Mogelijk loonbelasting afkoopsom leaseauto

De afkoopsom die werknemers moeten betalen als zij zelf voortijdig het leasecontract voor een duurdere auto van de zaak beëindigen, kan loon zijn waarover u belasting moet inhouden. Zelfs als u de afkoopsom kwijtscheldt of afziet van verhaal, kan er sprake zijn van belastbaar loon uit (vroegere) dienstbetrekking. Dit bleek onlangs uit een rechtszaak waarbij een werkgever bezwaar had gemaakt tegen een naheffingsaanslag over de afkoopsom.

Als uw werknemers een auto van de zaak rijden, is dit vaak een zogenoemde normauto. Uw werknemer mag een duurdere auto rijden, maar dan betaalt hij maandelijks bovenop de bijtelling een bovennormbijdrage. Als een werknemer zelf het leasecontract eerder beëindigt, vormen de maandelijkse bijdragen voor de resterende looptijd een afkoopsom. Neemt de werknemer vervolgens ontslag, dan kunt u afspreken dat hij de afkoopsom niet hoeft te betalen; dat u het bedrag kwijtscheldt; of dat u afziet van verhaal. Fiscaal gezien zijn de gevolgen voor de laatste twee gevallen gelijk en is er sprake van loon. Dit is niet het geval als u de afkoopsom als crediteur kwijtscheldt. U hoeft dan dus geen loonbelasting over de afkoopsom te betalen.

Kwijtschelding voor of na dienstbetrekking

De rechter oordeelt als het nodig is hoe u fiscaal met de afkoopsom moet omgaan. Rechtbank Haarlem deed dit onlangs toen een werkgever bezwaar maakte tegen een naheffingsaanslag over de afkoopsom, die als loon werd aangeduid. De werkgever zag het namelijk niet als loon, omdat de kwijtschelding onderdeel was van een wijziging van de arbeidsovereenkomst, voordat deze beëindigd werd. Volgens de rechter was dat echter niet schriftelijk onderbouwd en was de kwijtschelding een gevolg van de arbeidsbeëindiging. De werkgever stelde ook dat de afkoopsom geen loon zou vormen, omdat er anders een negatief loon zou ontstaan als de werknemer alles zou moeten terugbetalen. Ook die vlieger ging niet op. Hetzelfde gold voor kwijtschelding als crediteur.

Bepaal wat u met een afkoopsom doet

De rechtbank oordeelde dat de afkoopsom binnen de dienstbetrekking was kwijtgescholden. Daarom was de afkoopsom aan te duiden als belastbaar loon uit dienstbetrekking en moest de werkgever de naheffingsaanslag betalen. Wilt u dit voorkomen, stel dan van tevoren vast hoe u omgaat met een afkoopsom als een leasecontract voortijdig wordt beëindigd.
(Bron BV Rendement: 28 juli 2011)

Kwalficeren als ondernemer; feiten latere jaren ook van toepassing?

Alle opbrengsten (zowel positieve als negatieve) worden in de belastingheffing betrokken als deze opkomen uit een zogeheten bron van inkomen. In fiscale zin is sprake van een bron van inkomen als is voldaan aan drie criteria: men neemt deel aan het economische verkeer, met het oogmerk om daarmee een voordeel te behalen dat redelijkerwijs is te verwachten. Als de betreffende activiteiten een bron van inkomen vormen, zijn in beginsel de opbrengsten belast en de kosten aftrekbaar. De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat feiten en omstandigheden van latere jaren van belang kunnen zijn voor vraag of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting en dus van een inkomensbron.
Alle opbrengsten (zowel positieve als negatieve) worden in de belastingheffing betrokken als deze opkomen uit een zogeheten bron van inkomen. In fiscale zin is sprake van een bron van inkomen als is voldaan aan drie criteria:

  • men neemt deel aan het economische verkeer,
  • met het oogmerk om daarmee een voordeel te behalen,
  • dat redelijkerwijs is te verwachten.

Als de betreffende activiteiten een bron van inkomen vormen, zijn in beginsel de opbrengsten belast en de kosten aftrekbaar.

