Alimentatie afkopen: wat zijn de mogelijkheden?

Een mogelijk gevolg van echtscheiding is het ontstaan van een alimentatieplicht. De alimentatie die aan en voor de ex-partner wordt betaald kan onder voorwaarden aftrekbaar zijn als onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. Ook de betaling van de alimentatie ineens via een afkoopsom kan aftrekbaar zijn. Er zijn verschillende manieren om deze afkoop te realiseren.

Een relatief eenvoudige manier om alimentatie af te kopen is door de afkoopsom in één keer te betalen. Omdat dan een groot bedrag ineens wordt betaald, is de kans groot dat hierdoor niet het hele bedrag tegen het toptarief in box 1 afgetrokken kan worden. Het restant zal dan eerst met box 3 en box 2 verrekend worden voordat het naar het volgende jaar wordt doorgeschoven. Door de alimentatie in termijnen af te kopen kan de ex-partner het echter zo regelen dat hij de afkooptermijnen tegen zijn toptarief kan aftrekken.

 

Afkoop door overbedeling

Betalingen die uit de overbedeling voortvloeien zijn niet aftrekbaar, tenzij de overbedeling het gevolg is van het afzien van alimentatie. De ex-partner kan afzien van alimentatie als hij/zij een groter deel van de huwelijksgoederengemeenschap krijgt toebedeeld dan waar hij/zij eigenlijk recht op heeft.

 

Woongenot

Een alimentatieverplichting kan ook worden afgekocht door te bepalen dat de alimentatiegerechtigde de woning geheel of gedeeltelijk mag gebruiken zonder daarvoor een (zakelijke) vergoeding te moeten betalen. Dit is een vorm van alimentatie in natura. Deze vorm wordt op dezelfde manier behandeld als een alimentatie in geld.

 

Omzetting ander recht

Er is ook sprake van afkoop van alimentatie als de alimentatieverplichting in een andere periodieke verplichting of in een vruchtgebruik wordt omgezet. Het nieuwe recht wordt niet als een alimentatieverplichting beschouwd. Als dit recht later ook wordt afgekocht, is die afkoop noch belast noch aftrekbaar.

 

Stamrechtverplichting

En wat dacht u van afkoop van alimentatie met een stamrecht? De stamrechtverplichting wordt dan beschouwd als een soort alimentatieverplichting. Fiscaal is er dan geen sprake van een afkoop. Bij een latere afkoop van het stamrecht wordt deze dan ook op hetzelfde manier behandeld als de afkoop van een gewone alimentatieverplichting: aftrekbaar bij de betaler en belast bij de ontvanger.

 

Afkoop door lijfrente

Het is voor de alimentatieplichtige ook mogelijk om ten behoeve van de alimentatiegerechtigde een koopsom voor een lijfrentepolis te betalen. Deze afkoopsom is aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:

  • de alimentatieplichtige betaalt zelf het premiebedrag aan een bevoegde verzekeringsmaatschappij;
  • deze verzekeringsmaatschappij rekent de verplichting tot haar binnenlandse ondernemingsvermogen;
  • de termijnen komen toe aan de ex-echtgenote en gaan direct in; en
  • de termijnen eindigen uiterlijk bij het overlijden van de ex-partner.

 

Bestaande lijfrentepolis

Tot slot mag de alimentatieplichtige van de alimentatiegerechtigde de begunstigde maken van een bestaande lijfrentepolis. Bij een normale wijziging van de polis zou de alimentatieplichtige over zijn eerder afgetrokken premies belast worden. Binnen een echtscheiding of scheiding van tafel en bed gaat een dergelijke overdracht echter geruisloos. Als de alimentatieplichtige al eerder lijfrentepremies voor de polis heeft afgetrokken, is de overdracht van de polis voor hem niet aftrekbaar. Hoorde de lijfrentepolis bij de alimentatieplichtige in box 3, dan zal hij waarschijnlijk geen premies hebben kunnen aftrekken. De overdracht levert dan bij hem een aftrekpost op. De alimentatiegerechtigde wordt bij de overdracht van een (bestaande) lijfrentepolis belast over het bedrag van de termijnen op het moment van uitkering.

(Bron: Taxence)

Leveringsvoorwaarden: wat kun je ermee?

Algemene en leveringsvoorwaarden worden nog wel eens door elkaar gehaald, maar er zijn wel degelijk verschillen. Leveringsvoorwaarden maken – net als de betalingsvoorwaarden – deel uit van de algemene voorwaarden en zijn specifiek van toepassing op de levering en verkoop van producten. Deze clausules maken de rechten en plichten van zowel de leverancier als de afnemer concreet. Je leest er alles over in de checklist leveringsvoorwaarden: wat kun je ermee?

