Stemrechtloze aandelen of toch nog certificering van aandelen?

Met de invoering van de nieuwe Flex-BV is het per 1 oktober 2012 mogelijk geworden om stemrechtloze aandelen uit te geven die alleen recht geven op de winst van de B.V. De houders van deze aandelen kunnen niet stemmen in de algemene vergadering van de B.V. (“AV”). Hierdoor komt de vraag op of certificering van aandelen nog wel zin heeft. Ook bij certificering heeft de certificaathouder immers in beginsel geen stemrecht maar is hij economisch alleen gerechtigd tot de winst.

Waarom certificering?
Tot nu toe werd vaak voor de constructie van certificering gekozen om de zeggenschapsrechten verbonden aan de aandelen te scheiden van de financieel-economische belangen. Hier lagen vaak familierechtelijke motieven aan ten grondslag zodat de continuïteit van de door de B.V. gedreven onderneming gewaarborgd zou blijven bij bedrijfsopvolging, scheiding of overlijden. De overige familieleden kunnen zich dan immers niet bemoeien met de besluitvorming maar wel profiteren van de winst en waardestijging. Verder werd vaak voor certificering gekozen bij bijvoorbeeld werknemersparticipatie en/of met het oog op krachtenbundeling van minderheidsaandeelhouders tegen een grootaandeelhouder.
Certificering onder de nieuwe Flex-B.V. wetgeving
Met de invoering van de Flex-B.V. wetgeving verandert er op zich niets aan de wijze van certificering. Een administratiekantoor (meestal een stichting) houdt nog steeds de aandelen en oefent op de aandelen ook de stemrechten uit. Het administratie kantoor geeft dan weer certificaten uit aan de certificaathouder die in beginsel alleen gerechtigd is tot de winst. Meestal wordt het bestuur van het administratiekantoor gevormd door de bestuurders van de betreffende B.V. en/of bevriende personen. Hierdoor worden de zeggenschapsrechten die het administratiekantoor uitoefent en de winstrechten die voor de certificaathouders zijn gescheiden.

Wat wel verandert onder de nieuwe wetgeving is dat in de statuten moet worden opgenomen of certificaathouders “ vergadergerechtigde” zijn of niet. Vergadergerechtigde houdt in dat een certificaathouder in persoon of bij schriftelijke gevolmachtigde, de AV mag bijwonen en daar het woord mag voeren. Hij is nadrukkelijk niet gerechtigd om te stemmen, maar mag dus wel het woord voeren en proberen de stemming te beïnvloeden.

Voor bestaande certificaathouders geldt dat als niet in de statuten is geregeld of zij vergadergerechtigde zijn, zij worden geacht vergadergerechtigde te zijn indien de certificaten met medewerking van de B.V. zijn uitgegeven. Of de certificaten met medewerking van de B.V. zijn uitgegeven hangt af van de omstandigheden van het geval. Mocht het bestuur van de B.V. de certificaathouders niet erkennen als vergadergerechtigde dan kan hierover een procedure worden gestart.

Verschillen en overeenkomsten tussen stemrechtloze aandelen en certificaten
Stemrechtloze aandelen zijn aandelen die in de AV geen stemrecht geven, maar wel in de winst delen. De stemrechtloze aandelen maken deel uit van het aandelenkapitaal en vormen daarmee het eigen vermogen van de B.V. Hierdoor kunnen stemrechtloze aandelen interessant zijn in geval van het opzetten van werknemersparticipatie en/of financiering door externen zonder dat zij invloed hebben op het beleid van de B.V.

Het verschil tussen stemrechtloze aandelen en certificaten zit met name in de structuur. Voor certificaten is een administratiekantoor nodig, wat extra kosten met zich brengt. Verder geldt bij certificaten dat wel degelijk aandelen met stemrecht zijn uitgegeven aan het administratiekantoor. Voor de overige aandeelhouders kan dit gevolgen hebben, omdat zij zich geconfronteerd zien met een administratiekantoor dat ook zou kunnen stemmen in de AV. Hun stembelang kan hierdoor verwateren. Bij stemrechtloze aandelen geldt dit laatste niet. Daarnaast zijn stemrechtloze aandelen in beginsel uitgesloten van het voorkeursrecht op nieuw uit te geven aandelen.

De overeenkomsten tussen houders van stemrechtloze aandelen en certificaathouders – als deze laatste vergadergerechtigde zijn – zijn groot. Beide kunnen, mits ze gezamenlijk (indirect) meer dan 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, een AV bijeen roepen met rechtelijke machtiging en agendapunten aandragen. Zonder beider instemming kan niet worden afgeweken van de formele besluitvorming zoals het nemen van besluiten buiten vergadering.

