Auto van de zaak: gevolgen WUL voor uitkering UWV miv 1-1-2013

Als iemand naast een uitkering inkomen uit een dienstverband heeft en daarbij een auto van de zaak heeft waarvoor een bijtelling geldt, dan krijgt hij vanaf 1 januari 2013 waarschijnlijk een lagere uitkering. Dat meldt UWV.

Vanaf 1 januari telt de bijtelling mee bij de inkomsten die UWV van de uitkering aftrekt. Dit betekent dat UWV een hoger bedrag van de uitkering aftrekt en dat de uitkering lager kan worden. Deze wijziging is het gevolg van de nieuwe Wet Uniformering Loonbegrip (WUL).

Voorbeeld gevolgen WUL

Bart heeft recht op een WIA-uitkering van € 2.000. Hij heeft daarnaast een inkomen van € 1.000. 70% van deze € 1.000 wordt van zijn uitkering afgetrokken. Dat is € 700. Bart krijgt dus een uitkering van (€ 2.000 – € 700 = ) € 1.300. De bijtelling is € 500. In de nieuwe situatie telt dit mee als inkomen. Het totale inkomen van Bart wordt dan (€ 1.000 + € 500 = ) € 1.500. Vervolgens wordt 70% van deze € 1.500 van zijn uitkering afgetrokken. Dat is € 1.050. Bart krijgt dus een uitkering van (€ 2.000 – € 1.050 = ) € 950. Bart krijgt vanaf 1 januari 2013 dus (€ 1.300 – € 950 = ) € 350 minder uitkering dan in 2012.

Levensloopregeling

De WUL heeft ook gevolgen als iemand geld inlegt op een levensloopregeling. Hij krijgt dan mogelijk een wat hogere uitkering.

(Bron: Pleinplus)

Nieuwsbrief Loonheffingen 2013

De Belastingdienst heeft de verwachte regels  vanaf 1 januari 2013 voor het inhouden en betalen van de loonheffingen gepubliceerd in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2013.

Loonbegrip

De tarieven en percentages voor 2013 zijn nog niet bekend, besluitvorming  over een aantal nieuwe regelingen nog niet afgerond. Er verschijnen daarom verschillende uitgaven van de nieuwsbrief.

In deze nieuwsbrief vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

1  Uniformering loonbegrip: grondslagen voor het berekenen van het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen en de Zvw gelijk, het zogenoemde uniforme loonbegrip

2 Veranderingen premiekortingen voor ouderderen en arbeidsgehandicapte werknemers

3 Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten:

– het uitbreiden van de codes voor de loonbelastingtabel met codes 251 en 252

– het toevoegen van inkomenscode (looncode) 53

– het vervallen van code aard arbeidsverhouding (code dienstbetrekking) 5

– het toevoegen van code reden einde inkomstenverhouding flexwerker 6

– het vervallen en toevoegen van codes Zorgverzekeringswet – het samenvoegen van de lonen voor de Zorgverzekeringswet (loon uit tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking)

– het aanpassen van de omschrijving van code Zorgverzekeringswet I

– het toevoegen van de rubriek ‘Tijdelijke heffingskorting’

– het toevoegen van de rubriek ‘Pseudo-eindheffing hoog loon’

Belangrijke aandachtspunten zijn:

– het invullen van de aanwas van de cumulatieve premielonen

– het aantal SV-dagen (loondagen) en loonuren bij het opnemen van levenslooptegoed

– het invullen van de rubriek ‘Indicatie vakantiebonnen’

4  Verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd

5  Bijtelling voordeel privégebruik auto

– 14% bijtelling bij max 88 (diesel)/95(geen dielsel) gram Co2 uitstoot per kilometer; – 20% bijtelling bij max 112 (diesel)/124(geen dielsel) gram Co2 uitstoot per kilometer; – 25% bijtellilng overig.

