Mobiliteitsbonussen, plaatsingsbonussen, scholingsvouchers en nog veel meer: doe er uw voordeel mee!

Oudere werkzoekenden willen een hoog salaris en zijn minder productief dan de jongere generatie. Dit soort vooroordelen hebben werkgevers al snel, waardoor het voor uitzendbureaus makkelijker is om werknemers onder de 50 jaar te plaatsen. Om de werkloosheid onder deze groep werkzoekenden te verminderen wordt van alles uit de kast gehaald.

Mobiliteitsbonussen

Indien een werkgever een werknemer in dienst neemt die 50 jaar of ouder is of die arbeidsgehandicapt is, kan de werkgever dit drie jaar lang een zogenaamde “mobiliteitsbonus” opleveren. Dit is een korting op de premies voor werknemersverzekeringen.
De hoogte van de bonussen luidt als volgt:

• € 7.000 per jaar voor een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder*;
• € 7.000 per jaar voor een arbeidsgehandicapte die gaat werken en ten minste het minimumloon verdient;
• € 3.500 per jaar voor een arbeidsgehandicapte die met loondispensatie gaat werken.

* Dit is nu nog vanaf 50 jaar en ouder, maar de verwachting is dat dit na een wetswijziging per 1 januari 2015 wordt aangepast naar 56 jaar en ouder.

Wat zijn de voorwaarden voor een dergelijke mobiliteitsbonus?

• U neemt een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder in dienst.
• U neemt een arbeidsgehandicapte in dienst.
• Heeft uw werknemer recht op beide premiekortingen? Dan past u alleen de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer toe. U mag de beide premiekortingen niet tegelijk toepassen.
• De werknemer heeft een doelgroepverklaring. Hierin staat dat hij een uitkering had op de dag vóór hij in dienst kwam.

Plaatsingsbonus

Naast voornoemde mobiliteitsbonussen zijn er meer voordelen te behalen. Als een intermediair een werkzoekende van 55 jaar of ouder begeleidt naar een baan, kan dit een bonus van maximaal € 1.500 opleveren. De plaatsingsbonus is een subsidie; hoe langer het dienstverband, hoe hoger de plaatsingsfee. Blijft de werknemer drie maanden in dienst? Dan is de plaatsingsbonus € 300. Is de werknemer zes maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst via dezelfde intermediair? Dan kan de intermediair een vervolgaanvraag doen voor een extra plaatsingsbonus van € 700. Is de werknemer twaalf maanden na zijn eerste werkdag nog in dienst via dezelfde intermediair? Dan kan de intermediair een tweede vervolgaanvraag doen voor een plaatsingsbonus van € 500.

Wat zijn de voorwaarden voor een plaatsingsbonus?

• De intermediair heeft de werkzoekende begeleid naar een baan.
• De eerste werkdag was op of na 1 oktober 2013.
• De werkzoekende was 55 jaar of ouder op de eerste dag van zijn WW-uitkering.
• De werkzoekende had minimaal 3 maanden een WW-uitkering op de dag dat hij bij een werkgever aan de slag ging.
• De werkzoekende heeft gewerkt voor de helft van het aantal uren waarvoor hij een WW-uitkering krijgt, maar minimaal twaalf uur per week, voor ten minste drie maanden.
• De werkzoekende heeft in iedere maand gewerkt.

De eerste aanvraag kan dus worden ingediend vanaf 1 januari 2014.

Scholingsvoucher

Naast de plaatsingsbonus is tevens de scholingsvoucher in het leven geroepen. Neemt u een werknemer in dienst die 55 jaar of ouder was op de eerste dag van zijn WW-uitkering en heeft deze werknemer zijn WW-uitkering minimaal drie maanden? Dan kunt u voor deze werknemer subsidie voor scholing aanvragen. Die subsidie heet “een scholingsvoucher”. De subsidie is maximaal € 750 (inclusief btw). Dit bedrag is bedoeld voor alle kosten die bij de opleiding horen.

Voor zowel de plaatsingsbonus als de scholingsvoucher geldt dat de regeling tijdelijk is en geldt voor arbeidscontracten die uiterlijk op 30 september 2015 ingaan. Voor beide geldt dat er een beperkt budget beschikbaar is .

Jongerenkorting

Niet alleen wanneer u een oudere werknemer in dienst neemt zijn er voordelen te behalen. Ook jongere werknemers kunnen kortingen met zich meebrengen. Indien een werkgever tussen 1 januari 2014 en 31 december 2015 een werknemer aanneemt die ouder dan 18 jaar is, maar jonger dan 27 jaar, dan krijgt de werkgever een premiekorting als deze werknemer een WW- of bijstandsuitkering heeft op het moment van aanname. De werknemer moet wel minstens een halfjaarcontract voor minimaal 32 uur per week krijgen.