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of feiten en omstandigheden van latere jaren van belang kunnen zijn voor de beoordeling of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting en dus van een bron van inkomen.

In de onderhavige procedure had een man in 2005 drie muzikale optredens verzorgd. Al vóór 2005 was hij begonnen met het op peil brengen van zijn muzikale vaardigheden en het inspelen van een digitaal orkest dat zorgde voor de begeleiding bij zijn optredens. De man had zich ingeschreven in het handelsregister en voerde een boekhouding. In 2005 waren de kosten van zijn optredens hoger dan de kosten. De man wilde een verlies uit onderneming in aanmerking nemen en claimde de zelfstandigenaftrek. De inspecteur stemde daarmee echter niet in. Rechtbank Arnhem was het daarmee eens. Voor Hof Arnhem was in geschil of de muzikale activiteiten van de man in het jaar 2005 een bron van inkomen vormden, in het bijzonder of sprake was van een (objectieve) voordeelsverwachting.

Het hof was van oordeel dat de man in 2005 redelijkerwijs niet kon verwachten dat hij met zijn muzikale activiteiten in de toekomst positieve opbrengsten zou behalen en dat die activiteiten daarom niet kwalificeerden als een bron van inkomen. Het hof baseerde zijn oordeel op de omstandigheid dat in de jaren 2005 tot en met 2008 de kosten van de optredens steeds de opbrengsten overtroffen en dat hij in 2009 geen optredens meer had verzorgd. Ook had hij het hof aangegeven dat het niet erg waarschijnlijk was dat zijn muzikale activiteiten al op korte termijn tot positieve resultaten zouden leiden.

De man stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Hij was van mening dat voor de beoordeling van de aanwezigheid van een bron van inkomen (winst uit onderneming) niet mag worden gelet op gegevens van latere jaren (wijsheid achteraf) en dat het hof een te korte termijn in aanmerking had genomen voor de beoordeling van de bronvraag.
De Hoge Raad was echter van oordeel dat het hof juist had geoordeeld. Voor de vraag of in een bepaald jaar sprake is van een onderneming en in het bijzonder of sprake is van een objectieve voordeelsverwachting, zijn in beginsel de feiten en omstandigheden van dat jaar beslissend. Maar dit is nog niet het complete verhaal. Feiten en omstandigheden van latere jaren kunnen licht werpen op de vraag of in het onderhavige jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting -en dus van een inkomensbron- en mogen daarom in aanmerking worden genomen.

Onjuiste tennaamstelling? Aanslag vernietigd.

Rechtbank Leeuwarden heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd, omdat deze niet aan de bv maar aan de fiscale eenheid opgelegd had moeten worden.

De op 13 januari 2005 opgerichte bv houdt zich bezig met diensten op het gebied van automatisering en telecommunicatie alsmede met handel in en im- en export van bouwmaterialen. Vanaf 1 februari 2005 vormt de bv met een andere vennootschap een fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

 

Na een boekenonderzoek bij de bv weigert de inspecteur aftrek van voorbelasting en legt hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op over het tijdvak van 1 april tot en met 31 december 2005.

 

Rechtbank Leeuwarden vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat deze niet aan de bv maar aan de fiscale eenheid opgelegd had moeten worden. De uitzondering waar vernietiging achterwege kan blijven (HR 19 december 1990, nr. 26 825, BNB 1991/79) doet zich niet voor omdat in het geval van de bv door de afgegeven beschikking fiscale eenheid geen onzekerheid bestond over de vraag of er van een fiscale eenheid sprake was. Conclusie is dat het beroep gegrond is en dat de naheffingsaanslag en de boete moeten komen te vervallen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding omdat de bv pas kort voor de tweede mondelinge behandeling haar grief dat de tenaamstelling onjuist was, naar voren heeft gebracht.

(Bron: Rechtbank Leeuwarden 28-7-2011)

Horizontaal toezicht

In 2009 is de belastingdienst begonnen met het sluiten van convenanten met accountantskantoren in het kader van horizontaal toezicht. Horizontaal toezicht is gebaseerd op het vooraf informeren van de belastingdienst als er discutabele punten worden opgenomen in een aangifte. Hierover dient dan vooraf met de inspecteur overeenstemming te worden bereikt.

