaf volgend jaar de factuur vóór de zestiende dag na de maand waarin de levering of dienst is verricht uitgereikt worden. Tot nu toe was dat vóór de vijftiende dag. Deze regel geldt ook voor doorlopende leveringen waarvoor maandelijks een factuur wordt verstuurd.

De mogelijkheid tot elektronisch factureren krijgt per 1 januari 2013 een wettelijke grondslag. Dat betekent dat papieren en elektronische facturen gelijk behandeld moeten worden.

Bij internationale transacties was er vaak onduidelijkheid over welke factuurregels van toepassing waren. Vanaf 2013 komt hier meer duidelijkheid over: in principe gelden de regels van het land waar de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht.

Hoewel de wijzigingen niet erg ingrijpend lijken, kan de Belastingdienst een ondernemer een boete tot 4.920 euro opleggen bij het uitreiken van een onjuiste factuur.

Vereenvoudigde factuur

Verder worden de regels voor het uitreiken van vereenvoudigde facturen versoepeld. Ondernemers mogen een vereenvoudigde factuur uitreiken wanneer het factuurbedrag inclusief btw niet hoger is dan 100 euro of wanneer het document een eerdere factuur aanvult, zoals een creditnota.

Op een vereenvoudigde factuur moeten de datum van uitreiking, de identiteit van de ondernemer die de prestatie verricht, de aard van de prestatie, het btw-bedrag en een eventuele verwijzing naar de oorspronkelijke factuur worden vermeld.

(Bron: Nuzakelijk)

In 2013 moet u ZVW in de loonaangifte splitsen ZVW bijdrage wordt werkgeversbijdrage

De komst van de Wet uniformering loonbegrip zorgt ervoor dat u in 2013 geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) meer aan de werknemer hoeft te vergoeden. Wat verandert er ook alweer precies?

Op dit moment betalen alle werknemers een bijdrage ZVW. U houdt deze in op het nettoloon van de werknemer en draagt hem via de loonheffingen af aan de Belastingdienst. In de meeste gevallen moet u de werknemer een vergoeding betalen voor de ingehouden bijdrage. Deze vergoeding is loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, zodat de werknemer per saldo alleen de belasting over de bijdrage betaalt.

Werknemersbijdrage van 5,65% van het loon

Per 1 januari 2013 wordt dit systeem – voor de meeste werknemers – vervangen door een werkgeversheffing ZVW. Uw onderneming betaalt in 2013 een ZVW-bijdrage van 7,75% van het loon. Het maximumbijdrageloon stijgt per 2013 naar € 50.853. In de gevallen waarin u nu geen bijdrage ZVW hoeft te vergoeden, blijft in 2013 de werknemersbijdrage bestaan. Voor gepensioneerden en directeur-grootaandeelhouders die niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen blijft u in 2013 dus de bijdrage ZVW inhouden op het nettoloon. De bijdrage is dan 5,65% van het loon.

Andere codes Zorgverzekeringswet in de loonaangifte

Als een werknemer in 2013 loon uit tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking van uw onderneming ontvangt, moet u dit vanaf volgend jaar boeken onder twee verschillende nummers inkomstenverhouding. Dit is nodig omdat u voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking een andere code Zorgverzekeringswet moet kiezen dan voor loon uit vroegere dienstbetrekking. De codes Zorgverzekeringswet zijn in 2013:

  • K: wel verzekeringsplichtig, normaal tarief werkgeversheffing
  • L: wel verzekeringsplichtig, 0%-tarief werkgeversheffing (zeelieden)
  • M: wel verzekeringsplichtig, ingehouden bijdrage
  • N: wel verzekeringsplichtig, meer tarieven werkgeversheffing

(Bron: Rendement)

Eerder jaarrekening deponeren bij flex-bv

Onder het nieuwe bv-recht heeft u mogelijk minder lang de tijd om uw jaarrekening te deponeren. De 2 maanden tijd die u krijgt om de jaarrekening door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) goed te laten keuren vervalt namelijk als alle aandeelhouders tevens bestuurders zijn.