1. De algemene voorwaarden

Het is niet verplicht, maar iedereen die een product of dienst levert, doet er verstandig aan om goede algemene voorwaarden op te stellen. De regels in deze clausule maken duidelijk welke rechten en plichten klant en aanbieder hebben. De algemene voorwaarden sluiten niet alleen financieel risico uit – alle voorwaarden moeten juridisch goed zijn dichtgetimmerd – maar maken ook het doen van zaken duidelijker en minder ingewikkeld.

Je levert straks waarschijnlijk veel dezelfde producten of diensten; in dat geval hoef je de voorwaarden in principe maafr één keer goed op te (laten) stellen, zodat je deze clausule vervolgens  langdurig kunt blijven gebruiken. Verandert er later iets belangrijks in jouw bedrijfsvoering? Raadpleeg dan altijd een juridisch adviseur; hij kan vertellen of en zo ja, waar je de huidige voorwaarden moet aanpassen.

2. Inhoud leveringsvoorwaarden

De leveringsvoorwaarden zijn onderdeel van de algemene voorwaarden. Hierin staan alle (juridische) zaken die op de levering van een product (of dienst) van toepassing zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de levertijd van het product; hoe de annulering van een bestelling is geregeld en wat er gebeurt als er sprake is van een overmachtsituatie, bijvoorbeeld het niet kunnen leveren wegens noodweer of een pakket dat gestolen/verdwenen is.

Daarnaast leg je in de leveringsvoorwaarden vast wie er verantwoordelijk is voor het betalen van de transport- en/of bezorgkosten. Als je als ZZP’er een specifieke dienst levert – je bent bijvoorbeeld een schilder – is het raadzaam om vast te leggen dat, mocht je een keer zelf verhinderd zijn, je een ander bedrijf of kracht de dienst laat uitvoeren.

Het kan natuurlijk gebeuren dat je een klus inplant en je die dag ziek bent of een begrafenis hebt, maar dat de klus wel echt die dag moet worden uitgevoerd. Als je in de leveringsvoorwaarden vastlegt dat bij calamiteiten iemand anders de klus mag uitvoeren, kan er hier achteraf nooit een conflict over ontstaan.

Uiteraard is de inhoud van de leveringsvoorwaarden wel afhankelijk van het type producten en diensten die je levert. Een schilderklus uitvoeren of het leveren van een spijkerbroek is een wereld van verschil.

Het is overigens altijd verstandig om een aparte clausule in de voorwaarden op te nemen indien een besteld product onverhoopt (tijdelijk) niet leverbaar blijkt te zijn. Leg in de voorwaarden vast of je in dergelijke gevallen het geld terugstort, een soortgelijk vervangend product levert of dat de klant voor het aankoopbedrag een ander product mag uitkiezen.

3. De leveringsvoorwaarden zelf opstellen

Je kunt ervoor kiezen om de leveringsvoorwaarden zelfstandig op te stellen of dit te laten doen door een juridisch expert of bureau. Als je zelf aan de slag gaat, kun je op internet een aantal voorbeelden vinden die je als leidraad kunt gebruiken. Deze documenten moet je natuurlijk nog wel toeschrijven naar jouw bedrijf, dus let goed op dat je een relevant document als basis gebruikt en de juiste zaken aanpast.

Algemene- en leveringsvoorwaarden verschillen nogal per branche; het kan erg vervelend zijn als je achteraf wordt geconfronteerd met eventuele kleine lettertjes uit de voorwaarden die in jouw situatie helemaal niet van toepassing blijken te zijn.

Omdat online standaardvoorwaarden vaak kosteloos worden aangeboden, doe je er als startende ondernemer verstandig aan om ook nog een jurist hiernaar te laten kijken. Deze deskundige kan juridisch toetsen of de documentatie rechtsgeldig en compleet is, want er zou maar net een belangrijke bepaling voor jouw sector ontbreken. Dat kan later in het geval van een conflict grote gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering.

4. Acceptatie van leveringsvoorwaarden

Om de leveringsvoorwaarden rechtsgeldig te maken, moeten ze openlijk beschikbaar zijn voor klanten en/of opdrachtgevers. De leveringsvoorwaarden moeten vanwege deze informatieplicht (samen met de algemene voorwaarden) voor iedere transactie door de afnemer kunnen worden ingezien. Als je een eigen webwinkel hebt geopend, moet dit document bijvoorbeeld altijd zichtbaar zijn op de site.