De hoogte van de premiekorting is vastgesteld op € 3.500 per jaar. Voor jongeren die worden aangenomen vanaf 1 januari 2014, ontvangt de werkgever de premiekorting vanaf 1 juli 2014. Van 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 bedraagt de premiekorting dan € 1.750. De werkgever ontvangt de premiekorting voor de duur van de dienstbetrekking, met een maximum van 2 jaar.

De wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen gaat officieel in per 1 juli 2014, maar geldt voor jongere werknemers die u vanaf 1 januari 2014 aanneemt. De regeling is tijdelijk en duurt tot 1 januari 2016.

(Bron: Pellicaan)

Bestuursorgaan kan bezwaarschrift niet zelf intrekken

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een bestuursorgaan niet eigenhandig een bezwaarschrift als ingetrokken kan beschouwen. Hier dient een uitdrukkelijke goedkeuring van de indiener van het bezwaarschrift aan vooraf te gaan.

X maakt in september 2011 bezwaar tegen een aanslag IB/PVV. De inspecteur bevestigt de ontvangst van het bezwaar en verzoekt X de gronden ervan in te dienen. Vervolgens reageert X als volgt: ‘Ik ontving uw brief (…). Ik heb geen flauw idee waar deze brief op ziet / overgaat. Ik ga dan ook uit van een misverstand en verzoek u mij dit te bevestigen.’ De inspecteur concludeert hieruit dat X zijn bezwaar intrekt en legt deze conclusie vast in een brief van 8 november 2011. Per brief van dezelfde datum vult X de gronden van haar bezwaar aan. Als de inspecteur niet reageert, geeft X een formulier ‘Dwangsom bij niet tijdig beslissen’ af bij de Belastingdienst met als dagtekening 25 januari 2012. De stempel van binnenkomst van dit formulier vermeldt als datum 25 januari 2013. In juni 2013 stelt X vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een bestuursorgaan niet eigenhandig een bezwaarschrift als ingetrokken kan beschouwen. Hier dient een uitdrukkelijke goedkeuring van de indiener van het bezwaarschrift aan vooraf te gaan die in dit geval ontbreekt. De brief waarin de inspecteur aan X meedeelt dat hij het bezwaar als ingetrokken beschouwt kan in het onderhavige geval niet als uitspraak op bezwaar worden aangemerkt. Een rechtsmiddelclausule ontbreekt namelijk en bovendien heeft de brief niet de strekking van een uitspraak op bezwaar. De rechtbank concludeert dat de inspecteur tot op heden nog geen uitspraak op bezwaar heeft gedaan en dat hij dit alsnog zal moeten doen. X ontvangt een dwangsom van € 1.260.

(Bron: Taxlive)

Wat staat er in de algemene voorwaarden?

Moet ik als ondernemer algemene voorwaarden vastleggen?
Als je als ondernemer producten en/of diensten levert, dan is het handig om alles rond de (ver)koop en levering vast te leggen in je algemene voorwaarden. Vooral als je met meerdere klanten steeds dezelfde afspraken maakt. Maar hoe stel je deze voorwaarden op en waar moeten ze aan voldoen?

Wat zijn algemene voorwaarden?

Algemene voorwaarden zijn schriftelijk vastgelegde bepalingen, waarin van alles is geregeld over de mondelinge of schriftelijke overeenkomst die is gesloten tussen ondernemer en afnemer. Denk hierbij aan de betaalwijze, hoe een product of dienst wordt geleverd en binnen welke termijn, of er garantie op zit en hoe de klachtenafhandeling is geregeld. Zo hoef je niet steeds opnieuw met nieuwe klanten dezelfde voorwaarden af te spreken en is voor het sluiten van een overeenkomst al duidelijk welke afspraken gelden.

Verschillende soorten

Grofweg zijn er vier soorten algemene voorwaarden:
  • voor diensten
  • voor consumentenproducten
  • voor niet-consumentenproducten
  • voor verkoop op afstand.
Welke algemene voorwaarden je hanteert, hangt sterk af van het soort onderneming dat je hebt, welke klanten je bedient en in welke branche je werkt. Veel branche-organisaties stellen algemene voorwaarden op die geschikt zijn voor een specifieke branche. Consumenten zijn in de regel beter beschermd in de algemene voorwaarden, omdat van ondernemers wordt verwacht dat zij meer verstand hebben van overeenkomsten en zaken doen.