Ambitions.nu Accountants en Adviseurs heeft nog geen convenant afgesloten met de belastingdienst. Wij volgen de ontwikkeling van het horizontale toezicht nauwgezet. Wij zijn ook van mening dat indien er discussiepunten in een aangifte zitten, die een grote financiële impact hebben op de onderneming, dat deze punten goed onderbouwd moet zijn. Bij twijfel zullen wij een uitspraak vragen aan de belastingdienst.

Kan ik voor mijn bedrijf subsidie krijgen voor innovatie?

Subsidie voor technologische innovatie

Via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) kunt u subsidie aanvragen voor het laten doen van onderzoek naar de mogelijkheden van technologische innovatie voor uw bedrijf. De WBSO compenseert een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O), dat te vergelijken is met Research and Development (R&D).Via de website van NL Innovatie kunt u uw aanvraag indienen. NL Innovatie is een onderdeel van het Agentschap NL. Het voormalige SenterNovem valt hieronder.

Subsidie voor innovatie in het MKB

Voor innovatie in het MKB is er de subsidieregeling innovatiekrediet. Als u een innovatief idee heeft voor uw bedrijf maar niet beschikt over de financiële middelen, kunt u via deze regeling subsidie krijgen. Via de website van NL Innovatie kunt u de subsidie aanvragen.

Subsidie voor onderzoek naar innovatie in het MKB

Voor het laten verrichten van onderzoek naar innovatie in het MKB is er de subsidieregeling Innovatievouchers. Met deze subsidie kunt u onderzoek laten doen door kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen. Op de website NL Innovatie vindt u meer informatie over hoe u kunt gebruik maken van deze subsidieregeling.

Subsidie voor samenwerking en innovatie

Als u samen met andere bedrijven in uw keten, branche of regio een innovatietraject wilt uitvoeren, kunt u gebruik maken van de subsidieregeling Innovatie Prestatie Contracten (IPC). De IPC stimuleert innovatie en samenwerking. Op de website van NL Innovatie kunt u zien of u in aanmerking komt voor deze subsidieregeling en hoe u zich hiervoor kunt aanmelden.

Subsidie voor internationale innovatie

Voor internationale innovatieprojecten kunt u in aanmerking komen voor de subsidieregeling internationaal innoveren. De regeling internationaal innoveren is bedoeld voor projecten voor technologische innovatie. Hierbij wordt uitgegaan van de internationale stand van zaken. Op de website van NL Innovatie kunt u zien of u in aanmerking komt voor deze subsidieregeling.

Meer informatie

Voor meer informatie over het krijgen van subsidie voor innovatie kunt u terecht op de website van NL Innovatie. Voor meer informatie en advies over het doorvoeren van innovatie in uw MKB bedrijf of productieproces kunt u terecht bij Syntens. Syntens heeft 15 vestigingen in Nederland.

(Bron: Ministerie van Economische Zaken Landbouw en Innovatie 28-2-2011)

Kosten relatiegeschenken aftrekbaar, steekpenningen niet

Een onderneming geeft haar zakenrelaties vaak kleine geschenken. De Belastingdienst weet dat en komt de onderneming tegemoet door relatiegeschenken aftrekbaar te maken. Wordt een relatiegeschenk groter en duurder, dan wordt op een gegeven moment de grens met steekpenningen overschreden. Die zijn niet aftrekbaar en kunnen zelfs aanleiding vormen tot een strafrechtelijk onderzoek. Over de grens tussen relatiegeschenk en steekpenningen ging een uitspraak van de rechtbank te Haarlem op 6 juli 2011.

Een ingenieursbureau fêteerde in 2006 en 2007 vier ambtenaren van een gemeente bij het bereiken van hun dienstjubileum met een geheel verzorgd weekendverblijf met partner in een hotel. De belastinginspecteur zag dit als het betalen van steekpenningen en corrigeerde de aftrek van deze kosten

De rechtbank wees erop dat de inspecteur in zo’n geval overtuigend moet aantonen dat er inderdaad sprake is van een strafbaar feit, te weten een poging om de betrokken ambtenaren in hun gedrag te beïnvloeden. Dat bleek niet uit zijn beschikking en hij had bovendien nagelaten de zaak nader te onderzoeken. Hij had ook geen aangifte gedaan. Dus werd de beslissing van de inspecteur ongedaan gemaakt.