Goed om te weten: de algemene voorwaarden zijn alleen bindend als de klant deze tijdens het bestelproces kan inzien. Het is het overwegen waard om aan het online bestelformulier een vinkje toe te voegen dat de klant kan aanvinken, zodat hij op dat moment akkoord kan gaan met de algemene voorwaarden. Pas als de afnemende partij de algemene voorwaarden heeft geaccepteerd, kan de bestelling verder worden afgerond.

Het gros van de klanten neemt de algemene voorwaarden zonder te lezen voor kennis aan, maar op deze manier kun jij als ondernemer achteraf nooit ergens op worden aangesproken. Bied je het product via een fysieke winkel aan? Dan moet je de algemene voorwaarden persoonlijk overleggen.

Ben jij een stukadoor die een klus bij iemand thuis gaat uitvoeren? Stuur dan jouw voorwaarden mee met de offerte, zodat de klant de voorwaarden evengoed vooraf kan doorlezen. Als je dit document na de geleverde dienst pas met de factuur zou meesturen, is het namelijk niet rechtsgeldig.

5. Deponeren van leveringsvoorwaarden

Wettelijk verplicht is het niet, maar als je jouw onderneming echt tegen ieder risico wilt indekken, bestaat de mogelijkheid om jouw algemene voorwaarden als bewijsstuk te deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK) of bij de rechtbank.

Wanneer je de voorwaarden officieel deponeert, worden de stukken voorzien van een datum en nummer. Dit is juridisch gezien het bewijs dat je tussentijds niets in de voorwaarden hebt gewijzigd, zodat je bij een eventueel conflict extra sterk staat.

Aan het deponeren van algemene voorwaarden zijn wel kosten verbonden: achttien euro per jaar, per gedeponeerde voorwaarde. Afgezien van het feit dat het deponeren als bewijs dient, is het ook een extra mogelijkheid voor jouw klanten om de leveringsvoorwaarden in te zien.

Je hebt als ondernemer nou eenmaal een informatieplicht; mocht je zelf een keer niet in staat zijn om de klant fysiek jouw voorwaarden te verstrekken – bijvoorbeeld in het geval van een telefonische transactie – kan de klant het document op deze manier toch tijdig inzien.

6. Internationale leveringsvoorwaarden

Als je zaken doet in of met het buitenland, moet je daarvoor ook algemene (levering)voorwaarden voor opstellen. Je wilt immers geen internationaal juridische conflict over wie tijdens de levering precies waarvoor verantwoordelijk is geweest.

Stel daarom jouw leveringsvoorwaarden ook op in de taal van het land waarnaar je exporteert, zodat je zeker weet dat de koper niet met het excuus kan aankomen dat hij het niet kon lezen.

Omdat omgekeerd natuurlijk hetzelfde geldt – het buitenland levert ook aan Nederland – bestaan er standaard internationale algemene voorwaarden voor het transport en de levering van goederen. Deze zogenoemde ‘Incoterms’ zijn opgesteld om het internationale zakendoen makkelijker te maken. Er zijn elf verschillende Incoterms, waarvan je de volledige lijst (inclusief voorbeelden) kunt vinden op de Ondernemersplein-website.

Met behulp van deze internationale leveringsvoorwaarden spreek je concreet af wie er straks verantwoordelijk is voor transportverzekeringen, vergunningen, machtigingen, documenten en andere formaliteiten. Daarnaast leg je vast wie het transport verzorgt, welke partij tot welk punt het transport regelt en wat de rechten en plichten zijn van zowel de koper als de verkoper.

(Bron: Ikgastarten)

Stoppen met uw vennootschap onder firma

Uw vennootschap onder firma (vof) heeft zijn langste tijd gehad. Tijd om uw vof op te heffen of op te houden als vennoot. Uw besluit doorgeven aan de Kamer van Koophandel is een stap, maar er komt veel meer bij kijken.

Opzeggen

Als u uittreedt als vennoot, meldt u dit schriftelijk aan uw medevennoten, liefst per aangetekende brief. Uw opzegtermijn vindt u meestal in het vennootschapscontract. Als er geen vennootschapscontract is, moet u een redelijke termijn aanhouden, meestal 1 of 2 maanden. Als uw medevennoten ook willen stoppen, kunt u gezamenlijk beslissen de vennootschap op te heffen. In dat geval geldt geen opzegtermijn. Wel kunt u het best de ontbinding en de voorwaarden vastleggen in een brief, en deze door alle vennoten laten ondertekenen.