6   Tarief pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen verhoogd

Per 1 januari 2013 wordt het tarief van de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen verhoogd van 30% naar 75% ver het excessieve deel van vertrekvergoedingen van werknemers die in 2009 of later bij u uit dienst gaan, een cirisismaatregel uit het Lenteakkoord. U betaalt in de volgende situaties: –  De werknemer gaat in 2013 bij u uit dienst en de vertrekvergoeding is hoger dan het toetsloon. Het toetsloon voor 2013 is op dit moment nog niet bekend. – U doet in 2013 nog nabetalingen voor een werknemer die in 2009, 2010, 2011 of 2012 bij u uit dienst is gegaan.
De pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen geeft u apart aan met het formulier Aangifteloonheffingen pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding. De vertrekvergoeding zelf moet u als loon van de werknemer in de reguliere aangifte loonheffingen verwerken.

7  Heffingsrente wordt belastingrente

 

Onderwerp  Heffingsrente   tot 2013 Belastingrente   vanaf 2013
periode waarover de rente berekend wordt periodes tot en met 31-12-2011 periodes vanaf 1 januari 2012
naheffingsaanslag: einddatum van de periode   waarover u rente aan ons moet betalen (de begindatum is onveranderd*) de datum van de naheffingsaanslag de datum waarop u de naheffings­aanslag uiterlijk betaald moet   hebben: de datum van de naheffings­aanslag plus 14 kalenderdagen
teruggaaf over perioden in een voorgaand jaar:   vergoeden van rente aan u vergoeding van de rente in alle gevallen vergoeding van de rente alleen als het tijdstip van de teruggaaf   het gevolg is van een vormverzuim** of een tijdverzuim*** van ons
Correctie of verzoek om teruggaaf: begindatum   van de periode waarover wij u rente vergoeden 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de correctie   of het verzoek om teruggaaf betrekking heeft 8 weken nadat wij uw oorspronkelijke correctie of verzoek om   teruggaaf hebben ontvangen, maar nooit eerder dan 1 april van het jaar dat   volgt op het jaar waarop de correctie of het verzoek betrekking heeft
Correctie of verzoek om teruggaaf: wij u rente   vergoeden de datum van de datum van de beschikking de beschikking plus  14   kalenderdagen
bezwaar tegen een aangifte: begindatum van de   periode waarover wij u rente vergoeden 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop het bezwaar   betrekking heeft de dag na ontvangst van de betaling van de aangifte, maar nooit   eerder dan 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop het bezwaar   betrekking heeft
bezwaar tegen een aangifte: einddatum van de   periode waarover wij u rente vergoeden de datum van de beschikking de datum van de   beschikking plus 14 kalenderdagen
rentetarief heffingsrente: deze rente   wordt elk kwartaal vastgesteld wettelijk rentepercentage voor niet­handelstransacties

*   De begindatum van de periode waarover u rente aan ons moet betalen bij naheffingsaanslagen, is onveranderd: 1 januari van het jaar dat volgt op de periode waarvoor de naheffingsaanslag geldt. ** Bij een vormverzuim herzien wij een eerder standpunt waardoor u een teruggaaf krijgt. ***  Bij een tijdverzuim handelen wij een verzoek of bezwaar te laat af, dat wil zeggen meer dan 8 weken nadat u het verzoek  of bezwaar hebt ingediend.

(Bron: Elsevierfiscaal)

Afgegeven VAR-WUO kon voor inhoudingsplicht LB/PVV niet worden herzien

V.o.f. X exploiteerde een koeriersbedrijf (pakketservice). De werkzaamheden werden uitgevoerd door de vennoten A en B en door een aantal medewerkers (de koeriers). De koeriers werkten ook voor anderen. Zij hadden met X een overeenkomst van opdracht gesloten. De inspecteur gaf aan vier koeriers een VAR-WUO af, maar na een onderzoek stelde hij dat toch sprake was van een dienstbetrekking. De inspecteur legde zijn nadere standpunt vast in een brief van 1 april 2010. Rechtbank Arnhem concludeerde dat de koeriers beschikten over een VAR-WUO en dat de inspecteur geen inbreuk op de rechtsgeldigheid daarvan kon maken door in een beschikking de verzekeringsplicht vast te stellen. De inspecteur ging in hoger beroep. Hof Arnhem besliste dat de inspecteur met zijn brief van 1 april 2010 niet alleen de inhoudingsplicht voor de heffing van LB en PVV had willen vaststellen, maar ook de inhoudingsplicht voor de premies werknemersverzekeringen. Voor de inhoudingsplicht voor de LB en PVV bestond volgens het Hof geen wettelijke grondslag voor het geven van een voor bezwaar vatbare beschikking. Dat bracht mee dat het Hof uitsluitend beoordeelde of de inspecteur terecht had beslist dat A en B waren verzekerd op grond van de werknemersverzekeringen. Een koerier die beschikte over een VAR-WUO was in beginsel niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Het Hof was het niet eens met de inspecteur dat de aan de koerier afgegeven VAR-WUO opzij werd gezet door de beschikking verzekeringsplicht van 1 april 2010. Nu voor de verzekeringsplicht het al dan niet aanwezig zijn van een VAR-WUO van belang was, moest de inspecteur volgens het Hof zijn in de VAR-WUO neergelegde standpunt als leidend aanmerken voor de beoordeling van de verzekeringsplicht, tenzij de feiten en omstandigheden waren gewijzigd. Daarvan was geen sprake, zodat de inspecteur niet in afwijking van zijn eerder afgegeven VAR-WUO mocht beslissen tot verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen voor A en B. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.

