Waardedrukkende omstandigheden voor de WOZ

De nieuwe WOZ-beschikking die u in 2012 hebt of gaat ontvangen, gaat uit van de waarde van uw woning per 1 januari 2011. Deze WOZ-waarde geldt voor een tijdvak van één jaar en is niet alleen van belang voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), maar ook voor het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting, de afschrijvingsbasis van bedrijfsonroerend-goed in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, de waterschapsomslagen die door de Waterschappen worden geheven en in bepaalde gevallen ook voor de erf- en schenkbelasting.

De WOZ-waarde van een eigen woning wordt afgeleid van de waarde in het economische verkeer van de woning. Deze waarde wordt beïnvloed door waardevermeerderende en waardeverminderende factoren. Voor de belastingen zijn huiseigenaren uiteraard het meest geïnteresseerd in de waardedrukkende omstandigheden. In de afgelopen jaren zijn er veel procedures bij de belastingrechters geweest over de effecten van bepaalde omstandigheden op de waarde van woningen en deze zaken lopen veelal in het voordeel van de burger af. De waardedrukkende omstandigheden zijn onder te verdelen in interne omstandigheden (die de woning zelf betreffen) en externe omstandigheden (zoals veranderde milieuwetgeving, de omgeving van de woning, e.d.).

Onderstaand een overzicht van omstandigheden die mogelijk een waardedrukkende effect op de WOZ-waarde kunnen hebben:

Interne omstandigheden
WOZ-waarde van Friese woonboerderij uit 1700 met € 43.000 verminderd
WOZ-waarde serviceflat vanwege slecht onderhoud verminderd met € 15.000
WOZ-waarde wegens wateroverlast in kruipruimte met € 20.000 verminderd
Met aftrek van € 40.000 was slechte onderhoudstoestand van flat gedekt
Specifiek imago serviceflat drukte WOZ-waarde met bijna 25%
WOZ-waarde met € 100.000 verminderd wegens staat van onderhoud
WOZ-waarde verminderd omdat zolder niet beschikte over slaapkamer
Bouwfouten uit 1983 leidden tot vermindering WOZ-waarde in 1999
Waardevermindering van € 40.000 voor achterstallig onderhoud
Hoge servicekosten verzorgingsflat verminderden WOZ-waarde
WOZ-waarde verminderd omdat deel pand niet voor bewoning geschikt was
Vochtschade aan binnenzijde woning verminderde WOZ-waarde met € 15.000
Verbod op permanente bewoning leidde tot lagere WOZ-waarde
Verouderde toestand van woning uit 1930 was waardedrukkend
Beperkte keukenfunctie appartementen in serviceflat verlaagde WOZ-waarde
Monumentenstatus en ontbreken woonvergunning WOZ-waardedrukkend
Fundering- en gevelschade verminderden WOZ-waarde met € 55.000
Schade aan woning door verslaafde leidde tot lagere WOZ-waarde
Constructiefout in openhaard drukte WOZ-waarde van woning met € 8.000
Onbruikbaarheid van zolder drukte WOZ-waarde met € 10.000
Achterstallig onderhoud verlaagde waarde uitgewoonde studentenwoning
Beperkende voorwaarden van “meergeneratiewoning” drukten WOZ-waarde
Monumentale en archeologische beperkingen drukten WOZ-waarde
Waardedruk door asbestvervuiling bedroeg in totaal € 47.740
Oude CV-ketel verminderde WOZ-waarde met € 1.750
Experimentele bouwwijze drukte WOZ-waarde
Toekomstige sloop woning had waardedrukkend effect van 17,5%
Rolstoelaanpassingen verminderden WOZ-waarde woning met EUR 25.000
WOZ-waarde verminderd met op peildatum geschatte herstelkosten betonrot
WOZ-waarde verminderd wegens niet te verhalen saneringskosten
Onzekerheid omtrent moment van sloop woning voor aanleg spoorweg waardedrukkend
WC-raampje van buren had waardedrukkend effect op woning
Kleinere aanbouw bij woning reden voor neerwaartse bijstelling WOZ-waarde
Lagere WOZ-waarde voor door fabriek uitgestoten kankerverwekkende stof
Verlaging WOZ-waarde met bijna 5% voor plaatsing UMTS-telefoniemasten
Rompslompforfait wegens bodemverontreiniging van 40%
Ligging woning bij druk kruispunt leidde tot lagere WOZ-waarde
Niet-nakomen van toegezegd vrij uitzicht leidde tot lagere WOZ-waarde
Bodemverontreiniging, wateroverlast en schoolplein leidden tot lagere WOZ
Lagere WOZ-waarde door ligging aan uitvalsweg en bij ophaalbrug
Geluidsoverlast van treinverkeer verminderde WOZ-waarde met € 16.000
Uitzicht op vervallen hotel leidde tot lagere WOZ-waarde
Waardedruk van 25% voor niet-opgeloste bodemverontreiniging
Forse verlaging WOZ-waarde wegens bouwplannen hoogspanningsmast
Naastgelegen bordeel en verzakkingen drukten WOZ-waarde met ruim 10%
Uit de hand gelopen burenruzie drukte WOZ-waarde met € 75.000
WOZ-waarde met € 7.000 verlaagd door matig buitenschilderwerk
Waardedruk van € 41.000 voor tunnelbak en hangplek jongeren
WOZ-waarde verminderd wegens bodemverontreiniging en ligging
Drugstoerisme in Bergen op Zoom verminderde WOZ-waarde
Waardedruk van € 22.000 door geluidsoverlast van Randstadrail
WOZ-waarde verlaagd door bodemverontreiniging in nabije omgeving
WOZ-waarde verminderd wegens Reeperbahn-effect
WOZ-waarde wegens slechte bereikbaarheid met 10% verminderd
WOZ-waardedruk van € 200.000 voor agrarische bestemming woning
Structurele wateroverlast drukte  WOZ-waarde met € 11.000
Rompslomp voor bestemmingswijziging drukte WOZ-waarde met 10%
Lagere WOZ-waarde door slechtere ligging niet volledig vrijstaande woning
Vermindering WOZ-waarde wegens overlast naastgelegen veehouderij
WOZ-waarde met € 97.000 verminderd wegens overlast van hondenkennel
Voorgenomen bouw megavarkensstallen in omgeving drukte WOZ-waarde
Vermindering WOZ-waarde met 10% na beurskrach
Waardedruk van € 20.000 voor ligging langs sluiproute en andere overlast
WOZ-waarde van sloopwoning nabij  luchthaven fors verminderd
Nabijheid van horeca en coffeeshop drukte WOZ-waarde
Plannen om dijk terug te leggen verminderden WOZ-waarde met 10%
Nabijheid van horeca en coffeeshop drukte WOZ-waarde
WOZ-waarde met 10% verminderd door burenoverlast
WOZ-waarde met 10% gedrukt wegens paalrot van naastgelegen pand
Verlaging WOZ-waarde voor (geluids)overlast horecagelegenheden
Deplorabele staat van garage en tuinmuurtjes drukten WOZ-waarde fors
Nabijheid van spoorlijn verminderde WOZ-waarde van woning met € 37.300
Mogelijke plaatsing van UMTS-mast verminderde WOZ-waarde met € 19.000
Geluidsoverlast van brug nabij woning drukte WOZ-waarde met € 12.000
Waardedruk nabijgelegen luchthaven en verkeersweg was 5%
Windmolens nabij woning verminderden WOZ-waarde met € 25.000
Studentenoverlast drukte WOZ-waarde met € 35.000
Naast woning gelegen pretpark drukte WOZ-waarde
Plannen omtrent plaatsing  windmolenpark drukten WOZ-waarde met 15%
Hoogspanningsmast verminderde WOZ-waarde grond met 10%
Uitzichtbelemmering verminderde WOZ-waarde
Nabijheid hondenuitlaatplaats verminderde WOZ-waarde met f 5.000
Slagschaduwhinder windmolen verminderde WOZ-waarde
Naburig papegaaienbedrijf verminderde WOZ-waarde met € 10.000
Niet-ontplofte bom in tuin verminderde WOZ-waarde met € 22.689
Naburige kippenmesterij leidde tot vermindering WOZ-waarde
Skatebaan leidde tot vermindering WOZ-waarde

 

Uitstel aanvragen

Doet u niet vóór 1 april aangifte, bijvoorbeeld omdat u nog niet al uw gegevens compleet hebt? Vraag dan uitstel aan. Deze aanvraag moet vóór 1 april bij ons binnen zijn. Binnen 10 werkdagen na uw aanvraag krijgt u van ons een schriftelijke reactie. In de meeste gevallen krijgt u uitstel tot 1 september.

