De schenkbelasting kent een vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van de eigen woning.

Deze bedraagt in 2019 €102.010. De schenkvrijstelling is van toepassing bij het schenken van een eigen woning of bij het schenken van geld waarmee een woning gekocht wordt. Het geld mag ook gebruikt worden om een eigen woning te verbouwen of onder voorwaarden om een hypothecaire lening mee af te lossen.

Voorafgaand aan schenking gemaakte kosten

Onlangs kwam een zaak voor de rechter waarbij het de vraag was of een schenking alleen belastingvrij is als de kosten na ontvangst van de schenking gemaakt worden. De rechter besliste dat dit niet het geval is. De ontvanger van de schenking had in het jaar van schenking de kosten van een verbouwing voorafgaand aan de schenking eerst zelf betaald. Volgens de inspecteur was dit niet toegestaan, maar de rechter vond van wel.

Ook verlaging winstbelasting 2021 onzeker

Ook verlaging winstbelasting 2021 onzeker

Bron: SRA – Publicatiedatum: 04-09-2019

Het is nog lang niet zeker dat het hoge tarief voor de vennootschapsbelasting ook voor 2021 zal dalen. Stijgen de lonen onvoldoende, dan gaat die verlaging voor een deel niet door. Dit meldde het Financieele Dagblad (FD) eerder.

Tarieven vennootschapsbelasting

De vennootschapsbelasting bedraagt nu 19% tot een winst van € 200.000. Over het meerdere betaalt een vennootschap momenteel 25% belasting. Het hoge tarief zou, zoals eerder beloofd, in de vennootschapsbelasting voor 2020 dalen naar 22,55% en in 2021 verder naar 20,5%. Die 20,5% is al, zo lekte eerder uit, bijgesteld naar 21,7%. Maar nu blijkt dat ook die 21,7% nog lang niet zeker is, aldus het FD.

Lage tarief

Het lage tarief in de vennootschapsbelasting tot een winst van € 200.000 daalt naar verwachting wel overeenkomstig de voornemens naar 16,5% in 2020 en 15% in 2021. Zoals het er nu naar uitziet blijven dus alleen bv’s met een winst tot € 200.000 buiten schot.

Let op! De definitieve plannen worden pas op Prinsjesdag, 17 september 2019, bekend.

(Bron: SRA)

Verwachte automaatregelen per 2020

Op Prinsjesdag maakt het kabinet de plannen voor de komende jaren bekend, waaronder een aantal plannen met betrekking tot de auto. Dit overzicht laat zien wat ons, waarschijnlijk, te wachten staat.

Hogere bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor elektrische auto’s bedraagt nu nog 4% tot een cataloguswaarde van € 50.000 en een bijtelling van 22% over het meerdere. Volgens het Klimaatakkoord gaat de bijtelling volgend jaar naar 8% over de eerste € 45.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere.

In 2021 moet dit stijgen naar 12% over maximaal € 40.000. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000, vanaf 2026 bestaat voor de bijtelling geen onderscheid meer tussen elektrische en gewone auto’s.

Hogere accijns benzine en diesel

De accijns op benzine en diesel gaat volgend jaar met 1 eurocent per liter omhoog, ter financiering van de belastingkorting die voor elektrische rijders zijn weggelegd.

Andere berekening BPM

Er komt een andere methode ter berekening van de BPM. De BPM betaalt u bij aanschaf of import van een nieuwe auto en is gebaseerd op de CO2-uitstoot van de auto. De nieuwe methode berekent de uitstoot nauwkeuriger. Door de nieuwe methode wordt de BPM gemiddeld niet hoger, maar dit kan in individuele gevallen wel zo zijn. Door de nieuwe methode kan de BPM echter ook iets lager uitvallen.

Hogere motorrijtuigenbelasting vervuilende diesels

Dieselauto’s met een uitstoot van fijnstof van meer dan 5 mg/km, krijgen volgend jaar te maken met een MRB-verhoging van 15%.  Voor bestelauto’s van ondernemers op diesel geldt dit alleen voor auto’s die in 2019 12 jaar of ouder zijn.

Extra toets import schadeauto’s

Bij import van een gebruikte auto betaalt u aan de grens een deel van de BPM. Voor schadeauto’s bestaat een specifieke methode ter bepaling van de rest-BPM. Omdat de import van schadeauto’s onevenredig toeneemt, wordt er een extra toets door een onafhankelijke derde ingevoerd ter fiattering van de aangegeven BPM.