Uw bv moet elk jaar binnen 5 maanden na het einde van het boekjaar de jaarrekening opmaken en voorleggen aan de aandeelhouders. Zij kunnen u hiervoor maximaal 6 maanden uitstel verlenen bij bijzondere omstandigheden. Vervolgens heeft u na deze periode van 11 maanden 2 maanden de tijd om de jaarrekening door de AVA goed te laten keuren. Zodra dit is gebeurd, moet u de jaarrekening binnen acht dagen deponeren bij de Kamer van Koophandel. U heeft in dit scenario dus maximaal 13 maanden de tijd om uw jaarrekening op te maken en goed te laten keuren. Onder het nieuwe bv-recht is echter vastgelegd dat de jaarrekening bij ondertekening meteen is goedgekeurd als alle aandeelhouders ook de bestuurders van de bv zijn. In dit geval gaan de 8 dagen na uiterlijk 11 maanden in, oftewel uiterlijk 8 december van het volgende jaar.

Op tijd deponeren om boete te voorkomen

Deze verkorte deponeringstermijn hoeft niet te gelden als u uw statuten daarop heeft aangepast en bijvoorbeeld heeft laten opnemen dat u alsnog de wettelijke termijn van 2 maanden in acht neemt na het opstellen van de jaarrekening door de bestuurders, ongeacht of zij ook de aandeelhouders zijn. U kunt besluiten om hoe dan ook uw jaarrekening binnen 11 maanden te deponeren om te voorkomen dat u te laat bent. In het uiterste geval kunt u een boete krijgen van enkele duizend euro’s als u te laat bent met deponeren. Heeft u overigens uitstel gekregen voor de jaarrekening van 2011, dan heeft u tot 31 januari 2013 de tijd om deze te deponeren.

(Bron: BV Rendement)

iPad is computer en niet zomaar vrijgesteld van loonheffing

De rechtbank Haarlem heeft geoordeeld dat een iPad een computer is. Wanneer iPads door de werknemers niet (nagenoeg) geheel zakelijk worden gebruikt, betekent dit dat de werkgever niet aan de voorwaarden voldoet waaronder computers vrij van loonheffing kunnen worden verstrekt.

De rechtbank oordeelde dat communicatie ongetwijfeld een wezenlijk onderdeel vormt en de iPad bij uitstek geschikt is voor bepaalde vormen van communicatie, maar dat niet aannemelijk is geworden dat de communicatiefunctie de centrale rol bij de iPad speelt. Gelet op zijn formaat, het geheugen en de vele gebruiksmogelijkheden is de iPad veeleer aan te merken als een kleine computer die ook geschikt is voor vele vormen van communicatie. Bij de vele gebruiksmogelijkheden heeft de rechtbank niet alleen gekeken naar de mogelijkheden van tekst- en dataverwerking, maar met name ook naar mogelijkheden als het spelen van spelletjes, het maken en bewerken van foto’s, het lezen van e-boeken, het gebruiken van muziekfuncties en navigatiemogelijkheden. Dit zijn mogelijkheden die volgens de rechtbank onder computerfuncties dienen te worden geschaard. Een iPad moet dus als computer worden aangemerkt. Wanneer de iPads door de werknemers niet (nagenoeg) geheel zakelijk worden gebruikt, voldoet de werkgever niet aan de voorwaarden waaronder computers vrij van loonheffing kunnen worden verstrekt.

 

RTL Nederland

De website Webwereld.nl ontdekte dat het in deze zaak gaat om RTL Nederland. Het mediabedrijf verstrekte 664 iPads voor alle vaste medewerkers, inclusief een 3G-abonnement. De tablets waren niet per se voor zakelijk gebruik en werknemers mochten het apparaat houden als ze RTL verlieten. De belastingdienst eiste loonheffing op apparaten, in totaal 323.687 euro, en werd door de rechtbank Haarlem in het gelijk gesteld. RTL heeft inmiddels laten weten in hoger beroep te gaan tegen het vonnis.