Financiële gevolgen

Als u stopt met uw vennootschap moeten u en uw vennoten een eindbalans (laten) opmaken. Hierin staat hoe het vermogen van de firma wordt vereffend en verdeeld. Als iemand de onderneming voortzet moet u de waarde van de goodwill (laten) berekenen en regelen wat er wordt overgenomen. In een vennootschapscontract staat dit vaak beschreven in een voortzettingsbeding.

Andere verplichtingen

Opzeggen als vennoot en opmaken van de balans zijn niet de enige verplichtingen bij het stoppen van een bedrijf. Zo zijn er nog regels over wat er met uw administratie moet gebeuren en over het ontslaan van personeel. Maar u moet ook afrekenen met de Belastingdienst.

Geschillen

Hoe goed u het ook kunt vinden met uw vennoten, toch kan er verschil van mening ontstaan over de beëindiging van uw vennootschap onder firma. Vaak staat in het vennootschapscontract hoe u moet omgaan met zulke geschillen. Heeft u hier niets over afgesproken? Dan kunt u hier alsnog afspraken over maken, bijvoorbeeld door af te spreken dat u bindend advies vraagt aan een deskundige of deskundigen. Bij al uw vragen kunt u advies vragen aan een deskundige, zoals een accountant.

(Bron: Kamer van Koophandel)

Een overzichtelijke administratie opzetten doe je zo

Boekhouden, oftewel het op orde brengen van de financiële administratie, is verplichte kost voor iedereen die een bedrijf start. Of het slimmer is om de bedrijfsadministratie uit te besteden aan een professional of om dit zelf te doen, hangt af van jouw situatie. Maar een zekere basiskennis van boekhouden is natuurlijk altijd mooi meegenomen. Hieronder lees je hoe je een overzichtelijke administratie kunt opzetten.

1. Start op tijd

Niet overdreven, maar hiermee bedoelen we eigenlijk: je kunt als startende ondernemer eigenlijk niet vroeg genoeg beginnen met het in kaart brengen van de financiën. Ook als je nog niet bent gestart en je slechts hierop aan het voorbereiden bent, is het in de meeste gevallen al zinvol om jouw inkomsten en uitgaven eens concreet op een rijtje te zetten.

Veel ondernemers investeren voorafgaand aan de start van hun onderneming in bedrijfsmiddelen en omdat deze kosten mogelijk fiscaal aftrekbaar zijn, moet je deze gegevens goed bewaren. Daarbij kun je denken aan bonnetjes van relevante aankopen, maar zorg er ook voor dat je altijd kopieën maakt van alle ontvangen en verzonden offertes en facturen.

2. Houd rekening met de Belastingdienst

De Belastingdienst stelt enkele eisen aan een ‘deugdelijke administratie’. Zo zul jij je moeten houden aan de bewaarplicht van zeven jaar (let op: voor onroerende zaken, zoals de huur van een bedrijfspand, geldt een bewaarplicht van tien jaar). De fiscus beschouwt de volgende onderdelen als de basisgegevens van een zakelijke administratie:

  • Grootboek
  • Debiteurenadministratie
  • Crediteurenadministratie
  • Voorraadadministratie
  • In- en verkoopadministratie
  • Indien van toepassing: de loonadministratie
  • kasadministratie
  • urenadministratie

3. Hoe zet ik een administratie op?

Meestal is het openen van een zakelijke rekening de eerste stap. Doorgaans wordt namelijk aangeraden om jouw zakelijke administratie gescheiden te houden van het geld dat je privé ontvangt en uitgeeft. Zo kun je in één oogopslag zien hoe het ervoor staat met de zakelijke inkomsten en uitgaven, zonder dat je daarbij eerst de kosten van de wekelijkse boodschappen of jouw abonnement op dat ene tijdschrift moet wegstrepen.

Wanneer je (nadat je jouw bedrijf hebt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) voor de belasting btw-plichtig bent, ontvang je automatisch een btw-nummer van de Belastingdienst. Voorbeelden van bekende fiscale voordelen voor ondernemers zijn de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is echter dat je voldoet aan het urencriterium:

  • Als ondernemer besteed je ten minste 1225 uren aan het feitelijk drijven van één of meer ondernemingen.
  • Je besteedt meer dan vijftig procent van de tijd die je werkte aan één of meer ondernemingen. Let op: was je in één van de vijf voorafgaande jaren niet actief als ondernemer? Dan hoef je niet te voldoen aan deze voorwaarde [Bron: Belastingdienst].