Teruggave BPM voor taxi’s afgeschaft

Taxibedrijven krijgen vanaf 2020 de BPM op aangeschafte auto’s die gebruikt worden als taxi, niet meer terug. Op deze manier wil het kabinet de aanschaf van schonere taxi’s stimuleren.

Heeft u vragen over de automaatregelen per 2020, neem dan contact met ons op.

(Bron: SRA)

Online oprichting B.V. mogelijk per 1 augustus 2021

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een B.V. op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een B.V. op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie. Op grond van de richtlijn moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om B.V.’s.

Rol notaris

De notaris heeft ook na inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht een rol bij het oprichten van B.V.’s, omdat voor oprichting van een B.V. een notariële akte nodig is. Deze betrokkenheid van de notaris levert niet alleen een nuttige bijdrage aan de zorgvuldigheid in het handels- en rechtsverkeer, maar ook aan het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen. Dekker ziet mede door de rol van de notaris dat tegenwoordig fraude beter wordt herkend en gemeld kan worden. Daardoor is fraude ook beter zichtbaar gemaakt. Dit liet minister Dekker begin juli weten als antwoord op Kamervragen.

(Bron: Taxence)

Te veel betaald op uw lijfrente? Dit zijn de oplossingen

Betaalt u premies voor uw lijfrenteproduct (zoals vaste premies op een lijfrenteverzekering en/of vrije stortingen op een lijfrente (bank)spaarrekening)? Dan bestaat de kans dat u deze inleg niet volledig in box 1 heeft kunnen aftrekken ten laste van uw inkomen, vanwege een beperkte jaarruimte en/of reserveringsruimte. Indien u later uitkeringen ontvangt uit uw lijfrenteproduct kan er sprake zijn van dubbele heffing, vanwege het feit dat de uitkeringen in beginsel wel volledig belast zijn in box 1. Enerzijds ontvangt u een uitkering die belast is, terwijl u geen volledige aftrek hebt gehad. Om dit te voorkomen zijn er twee mogelijke oplossingen.

Betaalt u premies voor uw lijfrenteproduct (zoals vaste premies op een lijfrenteverzekering en/of vrije stortingen op een lijfrente (bank)spaarrekening)? Dan bestaat de kans dat u deze inleg niet volledig in box 1 heeft kunnen aftrekken ten laste van uw inkomen, vanwege een beperkte jaarruimte en/of reserveringsruimte. Indien u later uitkeringen ontvangt uit uw lijfrenteproduct kan er sprake zijn van dubbele heffing, vanwege het feit dat de uitkeringen in beginsel wel volledig belast zijn in box 1. Enerzijds ontvangt u een uitkering die belast is, terwijl u geen volledige aftrek hebt gehad. Om dit te voorkomen zijn er twee mogelijke oplossingen.

Verklaring fiscaal geruisloze terugstorting

Vanaf 1 januari 2018 bestond er géén mogelijkheid meer om de niet-aftrekbare lijfrentepremies die meer bedragen dan €2.269 belastingvrij terug te laten storten. Hier heeft de Staatssecretaris verandering in gebracht bij besluit van 16 mei 2019. U kunt namelijk een verklaring bij de Belastingdienst aanvragen, om te veel betaalde premie of te hoge inleg belastingvrij terug te laten storten.
Hier zijn de volgende voorwaarden aan verbonden:

  • U doet een schriftelijk verzoek bij de inspecteur
  • De goedkeuring geldt alleen voor betalingen gedaan in het kalenderjaar én de vijf daaraan voorafgaande jaren (tot en met 31 december 2019 kunt u dus nog verzoeken om terugstorting over het jaar 2014)
  • De goedkeuring geldt niet voor premies waar uw aftrek niet is verwerkt waar het wel mogelijk is. Voor zover u aftrekmogelijkheden heeft, moeten deze worden toegepast
  • Het fiscaal geruisloos terug te storten bedrag wordt, met terugwerkende kracht, in uw box 3 grondslag opgenomen 

Voorbeeld

U heeft een geblokkeerde lijfrenterekening afgesloten bij een bank. Uw inleg in 2019 bedraagt €10.000, maar er is slechts €4.000 aftrekbaar ten laste van uw box 1 inkomen. Dit resulteert in een niet-aftrekbaar bedrag van €6.000. Regelt u niets, dan zal uw inleg volledig belast worden bij uitkering van de lijfrenterekening. Met een saldoverklaring kan maximaal €2.269 per jaar belastingvrij uitgekeerd worden. Echter dit volstaat niet voor het volledige niet-aftrekbaar bedrag van €6.000 en zou te maken kunnen krijgen met belastingheffing over een bedrag waarvoor u geen belastingaftrek heeft gehad, namelijk:
€10.000 -/- €4.000 -/- €2.269 = €3.731.
In dit geval is een verklaring geruisloze terugstorting de oplossing om het niet-aftrekbaar bedrag van €6.000 terug te krijgen. Wel dient u deze €6.000 dan in box 3 aan te geven indien de terugstorting na 1 januari 2020 plaatsvindt.