Hoe vraag ik uitstel aan?

Dit kan op 3 manieren:

  • Digitaal: U kunt tot 1 april 2012 digitaal uitstel aanvragen.  U hebt daarbij uw DigiD-inlogcode nodig.
  • Telefonisch: Bel de BelastingTelefoon.
  • Schriftelijk: U stuurt uw verzoek naar: Belastingdienst Postbus 2523 6401 DA HEERLEN
  • Uw boekhouder of accountant vraagt voor uw uitstel aan en regelt het doen van aangifte.

Bron: belastingdienst

Door onvolledig inlichtingenverzoek heeft opleggen navorderingsaanslagen te lang geduurd

Beschikt een inspecteur over aanwijzingen over het bestaan van buitenlandse inkomsten, dan mag hij een langere navorderingstermijn toepassen. Hij mag daarbij de termijn die noodzakelijk is voor het verkrijgen van de inlichtingen echter niet overschrijden.

De erfgenamen van een overleden man informeerden de inspecteur begin 2003 over het bestaan van spaartegoeden die hun vader in het buitenland aanhield. De inspecteur had naar aanleiding hiervan twee inlichtingenverzoeken gedaan bij de buitenlandse belastingautoriteiten. Het eerste verzoek had betrekking op één bankrekening. In het tweede verzoek vroeg de inspecteur expliciet om informatie over alle bankrekeningen. De inspecteur legde medio 2005 navorderingsaanslagen op. Volgens de erfgenamen heeft de inspecteur de termijn die noodzakelijk was voor het verkrijgen van de inlichtingen overschreden. De inspecteur stelde dat met internationale inlichtingenuitwisseling vaak meer tijd gemoeid is dan met informatieverzoeken in de binnenlandse sfeer. Het hof besliste dat de inspecteur door de onvolledigheid in het eerste verzoek een tweede verzoek had moeten indienen, waardoor een vertraging was ontstaan. De vertraging had volgens het hof niets te maken met het verkrijgen van inlichtingen uit het buitenland, maar met een fout van de inspecteur. De navorderingsaanslagen waren in strijd met het vrije kapitaalverkeer te laat opgelegd.

Bron: Taxence

Geen (schriftelijk) contract en toch betaling goodwill-vergoeding

Het begon met één dierenartsenpraktijk en meerdere werknemers. De aandeelhouder van de dierenartsenpraktijk droeg zijn aandelen over aan zijn zoon. De overige werknemers (samenwerkingspartners) richtten zelf B.V.’s op en werkten jaren zonder contract via hun B.V.’s voor de dierenartsenpraktijk. Uiteindelijk viel de dierartsenpraktijk uiteen en ontstond er ruzie met de samenwerkingspartners over de financiële afwikkeling. De samenwerkingspartners stelden zich op het standpunt dat zij een maatschap waren aangegaan met de dierenartsenpraktijk en daarom recht hadden op een goodwill-vergoeding.

Partijen hadden niets vastgelegd over de aard van hun samenwerking. Dit had tot gevolg dat het wel of niet bestaan van een maatschap geheel uit andere feiten en omstandigheden moest worden afgeleid. Het Hof heeft de samenwerking vervolgens beoordeeld op basis van materiële kenmerken.

Het Hof is daarbij ingegaan op de volgende elementen:

– overeenkomst

– samenwerking

– gelijkheid/gelijkwaardigheid

– verdeling van voordeel

– inbreng

– gerichtheid op voordeel voor alle deelnemers

Op basis van deze elementen kwam het Hof tot de conclusie dat in casu sprake was van een maatschap. Zelfs al was er geen schriftelijke overeenkomst die dit kon bevestigen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel.

Wanneer partijen niet vooraf expliciet aangeven wat voor type contractuele relatie hen voor ogen staat, brengt dat vermijdbare onzekerheid mee over de wijze waarop de relatie achteraf kan worden gekwalificeerd. Dit kan leiden tot een (vergroot) risico op herkwalificatie, oftewel gedurende de samenwerking is een bepaald type overeenkomst ontstaan, met alle gevolgen van dien. Zoals in dit geval een afrekening op basis van goodwill ten gunste van de samenwerkingspartners.

(Bron: Dijkstra Voermans)

Extra verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning kan nu zonder notaris

Per 1 januari 2012 is het eenvoudiger om gebruik te maken van de zogeheten ‘extra verhoogde schenkingsvrijstelling’ in verband met een schenking van ouders aan kinderen voor de financiering van een eigen woning. De tot 1 januari jl. geldende eis van een notariële akte is namelijk komen te vervallen.