Conclusie
Het certificeren van de aandelen zal zeker nog haar waarde houden in de praktijk. Wel wordt het dankzij de mogelijkheid van het uitgeven van stemrechtloze aandelen makkelijker om voor maatwerk te kiezen. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden en wensen kan dan voor het juiste instrument gekozen worden, waarbij overigens ook fiscale aspecten een belangrijke rol kunnen spelen, bijvoorbeeld in het kader van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).

In internationale ondernemingen zal waarschijnlijk vaker worden gekozen voor stemrechtloze aandelen, omdat deze vorm, vooral in de Angelsaksische wereld, gebruikelijker en bekender is dan certificering. Hiermee kan risicodragend kapitaal worden aangetrokken zonder dat dit gevolgen heeft voor de bestaande zeggenschapsverhoudingen.

Nieuwe subsidiepot voor bestelwagens en schone taxi’s

De opening van de beurs Ecomobiel valt zo’n beetje samen met de bekendmaking dat er nu ook een subsidiepot wordt aangebroken om de nieuwste milieutechniek te stimuleren voor met name bestelauto’s en taxi’s. Bij aanschaf van een breed pallet aan zuinige en schone modellen mag de ondernemer een aanschafsubsidie tegemoet zien tussen de € 1.250,-  en € 3.000, –

De regeling is zeker het bekijken waard, al was het maar omdat het niet lang zal duren voor sommige steden de toegang voor steeds meer types ‘vervuilende’ voertuigen aan banden gaan leggen. Het rijden met de schoonst mogelijke aandrijftechniek is zodoende een investering in de toekomst.

Deze zomer werd de langverwachte subsidie, a € 4500,- , voor de aanschaf van de nieuwste generatie ‘schone’ vrachtwagens met zogenaamde Euro6 techniek in ons land eindelijk werkelijkheid. Het effect was tot nu toe overigens gering, om de simpele reden dat veel merken zoiets helemaal niet in huis hadden. Sinds de recent in Hannover gehouden IAA tentoonstelling hebben ze die techniek echter massaal gelanceerd.

Dat is volgens de kenners een niet te onderschatten prestatie, want zoals een woordvoerder van MAN het zegt: ,,Ik schat dat er nooit een Euro7 komt, want dit is al nauwelijks meer te meten. De uitlaatgassen zijn bij de nieuwe Euro6 zo enorm gefilterd en gereinigd dat dat ze in veel opzichten schoner zijn dan de lucht in stedelijke gebieden.”

Het kersverse aanbod van dergelijke modellen zal waarschijnlijk flink de belangstelling trekken, want in de transportwereld zoemt het bericht rond dat de Duitse overheid dergelijke ultra schone vrachtwagens volgend jaar korting wil geven op de ‘Maut’ (kilometerheffing voor vrachtwagens op de Duitse wegen). Met enkele centen per kilometer loopt dat voor de kilometervreters in de transportsector rap op naar enorme bedragen.

In de stad Waar de neuzen in de transportwereld al aardig in de juiste richting wijzen, wil dat met de Nederlandse vloot van taxi’s en bedrijfswagens nog niet erg vlotten. Strikt zakelijk geredeneerd is dat niet eens erg verrassend, want je hebt het over auto’s die sowieso vrij van BPM zijn. De eigenaar schiet zelf er weinig mee op als hij in plaats van pakweg een gewone Fiat Ducato of Doblo bestelauto toch maar voor een CNG (aardgas) versie kiest.

Dat is tamelijk pijnlijk omdat juist taxi-,  koeriers-, service- en distributiebedrijven absolute veelrijders zijn in de binnenstad. En juist dat is bij uitstek de plek waar de stormbal wordt gehesen vanwege een gebrekkige luchtkwaliteit. Vanuit Brussel zijn daar ook al de nodige waarschuwingen over gekomen. In onze eigen tweede kamer stelde men bovendien de vraag waarom er scheppen belastinggeld worden uitgegeven aan fiscale kortingen op schone personenauto’s, terwijl die milieuwinst aan de andere kant met scheppen tegelijk wordt weggegooid op plekken waar dat veel pijn doet.

Het resultaat is er nu in elk geval, want sinds begin oktober is er een subsidiepot beschikbaar om juist de betreffende ondernemers te stimuleren om naar schonere alternatieven om te zien. De eisen daarvoor zijn in een een-tweetje van overheidsspecialisten, automobielindustrie en belangenorganisaties vormgegeven. Men wil voorkomen dat de Europese Commissie aan de handrem trekt omdat een bepaalde techniek – zoals elektrisch rijden – wordt bevoordeeld.

Ruim en toch scherp omlijnd Dat verklaart meteen waarom de nieuwe subsidie aan de ene kant op een scherp afgebakende doelgroep mikt – ondernemers met auto’s waar door hun aard geen BPM op wordt betaald – en tegelijkertijd veel ruimte laat om zelf voor een oplossing te kiezen die je aanspreekt. Dat kan gaan over volledig elektrisch of zogenaamd plug-in hybride rijden (oplaadbaar accupakket), maar ook aardgas, LPG en elk andere oplossing die zo’n auto ‘schoon’ doet rijden doen in de subsidieregeling mee.