(Bron F en A Signalen 18 juli 2011)

Overdrachtsbelasting voor een jaar naar 2%

Het kabinet wil een impuls aan de woningmarkt geven en verlaagt daarom tijdelijk de overdrachtsbelasting van 6 % naar 2 %. De maatregel maakt onderdeel uit van de woonvisie van het kabinet.

Staatssecretaris Weekers van Financiën regelt per beleidsbesluit dat de verlaging met terugwerkende kracht ingaat op 15 juni 2011. De verlaging duurt één jaar en loopt tot en met 30 juni 2012.

De verlaging van de overdrachtsbelasting is van toepassing op alle woningen. Voor bedrijfspanden met een gedeeltelijke woonfunctie, mag de verlaging voor het woondeel worden toegepast. Voor een woning met een waarde van 2,5 ton betekent dit een verlaging van de overdrachtsbelasting van € 15.000 naar € 5.000.

Dat is vooral gunstig voor starters op de woningmarkt, bijvoorbeeld huurders die een woning willen kopen. Maar ook doorstromers profiteren, omdat ze hun oude woning gemakkelijker kunnen verkopen. De kosten van deze maatregel bedragen € 1,2 miljard en worden gefinancierd uit de invoering van een nieuwe bankenbelasting (€ 300 miljoen), een constructiebestrijdingsmaatregel in de Vennootschapsbelasting (reparatie van het Bosal-gat € 340 miljoen), het gefaseerd invoeren van de vitaliteitsregeling (500 miljoen) en de eerder in het Regeerakkoord door verhoging van de Assurantiebelasting vrijgemaakte ‘envelop’ (€ 60 miljoen).

(Bron: Ministerie van Financiën 1-7-2011)

Nieuw systeem voor btw-correctie privégebruik auto

Staatssecretaris Weekers van Financiën wijzigt per 1 juli de wettelijke systematiek voor het corrigeren van de btw-aftrek op privégebruik van zakenauto’s door personeel en ondernemer. De huidige aftrekbeperking door toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) zal worden vervangen door een btw-heffing over het privégebruik.

Loskoppeling

Op 1 juni 2011 heeft rechtbank Haarlem geoordeeld dat een ondernemer met succes een beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel voor de btw-correctie privégebruik auto van de zaak. Weekers kondigde hierop aanpassingen in de wetgeving aan die tot gevolg zal hebben dat de btw-correctie wordt losgekoppeld van de bijtelling in de ib/lb.

Fictieve dienst

Het onderscheid in de btw-heffing tussen het privégebruik van een auto van de zaak door ondernemers en werknemers verdwijnt. Het privégebruik wordt voortaan als fictieve dienst belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Daarbij wordt woon-werkverkeer conform de btw -Richtlijn gezien als privégebruik. De btw-heffing is dus vanaf 1 juli 2011 niet langer gekoppeld aan de hoogte van de bijtelling en onttrekking in de loon- en inkomstenbelasting.

Nieuwe correctiemethode privégebruik auto’s per 1 juli 2011

Per 1 juli 2011 zal het privégebruik van auto’s en bestelauto’s van de zaak door personeel en ondernemers volgens de aankondiging van de staatssecretaris volgens de volgende methodiek worden gecorrigeerd:

  • De btw op de kosten met betrekking tot de auto’s wordt in beginsel volledig afgetrokken;
  • Als de ondernemer geen vergoeding vraagt voor het privégebruik van de auto, is aan het einde van het jaar btw verschuldigd over het daadwerkelijke privégebruik.
    Woon- werkverkeer wordt daarbij overigens, anders dan nu, voor de btw als privégebruik aangemerkt. Ondernemers kunnen er ook voor kiezen een correctie te maken ter grootte van een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm);
  • De staatssecretaris zal maatregelen nemen om te voorkomen dat de heffing over het privégebruik kan worden geminimaliseerd door lage vergoedingen voor het privégebruik in rekening te brengen. In dergelijke gevallen zal de heffingsmaatstaf voor de correctie vermoedelijk worden gesteld op de ‘normale waarde’ van het privégebruik