Zijn algemene voorwaarden verplicht?

Ondernemers zijn niet verplicht algemene voorwaarden op te stellen. Maar veel branches hebben in overleg met de Consumentenbond algemene consumentenvoorwaarden opgesteld. Als je lid bent van een branche- of beroepsvereniging kun je verplicht zijn om deze te gebruiken.

Wat zet je in de algemene voorwaarden?

In de regel worden de volgende zaken in algemene voorwaarden geregeld:
  • De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden
  • Betalingsvoorwaarden en incasso
  • Leveringsvoorwaarden
  • Garantie
  • Overmacht
  • Beëindiging van de overeenkomst
  • Klachten
  • Aansprakelijkheid
  • Verlenging en opzeggen

Wat mag niet?

In het Burgerlijk Wetboek staat niet wat er in de algemene voorwaarden moet worden vastgelegd, maar wel wat er niet in mag. De zaken die de kern van de prestaties aangeven, zoals de prestatie zelf (wat wordt er geleverd) de prijs en de duur van de overeenkomst. Daarnaast mogen ook geen ‘onredelijk bezwarende bepalingen’ worden opgenomen.

De wet hanteert een zwarte lijst en een grijze lijst (art. 6:236-237 BW) met onredelijk bezwarende bepalingen voor consumentenvoorwaarden. Bij overeenkomsten tussen bedrijven zijn de grijze en zwarte lijst niet ‘dwingend’. Als een van de partijen echter stelt dat een bepaalde voorwaarde in zijn situatie toch onredelijk bezwarend is, zal de rechter wel sneller geneigd zijn dit te geloven als die voorwaarde op de grijze of zwarte lijst staat.

(Bron: MKB Servidesk)

Checklist: het opzetten van een goede administratie of boekhouding

Boekhouden, oftewel het op orde brengen van de financiële administratie, is wettelijk verplicht voor iedereen die een bedrijf start. Of het beter is om de bedrijfsadministratie uit te besteden aan een professional of dit zelf te doen, hangt af van uw persoonlijke situatie. Maar een gedegen basiskennis van boekhouden is natuurlijk altijd mooi meegenomen. Lees er meer over in de checklist: het opzetten van een overzichtelijke administratie.

1. Start op tijd

Daarmee bedoelen we eigenlijk: u kunt als startende ondernemer niet vroeg genoeg beginnen met het in kaart brengen van uw administratie. Ook als u zich nog slechts in de voorbereidende fase bevindt en nog niet daadwerkelijk bent gestart, is het zinvol om uw inkomsten en uitgaven op een rijtje te hebben.

Veel ondernemers investeren voorafgaand aan de start van hun onderneming al in de aanschaf van bedrijfsmiddelen en omdat deze kosten fiscaal aftrekbaar zijn, moet u deze gegevens goed bewaren. Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan bonnetjes van relevante aankopen, maar zorg er ook voor dat u altijd kopieën maakt van alle ontvangen en verzonden offertes en facturen.

2. Houd rekening met de Belastingdienst

De Belastingdienst stelt een aantal belangrijke eisen aan een deugdelijke administratie. Zo moet u zich verplicht houden aan de bewaarplicht van zeven jaar (let op: voor onroerende zaken, zoals de huur van een bedrijfspand, geldt een bewaarplicht van tien jaar). De fiscus beschouwt de volgende onderdelen als de basisgegevens van uw administratie:

  • Grootboek
  • Debiteurenadministratie
  • Crediteurenadministratie
  • Voorraadadministratie
  • In- en verkoopadministratie
  • Indien van toepassing: de loonadministratie

(Ambitions Accountants en Adviseurs: Wij hebben een boekhoudprogramma ontwikkeld in Excel, welke rekening houdt met al deze bovenstaande eisen en wat ook nog gemakkelijk te hanteren is.)

3. Hoe zet ik een administratie op?

Meestal is het openen van een zakelijke rekening de eerste stap. Doorgaans wordt namelijk aangeraden om uw zakelijke administratie gescheiden te houden van het geld dat u privé ontvangt en uitgeeft. Zo kunt u in één oogopslag zien hoe het ervoor staat met uw zakelijke inkomsten en uitgaven, zonder dat u daarbij eerst de kosten van de wekelijkse boodschappen of uw abonnement op dat ene tijdschrift moet wegstrepen.