Bij schenking van ouders naar kinderen gelden voor 2012 de volgende vrijstellingen:

  • de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van € 5.030;
  • de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar van € 24.144;
  • de extra verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar van € 50.300 ten      behoeve van de financiering van een studie of een eigen woning.

Voor de (extra) verhoogde vrijstellingen is vereist dat hierop een beroep wordt gedaan in de aangifte schenkbelasting. Dat is ook precies de reden dat de eis van een notariële akte is komen te vervallen. Door deze aangifte is controle door de Belastingdienst voldoende gewaarborgd. Vreemd genoeg wordt de eis van een notariële akte nog wel gesteld bij de extra verhoogde schenkingsvrijstelling ter financiering van een studie. Waarschijnlijk is hier sprake van een omissie en wordt de wet op dit punt nog aangepast.
­
Voor de volledigheid staan de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de extra verhoogde vrijstelling hieronder.
­
Eigen woning: De vrijstelling wordt slechts verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. De schenking wordt gebruikt voor een of meerdere van de volgende bestedingen:

  • de verwerving van een eigen woning;
  • het afkopen van een recht van erfpacht, opstal of beklemming;
  • het geheel of gedeeltelijk aflossen van een eigenwoningschuld;

In deze gevallen vindt de schenking plaats onder een opschortende voorwaarde. De schenking kan al zijn overeengekomen, maar wordt pas definitief als de hiervoor beschreven gebeurtenis zich voordoet.

  • kosten voor verbetering of onderhoud van de eigen woning. In dit geval vindt de schenking plaats onder ontbindende voorwaarde. De schenking vervalt als het geschonken bedrag niet in het jaar van de schenking of in de twee daarop volgende kalenderjaren is gebruikt voor verbetering of onderhoud van de eigen woning.

2. Op verzoek kan met schriftelijke bewijzen worden aangetoond dat het geschonken bedrag daadwerkelijk is gebruikt voor de eigen woning.
­
Studie: De vrijstelling wordt slechts verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De kosten voor de studie of opleiding zijn aanzienlijk hoger dan gebruikelijk. Hiervan is sprake als de kosten, exclusief kosten voor levensonderhoud, ten minste € 20.000 per jaar bedragen;
2. De schenking is gedaan bij notariële akte. In de akte is vermeld voor welke studie of opleiding het bedrag bedoeld is en hoe hoog de verwachte kosten zijn;
3. De schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het geschonken bedrag niet binnen twee kalenderjaren na het jaar waarin de schenking is gedaan aan de studie of opleiding is besteed;
4. Op verzoek kan met schriftelijke bewijzen worden aangetoond dat het bedrag is gebruikt voor de vermelde studie of opleiding.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Nog geen faillissementsbescherming bij banksparen

Door de intrekking van het wetsvoorstel Personenvennootschappen ontstaat er een ongelijk speelveld tussen de aanbieders van lijfrenteproducten. De faillissementsbescherming blijft namelijk alleen gelden voor lijfrenteverzekeringen, maar niet voor de bancaire lijfrente.

Het wetsvoorstel personenvennootschappen waarin de verschillende rechtsvormen voor een personenvennootschap zouden worden aangepast, is bij brief van 15 december 2011 door Minister Opstelten van Justitie ingetrokken. Dit heeft ook gevolgen voor de faillissementsbescherming voor lijfrentespaarrekeningen en lijfrentebeleggingsrechten.
­
Door het vervallen van het wetsvoorstel blijft de faillissementsbescherming hiervoor vooralsnog niet geregeld. Hierdoor blijft er een ongelijk speelveld bestaan tussen enerzijds de lijfrenteverzekeringen die wel onder de faillissementsbescherming vallen en anderzijds de lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten. Het is nu wachten op een nieuw wetsvoorstel.