Uit de bedrijfsadministratie moet straks blijken dat jij hebt voldaan aan het urencriterium. Maak daarom aan het einde van iedere werkdag een concreet overzicht van welke taken je die dag hebt uitgevoerd en hoeveel uren je daadwerkelijk aan jouw bedrijf hebt besteed, bijvoorbeeld: anderhalf uur gewerkt aan het schrijven van een ondernemingsplan, drie uur bezig geweest met het uitvoeren van werkzaamheden voor een klant en twee uur besteed aan het plegen van acquisitie.

Zakelijke rekening nodig?

Met een zakelijke rekening houd je jouw zakelijke en privégeldstromen gescheiden. Dat maakt jouw administratie overzichtelijk. Het is ook voldoende om een de zakelijke transacties te registreren op een gescheiden privérekening. Belangrijk is om zoveel mogelijk privé-mutaties niet door de boekhouding te laten lopen omdat dit extra werk oplevert voor je accountant of boekhouder.

4. Ga zorgvuldig te werk

Je zult spoedig merken dat het aantal administratieve gegevens – en daarmee de voorraad facturen, offertes en bonnetjes – snel toeneemt. Het is daarom aan te raden om vanaf het begin zorgvuldig te werk te gaan, zodat je het overzicht niet halverwege kwijtraakt. Daarnaast zal, indien je ervoor kiest om de administratie uit te besteden, niet alleen jouw administrateur dit waarderen, maar zal het in veel gevallen ook een gunstig effect hebben op de indeling van jouw uren. Het bijwerken van een geordende administratie neemt nou eenmaal aanzienlijk minder tijd in beslag.

Boekhouders adviseren hun cliënten vaak om gebruik te maken van een zogeheten ‘bakkensysteem’, waarbij alle inkomende en uitgaande documenten worden onderverdeeld in verschillende bakken (of ordners natuurlijk). Het is daarnaast zaak om de administratie bij voorkeur tweewekelijks of anders minimaal eens per maand bij te werken. Zo zorg je ervoor dat je betalingen voor inkomende nota’s op tijd voldoet en anderzijds jouw uitgaande facturen tijdig verstuurt. Een gemiddelde bedrijfsadministratie kan worden verdeeld over vijf bakken, namelijk:

  • Bak 1: inkomende facturen, bijvoorbeeld van een leverancier of ZZP’er die voor jouw bedrijf bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd.
  • Bak 2: uitgaande facturen, bijvoorbeeld naar klanten en opdrachtgevers. Tip: verwerk hierin ook een urenlijst van de projecten waaraan je werkt en die je hebt afgerond, indien deze relevant kunnen zijn voor declaraties.
  • Bak 3: het ‘bonnenbakje’. Dit is de bak waarin je (naast bonnen) ook eventuele papieren bankafschriften bewaart.
  • Bak 4: de fiscale bak. Hierin sla je niet alleen de gegevens en aangiftes voor de btw en de inkomstenbelasting op, maar ook – indien relevant – jouw VAR-verklaringen.
  • Bak 5: contracten en vergelijkbare juridische documenten die van toepassing op de gemaakte afspraken met jouw klanten, opdrachtgevers en leveranciers.
  • Bak 6 (voor ondernemers met veel contante geldverkeer): De kasadministratie

5. Bewaar de administratie geordend en eventueel digitaal

Steeds meer werkzaamheden kun je digitaal uitvoeren. Denk aan het verwerken van facturen en het bijwerken van de zakelijke agenda, maar dit is niet voor iedere ondernemer even relevant. Dat beseft de Belastingdienst ook. Ondernemers kunnen daarom in bepaalde gevallen afspraken maken met de fiscus over de vorm waarin jouw gegevens zullen worden bewaard, waarbij jij kunt aangeven dit op papier of geheel elektronisch te willen doen. Weet wel dat de fiscus dit alleen zal toestaan wanneer het gaat om een zeer kleinschalige administratie.

Over het algemeen moet je digitale gegevens echter ook digitaal bewaren. De documenten alleen uitprinten is dan dus niet voldoende. Bewaar jij de bedrijfsadministratie elektronisch? Zorg dan altijd voor een goed back-upsysteem om te voorkomen dat je bij een computercrash niet alles verliest.