Als u, nadat u uw bedrijf heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, volgens de Belastingdienst btw-plichtig bent, ontvangt u van de fiscus automatisch een btw-nummer. Een aantal bekende belastingvoordelen voor ondernemers zijn de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is echter dat u voldoet aan het urencriterium:

  • U besteedt als ondernemer 1225 uren aan het feitelijk drijven van één of meer ondernemingen.
  • U besteedt meer dan vijftig procent van de tijd die u werkte aan één of meer ondernemingen. Let op: was u in één van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer? Dan hoeft u niet te voldoen aan deze voorwaarde van vijftig procent.

Uit uw bedrijfsadministratie moet straks blijken dat u heeft voldaan aan het urencriterium. Maak daarom aan het einde van iedere werkdag een concreet overzicht van wat u precies heeft gedaan en hoeveel uren u die dag aan uw bedrijf heeft besteed, bijvoorbeeld: anderhalf uur gewerkt aan het schrijven van een ondernemingsplan, drie uur bezig geweest met het uitvoeren van werkzaamheden voor een klant en twee uur besteed aan het plegen van acquisitie.

4. Ga zorgvuldig te werk

U zult al snel merken dat het aantal administratieve gegevens – en daarmee de voorraad facturen, offertes en bonnetjes – snel toeneemt. Het is daarom raadzaam om van begin af aan zorgvuldig te werk te gaan, zodat u het overzicht niet kwijtraakt. Daarnaast zal, indien u ervoor kiest om de administratie uit te besteden, niet alleen uw administrateur dit waarderen, maar zal het ook een gunstig effect hebben op de kosten. Het bijwerken van een geordende administratie vergt nou eenmaal aanzienlijk minder tijd.

Boekhouders adviseren hun cliënten vaak om gebruik te maken van een zogeheten ‘bakkensysteem’, waarbij alle inkomende en uitgaande documenten worden onderverdeeld in verschillende bakken (of ordners natuurlijk). Het is daarnaast zaak om de administratie bij voorkeur tweewekelijks of anders minimaal eens per maand bij te werken. Zo zorgt u ervoor dat u de betaling voor inkomende nota’s op tijd voldoet en anderzijds uw uitgaande facturen tijdig verstuurt. Een gemiddelde bedrijfsadministratie kan worden verdeeld over vijf bakken, namelijk:

  • Bak 1: inkomende facturen, bijvoorbeeld van een leverancier of een ZZP’er die voor u bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd.
  • Bak 2: uitgaande facturen, bijvoorbeeld naar klanten en opdrachtgevers. Tip: verwerk hierin ook een urenlijst van de projecten waaraan u werkt en die u heeft afgerond, indien deze relevant kunnen zijn voor declaraties.
  • Bak 3: het ‘bonnenbakje’. Dit is de bak waarin u naast bonnen ook alle bankafschriften bewaart.
  • Bak 4: de fiscale bak. Hierin bewaart u niet alleen de gegevens en aangiftes voor de btw en de inkomstenbelasting, maar ook – indien relevant – uw VAR-verklaringen.
  • Bak 5: contracten en vergelijkbare juridische documenten die van toepassing op de gemaakte afspraken met uw klanten, opdrachtgevers en leveranciers.

(Bron: Ikgastarten)

Breng btw-aspecten vóór investering goed in kaart

Voor de ondernemer is vooral van belang of hij de btw, die hem in rekening is gebracht bij het doen van investeringen, in aftrek kan brengen op de door hem verschuldigde btw. De aftrek van voorbelasting verlaagt immers het investeringsbedrag. Het is daarom belangrijk om de btw-aspecten voorafgaand aan de investering goed in kaart te brengen.

Voorbelasting

De ondernemer kan de btw die hem in rekening wordt gebracht (de zogenoemde voorbelasting) in aftrek brengen op de door hem verschuldigde omzetbelasting. Daaraan is onder andere de voorwaarde verbonden dat de voorbelasting moet drukken op goederen die de ondernemer gebruikt voor belastbare handelingen. Gebruikt de ondernemer de goederen voor vrijgestelde of andere niet-belastbare handelingen? Dan heeft hij voor die goederen geen recht op aftrek van voorbelasting. Het niet-aftrekbaar zijn van de voorbelasting op investeringen speelt een belangrijke rol bij het doen van investeringen. De ondernemer moet in dat geval namelijk een keuze maken tussen kopen of huren (leasen). Bij koop financiert hij de niet-aftrekbare btw in één keer. Terwijl hij bij huur of operational lease de btw uitsmeert over de termijnen. Dat levert hem een liquiditeitsvoordeel op.