(Bron: FUTD)

Vragen van de fiscus schaden de privacy niet

Mocht de Belastingdienst u in een informatiebeschikking vragen om persoonlijke gegevens voor de aangifte inkomstenbelasting (IB) dan is dat niet in strijd met de privacy als er een redelijk heffingsbelang is. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank in Breda.

Sinds 1 juli 2011 kan de Belastingdienst u een informatiebeschikking geven. Deze beschikking zal de inspecteur geven als u weigert om de door hem gevraagde informatie te verstrekken. Het voordeel van deze beschikking is dat u deze kunt aanvechten bij de rechter. Die zal dan beoordelen of het verzoek om informatie gerechtvaardigd is. In deze zaak kreeg een man een voorlopige aanslag IB 2008 opgelegd naar een inkomen van € 25.000. De man ging in bezwaar tegen deze aanslag en gaf in zijn aangifte een loon op van € 1.599 en bijstand van € 5.285. Het viel de inspecteur echter wel op dat de man een tweedehands Mercedes had gekocht.

Informatiebeschikking is redelijk

De fiscus wilde graag weten hoe de man aan het benodigde geld was gekomen om de auto te kopen. Hij gaf aan dat hij geld had geleend van een vriend en dat zijn familie hem een handje hielp. Op een gegeven moment weigerde de man om de vragen van de Belastingdienst nog verder te beantwoorden. De inspecteur verstrekte daarom een informatiebeschikking en vroeg daarin om de namen van de familie, bankafschriften en gegevens over de aflossing van de lening bij de vriend en de tankbeurten van de auto. De man vond dat de fiscus dit niet mocht vragen en dat het in strijd was met de privacy. De rechtbank stelde echter dat de inspecteur een redelijke heffingsbelang had bij de door hem gevraagde informatie. De grenzen van de redelijkheid en privacy waren dus niet overschreden.

(Bron: Fiscaal Rendement)

Uittreden of uitstoten van aandeelhouders hoe werkt dit?

De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel voor de flexibilisering        van het bv-recht aangenomen. De wet Vereenvoudiging en flexibilisering        bv-recht kent de nodige verbeteringen. Guido Rooijackers, Register Valuator        bij Sman Register Valuators, licht een element van het wetsvoorstel toe:        de aangepaste wettelijke geschillenregeling.

Omschrijft u de wettelijke geschillenregeling          in de huidige situatie eens? ‘Het doel van de geschillenregeling is        tot een oplossing te komen wanneer aandeelhouders ruzie hebben. Het        gaat om een geschil waarbij het voortduren van het aandeelhouderschap        niet langer kan worden gevergd of geduld. Er zijn twee oplossingen:        uittreding of uitstoting; een aandeelhouder eist bij een conflict dat        de andere aandeelhouders hem uitkopen of andersom. Wijst de rechter        deze vordering toe, dan zal de rechter één of drie deskundigen benoemen        die over de prijs van de aandelen een schriftelijk bericht moeten uitbrengen.        Vervolgens bepaalt de rechter de prijs die voor de aandelen moet worden      betaald.’