Soms levert dat tamelijk verwarrende regels op. Zo worden Euro6 en EuroVI diesels ook genoemd. Die namen lijken weliswaar veel op elkaar, maar het gaat om respectievelijk lichtere auto’s en de zware bedrijfsvoertuigen. Op agentschapnl.nl wordt een en ander in detail uitgelegd.

Tot € 3.000,- Voor ondernemers met taxi’s of bestelwagens zal het veelal gaan om een zogenaamde categorie 1 subsidie van 1.250 euro. Dat is een tegemoetkoming in de meerprijs van extreem schone dieselmodellen, uitzonderlijke zuinige benzineversies en auto’s met een affabriek gemonteerde aardgas- of LPG-installatie.

Wie nog een stap verder gaat, kan een categorie 2 subsidie van 3.000 euro tegemoet zijn. Die is weggelegd voor benzinemodellen die minder dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoten. In de praktijk heb je het over plug-in hybrides en volledig elektrisch rijdende auto’s.

De regeling is, als gezegd,  net ingegaan en duurt voor de meeste soorten auto’s tot 1 januari 2015. Dat is namelijk ‘D-day’. door Brussel neergelegd voor het bereiken van de juiste normwaarden van de luchtkwaliteit.

Hoe? Wie zo’n auto heeft gekocht, kan de subsidieaanvraag richten aan Agentschap NL (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). Binnenkort kunnen dergelijke subsidies overigens ook elektronisch worden aangevraagd – papiervrij dus – maar er wordt nog gewerkt aan het systeem ‘eHerkenning’. Daarmee kunnen ook bedrijven dan inloggen bij overheidsorganisaties. Zoiets als de DigiD zoals we die al voor personen kennen.

(Bron: De Zaak)

Is mijn webbouwer aansprakelijk voor schade omdat mijn site niet werkt?

Uw website – of webwinkel – is door nalatigheid van uw webbouwer langere tijd niet bereikbaar. Uw webbouwer beweert vervolgens dat de schade op geen enkele manier op hem verhaald kan worden. Moet u zich daar zomaar bij neerleggen?

Deze vraag werd voorgelegd aan De Zaak Advies “Mijn website en webwinkel zijn al een tijdje uit de lucht. Mijn webbouwer heeft geen back-up gemaakt. Na een crash gaat het zeker vier weken duren voordat alles weer werkt. Ik werk al vier jaar met deze webbouwer samen, maar hierover is niks op papier gezet. In de algemene voorwaarden van de webbouwer staat dat deze op geen enkele manier aansprakelijk is als er sprake is van schade. Moet ik mij hier zomaar bij neerleggen?”

Antwoord De Zaak Advies ‘Nee, dit hoeft u zeker niet zomaar te accepteren. “Helemaal nergens voor aansprakelijk”, dat kan natuurlijk niet. Stel de webbouwer schriftelijk – met een aangetekende brief! – in gebreke wegens wanprestatie en claim de directe schade en de gevolgschade.”

“De kosten die worden gemaakt om de website en webwinkel weer werkend te krijgen, vormen de directe schade. Maak de webbouwer duidelijk dat hij daarvoor opdraait. Als de webbouwer weigert om de schade te herstellen, kunt u aangeven dat u daarvoor iemand anders in de arm neemt en dat de webbouwer daarvoor de rekening ontvangt. Weigert hij die te betalen, dan maakt u de gang naar de rechter. Claim ook de gevolgschade. Dat is het omzetverlies dat u lijdt omdat de webwinkel niet te bereiken is.

” Algemene voorwaarden niet van toepassing “De webbouwer kan zich niet beroepen op zijn algemene voorwaarden, want die zijn kennelijk niet ter hand gesteld. Een leverancier van producten en diensten moet zijn algemene voorwaarden ter hand stellen aan een afnemer. Als dat niet is gebeurd, zijn ze ook niet van toepassing.”

(Bron: De Zaak)

Werkgevers betalen rekening modernisering Ziektewet

Werkgevers die met tijdelijke krachten werken, krijgen mogelijk te maken met een flinke lastenverzwaring per 1 januari 2014. De kosten voor sociale zekerheid komen hiermee nog meer op het bord van het bedrijfsleven te liggen. Dit concludeert Aon, adviseur in risicomanagement, employee benefits en verzekeringen.