Ongelijke speelveld

 

Gerelateerd nieuws

In het geval van een faillissement treedt de curator in de rechten en plichten van de verzekeringnemer of rekeninghouder. Dit betekent dat de curator de rechten en plichten van de verzekeringnemer of rekeninghouder kan uitoefenen. Hieronder valt in beginsel ook het recht op afkoop van een kapitaalverzekering of beëindiging van een lijfrenterekening om zo de schuldeisers te kunnen betalen. Alleen de curator is na het faillissement bevoegd om de rechten uit de verzekering of de rekening uit te oefenen.
­
Voor de afkoop van een lijfrenteverzekering door een curator is op deze hoofdregel een uitzondering opgenomen in de wet. Als aan de volgende voorwaarden is voldaan, kan de wet bescherming bieden bij faillissement:

  • de      betaalde premies kunnen in aftrek worden genomen als uitgaven voor      inkomensvoorziening;
  • het      opgebouwde kapitaal moet worden aangewend voor een periodieke uitkering;      en
  • op de      polis staat een afkoopverbod.

De bescherming geldt uitsluitend voor een verzekeringsproduct en niet voor een bancair product. Als de Eerste Kamer het wetsvoorstel had aangenomen, was er een einde gekomen aan dit verschil tussen een lijfrenteverzekering ten opzichte van een bancaire lijfrente. Door de intrekking van het wetsvoorstel blijft het ongelijke speelveld tussen de aanbieders bestaan.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Zet uw concurrentiebeding altijd zwart op wit (ook bij verlenging)

Eén op de vijf werknemers in Nederland is gebonden aan een concurrentiebeding en kan na afloop van de dienstbetrekking niet zomaar overal aan de slag. Hoe bindend is dat eigenlijk?

Concurrentiebeding altijd schriftelijk Eén op de vijf werknemers in Nederland is gebonden aan een concurrentiebeding. Dat betekent dat de werknemer na afloop van de dienstbetrekking, niet vrij is om te doen wat hij wil.

Het kan zijn dat hij gedurende een bepaalde periode niet bij een concurrent mag werken, of dat hij geen contact mag hebben met (ex-)klanten.

Aangezien een concurrentiebeding nogal ingrijpend is, moet het – om de werknemer te beschermen – altijd schriftelijk worden overeengekomen.

Via e-mail ook rechtsgeldig?
Een arbeidsovereenkomst met concurrentiebeding dat via e-mail verstuurd is en waarop de werknemer via de e-mail zijn akkoord geeft, is rechtsgeldig.

Beding blijft altijd bestaan?
Vaak wordt gedacht dat een concurrentiebeding blijft bestaan als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt verlengd. Zeker als bij de verlenging de arbeidsvoorwaarden gelijk blijven.

Niet onlogisch, maar toch zit het anders.

Een concurrentiebeding vervalt, als bij verlenging van een arbeidscontract niet expliciet is afgesproken dat het blijft gelden. Ofwel: als het niet opnieuw schriftelijk is afgesproken. Als de werknemer dan uit dienst gaat, kan de werkgever geen beroep doen op het concurrentiebeding.

Concurrentiebeding opnieuw ondertekenen
Laat daarom, om iedere discussie te voorkomen, de werknemer bij elke verlenging van een arbeidsovereenkomst het concurrentiebeding opnieuw ondertekenen.

(Bron: De Zaak)

5 vragen en antwoorden over innovatiefonds MKB

Als ondernemer wilt u blijven innoveren, maar juist in deze tijd kan het lastig zijn om goede investeerders te vinden voor innovatieve projecten. De overheid wil innovatief ondernemerschap ondanks de economische tegenwind blijven stimuleren. Wat u moet weten over deze toekomstige regeling: 5 vragen en antwoorden over het innovatiefonds MKB.

1. Waarom wordt het innovatiefonds MKB opgericht?

Aan innoveren hangt doorgaans een prijskaartje, want het ontwikkelen van nieuwe producten en technologieën kost nu eenmaal veel geld. Daarnaast is een dergelijke investering nooit zonder risico; van tevoren is vanzelfsprekend nog niet bekend of de uiteindelijke resultaten wel naar wens zullen zijn. Niet zo vreemd dus dat de drempel voor ondernemers en hun potentiële investeerders een stuk hoger wordt.

Wie daarbij optelt dat de markt van informeel risicokapitaal in Nederland nog minder ontwikkeld is dan in bijvoorbeeld Engeland of de VS, moet al snel de conclusie trekken dat het voor bedrijven in ons land een stuk minder makkelijk is om voor innovatieve projecten aan het benodigde kapitaal te komen. Het innovatiefonds MKB moet daar verandering in gaan brengen.