Waarom wordt de geschillenregeling aangepast? ‘De          huidige regeling functioneert niet. Deze bestaat inmiddels ongeveer          twintig jaar en er wordt zelden gebruik van gemaakt. Er zijn een aantal          bezwaren rond de juridische procedure. Ten eerste duurt de procedure          te lang; als een aandeelhouder het oneens is met een vonnis en in hoger          beroep gaat, dan kan het jaren duren voordat er een definitieve uitspraak        volgt. Pas nadat het vonnis onherroepelijk is, kunnen deskundigen aan        de slag met de waardering van de aandelen. Tussentijds blijft het geschil        voortbestaan en dat kan erg schadelijk zijn voor de onderneming. Een        tweede minpunt is dat er een ander traject wordt gevolgd als de betrokkenen        de schade willen verhalen. Want waar ruzie is, is schade. In eerste        instantie kan de vordering tot schadevergoeding nog worden gecombineerd        met de geschillenregeling, maar in hoger beroep is daarvoor het reguliere        hof bevoegd – in tegenstelling tot de Ondernemingskamer bij de geschillenregeling        – en dat is niet praktisch.’

Is er geen alternatief? ‘Jawel. Het alternatief        is dat een aandeelhoudersgeschil via het enquêterecht wordt uitgevochten        bij de Ondernemingskamer. De partijen zijn dan verzekerd van een snelle        afhandeling – de uitspraak volgt binnen een paar weken. De enquêteprocedure        kan bij vaststelling van wanbeleid resulteren in schorsing of ontslag        van een directeur. Ook kunnen voorlopige voorzieningen worden getroffen.        Onder dreiging hiervan zijn partijen in de praktijk vaak genegen om        in een schikking overeen te komen dat de aandelen aan een van de partijen        worden overgedragen. De prijs wordt daarbij door één of meer onafhankelijke        deskundigen bindend vastgesteld. Het nadeel is echter dat de Ondernemingskamer        aandeelhouders uiteindelijk niet kan dwingen tot een definitieve aandelenoverdracht.      Dit kan wel in de wettelijke geschillenregeling.’

In hoeverre is het        wetsvoorstel een verbetering? ‘Zoals de naam van het wetsvoorstel al        aangeeft is de nieuwe regeling flexibeler, is er meer ruimte voor maatwerk.        Een eerste verbetering in de geschillenregeling is dat de vordering        tot overname van aandelen niet alleen tegen de medeaandeelhouders kan        worden ingesteld, maar ook jegens de vennootschap. Dat verruimt de        mogelijkheden. De procedure wordt bovendien versneld. De aandelen kunnen        straks in een vroegtijdig stadium worden gewaardeerd en het eventuele        schadeaspect in dezelfde procedure meegenomen. De waarde van de aandelen        staat dan vast, ongeacht of er een hoger beroep dient. Ten slotte kunnen        afspraken over prijsbepaling van aandelen alvast in de statuten worden        opgenomen.’

(Bron: NIRV)

Contributie voor personeelsvereniging belastingvrij

Bij veel bedrijven met een wat groter  personeelsbestand is er, al dan niet op initiatief van de werkgever, een  personeelsvereniging opgericht. Hoewel het lidmaatschap van die  vereniging onmiskenbaar met de dienstbetrekking verbonden is, waren tot  2007 bijdragen van de werkgever aan de vereniging of een vergoeding voor  de contributie niet belastingvrij.

Per 1 januari 2007 is daarin verandering gekomen. Voor  personeelsverenigingen is nu een soortgelijke regeling als voor  personeelsfestiviteiten: de vergoedingen en verstrekkingen ter zake van  personeelsverenigingen en dergelijke zijn volledig belastingvrij.

Wat is een personeelsvereniging ?

Wat  verstaat de Belastingdienst onder een personeelsvereniging? Dat is een  gezelligheidsvereniging van en voor het personeel die als voornaamste  doel heeft het bevorderen en organiseren van sociale en  gezelligheidsactiviteiten ten behoeve van de brede werknemerskring.  Verder moet deelname aan de personeelsvereniging openstaan voor ten  minste 75% van de werknemers. De achtergrond daarvan is dat een  personeelsvereniging per organisatorische eenheid (de inkoopafdeling of  het managementteam, bijvoorbeeld) niet goed denkbaar is omdat het  collectieve karakter dat aan een personeelsvereniging eigen is, dan  ontbreekt.