 

Keuzevermogen

Het maken van een afweging bij een nieuwe investering is niet eenvoudig. De ondernemer krijgt namelijk – net zoals in de inkomstenbelasting – ook in de omzetbelasting te maken met investeringsgoederen die worden gebruikt voor zowel ondernemingsdoeleinden als voor privédoeleinden. De ondernemer moet in dat geval het investeringsgoed toerekenen aan het privévermogen, het bedrijfsvermogen of het goed splitsen in een privédeel en een bedrijfsdeel.

 

Privévermogen

Als de ondernemer het investeringsgoed volledig rekent tot zijn privévermogen (‘niet-bedrijfsvermogen’), dan heeft hij geen recht op aftrek van voorbelasting. Een latere verkoop leidt dus niet tot heffing van btw. Wel is de voorbelasting voor het gebruik en het onderhoud aftrekbaar voor zover deze betrekking hebben op het gebruik in de onderneming. De ondernemer moet bij deze aftrek wel rekening houden met een correctie voor privégebruik.

 

Bedrijfsvermogen

De ondernemer kan ook ervoor kiezen om het investeringsgoed volledig te rekenen tot zijn bedrijfsvermogen. De voorbelasting op de investeringsgoederen is in beginsel aftrekbaar. Latere verkoop of onttrekking verricht hij als ondernemer. Privégebruik moet hij wel corrigeren. Vanaf 2011 is aftrek van voorbelasting op onroerende zaken alleen nog mogelijk voor zover het gaat om het gebruik van de onroerende zaak voor zakelijke prestaties. Voor zover sprake is van privégebruik, heeft de ondernemer geen recht meer op aftrek van voorbelasting. Hij is in dat geval daarom geen btw verschuldigd over het privégebruik.

 

Splitsing

Een andere mogelijkheid is om het investeringsgoed te splitsen in een privédeel en een bedrijfsdeel. De ondernemer moet deze splitsing baseren op de verhouding tussen privé- en zakelijk gebruik in het jaar van aanschaf. In dit geval is alleen de voorbelasting aftrekbaar die op het bedrijfsdeel drukt. Bij latere verkoop of onttrekking is omzetbelasting verschuldigd over het gedeelte van de vergoeding dat betrekking heeft op het bedrijfsdeel. Deze keuzemogelijkheid geldt overigens niet voor auto’s of diensten.

 

Zorg voor een goede factuur

Is eenmaal duidelijk dat en in hoeverre de ondernemer de goederen voor belaste handelingen is gebruikt? Dan moet de ondernemer ook nog nagaan of de voorbelasting is vermeld op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur. Kleine gebreken in de factuur kunnen namelijk het recht op voorbelasting al in rook doen opgaan. Zie in dit kader ook ‘Nieuwe btw-regels voor facturering en administratie per 1 januari 2013’ en ‘Factuurvereisten voor de btw’.

 

Betaal de factuur

Verder moet de ondernemer ook ervoor zorgen dat de factuur is betaald. Wanneer een ondernemer om welke reden dan ook de factuur niet betaalt, moet hij de voorbelasting namelijk terugbetalen aan de Belastingdienst. De ondernemer is die voorbelasting verschuldigd op het moment waarop redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de factuur niet meer zal worden betaald. Hij is de afgetrokken voorbelasting in ieder geval verschuldigd als hij na twee jaar nog niet heeft betaald. Deze laatste termijn geldt zelfs als nog niet duidelijk is of hij al dan niet zal betalen. Denk hierbij aan de situatie waarbij er nog een procedure aanhangig is.

(Bron: Taxence)

Alles over het opstellen van een balans

Wilt u weten wat de actuele financiële situatie van uw bedrijf is, bijvoorbeeld wanneer het tijd is om de jaarrekening op te stellen? Dan kan het maken van een balans u het benodigde inzicht geven. Een balans is een concreet overzicht van alle bezittingen, schulden en het eigen vermogen van uw onderneming. In dit artikel leest u er alles over: alles over het opstellen van een balans.

1. Wat is een balans?

Een balans is een concreet overzicht van uw bezittingen, schulden en eigen vermogen op een specifiek moment. Daarom moet u de balans zien als een momentopname; u krijgt een duidelijk beeld van hoe uw onderneming er op dat moment financieel voor staat en of er sprake is van een positief of negatief eigen vermogen. Daarnaast kunt u uit de balans opmaken welke investeringen u in de afgelopen periode heeft gedaan en – nog relevanter – hoe u deze heeft gefinancierd.