Géén samenloop mogelijk

Een samenloop tussen de twee regelingen is helaas niet mogelijk. Indien reeds een saldoverklaring is afgegeven, wordt deze bij het verzoek tot het afgeven van een verklaring geruisloze terugstorting weer ingetrokken. Onbelaste uitkeringen die reeds hebben plaatsgevonden door middel van de saldoverklaring worden in mindering gebracht op het belastingvrij terug te storten bedrag.

Komt uw lijfrenteproduct binnenkort tot uitkering of heeft u te veel gestort op uw lijfrenterekening? Trek dan aan de bel! Onze belasting -en pensioenadviseurs kunnen dan voor u bekijken of u in het verleden alle premies hebt kunnen aftrekken. Blijkt dit niet het geval te zijn, dan kunnen wij u van een op maat gesneden advies voorzien om een saldoverklaring, dan wel verklaring geruisloze terugstorting aan te vragen.

(Bron: Koenenco)

Fiscale controle? Vergaande bevoegdheden belastingdienst

De Belastingdienst heeft vergaande bevoegdheden inzake het uitvoeren van een fiscale controle bij uw bedrijf. Wanneer hieraan niet de nodige medewerking wordt verleend, kan dit forse gevolgen hebben. Dit blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch. Maar wat zijn uw rechten en plichten bij een fiscale controle?

Kopieën geweigerd

In de betreffende zaak ging het om een dga van meerdere bv’s die medewerking weigerde tijdens een boekenonderzoek. Tijdens het boekenonderzoek had de inspecteur diverse malen verzocht om kopieën beschikbaar te stellen van bepaalde stukken van een van de bv’s. Dit werd geweigerd, waarna een informatiebeschikking volgde.

Wettelijk recht

Het verzoek om kopieën was gebaseerd op het wettelijke recht op inzage in stukken die voor de belastingheffing van belang kunnen zijn. De kopieën mogen ook digitaal worden aangeleverd.

Ook ten behoeve van derden

Ondernemers moeten ook kopieën van gegevensdragers laten maken als dit voor de heffing van belastingen van derden van belang kan zijn. De eigen belastingplicht hoeft dus niet ter discussie te staan.

Sanctie

Wordt geen of onvoldoende medewerking verleend of wordt, zoals in deze zaak, geen toestemming gegeven voor het maken van kopieën, dan kan de inspecteur een informatiebeschikking opleggen. Hierin eist hij alsnog de gevraagde informatie. Wordt deze niet gegeven, dan kan de inspecteur de bewijslast omdraaien.

Omdraaien bewijslast

Bij het omdraaien van de bewijslast legt de inspecteur op basis van de wel aanwezige gegevens een aanslag op en moet de belastingplichtige maar aantonen dat deze niet correct is. Dit zal in de regel zonder nadere gegevens niet meevallen. Probeer een informatiebeschikking daarom altijd te voorkomen.

Informatiebeschikking aanvechten

Vindt u dat de inspecteur ten onrechte gegevens vraagt, dan kunt u de informatiebeschikking via bezwaar en beroep aanvechten. Bijvoorbeeld als u van mening bent dat de gevraagde gegevens op geen enkele manier voor uw belastingheffing of die van een derde van belang kunnen zijn.

Let op! De gevraagde gegevens moeten redelijkerwijs van belang kúnnen zijn. Hiervan is al snel sprake.

(Bron: DRV)

Subsidie energiebesparing eigen huis vanaf 2 september aanvragen

Na een tijdelijke stop gaat de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) voor eigenaar én bewoner weer open van 15 augustus 2019 tot en met 31 december 2020. U kunt subsidie aanvragen voor maatregelen die na 15 augustus 2019 zijn uitgevoerd. Uw subsidieaanvraag kunt u indienen vanaf 2 september.