Een andere voorwaarde is dat doel en feitelijke  werkzaamheden van de personeelsvereniging dienen te bestaan uit het  organiseren van activiteiten en voorzieningen met een gezamenlijk  karakter ten behoeve van de werknemers. Daarbij kan bijvoorbeeld worden  gedacht aan sociale activiteiten als een Sint-Nicolaasfeest of een  kerstfeest, aan culturele en recreatieve activiteiten. Eventuele  andersoortige activiteiten zullen van ondergeschikte betekenis moeten  zijn. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het van oudsher voor  personeelsverenigingen gebruikelijke bedingen van kwantumkortingen ten  behoeve van het personeel. Een voorbeeld is de kwantumkorting op de huur  van vakantiehuisjes. Het wordt anders als de personeelsvereniging voor  gratis vakantiehuisjes zorgt. Dat gaat te ver, en dan is er geen sprake  meer van een personeelsvereniging, met als gevolg dat de  werkgeversbijdragen aan de vereniging als belast loon zullen worden  aangemerkt.

In wezen ligt deze vrijstelling voor  personeelsverenigingen in de lijn van de voorgestelde algehele  vrijstelling voor personeelsfestiviteiten. Er zijn sinds 2007 geen  grenzen meer als het leuke activiteiten voor het personeel betreft.

Lief- en leedpot: interne representatie

Ook  vallen de lief- en leedpotten onder het regime van de  personeelsverenigingen. Een lief-en-leedpot is een door de werknemers  zelf gemaakte ‘geldpot’ om daaruit attenties aan collega’s te betalen,  zoals het bloemetje bij ziekte en een cadeau op de verjaardag of bij de  geboorte van een kind van de werknemer. Hiervoor mag de werkgever vrije  vergoedingen geven.

De vrijstelling voor personeelsverenigingen  en dergelijke is niet bedoeld voor fondsen voor geldelijke uitkeringen  aan individuele werknemers. Een dergelijk fonds is geen  personeelsvereniging. Evenmin valt een rechtstreekse attentie van de  werkgever aan de werknemer bij een lief-of leedgebeurtenis onder de  belastingvrijstelling. Op zich vreemd dat de werkgever geen  belastingvrij bloemetje kan geven bij een blijde of droevige  gebeurtenis, maar hiervoor is de geschenkenregeling.

Opmerking Ambitions.nu: Het grote voordeel van een personeelsvereniging is dat de eindheffing ontweken kan worden als voldaan wordt aan de voorwaarden van een personeelsvereniging. Onder de werkkostenregeling kan dit al snel 80% schelen. Voor werkgevers die de werkkostenregeling niet toepassen is het afhankelijk van de tabellen voor eindheffing in loonbelasting volgens de oude wijze. Heeft u vragen hierover? Neem gerust contact op via info@ambitions.nu

(Bron: De Ondernemer)

(Bron: DeOndernemer.nl)

Statutair of titulair bestuurder? Waar zitten de verschillen?

Functiebenamingen als algemeen directeur, gevolmachtigde directeur, statutair bestuurder of gewoonweg directeur kom je in de praktijk vaak tegen. Juridisch gezien zijn er echter maar twee functies te onderscheiden: statutair en titulair bestuurder. Hoewel deze functies op het eerste gezicht op elkaar lijken, zijn ze in juridisch opzicht erg verschillend. Hieronder worden de belangrijkste verschillen beschreven.

Statutair bestuurder:
  • Wordt de eerste keer benoemd bij akte van oprichting, daarna door een besluit van de algemene vergadering (“AV”);
  • Kan zowel een privé persoon als rechtspersoon zijn en wordt ingeschreven in het handelsregister;
  • Kan ook in loondienst zijn bij de vennootschap. In dat geval stelt de AV het loon vast;
  • De AV is bevoegd te allen tijde de bestuurder te ontslaan/schorsen waarbij de statutair bestuurder slechts beperkte ontslagbescherming geniet;
  • Ontslag als statutair bestuurder betekent in principe ook einde van het (loon)dienstverband;
  • Is wettelijk bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. In beginsel zelfstandig bevoegd tenzij de statuten anders bepalen;
  • Heeft een wettelijke inspanningsverplichting: de bestuurder moet zich inzetten voor een behoorlijke uitoefening van zijn taak;
  • Heeft collectieve verantwoordelijkheid: alle bestuurders zijn tot op zekere hoogte individueel verantwoordelijk voor de gang van zaken bij de vennootschap; en
  • Onbehoorlijk bestuur kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid indien de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In dat geval kan de bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade van de vennootschap, en bij faillissement voor het gehele tekort van de boedel.