Een bedrijf starten kost naast energie vaak ook geld. Als startende ondernemer moet u doorgaans in veel zaken investeren. Denk aan investeringen in relevante bedrijfsmiddelen (computerapparatuur, bedrijfsauto etc.), het huren of kopen van een geschikte bedrijfslocatie en het (laten) ontwikkelen van een goede huisstijl. Dergelijke investeringen ziet u ook terug in de balans. Belangrijk: een balans moet altijd in evenwicht zijn. Dat wil zeggen: de bedragen aan beide kanten moeten bij elkaar opgeteld op hetzelfde bedrag uitkomen.

2. Hoe is een balans opgesteld?

Wij hebben hieronder een afbeelding opgenomen van een standaard balansindeling:

Zoals u ziet, is een balans altijd opgesteld uit een linker- en een rechterzijde. Aan de linkerzijde (de activa-kant, ook wel debetzijde genoemd) benoemt u uw bezittingen. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan geld, goederen of debiteuren. De rechterzijde van de kolom (de passiva-kant, ook wel creditzijde genaamd) is voorbehouden aan de gemaakte schulden, onderverdeeld in lang vreemd vermogen (leningen met een looptijd langer dan één jaar) en kort vreemd vermogen (leningen met een looptijd van maximaal één jaar), plus uw eigen vermogen.

3. Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa?

Vaste activa zijn balansposten van de kapitaalgoederen die meer dan één productieproces of jaar meegaan, zoals grond en terreinen, gebouwen, auto’s, computerapparatuur en uw inventaris. Vlottende activa zijn – de naam zegt het eigenlijk al een beetje – kapitaalgoederen die slechts één productieproces of nog minder lang meegaan. Hieronder valt bijvoorbeeld de voorraad, maar ook grondstoffen, eventuele vorderingen, debiteuren en kasgeld.

4. En hoe worden eigen, lang vreemd en kort vreemd vermogen onderscheiden?

Het eigen vermogen staat letterlijk voor het bedrag dat u de afgelopen periode als ondernemer zelf in uw bedrijf heeft geïnvesteerd. Van het zogenoemde lang vreemd vermogen moet u apart melding maken, omdat het hier gaat om een lening of hypotheek met een looptijd van één jaar of langer. Het kort vreemd vermogen is dan weer van toepassing op kortlopende schulden, zoals salarissen voor uw werknemers of het afdragen van belasting.

5. Hoe lang blijft een balans geldig?

Zoals gezegd is een balans een momentopname. Zodra u een nieuwe aanschaf doet of een product of dienst levert aan een nieuwe klant, zal dit gevolgen hebben voor de balans. Zo’n ontwikkeling wordt een balansmutatie genoemd. Het is echter niet bevorderlijk voor het overzicht als u iedere wijziging of ontwikkeling zou moeten verwerken in de balans. Het is daarom gebruikelijk om apart melding te maken van deze mutaties.

Houd er rekening mee dat ook balansmutaties met elkaar in evenwicht moeten zijn. Stel: u heeft afgelopen zomer voor uw medewerkers op kantoor nieuwe computerapparatuur aangeschaft. De kosten: vijftienduizend euro. Dit betekent voor de balansmutatie dat u bij uw huidige inventaris vijftienduizend euro moet optellen, terwijl er bij uw zakelijke bankrekening hetzelfde bedrag moet worden afgetrokken. Op deze manier blijft de balans in evenwicht.

Komt u er toch niet helemaal uit met het opstellen van de balans en eventuele mutaties of twijfelt u of alles klopt? Leg de door u opgestelde balans dan altijd eerst voor aan een boekhouder of accountant. U kunt er uiteraard ook voor kiezen om de gehele boekhouding uit te besteden aan een professional.

Dit kan – zeker als u zelf geen held bent op het gebied van administratieve zaken – een verstandige beslissing zijn. U moet in dat geval uiteraard wel rekening houden met extra kosten. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van welk gedeelte u van de bedrijfsadministratie uitbesteedt.

(Bron: Ikgastarten)

Ontslagprocedures en opzegverboden

Wilt u personeel ontslaan? Dan moet u daarvoor een goede reden hebben. Die kan zijn: werkweigering, verwijtbaar gedrag, veel ziekteverzuim, reorganisatie of bedrijfssluiting. Ontslaat u binnen 3 maanden meer dan 20 werknemers? Dan is er sprake van collectief ontslag.