Subsidie energiebesparende isolerende maatregelen
Indien u woningeigenaar bent en u hebt minimaal 2 energiebesparende isolerende maatregelen laten uitvoeren, dan komt u in aanmerking voor de subsidie SEEH. Indien uw investeringen aan de voorwaarden voldoen, kunt u bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met gebruik van uw Digi-D de subsidie SEEH aanvragen. Een voorwaarde hierbij is dat u zowel als eigenaar en als bewoner niet eerder SEEH subsidie hebt ontvangen. De energiebesparende maatregelen dienen te worden aangebracht in een bestaande woning en dit dient te gebeuren binnen de huidige thermische schil. Energiebesparende maatregelen binnen een nieuwe aanbouw komen niet in aanmerking voor deze subsidie.

Per woning wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt. Naast de subsidie voor energiebesparende maatregelen kunt u subsidie krijgen voor aanvullende maatregelen. Indien u investeert in sterk isolerende materialen kunt u kiezen voor ‘zeer zuinig energiepakket’. De subsidie bedraagt maximaal € 10.000 per woning voor energiebesparende maatregelen. Voert u het zeer zuinige energiepakket uit, dan bedraagt de subsidie maximaal € 15.000.

Voor welke investeringen kunt u SEEH ontvangen?
Voor de subsidie SEEH kunt u kiezen uit 2 of meer van onderstaande energiebesparingen:

  • Spouwmuurisolatie, € 5 per m2;
  • Dakisolatie € 20 per m2;
  • Vloer- en/of bodemisolatie, € 4 tot € 7 per m2;
  • Gevelisolatie, € 25 per m2;
  • Hoogrendementsglas (HR++glas of triple-glas i.c.m. nieuw kozijn) € 15 tot € 100 per m2.

Per isolatiemaatregel zijn minimale isolatiewaarden waaraan dient te worden voldaan. Afhankelijk van het type woning en de uitgevoerde isolatiemaatregelen wordt een vast subsidiebedrag per m2 verstrekt.

Aanvullende energiebesparende maatregelen
Wanneer u subsidie aanvraagt voor 2 energiebesparende maatregelen kunt u ook subsidie aanvragen voor aanvullende maatregelen. Hierbij kunt u denken aan isolerende deuren, energiezuinige ventilatie, waterzijdig inregelen van een verwarmingssysteem en een energiedisplay of slimme thermostaat. Hiervoor worden vaste subsidiebedragen uitgekeerd.

Zeer zuinig
Indien u kiest voor energiebesparing van dak, gevel, vloer, glas, kozijnen en deuren met hoge isolatiewaarden én een systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning dan komt u in aanmerking voor het ‘zeer zuinig energiepakket’. U krijgt een bedrag van € 4.000 bovenop de subsidie voor losse maatregelen indien u voldoet aan de voorwaarden.

Subsidie voor adviesrapport
Wilt u weten welke energiebesparende maatregelen het beste toe te passen zijn in uw woning en welke het meeste rendement geven? Vraag dan een maatwerkadviesrapport aan bij een gecertificeerd energieprestatie-adviseur (EPA). Hiervoor kunt u € 150 subsidie krijgen. Deze subsidie vraagt u aan nadat de rekening voor dit rapport is betaald en nadat u 2 energiebesparende maatregelen hebt laten uitvoeren.

Het beschikbare budget voor deze subsidie € 84 miljoen. Nadat u de maatregelen hebt uitgevoerd en betaald kunt u pas subsidie aanvragen

(Bron: AcconAVM)

Wanneer loont het om eigenrisicodrager te worden voor de Ziektewet?

Over het algemeen geldt voor een bedrijf met een loonsom onder de 1 miljoen euro, dat het beter is om publiek verzekerd te zijn voor de Ziektewet (ZW). Waarom zou je immers eigenrisicodrager worden als de kans op schade beperkt is en de premies relatief laag zijn? Toch kunnen bepaalde ontwikkelingen in een onderneming dit advies wijzigen.

Als voorbeeld bespreken wij een bedrijf dat opereert in de uitzendbranche. Een flink aantal medewerkers heeft de afgelopen jaren via een payroll constructie gewerkt. Het bedrijf kiest ervoor het komende halfjaar deze medewerkers stapsgewijs in loondienst te nemen.

Stijging loonsom

Dit heeft gevolgen voor de loonsom. Naar verwachting zal de loonsom binnen één jaar van €700.000 naar circa €2.500.000 stijgen. Het bedrijf was een kleine tot middelgrote werkgever en wordt nu een grote tot middelgrote werkgever. De kans op uitstroom naar de Ziektewet is in dit bedrijf klein, omdat de meeste medewerkers een contract voor onbepaalde tijd hebben.