Titulair bestuurder:

  • Benoeming in principe door het statutair bestuur, kan alleen een privé persoon zijn;
  • Is een ‘gewone’ werknemer waardoor de regels (zoals ontslagbescherming) uit het arbeidsrecht van toepassing zijn;
  • Is in beginsel niet bevoegd namens de vennootschap te handelen, tenzij hij gevolmachtigd is door het statutair bestuur;
  • Volmacht (met daarin de omvang van de vertegenwoordigingsbevoegdheid) kan in het handelsregister worden ingeschreven; en
  • In beginsel geen wettelijke verantwoordelijkheid, tenzij hij de feitelijke bestuurder van de vennootschap is met terzijdestelling van de statutair bestuurder.

Er zijn dus belangrijke verschillen tussen de statutair en titulair bestuurder. De statutair bestuurder is wettelijk bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen en de titulair bestuurder kan dat slechts bij volmacht afgegeven door het statutair bestuur. Daarnaast draagt de statutair bestuurder in beginsel de verantwoordelijkheid voor het bestuur van de vennootschap terwijl de titulair bestuurder kan worden beschouwd als een ‘gewone’ werknemer die in dienst is van de vennootschap. De titulair bestuurder geniet daardoor ook arbeidsrechtelijke ontslagbescherming. De AV kan de statutair bestuurder te allen tijde ontslaan en de statutair bestuurder geniet slechts beperkte ontslagbescherming voor zover hij ook in dienst is naast zijn statutair bestuurdersschap.

(Bron: Dijkstra Voermans)

De bestuurder en tussentijdse cijfers: een nieuwe variant van bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurder van een N.V. of B.V. is in beginsel niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. In sommige gevallen kan een bestuurder toch aansprakelijk worden gehouden voor onbetaald gebleven vorderingen van derden. Vereist is dan dat de bestuurder onrechtmatig jegens deze derde(n) heeft gehandeld. Er moet de bestuurder een persoonlijk, toerekenbaar en ernstig verwijt te maken zijn.

Gevaar van tussentijdse cijfers Op dit moment is een tendens in de rechtspraak waar te nemen die een nieuwe vorm van bestuurdersaansprakelijkheid introduceert: aansprakelijkheid voor tussentijdse misleidende cijfers. Ergens is deze aansprakelijkheid niet zo ‘nieuw’, omdat uit de wet al volgt dat een bestuurder aansprakelijk is voor de door derden geleden schade, indien door bekendmaking van de jaarrekening, het jaarverslag of tussentijdse cijfers een misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand van de vennootschap. Wat wel ‘nieuw’ is, is dat de hiervoor genoemde eis van ernstig en verwijtbaar handelen daarbij niet in de weg staat om bestuurdersaansprakelijkheid aan te nemen. Met andere woorden: het simpele niet weten van de bestuurder dat hij een onjuiste en dus misleidende weergave van de jaarcijfers heeft gepresenteerd is voldoende om bestuurdersaansprakelijkheid aan te nemen.

Onlangs heeft het Hof Den Bosch zich over een dergelijke kwestie gebogen. Het ging hier om de vraag of aansprakelijkheid kon worden aangenomen van een bestuurder van een vennootschap die zich bezig houdt met de in- en verkoop van groenten. Leveranciers, groentetelers, van de vennootschap twijfelden of zij hun groenten nog wel moesten leveren aan de vennootschap. Naar aanleiding van een bespreking tussen de bestuurder en de leveranciers, werd besloten door de leveranciers om de leveringen door te zetten. Tijdens de bespreking werd namelijk een kolommenbalans aan de leveranciers overhandigd waaruit een winst van € 700.000,- van het voorgaande jaar bleek. Dit positieve bericht gaf de leveranciers voldoende vertrouwen om door te gaan met leveren aan de vennootschap. De leveranciers kwamen echter bedrogen uit toen een half jaar later bleek dat de vennootschap failliet was. Een groot deel van de vorderingen van de leveranciers bleven onbetaald. Achteraf bleek dat de vennootschap over het voorgaande jaar geen winst had gemaakt maar juist verlies had geleden. De bestuurder kon dit echter niet weten nu de accountant nog niet alle mutaties had doorgevoerd in de kolommenbalans.