Ontslag met wederzijds goedvinden

Spreken u en uw werknemer in onderling overleg af zijn dienstverband te beëindigen? Dan is er sprake van ontslag met wederzijds goedvinden. Uw werknemer gaat vrijwillig akkoord met het ontslag. U kunt de afspraken met uw werknemer vastleggen in een beëindigingsovereenkomst. Ook kunt u een ontslagvergoeding overeenkomen. Voor ontslag met wederzijds goedvinden hebt u geen toestemming nodig van het UWV. U hoeft de kantonrechter niet om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen.

Ontslagvergunning bij UWV

Wilt u een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd beëindigen zonder toestemming van de werknemer? Dan kunt u een ontslagvergunning aanvragen bij UWV. In een aantal gevallen hebt u geen ontslagtoestemming nodig. Dit is onder andere het geval bij onderwijzend personeel, zoals rijinstructeurs.

Ontslag via de kantonrechter

Krijgt u van UWV geen toestemming uw werknemer te ontslaan? Dan kunt u bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd indienen. Hiervoor hebt u gewichtige redenen nodig, zoals een dringende reden bij ontslag op staande voet of een vertrouwensbreuk.

Opzegverboden door ontslagbescherming

Er zijn situaties waarin uw werknemer tegen ontslag is beschermd. U mag hem dan niet ontslaan. Ook niet als u van UWV een ontslagvergunning hebt gekregen. Een opzegverbod of ontslagverbod geldt niet als u de arbeidsovereenkomst laat ontbinden door de rechter.

Meent uw werknemer dat het ontslag in strijd is met een opzegverbod? Dan moet hij binnen 2 maanden schriftelijk bezwaar maken bij u. Als u hier geen gehoor aan geeft, dan kan de werknemer (binnen 6 maanden) naar de rechter.

Ontslagregels in cao of arbeidsovereenkomst

In een cao of arbeidsovereenkomst kunnen afwijkende regels over het ontslag staan. Bij een overeenkomst voor bepaalde tijd moet u meestal wachten tot de contractperiode is afgelopen.

(Bron: Overheid)

Faillissement

Kunt u uw schulden niet meer aflossen en uw rekeningen niet meer betalen? Dan kunt u de rechtbank vragen u failliet te laten verklaren. Met een formulier kunt u een aanvraag voor uw faillissement opstellen. Dat kunt u voor uzelf doen of voor het bedrijf dat u vertegenwoordigt. U kunt de aanvraag zonder advocaat indienen bij de rechtbank.

Wie is aansprakelijk bij betalingsonmacht?

Bent u bestuurder van bijvoorbeeld een nv of een bv? Dan kan de Belastingdienst u persoonlijk aansprakelijk stellen. Wilt u dit voorkomen? Dan meldt u de betalingsproblemen bij de Belastingdienst met het formulier ‘Melding van betalingsonmacht bij belastingen en premies’. Dit doet u binnen 2 weken nadat de betalingsonmacht is ontstaan.

Kunnen uw schuldeisers uw faillissement aanvragen?

Als u 2 of meer schuldeisers hebt, kunnen zij via een advocaat uw faillissement aanvragen. Of het aanvragen van een faillissement de moeite loont, hangt onder meer af van de soort vordering en de hoogte ervan. Uw schuldeisers kunnen ook een minnelijk akkoord met u proberen te sluiten.

Wat gebeurt er als u failliet bent verklaard?

Als de rechter u of uw bedrijf failliet verklaart, stelt hij een curator aan. Deze mag als enige uw bedrijf beheren vanaf de dag dat u failliet bent verklaard. De curator mag uw bezittingen verkopen en de opbrengsten verdelen onder de schuldeisers. De curator bepaalt of u uw werk direct of op een later moment moet stoppen. Ook kan hij toestemming geven welk werk u wel en niet mag doen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om verkopen, contracten sluiten, rekeningen betalen of innen.

Wilt u opnieuw starten?

Wilt u opnieuw starten als ondernemer en hebt u nog openstaande schulden of rekeningen? Houd er rekening mee dat u deze alsnog moet betalen aan uw schuldeisers, zoals de Belastingdienst.

Is uw klant failliet?

Is een van uw klanten failliet gegaan? En hebt u nog geld van hem tegoed? Dan krijgt u van de curator een brief over het faillissement van de klant. Hebt u geen brief gekregen? Dan neemt u zelf contact op met de curator. In een vergadering bespreekt de curator alle openstaande rekeningen. U kunt uw factuur dan toelichten.