(Bron: Taxence)

Alleen overnemen pand verhindert bedrijfsfusie

Er bestaan fiscale faciliteiten waardoor een bedrijfsfusie kan plaatsvinden zonder dat de Belastingdienst roet in het eten gooit. Aan deze faciliteiten zijn wel voorwaarden verbonden. Zo moeten de overgedragen vermogensbestanddelen geschikt zijn voor onafhankelijke exploitatie.

Bedrijfsfusie

Een bedrijfsfusie houdt in dat een bv de activa en passiva van (een zelfstandig onderdeel van) een onderneming van een andere bv overneemt in ruil voor een uitreiking van eigen aandelen. De bv van een volledig overgenomen onderneming verandert dus in een lege bv, die wel een belang houdt in de overnemende bv. Overigens spreekt men in de praktijk ook wel van een bedrijfsfusie als een bv een onderneming van een andere bv overneemt tegen contanten. In dat laatste geval is fiscaal gezien gewoon sprake van een aankoop van een onderneming.

Geruisloze bedrijfsfusie

In beginsel zal de bedrijfsfusie ertoe leiden dat de goodwill, de fiscale reserves en de stille reserves van de overgenomen onderneming vrijvallen. De overdragende bv zal hierover moeten afrekenen. Maar deze bv kan onder voorwaarden een beroep doet op de bedrijfsfusiefaciliteit. Dankzij deze regeling blijft heffing van vennootschapsbelasting achterwege en schuift de overdragende bv de fiscale claims door naar de overnemende bv. In beginsel moet men een verzoek indienen bij de belastinginspecteur om de bedrijfsfusiefaciliteit te mogen toepassen.

Uitreiking van aandelen

De faciliteit geldt alleen bij een echte bedrijfsfusie en niet bij een gewone aankoop van een onderneming. De overnemende bv moet daarom een adequate tegenprestatie leveren voor de ontvangen onderneming. Deze tegenprestatie moet bestaan uit het uitreiken van eigen aandelen. De bv mag wel een creditering toepassen van 1% van het bedrag dat is gestort op de uitgereikte aandelen, maar maximaal € 4500.

Zelfstandig onderdeel

Als een bv maar een deel van de onderneming van een andere bv overneemt, moet het wel om een zelfstandig onderdeel gaan. De Belastingdienst ziet de inbreng van deelnemingen niet als de overdracht van een zelfstandige onderneming, zelfs niet als er nog een paar bedrijfspanden worden toegevoegd.

Oude boekwaarden

Een andere belangrijke voorwaarde voor de toepassing van de geruisloze bedrijfsfusie is dat de overnemende bv moet doorgaan met de boekwaarden waarvoor de overgenomen vermogensbestanddelen bij de overdragende bv op de fiscale balans stonden. Hierdoor zal uiteindelijk toch belastingheffing plaatsvinden over de goodwill en over de fiscale en stille reserves wanneer de overnemende bv de stille, fiscale reserves en goodwill in de toekomst realiseert.

Geen misbruik

De bedrijfsfusiefaciliteit geldt niet als de fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De inspecteur mag een wetsvermoeden hanteren: als er geen zakelijke motieven zijn voor de bedrijfsfusie, mag hij ervan uitgaan dat de betrokken partijen belasting willen ontgaan of uitstellen. Bovendien mag de fiscus ervan uitgaan dat zakelijke motieven ontbreken als binnen drie jaar na de bedrijfsfusie de aandelen in het kapitaal van de overdragende bv of de overnemende bv worden verkocht. De betrokken partijen hebben wel in beide situaties de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.

Achterblijvend pand

Bedrijfsfusies zijn onder andere geschikt voor bv’s die een concernstructuur willen opzetten. De holding kan op die manier op een fiscaal vriendelijke wijze haar onderneming inbrengen in een op te richten dochtermaatschappij. Eventueel is een verdere ‘uitzakking’ mogelijk. Uit een arrest van de Hoge Raad blijkt dat men daarbij wel steeds de voorwaarden van de bedrijfsfusiefaciliteit in de gaten moet houden. In deze zaak had een holding een makelaardij inclusief bedrijfspand via een bedrijfsfusie overgedragen aan een dochtermaatschappij die zij had opgericht. De dochtermaatschappij bracht vervolgens de makelaardij via een bedrijfsfusie in een kleindochtermaatschappij in. Het bedrijfspand bleef bij de dochtermaatschappij. De Hoge Raad oordeelde dat de holding de bedrijfsfusiefaciliteit niet mocht toepassen. De dochtermaatschappij kon namelijk geen onafhankelijke exploitatie uitvoeren met het achtergebleven bedrijfspand. Hierdoor had de holding uiteindelijk geen zelfstandig deel van een onderneming overgedragen aan haar dochtermaatschappij.