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (Modernisering Ziektewet) gisteren aangenomen. Aon: ‘Een van de gevolgen is dat de premies voor de Ziektewet afhankelijk worden van instroomcijfers en niet meer per sector vaststaan. Hoe hoger het verzuim van medewerkers met een tijdelijk contract, hoe meer premie een bedrijf straks moet afdragen. Hiermee wil de overheid de stijgende lasten van arbeidsongeschiktheid alsnog een halt toeroepen door meer verantwoordelijkheid bij werkgevers te leggen. Verzuim- en schadebeheersing krijgen een nog hogere prioriteit binnen het bedrijfsleven. De Ziektewet is ook onderdeel van het deelakkoord begroting 2013. In het deelakkoord is bepaald dat de werknemersprikkel in het wetsvoorstel met een jaar wordt uitgesteld. De werkgeversprikkels blijven echter in stand. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel dan ook aangenomen, waarbij de werknemersprikkel, die eigenlijk vanaf 2013 zou gaan gelden, vertraagd wordt.’

Tijdelijk personeel minder aantrekkelijk

Aon stelt dat door de nieuwe wet de paradoxale situatie ontstaat dat de overheid het aangaan van tijdelijke contracten met de mond toejuicht, maar het voor werkgevers steeds minder aantrekkelijk maakt tijdelijk personeel in te zetten. Mario Hooglugt, Executive Director Corporate Wellness bij Aon: ‘Uitkeringslasten voortkomend uit tijdelijke contracten zijn de laatste jaren sterk gestegen. Effecten van re-integratieactiviteiten door het UWV op deze groep zijn ondermaats gebleken. Dezelfde werkgever die wordt aangespoord meer tijdelijk personeel aan te nemen, wordt geconfronteerd met een pakket financiële risico’s die daaraan vastkleven. De risico’s die gemoeid zijn met de nieuwe wet zijn in sommige gevallen voor werkgevers moeilijk te beheersen. Het gaat veelal om activiteiten die zij ondernemen voor ex-werknemers, zonder dat er nog een gezagsverhouding aanwezig is.’

WGA-uitkeringen

De wet heeft ook gevolgen voor de premie die werkgevers betalen voor WGA-uitkeringen (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Werknemers die na twee ziektejaren arbeidsongeschikt blijven, krijgen, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid, een WGA-uitkering. Waren bedrijven eerst alleen verantwoordelijk voor de WGA-kosten voor vaste werknemers, nu draaien ze ook op voor de kosten voor zieke werknemers met een tijdelijk arbeidscontract. ‘Het kan straks zo zijn dat een werkgever twaalf jaar lang financiële consequenties draagt van een tijdelijke werknemer die na één dag werken ziek wordt,’ stelt Hooglugt. ‘Het is belangrijk om te beseffen dat de wetgeving ingaat per 2014, maar al betrekking heeft op WGA-gevallen vanaf 1 januari 2010. Werkgevers hadden al te maken met enorme lastenverzwaring. Denk aan de loondoorbetalingverplichting van twee jaar bij ziekte, de Wet Poortwachter en de gedifferentieerde WAO– en WGA-premie. De wet Modernisering Ziektewet komt hier nog eens bij. Het is van groot belang om personen die ziek uit dienst zijn gegaan te volgen en te ondersteunen bij re-integratie. Alleen zo kunnen bedrijven kosten in de hand houden.’

(Bron: Pleinplus)

 

Huur overeenkomst gesloten? Kijk even na welk model gehanteerd is

Er is sinds kort een sterk vernieuwd ROZ model huurcontract voor winkels en 7:290 bedrijfsruimte beschikbaar.

Op 2 oktober 2012 is om 11:00 in het VNO-NCW/MKB-Nederland gebouw “de Malietoren”, Bezuidenhoutseweg 12, het eerste exemplaar van het sterk vernieuwde ROZ model huurcontract voor winkels en andere 7:290 bedrijfsruimte voor andere branches dan detailhandel door de voorzitter van de ROZ, Henk Hilverink aangeboden aan de directeur van MKB Nederland, Leendert-Jan Visser.

Niet eerder kondigde de ROZ een nieuw model huurcontract in het openbaar aan in het bijzijn van zowel huurders, verhuurders, makelaars en vastgoed managers. Niet eerder waren andere partijen dan de verhuurders zo nauw betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe model voor winkels en andere bedrijfsruimten volgens het Burgerlijk Wetboek 7:290. Daar was dan ook alle reden toe. De huidige tijd vraagt steeds meer om transparantie bij ontwikkelingen die alle stakeholders aangaan. Het is dan ook niet voor niets dat het SSM Retail Platform bestaande uit vertegenwoordigers van huurders en verhuurders, met haar aanbevelingen voor aanpassingen van het bestaande model een belangrijke impuls heeft gegeven voor de huidige opzet van het nieuwe model.