2. Wat houdt dit fonds precies in?

Dankzij het innovatiefonds MKB krijgen bedrijven, ook als ze nog niet over voldoende durfkapitaal beschikken, straks alsnog groen licht voor het uitvoeren van hun ideeën. De nadruk ligt hierbij op de fase waarin kennis wordt omgezet in een eindproduct (van kennis naar kassa). Een ander uitgangspunt is dat de regeling zo laagdrempelig mogelijk moet blijven. Dit wil de overheid bereiken door intensiever samen te werken met ondernemers en financiers.

3. Hoe zit het fonds in elkaar?

Het innovatiefonds MKB bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel bestaat uit innovatiekredieten die rechtstreeks aan ondernemingen worden verstrekt. In bepaalde gevallen zal worden gewerkt met risicokapitaal, dat via de SEED-regeling en investeringsfondsen bij de ondernemer terechtkomt. De belangrijkste voorwaarde is dat deelnemende bedrijven hun leningen terugbetalen wanneer de innovatie eenmaal succesvol op de markt is gebracht. Dit geld wordt vervolgens niet op andere gebieden besteed, maar zal later weer worden ingezet ter financiering van nieuwe innovatieve projecten.

4. Vanaf wanneer kan hier een beroep op worden gedaan?

Het innovatiefonds gaat officieel van start op 1 januari 2012. Tot en met het jaar 2015 gaat de overheid hiervoor vijfhonderd miljoen euro per jaar reserveren. Daarnaast zal volgend jaar het budget van het innovatiekrediet worden verdubbeld naar 95 miljoen euro. Tot slot kunnen straks niet alleen MKB-ondernemers, maar ook iets grotere bedrijven gebruik maken van het krediet.

5. Bestaan er volgend jaar nog andere regelingen?

Bedrijven kunnen ook gebruik blijven maken van de regeling ‘Innovatie Prestatie Contracten’. Deze regeling, waarmee een poging wordt gedaan om op de lange termijn innovatie en samenwerking binnen het MKB te stimuleren, is afgelopen voorjaar aangepast en verruimd. Sinds 1 april 2011 kunnen MKB-bedrijven gebruik maken van de nieuwe IPC-regeling. Lees meer over ‘Innovatie Prestatie Contracten’ op Agentschap NL.

Bron: Ik ga starten

Verplicht melden: overschrijding 500 kilometergrens auto van de zaak

Heeft u een auto van de zaak en een verklaring geen privégebruik, maar denkt u toch méér dan 500 kilometer privé te gaan rijden? Dan moet u dat voortaan bij de Belastingdienst melden, nog voordat u de grens van 500 kilometer overschrijdt. Voor een bestelauto met verklaring uitsluitend zakelijk gebruik geldt dit al voordat er ook maar 1 kilometer privé is gereden.

Verklaring geen privégebruik
Bij een verklaring geen privégebruik mag de bijtelling achterwege blijven en is er de zekerheid dat achteraf geen naheffingen volgen. Al moet nog wel kunnen worden bewezen dat er minder dan 500 kilometer per jaar privé is gereden.

Voortaan verplicht melden: overschrijding grens van 500 kilometer
Sinds 1 januari 2012 moet het direct bij de Belastingdienst worden gemeld als er meer dan 500 kilometer privé wordt gereden – nog vóórdat die grens daadwerkelijk is overschreden.

Gebruik voor de melding het volgende formulier van de Belastingdienst: Wijziging of intrekking Loonheffingen, Verklaring geen privégebruik auto.

Een dergelijke melding betekent dat de verklaring wordt ingetrokken.

Verplichting geldt ook bij bestelauto…
Deze verplichte melding geldt ook bij een bestelauto waarvoor een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik is afgegeven, maar dan nóg eerder, aangezien in zo’n geval geen enkele kilometer voor privédoeleinden mag worden gereden.

De melding moet dan dus worden gedaan nog voordat de bestelauto daadwerkelijk privé wordt gebruikt, met het volgende formulier: Intrekking verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto werknemer/werkgever. Net als bij de aanvraag van een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik, moet de werkgever dit formulier naar de Belastingdienst sturen.

… en voor zowel werknemer als werkgever
Bij een bestelauto geldt de meldplicht voor zowel werknemer als werkgever. Dat betekent dat als een werknemer geen melding doet, terwijl u weet of vermoedt dat hij de bestelauto toch privé gebruikt, u zelf de melding moet doen bij de Belastingdienst om de verklaring in te trekken. Doet u dat niet, dan kan er een boete volgen.