De leveranciers stapten naar de rechter en stelden de bestuurder aansprakelijk wegens het geven van een misleidende voorstelling van de toestand van de vennootschap. De rechtbank Breda wees de vordering toe. Het Hof den Bosch oordeelde eveneens dat er sprake was van een misleidende voorstelling van de toestand van de vennootschap door de bestuurder. Het feit dat de bestuurder niets wist van de onjuistheid van de kolommenbalans deed daar niets aan af. Het Hof wees echter de vordering van de leveranciers af omdat de kolommenbalans geen cijfers in de zin van de wet zijn. De kolommenbalans betreft namelijk slechts een onderdeel van de interne boekhouding en dient als werkdocument voor de jaarrekening.

De escape van de bestuurder was dat hij ‘slechts’ een kolommenbalans presenteerde aan de leveranciers. Maar wat nu als de bestuurder geen kolommenbalans had gepresenteerd maar een specifiek opgesteld overzicht? Een dergelijk overzicht zou dan eerder gekwalificeerd worden als cijfers in de zin van de wet. Waarschijnlijk was de bestuurder dan wel aansprakelijk gehouden voor het verstrekken van misleidende cijfers.

Conclusie De les die uit deze zaak dan ook kan worden getrokken is dat de bestuurder van een vennootschap zich altijd bewust moet zijn van de risico’s die het verstrekken van cijfers over de vennootschap met zich mee kan brengen. Een aansprakelijkheidstelling wegens misleiding ligt op de loer.
(Bron: Dijkstra Voermans)

 

Restschuld bij (gedwongen) verkoop van uw woning en mogelijke kwijtschelding

Ontslag, arbeidsongeschiktheid, scheiding of overlijden van de partner. Het kan ook u gebeuren. In deze situaties daalt uw inkomen vaak flink en kunt u betalingsproblemen krijgen. Het kan zelfs zijn dat u uw woonlasten niet langer kunt betalen en u uw woning gedwongen moet verkopen.

Als de verkoop van uw woning niet genoeg opbrengt om uw hypotheek volledig af te lossen, blijft u met een restschuld zitten. Als u een lening met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) hebt afgesloten, kan uw restschuld kwijtgescholden worden. Om voor kwijtschelding van uw restschuld in aanmerking te komen, moet u in ieder geval aan onderstaande voorwaarden voldoen:

 

Voorwaarden kwijtschelden restschuld met Nationale Hypotheek Garantie

1. U hebt een hypothecaire lening afgesloten met Nationale Hypotheek Garantie.
2. U hebt uw betalingsachterstanden zoveel mogelijk zelf beperkt, door uw hypotheeklasten zoveel mogelijk te blijven betalen.
3. U moet uw woning gedwongen verkopen, omdat u uw woonlasten niet meer kunt betalen als gevolg van een van de volgende vier oorzaken:   – ontslag,   – arbeidsongeschiktheid,   – relatiebeëindiging,   – overlijden van uw partner.
4. U hebt toestemming van uw hypotheekverstrekker om uw woning te verkopen.
5. U hebt uw woning verkocht met behulp van een makelaar.
6. U hebt uw woning netjes bewoond.
7. U kunt de restschuld niet uit eigen middelen inlossen.

Wat moet ik doen als ik mijn woning gedwongen moet verkopen?

Neem contact op met uw hypotheekverstrekker Als u uw woonlasten niet langer kunt betalen en u uw woning gedwongen moet verkopen, moet u allereerst direct contact opnemen met uw hypotheekverstrekker. Het is voor u beide van belang dat u zo goed mogelijk uit deze vervelende situatie komt. In sommige gevallen kan zelfs worden voorkomen dat u uw woning gedwongen moet verkopen.