(Bron: Elsevier juli 2011)

Privégebruik auto van de zaak blijft btw belast

Op voorstel van staatssecretaris Weekers komt er aangepaste wet- en regelgeving voor de btw-heffing op het privégebruik van een auto van de zaak. Deze wijzigingen worden doorgevoerd naar aanleiding van een recente uitspraak van de rechtbank in Haarlem. In het uiterste geval kan deze uitspraak tot gevolg hebben dat er geen btw meer geheven kan worden over het privégebruik van een auto van de zaak.

Het vervallen van de btw-heffing betekent ongeveer een half miljard euro per jaar minder in de schatkist. Om dit te voorkomen zal de btw-heffing bij privégebruik van een auto van de zaak, met ingang van 1 juli 2011, niet meer gekoppeld zijn aan de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting. In de toekomst zal privégebruik van de auto van de zaak worden belast als fictieve dienst naar het werkelijke privégebruik, waarbij woon-werkverkeer als privé wordt aangemerkt.

Voor de bepaling van de hoogte wordt een forfaitair percentage van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) genomen. Dit percentage wordt voor 1 juli vastgesteld en zal overeenkomen met de verschuldigde btw op het gemiddelde werkelijke privégebruik. Ook zullen er per 1 juli maatregelen getroffen worden om een reële btw-heffing zeker te stellen in geval de auto van de zaak tegen een te lage vergoeding ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik.

(Bron: EVO 22-06-2011)

Kan ik ziektekosten via de belasting aftrekken?

Als u ziektekosten heeft, kunt u sommige kosten van uw belasting aftrekken. Dit zijn de zogenoemde specifieke zorgkosten. De regeling ‘aftrek specifieke zorgkosten’ vervangt sinds 2009 de oude regeling ‘aftrek ziektekosten of andere buitengewone uitgaven’.

  • Aftrekbare specifieke zorgkosten
  • Zorgkosten andere personen uit huishouden
  • Drempelinkomen
  • Belastingaangifte specifieke zorgkosten
  • Meer informatie aftrek specifieke zorgkosten

Aftrekbare specifieke zorgkosten

U mag uitgaven aftrekken voor:

  • geneeskundige en heelkundige hulp;
  • voorgeschreven medicijnen;
  • hulpmiddelen zoals steunzolen of een rolstoel;
  • vervoer zoals reiskosten naar een huisarts of
  • ziekenhuis;
  • een dieet;
  • extra gezinshulp;
  • extra kleding en beddengoed;
  • reiskosten ziekenbezoek.

Zorgkosten andere personen uit huishouden

De regeling specifieke zorgkosten geldt behalve voor uzelf ook voor andere personen binnen uw huishouden. Dit zijn:

  • uw fiscale partner;
  • uw kinderen jonger dan 27 jaar;
  • ernstig gehandicapten personen van 27 jaar of ouder
  • die bij u in huis wonen;
  • ouders, broers en zussen die bij u in huis wonen en afhankelijk zijn van uw zorg.

Drempelinkomen

U mag alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van uw drempelinkomen. Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk of u wel of geen fiscale partner had.

Belastingaangifte specifieke zorgkosten

U kunt de specifieke zorgkosten die u in 2010 heeft gemaakt aftrekken in uw belastingaangifte van 2010. Deze aangifte krijgt u 2011. Meestal ontvangt u automatisch bericht van de Belastingdienst dat u aangifte moet doen. Heeft u recht op een teruggaaf, dan ontvangt u het geld in 2011.

Als u niet in Nederland verzekerd bent, maar wel belasting betaalt in Nederland, kunt u ook specifieke zorgkosten aftrekken van de belasting. U moet dan wel aan voorwaarden voldoen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon.

(Bron: Ministerie van Financiën 24 mei 2011)