Ziektewetpremie uitgezet tegen loonsommen

De uitzendbranche heeft in zijn algemeenheid veel werknemers met tijdelijke contracten die mogelijk in de Ziektewet terechtkomen. De sectorpremies zijn daarom zeer fors. Voor het bedrijf in deze casus is de Ziektewetpremie voor 2019 vastgesteld op 4,8%. We zetten deze ziektewetpremie af tegen de verschillende loonsommen:

 Loonsom  Ziektewetpremie
 € 700.000   € 33.600
 €1.500.000    € 72.000
 €2.500.000  € 120.000

Advies: eigenrisicodrager worden

In deze casus adviseerden wij de werkgever om eigenrisicodrager te worden voor de Ziektewet en de administratieve afhandeling en re-integratieverplichtingen zelf uit te voeren. Als eigenrisicodrager voor de Ziektewet betaalt het bedrijf zelf de ziektewetuitkering aan gerechtigde (ex-)werknemers. De ziektewetuitkering bedraagt 70% van het dagloon. Het bedrijf dient de hoogte van de uitkering zelf te berekenen. De premie die het bedrijf voorheen aan UWV betaalde, vervalt. In deze casus ging het om een premie van maar liefst €120.000.

Verplichtingen en voorwaarden

Als eigenrisicodrager dient het bedrijf wel te voldoen aan een aantal verplichtingen en voorwaarden. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om binnen 3 jaar terug te gaan naar de publieke verzekering. Het bedrijf moet daarnaast:

  • zelf voldoende kennis in huis hebben om de Ziektewet uit te voeren en, zo niet, advies inkopen;
  • beslissingen over de ziektewet voorbereiden;
  • zorgen voor verzuimbegeleiding en re-integratie naar passende arbeid;
  • verzuimadministratie bijhouden, ziek- en herstelmeldingen bij UWV doen;
  • voldoen aan de arbo-eisen, ziekteverzuimbeleid op orde hebben en deze stukken mee sturen bij de aanvraag.

In deze casus was er door het wegvallen van de Ziektewetpremie meer dan voldoende budget om de eventuele uitkeringen te betalen, advies in te kopen én een ruime marge over te houden.

(Bron: Flynth)

Overgang van onderneming? Weet wat (en wie) u overneemt!

Staat u voor een fusie of overname en gaat er personeel mee over? Dan is het zaak om goed in kaart te brengen welke risico’s hiermee samenhangen, voor u een handtekening onder het overnamecontract zet. Flynth kan u hiermee helpen.

Bij een overgang van onderneming neemt u ook het personeel en hun voorgeschiedenis over. Het is belangrijk om, voor de overgang een feit is, te weten wat voor vlees u in de kuip heeft. Met een due dilligence – een boekenonderzoek naar financiële, fiscale, juridische, commerciële en milieuaspecten – brengt u eventuele addertjes onder het gras in kaart. Ook een grondige arbeidsrechtelijke check valt onder due dilligence.

Onzichtbare werknemers

Bij het overnemen van een personeelsbestand is het onder meer belangrijk om te weten of er sprake is van afwijkende arbeidsvoorwaarden (zoals pensioenafspraken) of ‘onzichtbare’ dienstverbanden, bijvoorbeeld als gevolg van ouderschaps- of ander onbetaald verlof. Ook zieke werknemers kunnen ten tijde van de overnamegesprekken onzichtbaar zijn. Bijvoorbeeld omdat ze langdurig afwezig zijn en nog niet (of slechts gedeeltelijk) re-integreren in hun eigen of een andere functie. Of omdat ze zijn gedetacheerd. Maar als nieuwe eigenaar bent wel verantwoordelijk voor de re-integratie en de loondoorbetaling van de zieke medewerkers.

Beïnvloeding schadelast

U moet er ook rekening mee houden dat medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan na een tijdelijke arbeidsovereenkomst of na 104 weken ziekte, mogelijk nog wel invloed hebben op de kosten van de onderneming die u over wilt nemen. Zij kunnen de schadelast namelijk op verschillende manieren beïnvloeden. Als gevolg van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (Wet bezava) worden de WGA- en Ziektewetuitkeringen immers doorbelast aan de werkgever. Het mogelijke gevolg: een verhoging van de gedifferentieerde WGA- en/of ZW-premie. Afhankelijk van de hoogte van de loonsom kan deze verhoging behoorlijk in de papieren lopen.