Schakel de hulp van een makelaar in Als u uw woning gedwongen moet verkopen, moet u de hulp van een makelaar inroepen. Hij zet uw woning in de verkoop en zorgt voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Ondertussen blijft u zoveel mogelijk uw hypotheeklasten betalen. U heeft regelmatig overleg met uw makelaar en hypotheekverstrekker.

Vraag toestemming voor verkoop aan uw hypotheekverstrekker Zodra u een koper voor uw woning hebt gevonden, moet u contact opnemen met uw hypotheekverstrekker. Uw hypotheekverstrekker moet toestemming geven voor de verkoop als u uw woning met verlies gaat verkopen en u uw hypotheekschuld daardoor niet volledig kunt aflossen. Uw hypotheekverstrekker laat eerst uw woning taxeren en beslist daarna of hij toestemming voor verkoop geeft.

 

Kwijtschelding van uw restschuld

Zodra uw hypotheekverstrekker toestemming heeft gegeven, kunt u uw woning verkopen. Als de opbrengst onvoldoende is om uw volledige hypotheekschuld af te lossen, heeft u een restschuld. Uw hypotheekverstrekker dient hiervoor een verliesdeclaratie in bij Nationale Hypotheek Garantie. Deze beoordeelt of u in aanmerking komt voor kwijtschelding van uw restschuld. Nationale Hypotheek Garantie informeert u hierover per brief.

 

BKR-registratie

Als u uw woning met verlies verkoopt, meldt uw hypotheekverstrekker dit bij Bureau Krediet Registratie (BKR). U heeft dan een BKR-registratie. Deze registratie kan ervoor zorgen dat u in de toekomst moeilijker een (hypothecaire) lening of andere financiële verplichtingen kunt aangaan.

Als u van Nationale Hypotheek Garantie een schriftelijke verklaring heeft ontvangen dat uw restschuld is kwijtgescholden, levert de BKR-registratie in principe geen problemen op bij het afsluiten van een nieuwe hypothecaire lening met Nationale Hypotheek Garantie. In sommige gevallen hanteert een hypotheekverstrekker zijn eigen regels.

De op deze pagina getoonde informatie is door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen met zorg samengesteld. Op deze pagina wordt algemene informatie verstrekt over de restschuld bij verkoop. Beoordeling van de kwijtscheldingsmogelijkheden geschiedt echter aan de hand van concrete situaties. Daarom kunnen aan deze informatie geen rechten worden ontleend.

(Bron: NHG.NL)

Bijzondere verplichtingen in de statuten

In de statuten kunnen hetzij voor alle aandelen hetzij voor één of meer aandelen van een bepaalde soort of aanduiding bijzondere verplichtingen aan het aandeelhouderschap worden verbonden. Die bijzondere verplichtingen hoeven dan niet meer in een aparte overeenkomst te worden overeengekomen; als dergelijke verplichtingen in de statuten worden opgenomen, dan zijn deze direct verbindend voor de houder van de betreffende aandelen, tenzij een latere datum van inwerkingtreding is opgenomen. Het kan gaan om:

  • verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard, hetzij jegens de B.V., hetzij jegens één of meer aandeelhouders, hetzij jegens een derde. Voorbeelden zijn: een verplichting tot het verstrekken van een geldlening, tot een aanvullende vermogensinjectie, het leveren of afnemen van producten, of het aansprakelijkstellen van een aandeelhouder jegens de B.V.
  • een kwaliteitseis verbonden aan het aandeelhouderschap, of
  • een verplichting om één of meer aandelen over te dragen.

Aan het niet voldoen aan een dergelijke verplichting kan opschorting van stemrecht, vergaderrecht of uitkeringsrecht worden verbonden.

Als een bestaande of nieuwe aandeelhouder de betreffende aandelen verkrijgt door middel van bijvoorbeeld uitgifte of koop, dan is hij van rechtswege verplicht bedoelde verplichtingen na te komen.

In de gevallen dat een bijzondere verplichting aan het aandeelhouderschap wordt verbonden, zijn aan de daartoe benodigde statutenwijziging bijzondere waarborgen verbonden voor een aandeelhouder: De betreffende verplichtingen gelden pas voor een bestaande aandeelhouder, indien hij expliciet heeft ingestemd met de verzwaring van zijn aandeelhouderschap.

(Bron: Dijkstra Voermans)