(Bron: ROZ.nl)

Krijgt u een ontslagvergoeding

Ontslagvergoeding en belastingheffing


Krijgt u een ontslagvergoeding? Dan moet uw werkgever hierover loonbelasting inhouden. De belasting wordt direct of in termijnen geheven. Wordt de ontslagvergoeding direct aan u uitbetaald, dan ontvangt u de nettovergoeding. Ontvangt u de ontslaguitkering in termijnen, dan houdt de instantie die de uitkeringen doet loonbelasting in op het moment dat een termijn wordt uitbetaald.
In dit bericht leest u meer over de volgende mogelijkheden:
– Uitbetaling ineens
– Uitbetaling in termijnen: banksparen of verzekeren
– Uitbetaling in termijnen: oprichten stamrecht-bv
Of de volledige ontslagvergoeding omgezet kan worden in een (toekomstig) recht op periodieke uitkeringen is afhankelijk van de samenstelling van de ontslagvergoeding. Achteraf betaald loon valt hier bijvoorbeeld niet onder.

Als u direct over uw ontslagvergoeding wilt beschikken


De ontslagvergoeding wordt direct aan u uitbetaald. Hierover houdt uw (ex-)werkgever direct belasting in. Omdat de ontslagvergoedingbij uw inkomsten uit werk en woning (box 1) wordt geteld, kan er eeninkomenspiek ontstaan. Dit kan betekenen dat u meer belasting moet betalen. Of u daadwerkelijk ineens meer belasting moet betalen, is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Van invloed zijn onder andere de hoogte van de ontslagvergoeding en andere inkomsten in dat jaar.
Daarnaast komt u misschien wel in aanmerking voor de middelingsregeling. Dit is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen uit de twee voorafgaande of de twee opvolgende jaren van het ontslagjaar. Door deze regeling kunt u de hogere belasting (vanwege de inkomenspiek in het ontslagjaar) achteraf vaak (deels) compenseren.

Als u ervoor kiest om uw ontslagvergoeding in termijnen te ontvangen
U laat uw ontslagvergoeding stallen op een geblokkeerde spaar- ofbeleggingsrekening bij een bank of een beleggingsinstelling, of u laat deze doorstorten naar een verzekeringsmaatschappij. De
(bruto)ontslagvergoeding moet hierbij direct door uw (ex-)werkgever naar de betreffende financiële instelling worden overgemaakt. Het resultaat dat u met de geblokkeerde spaar- of beleggingsrekening behaalt, wordt toegevoegd aan uw geblokkeerde tegoed. Dit geldt ook
voor het resultaat dat de verzekeraar met de ontslagvergoeding behaalt. Met het opgebouwde tegoed koopt u een reeks periodieke uitbetalingen (lijfrente) aan. Op het moment dat u de periodieke uitbetaling krijgt, moet u hierover belasting betalen.
Voorwaarden:
De belangrijkste voorwaarden voor banksparen of verzekeren zijn:
– Het moet gaan om een ontslagvergoeding.
– De (ex-)werkgever moet deze vergoeding rechtstreeks naar de verzekeringsmaatschappij of op de spaar- of beleggingsrekening overboeken.
– De rekening is een geblokkeerde rekening. Bij overboeking naar een verzekeraar blijft het recht bij deze verzekeraar. U kunt uw geld dus niet vrij opnemen. De opgebouwde rendementen worden
bijgeschreven op de rekening of de lijfrente. Deze rendementen zijn
ook geblokkeerd.
– Met het eindsaldo moet u een reeks van periodieke uitkeringen aankopen.

Let op:
Als u zich niet aan deze voorwaarden houdt, wordt de volledige ontslagvergoeding, inclusief het behaalde rendement, op dat moment geheel belast in box 1. Dit is bijvoorbeeld het geval als u het tegoed toch voortijdig opneemt of als het hele tegoed ineens aan u wordt uitgekeerd. Daarnaast bent u dan ook nog 20% revisierente verschuldigd over deze afkoopsom.

De stamrecht-BV
U richt zelf een eigen stamrecht-bv op. U moet met de bv een ‘stamrechtovereenkomst’ sluiten. Daarin is geregeld dat de bv u een reeks uitkeringen verstrekt in ruil voor de ontslagvergoeding.
Meer informatie over stamrechtovereenkomsten die door deBelastingdienst zijn goedgekeurd, vindt u op www.belastingdienst.nl
Voorwaarden
U moet aan bepaalde voorwaarden voldoen als u een stamrechtbv wilt oprichten. Kort samengevat komen deze voorwaarden erop neer dat de bv het geld op een verantwoorde manier moet beheren,
zodat het rendement dat in de stamrechtovereenkomst is bepaald (oprentingspercentage) voor u ook wordt behaald. Als oprichter van uw bv bent u zowel bestuurder als aandeelhouder. U kunt daarom meer invloed uitoefenen op de wijze waarop de bv uw ingelegde ontslagvergoeding beheert. Dit betekent echter niet dat u hierdoor vrij over dit bedrag kunt beschikken. Door een
stamrechtovereenkomst aan te gaan, moet de bv een reeks bedragen periodiek aan u uitkeren. De hoogte van deze uitkeringen wordt vooraf tussen u en uw bv in de stamrechtovereenkomst vastgelegd. De uitkeringen zijn gebaseerd op de ingelegde ontslagvergoeding inclusief het rendement dat de bv met dit kapitaal behaalt. Hierover worden in de stamrechtovereenkomst tussen uw bv en u zakelijke afspraken gemaakt.
Als u niet aan de voorwaarden voldoet