(Bron: Taxence)

Besluit ongeldig door aandeelhoudersovereenkomst

Stel: je spreekt met je mede-aandeelhouder af dat zolang een van jullie tevens bestuurder van de vennootschap is, er geen wijziging in de statutaire winstverdeling ten nadele van de bestuurder zal worden aangebracht. Vervolgens worden er in strijd met deze afspraak aandelen aan een derde uitgegeven. Wat kun je hieraan doen? Er is in ieder geval sprake van wanprestatie wegens schending van de aandeelhoudersovereenkomst, maar kan het uitgifte–besluit ook worden teruggedraaid?

De rechtbank Den Haag, waaronder mr. Vetter, voormalig advocaat bij Van Till Advocaten, heeft op 1 augustus 2012 (LJN: BX5922, rechtbank ’s-Gravenhage , 379852 / HA ZA 10-3944 met nt. Blanco Fernandez en JOR 2012/286) een belangrijk vonnis gewezen voor dergelijke situaties. Niet eerder oordeelde een rechterlijke instantie dat een besluit ongeldig kan worden verklaard wegens strijdigheid met de aandeelhoudersovereenkomst.

De aandeelhoudersovereenkomst heeft in ieder geval obligatoire werking, hetgeen betekent dat handelen door de aandeelhouders in strijd daarmee wanprestatie oplevert. In de literatuur wordt daarnaast al jaren gedebatteerd over de vraag of onder – beperkte – omstandigheden de aandeelhoudersovereenkomst tevens vennootschapsrechtelijke werking kan hebben, oftewel de geldigheid van besluiten kan aantasten. In de literatuur wordt aangenomen dat dit het geval kan zijn wanneer alle aandeelhouders en de vennootschap partij zijn bij de aandeelhoudersovereenkomst. De rechtbank Den Haag is nu dezelfde mening toegedaan en oordeelt dat:

“Onder deze omstandigheden, waarbij de enige twee aandeelhouders en de vennootschap zelf door de aandeelhoudersovereenkomst waren gebonden, moet naar het oordeel van de rechtbank van vennootschapsrechtelijke werking van de aandeelhoudersovereenkomst worden uitgegaan.”

Dat betekent dat handelen in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst in dit geval niet alleen wanprestatie oplevert, maar ook de besluiten die in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst zijn genomen in beginsel vernietigbaar maken, wegens strijd met de vennootschapsrechtelijke variant van de redelijkheid en billijkheid, zoals neergelegd in artikel 2:8 BW.

Wat betekent dit nu in de praktijk? Aandeelhouders zullen zich bij het aangaan van een aandeelhoudersovereenkomst moeten realiseren dat, in ieder geval indien alle betrokken aandeelhouders en ook de vennootschap zelf, daar bij partij zijn, de afspraken daarin tevens het vennootschappelijke beleid beogen te bewerkstelligen. Handelen in strijd daarmee, maakt dat de genomen besluiten kunnen worden teruggedraaid (naast een actie uit wanprestatie). Bijvoorbeeld in de situatie waarover de rechtbank Den Haag heeft geoordeeld, waarbij het uitgifte-besluit – dat was genomen in strijd met de afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst over de statutaire winstverdeling – ongeldig werd verklaard. Derden die betrokken zijn kunnen hierdoor ook worden benadeeld. In het geval van de rechtbank Den Haag was dit niet aan de orde, omdat volgens de rechtbank, deze derde aan wie de aandelen waren uitgegeven kennis moest hebben gehad van de aandeelhoudersovereenkomst en de schending daarvan. Hij werd daarom niet beschermd. In de praktijk zullen aandeelhouders dus voortaan goed op moeten letten wat ze voor ogen hebben met de aandeelhoudersovereenkomst.