Rangorde van schuldeisers

Bij een faillissement geldt een rangorde van schuldeisers. Deze rangorde is onder andere afhankelijk van de vordering. Zodra de curator een rangorde heeft bepaald, komt hij met een (slot)uitdelingslijst.

Overzicht van faillissementen

Op Rechtspraak.nl vindt u alle faillissementen, surseances van betalingen en schuldsaneringen natuurlijke personen van na 1 januari 2005. Dit heet het Centraal Insolventieregister.

(Bron: Overheid)

Bedrijfsruimte huren

Wilt u een bedrijfsruimte huren? Houdt u er dan rekening mee dat er 2 categorieën zijn: middenstandsbedrijfsruimten en overige bedrijfsruimten. De regels verschillen per categorie.

Middenstandsbedrijfsruimten

Middenstandsbedrijfsruimten zijn panden die voor het publiek toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld winkels en horecagelegenheden, garages, campings en hotels. U levert hier direct uw producten of diensten.

Wat zijn uw rechten?

Als huurder van een middenstandsbedrijfsruimte hebt u recht op huur- en huurprijsbescherming. U mag de ruimte 10 jaar gebruiken. Deze periode is verdeeld in 2 delen van 5 jaar. U kunt ook een kortere termijn overeenkomen.

De verhuurder mag de huur tussentijds niet verhogen. Behalve als u dat samen in het huurcontract hebt vastgelegd. Na 5 jaar kunt u met de verhuurder een nieuwe huurprijs afspreken. U kunt daarvoor bijvoorbeeld periodieke huurverhogingen afspreken op basis van de consumentenprijsindexcijfers van het CBS. Voor de verhoging van de huurprijs is geen wettelijk maximum.

Bij geschillen kunt u via de kantonrechter een beroep doen op de bedrijfshuurcommissie.

Hoe kunt u prijzen vergelijken van winkellocaties?

Met de online Huurprijsvergelijker kunt u huurprijzen van winkellocaties in Nederland vergelijken.

Overige bedrijfsruimten

Overige bedrijfsruimten zijn panden die niet onder middenstandsbedrijfsruimten vallen, zoals kantoren, fabrieken en pakhuizen.

Wat zijn uw rechten?

In tegenstelling tot middenstandsbedrijfsruimten hebt u bij overige bedrijfsruimten geen recht op huur- en huurprijsbescherming. U spreekt de huurprijs en huurprijsverhogingen onderling af. De jaarlijkse huurprijsverhoging voor woonruimten geldt niet voor bedrijfsruimten.

Standaard is uw betalingstermijn ook uw opzegtermijn. Als u maandelijks huur betaalt, dan moet u ook minimaal een maand van tevoren de huur opzeggen. In het huurcontract kunt u een andere opzegtermijn afspreken.

Is uw pand een middenstandsbedrijfsruimte of niet?

In de praktijk blijkt het verschil soms moeilijk aan te tonen. In het uiterste geval beslist de rechter.

Belastingen

Huurt u een bedrijfsruimte? Dan kunt u de kosten die u maakt, aftrekken van de opbrengsten van uw onderneming. Bijvoorbeeld: energiekosten, schoonmaakkosten en inrichtingskosten.

Over de huurprijs hoeft u geen btw te betalen. Dit geldt zowel voor middenstandsbedrijfsruimten als voor overige bedrijfsruimten. U kunt met de verhuurder afspreken dat hij wel btw in rekening brengt. Dit kan voor u als huurder voordelig zijn. U moet dan aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Zzp’ers en verzekeringen via het UWV (mogelijk) tot 13 weken na dienstbetrekking

Als zelfstandig ondernemer bent u niet verplicht verzekerd voor inkomensverlies door ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. U moet zelf uw verzekeringen regelen. Anders krijgt u geen uitkering als u bijvoorbeeld ziek of arbeidsongeschikt wordt.

Vrijwillig verzekeren

Als u een eigen bedrijf begint, kunt u een vrijwillige verzekering afsluiten bij UWV. U meldt zich aan bij UWV binnen 13 weken nadat uw verplichte werknemersverzekering via werk of uitkering is gestopt. Daarnaast kunt u zich vrijwillig tegen een aantal andere bedrijfsrisico’s verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij.

Op de website Verzekeren voor Zelfstandigen vindt u informatie over verzekeren voor arbeidsongeschiktheid, oudedagsvoorziening en aansprakelijkheid.

Volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn verplicht voor iedereen die in Nederland werkt of woont. Als zzp’er betaalt u de premie volksverzekeringen via uw inkomstenbelasting.

(Bron: Overheid)