Als u met uw bv afspraken maakt die u met een onafhankelijke bank of verzekeringsmaatschappij nooit zou zijn aangegaan, kan sprake zijn van onzakelijk handelen. Van onzakelijk handelen is ook sprake als u zichzelf bevoordeelt en uw bv benadeelt uit privé-motieven. Kan de bv door onzakelijk handelen van de bestuurder niet meer aan zijn uitkeringsverplichting voldoen? Dan wordt de gehele
ontslaguitkering alsnog ineens bij u belast, inclusief het rendement dat de bv tot dan toe hierover heeft behaald. Ook moet u dan alsnog belasting betalen in box 1 over het hele afkoopbedrag. Daarnaast moet  u 20% revisierente over het hele afkoopbedrag betalen.

Wanneer is sprake van onzakelijk handelen?
Van onzakelijk handelen is bijvoorbeeld sprake als de bv:
– geld uitleent tegen een onzakelijke (lage) rente of zonder dat er voldoende verhaalsmogelijkheden aanwezig zijn
– uitgaven doet die niet ten goede komen aan de doelstelling van de bv om het ontslaggeld zo goed mogelijk te beheren, bijvoorbeeld wanneer u via de bv voor uzelf luxeartikelen aanschaft
Als de BV winst behaalt
Als de bv met de beheerde ontslagvergoeding een hoger rendement weet te behalen dan in de stamrechtovereenkomst is overeengekomen, dan is dit winst voor de bv. Hierover moet de bv dan op enig moment vennootschapsbelasting betalen. Als u over dit bedrag (na afdracht van de vennootschapsbelasting door de bv) wilt beschikken, vormt dit weer inkomen voor u in box

Geld lenen van uw bv

Bent u eigenaar van een bv en betaalt u persoonlijke rekeningen wel eens met geld van die bv? Of hebt u geld nodig voor een nieuw huis of voor een nieuwe auto? Wanneer u geld gebruikt van uw bv om die kosten te betalen, leent u geld van de bv. Dat geld moet u terugbetalen aan de bv en de lening moet aan zakelijke voorwaarden voldoen.

Zakelijke voorwaarden

Leent u geld van uw bv? Dan moet de lening voldoen aan zakelijke voorwaarden. Dit zijn voorwaarden die een bank ook zou stellen aan een lening. De voorwaarden waaronder de bv u de lening geeft, moet u in een leningsovereenkomst zetten.

Zeker weten of de lening voldoet aan zakelijke voorwaarden

Het is belangrijk dat de lening voldoet aan zakelijke voorwaarden. Anders handelt u onzakelijk. Daarom moet u controleren of de lening aan de voorwaarden voldoet.

Gevolgen onzakelijk handelen

U kunt op 2 manieren onzakelijk handelen als u geld leent van uw bv:

  • Uw lening voldoet niet aan zakelijke voorwaarden.
  • U komt de afspraken niet na die in de leningsovereenkomst staan.

Als u onzakelijk handelt, zien wij de lening als inkomsten. Dat heeft gevolgen voor de belasting die u betaalt.

De zakelijke lening in de belastingaangiften

Als u geld leent van uw bv, komt het bedrag van de lening in 2 aangiften:

  • U zet het bedrag van de lening in uw aangifte inkomstenbelasting
  • De bv zet het bedrag in de aangifte Vennootschapsbelasting.

Rekening-courant

De rekening-courant is een rekening waarmee u geld van de bv gebruikt en andersom, terwijl er toch geen sprake hoeft te zijn van een lening. De bedragen op de rekening-courant moeten wel aan strenge eisen voldoen.

(Bron: Belastingdienst)

Flex-bv in hoofdlijnen

Per 1 oktober 2012 geldt het nieuwe bv-recht. Na een wetgevingstraject van ruim vijf jaar is de ‘flex-bv’ op 1 oktober 2012 een feit. De nieuwe wet maakt de regels voor bv’s eenvoudiger en flexibeler. Het oude bv-recht kent immers veel dwingende bepalingen, bijvoorbeeld de minimale inbreng van € 18.000 voor het oprichten van een bv. Voor veel (startende) ondernemers vormt dit verplichte startkapitaal een belemmering, waardoor zij niet voor de bv kunnen kiezen. Daarnaast hadden ondernemers onder het oude bv-recht vaak niet de vrijheid om zelf de rechtspersoon bv vorm te geven. Het nieuwe, flexibelere bv-recht moet de bv voor meer ondernemers aantrekkelijk en bereikbaar maken. Hiervoor zijn er veel regels die veranderen of worden afgeschaft.