Verzuimdossiers screenen

Daarnaast is het zaak dat u bij langdurig zieken ook de kosten voor re-integratie incalculeert. En als uw voorganger onvoldoende heeft gedaan om de zieke medewerker te re-integreren, kunt u ook nog eens worden geconfronteerd met een loonsanctie van het UWV. Het screenen van de bestaande verzuimdossiers is daarom een must als u van tevoren wilt weten waaraan u eigenlijk begint. Dossierreviews zijn dan ook onderdeel van een goede due dilligence.

(Bron: Flynth)

Verzoek vóór 1 oktober 2019 om teruggaaf buitenlandse btw!

Hebt u in 2018 btw betaald in een ander EU-land? Vraag het uiterlijk 30 september 2019 terug bij de Belastingdienst. Wij leggen uit hoe dat werkt en aan welke voorwaarden u moet voldoen.

Als uw onderneming in 2018 facturen uit een ander EU-land betaald heeft inclusief btw, kunt u deze btw in veel gevallen terugvragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Daarvoor moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo mag uw onderneming niet gevestigd zijn in het betreffende land. Maar het belangrijkste is dat u uiterlijk 30 september 2019 actie onderneemt. Voor het terugvragen van btw uit het Verenigd Koninkrijk is extra haast geboden vanwege de naderende Brexit.

Voorwaarden

Hieronder leggen we uit hoe u buitenlandse btw kunt terugvragen. Maar voor u daarmee aan de slag gaat, is het verstandig om na te gaan of u aan de voorwaarden voldoet. Daarom zetten we de belangrijkste voor u op een rij:

  • Het verzoek voor btw-teruggave uit andere EU-landen moet uiterlijk 30 september 2019 binnen zijn. De meeste landen houden strikt vast aan deze termijn. Bent u te laat, dan is de kans groot dat u niks terugkrijgt. Laat het dus niet op het laatste moment aankomen.
  • Uw onderneming mag niet gevestigd zijn in het land waar u de goederen of diensten gekocht hebt. Ook mag uw onderneming daar geen btw verschuldigd zijn. Is dat wel het geval, dan moet u btw-aangifte doen in het betreffende land. Daarbij kunt u de btw als voorbelasting aftrekken.
  • De inkoopfacturen moeten juist zijn en voldoen aan de btw-factuurvereisten van het betreffende land. Let op: deze vereisten kunnen afwijken van de Nederlandse situatie.
  • De betaalde btw moet in het betreffende land aftrekbaar zijn. Ook op dit punt kan de regelgeving afwijken van de Nederlandse situatie.
  • U moet de in het buitenland gekochte goederen of diensten gebruiken voor btw-belaste activiteiten van uw bedrijf.
  • De terug te vragen btw bedraagt minimaal € 50 voor het gehele jaar 2018. Bij een kortere periode van minimaal drie maanden moet het terug te vragen btw-bedrag minimaal € 400 zijn. U kunt proberen om een lager bedrag terug te vragen, maar het betreffende EU-land kan dan besluiten om het verzoek niet in behandeling te nemen.

Zo vraagt u buitenlandse btw terug

U kunt buitenlandse btw alleen terugvragen via de speciale website ‘Teruggaaf van btw uit andere EU-landen’ van de Belanstingdienst. Hiervoor heeft u wel inloggegevens nodig. Heef u deze nog niet, vraag dan inloggegevens aan via de site van de Belastingdienst. Doe dit zo snel mogelijk, want deze gegevens laten soms enkele weken op zich wachten. Natuurlijk kunnen wij het teruggaafverzoek ook voor u indienen. Ook dan hebben we wel inloggegevens van u nodig.

De Belastingdienst stuurt uw verzoek na ontvangst door naar de belastingdienst(en) van het land waar u de btw wilt terugvragen. Die buitenlandse belastingdienst verzorgt de verdere afhandeling.

Brexit vraagt om extra haast

De Brexit staat inmiddels gepland op 31 oktober 2019 en de huidige Britse regering is er alles aan gelegen om die datum ook te halen. Het is nog onzeker hoe de teruggaafprocedure in het Verenigid Koninkrijk er na de Brexit uit zal zien. Daarom raden we aan om Britse btw zo snel mogelijk terug te vragen. Dat geldt niet alleen voor de Britse btw uit 2018, maar ook voor de Britse btw die u in 2019 al heeft betaald.

(Bron: Flynth)