(Bron: Van Till)

Bewijslast niet zomaar omgekeerd

Een zware sanctie die de Belastingdienst wel eens toepast, is omkering van de bewijslast. In welke gevallen kan de Belastingdienst dit zware middel toepassen? Wanneer kan de inspecteur een administratie verwerpen?

Uiteraard kan de inspecteur een administratie niet zomaar verwerpen. Hij moet daarvoor goede argumenten aanvoeren.

Ernstige gebreken in administratie

Verwerping van de administratie kan aan de orde komen als bijvoorbeeld het brutowinstpercentage te laag is zonder dat de ondernemer daar een afdoende verklaring voor kan geven, als negatieve kassen worden geconstateerd en de vermogensvergelijking niet klopt. Uw administratie moet dus ernstige gebreken vertonen, zodat deze als onbetrouwbaar en ondeugdelijk kan worden bestempeld en niet meer kan dienen voor de berekening van bijvoorbeeld de verschuldigde btw.

Om de administratie te verwerpen, moet de inspecteur kunnen aantonen dat de gehele boekhouding (en de samenhang tussen de verschillende stukken) ernstige gebreken bevat. De praktijk leert dat als de boekhouding op slechts één punt een gebrek vertoont, er geen sprake kan zijn van omkering van de bewijslast.

Voorbeeld. De Duitse Belastingdienst had de Nederlandse Belastingdienst getipt over de leveringen van plastic tassen door een Duitse leverancier aan een Nederlandse handelaar. In de boeken van de leverancier stonden vier leveringen, terwijl door de Nederlandse Belastingdienst slechts twee leveringen werden gevonden. De Nederlandse inspecteur stelde dat de administratie van de handelaar niet aan de eisen voldeed en concludeerde tot omkering van de bewijslast. Met andere woorden; volgens de inspecteur moest de handelaar zelf bewijzen dat zijn boekhouding wel in orde was.

De omkering van bewijslast werd door Rechtbank Breda in dit geval verworpen omdat de tekortkomingen in de administratie niet ernstig genoeg waren (nr. AWB05/4638). De Duitse leverancier bleek daarnaast met de noorderzon vertrokken te zijn. De rechtbank oordeelde dan ook dat de betrouwbaarheid van de verkoper en zijn administratie twijfelachtig was. Omdat de inspecteur verder niets concreets kon aanvoeren, werd de naheffingsaanslag vernietigd.

Niet voldoen aan bewaarplicht

De inspecteur kan de administratie onder omstandigheden ook verwerpen als niet aan de bewaarplicht is voldaan. Maar ook hier moet de Belastingdienst terughoudend zijn.

Zo heeft Hof Amsterdam onlangs beslist (nr. 03/03368) dat het niet bewaren van kassatelstroken, debiteurenbonnen, blocnotevellen, enveloppen met dagopbrengsten en specificatieformulieren van het kasgeld niet in strijd is met de bewaarplicht. Deze formulieren en enveloppen behoren niet tot de boeken, bescheiden en gegevensdragers die u volgens de wet moet bewaren.

Debiteurenbonnen. De debiteurenbonnen worden gebruikt voor de interne controle. Deze bonnen verliezen hun betekenis voor de administratie zodra de daarop voorkomende bedragen zijn overgenomen op de debiteurenkaarten. Dat ze worden weggegooid, maakt dan niet uit.

Blocnotevellen. De blocnotevellen worden normaal gesproken bewaard tot de klant afrekent en daarna weggegooid. De blocnotevellen verliezen dus hun betekenis na betaling door de klant.

Klantenbonnen. Eerder is al door Hof Amsterdam beslist (nr. 02/06840) dat klantenbonnen niet altijd tot de administratie behoren. Dit is het geval als de kassa-afslagen zijn bewaard en de klantbonnen zijn weggegooid.

(Bron: FOBA)