Geen minimumkapitaal meer

Het verplichte minimumkapitaal van € 18.000 verdwijnt. Bij het oprichten van een bv is vanaf 1 oktober vereist dat een ander dan de bv ten minste één aandeel met stemrecht moet houden. Dat betekent dat een bv kan worden opgericht met bijvoorbeeld maar één geplaatst aandeel van € 0,01. Dat ene aandeel hoeft zelfs niet direct te worden volgestort. De nominale waarde van het kapitaal hoeft overigens niet meer in euro’s te luiden, maar kan ook in vreemde valuta. Met het vervallen van het verplichte minimumkapitaal vervalt ook de wettelijke hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder die rechtshandelingen verrichten in de periode voordat ten minste € 18.000 is gestort.

Onbelast € 18.000 uit de bv

Door de afschaffing van het minimumkapitaal kan een aanmerkelijkbelanghouder belastingvrij een bedrag van € 17.999 uit zijn bv halen. Dit levert een eenmalig voordeel op van € 4.500 (25% van € 18.000), omdat over deze terugbetaling geen aanmerkelijkbelangheffing van box 2 wordt geheven. Toevoeging Ambitions.nu: Let bij het uitbetalen wel of dit mogelijk is op basis van de uitkeringstest.

Verplichte bank- en accountantsverklaring vervalt

Zonder de wettelijke verplichting om € 18.000 te storten, hoeft de notaris ook niet meer te controleren of aan die plicht is voldaan. De bankverklaring waarmee de notaris kan zien dat het geld op een bankrekening van de bv staat, vervalt dus. Hetzelfde geldt voor de accountantsverklaring bij het volstorten van de aandelen anders dan in contanten.

Snelle oprichting mogelijk

Aangezien de verklaring van geen bezwaar voor oprichting van een bv al op 1 juli 2011 is vervallen en betrokkenheid van een bank of accountant niet langer is vereist, kan de oprichting van een bv onder het nieuwe recht in beginsel in één dag plaatsvinden.

Nachgründungsregeling afgeschaft

De zogenoemde nachgründungsregeling wordt afgeschaft. De regeling schreef bepaalde formaliteiten voor bij transacties die een bv in de eerste twee jaar na oprichting aanging met haar oprichters of aandeelhouders.

Financiële steun verlenen aan aandeelhouders

De verbodsbepaling over koersgaranties, zekerheidsstelling en andere manieren om het verhandelen van aandelen te bevorderen verdwijnt bij de flex-bv. De bestuurders moeten zelf beoordelen of dit in het belang van de vennootschap is en wat de mogelijke financiële consequenties zijn.

Beperking blokkeringsregeling

Onder het nieuwe bv-recht wordt de verplichte blokkeringsregeling ingeperkt. Deze regeling bepaalt dat als de aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen, hij daar goedkeuring voor nodig heeft van zijn mede-aandeelhouders of de aandelen eerst moet aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders. De aanbiedingsregeling blijft mogelijk, is niet langer verplicht. Als alternatief kan een regeling in een aandeelhoudersovereenkomst worden afgesproken.

Uitkeringstoets

Een belangrijke nieuwe bepaling in de wetgeving is de uitkeringstoets. Dit houdt in dat het bestuur een besluit van de aandeelhouders tot uitkering uit de reserves of een uitkering van dividend vooraf moet goedkeuren.

Balanstest

Bij een uitkering geldt ook de balanstest. Uitkeringen van winst of uit de reserves zijn alleen mogelijk als het eigen vermogen van de bv groter is dan de wettelijke en statutaire reserves.

 

(Bron: Taxence)

Betalingsonmacht melden hoeft slechts één keer

U hoeft niet opnieuw de betalingsonmacht van uw bv te melden als er niks veranderd is in uw situatie. Dit is alleen anders als de Belastingdienst na een betaling heeft aangegeven dat de melding van betalingsonmacht is ingetrokken. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

Als bestuurder kunt u aansprakelijk gesteld worden voor de niet-betaalde loonbelasting en omzetbelasting. Dit is te voorkomen door tijdig bij de Belastingdienst melding te doen van betalingsonmacht. In dit arrest ging het om een enig bestuurder van een bv. Het ging niet zo goed met de bv en in 2006 kreeg de bv moeite met het betalen van de belasting. Op 20 juli 2006 meldde de bestuurder dat de bv de loonbelasting over mei 2006 niet kon betalen. De bestuurder had de melding echter uiterlijk twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen – 14 juli – moeten doen. De fiscus vond dat de melding te laat was en stelde de bestuurder aansprakelijk.