Boete
Overtreding van de meldplicht kan een boete opleveren voor zowel de werknemer als de werkgever, gebaseerd op het bedrag aan belasting dat de schatkist is misgelopen. Maar hieraan is een maximum verbonden van € 4.920.

Bovendien kan het zijn dat er met terugwerkende kracht loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet moet worden betaald.

(Bron: De Zaak)

Ga na of uw de waarde van uw Box 3 verhuurde woning kan verlagen.

Nog even en we mogen de aangifte inkomstenbelasting 2011 gaan verzorgen. Het nieuwe jaar brengt ook zo wat leuke zaken, toch? In dit bericht staan we stil bij de vraag hoe een verhuurde woning in box 3 moet worden aangegeven.

De waarde van een verhuurde woning die in box 3 valt, is, met ingang van 1 januari 2010, gelijk aan de WOZ – waarde. In sommige gevallen geldt een lagere waarde, zoals voor een permanent verhuurde woning en een woning op erfpachtgrond.

Verhuurde woningen

Voor verhuurde woningen die onder de huurbescherming vallen geldt dat de WOZ – waarde gecorrigeerd mag worden met de zogenaamde “leegwaarderatio”. De in aanmerking te nemen waarde in box 3 is dan de WOZ waarde vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. De leegwaarderatio is afhankelijk van het rendement dat wordt behaald en wordt bepaald aan de hand van de navolgende tabel:

Waarde verhuurde   woningen

De verhouding van     de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde is meer dan

maar niet meer dan

Leegwaarderatio is

0%

1,0%

60%

1,0%

1,5%

64%

1,5%

2,0%

68%

2,0%

2,5%

72%

2,5%

3,0%

75%

3,0%

3,5%

79%

3,5%

4,0%

82%

4,0%

–

85%

Deze leegwaarderatio is nodig om de waarde te berekenen van:

  • verhuurde      woningen waarvoor een huurprijs is overeengekomen die gebruikelijk is      tussen willekeurige derden. Willekeurige derden zijn personen die geen      zakelijke of familierelatie met elkaar hebben.
  • woningen      die gedeeltelijk zijn verhuurd en waarvoor een huurprijs is overeengekomen      die gebruikelijk is tussen willekeurige derden.
  • woningen      waar de verhuurder en huurder gelieerde partijen zijn en er een huurprijs      is overeengekomen die niet met derden zou zijn overeengekomen. Gelieerde      partijen zijn personen die familie van elkaar zijn of personen of      instellingen die een zakelijke relatie met elkaar hebben. Leegwaarderatio      is in dit geval altijd 79%

Praktisch gezien denk ik dat de meeste verhuurde woningen, appartementen, flats ed. die wij tegen komen in de praktijk onder de huurbescherming zullen vallen.

Voor de liefhebber wat is huurbescherming en wat valt er onder?

Huurbescherming

Huurbescherming beschermt huurders tegen het opzeggen van de huur door de eigenaar of verhuurder. Zowel bewoners van zelfstandige als van onzelfstandige woningen (zoals studentenkamers) hebben recht op huurbescherming.

Huurbescherming geldt ook voor geliberaliseerde huurcontracten[1]. Eventuele medehuurders, medebewoners en onderhuurders hebben ook huurbescherming. Voor bewoners van hospitakamers geldt gedeeltelijke huurbescherming (gaat over het algemeen in na 9 maanden).

Consequenties

Huurbescherming betekent dat als de verhuurder de huur opzegt en de huurder het daarmee niet eens is, de verhuurder altijd naar de rechter moet om de huurder eruit te krijgen.
Zolang de rechter niet heeft beslist dat de huurder het huis uit moet, loopt de huurovereenkomst gewoon door. Als de huurder in hoger beroep gaat, loopt de huurovereenkomst meestal door totdat de rechter in hoger beroep heeft beslist dat de huurder de woonruimte moet verlaten. Als de huurder niet in hoger beroep gaat, wordt de uitspraak van de lagere rechter na een bepaalde tijd onherroepelijk en kan de huurder eruit gezet worden. Soms kan de rechter in geval van zeer ernstige wanprestatie onmiddelijke ontruiming uitspreken

Huurbescherming geldt niet voor de huurders van:

* woonschepen (woonboten);
* winkelwoningen;
* dienstwoningen;
* recreatiewoningen zoals vakantiewoningen en seizoenwoningen;
* kamers in verzorgingshuizen.