Betalingsonmacht latere tijdvakken

De rechtbank en het gerechtshof gaven de Belastingdienst gelijk. De Hoge Raad was het daar niet helemaal mee eens. De bestuurder had voor mei te laat melding gedaan. De fiscus moest deze melding echter wel aanmerken als melding van betalingsonmacht voor de latere tijdvakken. Volgens de Hoge Raad was het ook niet nodig om opnieuw melding te doen van betalingsonmacht als er nog steeds sprake was van betalingsachterstand. De bestuurder moest wel opnieuw de betalingsonmacht melden als de Belastingdienst de betalingsonmacht had ingetrokken. In dit geval was daar geen sprake van.

(Bron: Fiscaal Rendement)

Pensioen/stamrecht in eigen beheer en flex-bv

Vanaf 1 oktober 2012 is het nieuwe bv-recht (flex-bv) van kracht. Op de pensioensite van de Belastingdienst zijn twee zogenoemde vraag & antwoordbesluiten gepubliceerd die ingaan op situaties die kunnen ontstaan als gevolg van het nieuwe bv-recht. Met name dga’s die geen 10% van de aandelen met stemrecht in de pensioen- of stamrecht-bv hebben, moeten actie ondernemen.
Met het invoeren van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht is per 1 oktober 2012 de definitie van een dga in artikel 1 van de Pensioenwet aangepast. Aan de definitie van de dga is toegevoegd dat minimaal 10% van de aandelen of certificaten van aandelen de dga stemrecht moeten geven op de algemene vergadering van aandeelhouders.

Indien de dga niet aan deze voorwaarde voldoet, is het binnen de wettelijke fiscale voorwaarden niet mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Het wijzigen van de definitie van de Pensioenwet op 1 oktober 2012 kan voor bestaande pensioenovereenkomsten tot gevolg hebben dat de pensioenopbouw niet langer in eigen beheer kan plaatsvinden. Indien de pensioenopbouw in eigen beheer in dat geval niet stopt per 1 oktober 2012 zal de totale opgebouwde pensioenaanspraak op grond van artikel 19b Wet LB direct in de belastingheffing worden betrokken. Op grond van artikel 30i van de AWR wordt er bij de pensioengerechtigde bovendien revisierente in rekening gebracht.
De tweede vraag betreft het terugbetalen van aandelenkapitaal en het uitkeren van dividend door de flex-bv vanwege het vervallen van het verplichte aandelenkapitaal van € 18.000. Bestaande bv’s kunnen het eerder gestorte (minimum) aandelenkapitaal na het aanpassen van de statuten bijna helemaal terugbetalen aan de aandeelhouder(s). Daarnaast zijn de civielrechtelijke regels voor het uitkeren van dividend gewijzigd. Het uitkeren van dividend is alleen mogelijk na goedkeuring door het bestuur van de bv, waarbij het bestuur moet toetsen of de continuïteit van de onderneming niet in gevaar komt door de dividenduitkering. Een ten onrechte goedgekeurde dividenduitkering kan tot gevolg hebben dat het bestuur door benadeelde schuldeisers aansprakelijk wordt gesteld.
De Belastingdienst geeft aan dat het terugbetalen van aandelenkapitaal of het uitkeren van dividend gevolgen heeft voor de fiscale behandeling van een door de bv uitgevoerde pensioen- of stamrechtovereenkomst, indien de bv hierdoor niet langer in staat is om het pensioen en/of stamrecht volledig uit te keren. In dat geval is er sprake van een (gedeeltelijke) afkoop van pensioen of stamrecht en wordt de volledige pensioen- en/of stamrechtaanspraak op grond van artikel 19b van de Wet LB direct in de belastingheffing betrokken. Op grond van artikel 30i van de AWR wordt er bij de pensioen- en/of stamrechtgerechtigde bovendien revisierente in rekening gebracht.
Voor de vraag of de bv nog in staat is om het pensioen en/of stamrecht volledig uit te keren, is het na de uitkering van kapitaal of dividend resterende vermogen van de bv van belang. Er moet voldoende vermogen in de bv achterblijven om het pensioen en/of stamrecht op de korte en lange termijn volledig te kunnen uitbetalen. Voor deze toets moeten alle activa en passiva van de bv (inclusief de pensioen- en/of stamrechtverplichting) gewaardeerd worden op de werkelijke waarde in het economische verkeer. De waarde van de pensioen- en/of stamrechtverplichting is minimaal gelijk aan de koopsom die aan een professionele verzekeringsmaatschappij betaald zou moeten worden voor het onderbrengen van die verplichting. Bij het vaststellen van de waarde moet onder meer rekening worden gehouden met een toegekende indexatie van de pensioen- en/of stamrechtuitkeringen. Indien het risico van vooroverlijden deel uit maakt van de door de bv uitgevoerde pensioen- en/of stamrechtovereenkomst dient hier ook rekening mee gehouden te worden voor het minimaal in de bv achter te blijven vermogen.

(Bron: belastingzaken)