6. Profiteer van handige tools en apps

Denk je bij het bijwerken van de administratie nog steeds aan een dikke stapel nota’s, een schoenendoos vol met vage bonnetje en een op tilt slaande rekenmachine om alles uit te rekenen? Die tijd ligt gelukkig ver achter ons. Anno 2014 kunt je gebruikmaken van diverse computerprogramma’s die deze klus aanzienlijk sneller en eenvoudiger hebben gemaakt. Online vind je trouwens ook de nodige applicaties en tools die jou hierbij kunnen helpen.

 

Dit moet je weten over beroepsaansprakelijkheid

Een foutje – hoe klein ook – kan soms grote schade veroorzaken. Zeker als je een adviserend beroep hebt, zoals advocaat, architect, ingenieur of accountant. Je loopt het risico dat een opdrachtgever jou aansprakelijk stelt voor zijn vermogens- of adviesschade. Want die mag ervan uitgaan dat jij voldoende vakkennis en ervaring hebt en dus geen denkfout maakt die hem schade toebrengt.

Wat is een beroepsaansprakelijkheidsverzekering?

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering moet je in feite zien als een aanvulling op een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Jij verzekert op deze manier je aansprakelijkheid voor beroepsfouten. Denk daarbij aan een nalatigheid, vergissing, verzuim of onachtzaamheid tijdens je werk als dienstverlener of adviseur.

Wat zijn de risico’s?

Door een beroepsfout kun je vermogensschade (financieel verlies) veroorzaken. Denk aan een belastingadviseur die een verkeerd advies geeft, waardoor zijn opdrachtgever onnodig veel belasting moet betalen. Of een advocaat die een beroepstermijn vergeet, waardoor hij zijn cliënt financieel benadeelt.

Of een architect die een ontwerpfout maakt, waardoor de bewoners geen grote spullen zoals bedden en kasten naar boven kunnen brengen. Hij is aansprakelijk voor de extra kosten die de bewoners moeten maken om de fout te herstellen.

Bij bepaalde beroepen, zoals architecten en ingenieurs, kan een beroepsfout ook zorgen voor zaakschade (schade aan spullen) of letselschade (lichamelijke of geestelijke schade). Een architect die een berekeningsfout maakt waardoor een gebouw instort, kan aansprakelijk worden gesteld voor de schade aan het gebouw en voor de letselschade die mensen daarbij eventueel oplopen.

Verschil met een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering

Met een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering verzeker je jezelf en je medewerkers alleen voor de zaak- en letselschade die jij of je medewerker toebrengt aan anderen. En voor de gevolgen daarvan. Maar niet voor vermogensschade (een financieel verlies) of adviesschade (zaak- of letselschade door verkeerde adviezen en/of berekeningen). Daarvoor heb je een aparte beroepsaansprakelijkheidsverzekering nodig.

Waarom verzekeren?

Bij beroepsaansprakelijkheid gaat het al snel om grote bedragen. Als (startende) ondernemer kun je dit vaak niet of nauwelijks zelf dragen, ook niet als je een eigen reserve hebt opgebouwd.

Wat zijn de trends op dit gebied?

  • Consumentisme: de veroorzaker betaalt
  • Ondernemers worden vaker aansprakelijk gesteld (en voor hogere bedragen)
  • Rechters zijn steeds meer geneigd om claims toe te wijzen

Hoe voorkom ik schade?

Misschien denk je: ondernemen betekent nu eenmaal risico nemen. Dat klopt ook wel. En helemaal voorkomen dat je aansprakelijk wordt gesteld, kun je uiteraard nooit. Waar mensen werken, worden nu eenmaal fouten gemaakt. Maar met de volgende vier tips beperk je in ieder geval wel het risico op een (hoge) schadeclaim:

  • Houd je vakkennis op peil
  • Zet jouw opdracht helder op papier en vraag schriftelijk akkoord aan je opdrachtgever
  • Zorg voor goede leveringsvoorwaarden
  • Gebruik je leveringsvoorwaarden op de juiste manier

(Bron: Ikgastarten)

Btw over verzendkosten en reiskosten?

Als u goederen levert aan uw klanten, bent u dan btw verschuldigd over uw verzendkosten? Moet u over de reiskosten die u aan uw klanten factureert ook btw berekenen? Mag u dan het lage btw-tarief (6%) of hoge btw-tarief (21%) toepassen? U als ondernemer kunt in de praktijk te maken krijgen met de zogenoemde ‘bijkomende kosten’.

 

Btw over de in rekening gebrachte vergoeding

Indien u als ondernemer goederen levert of een dienst verricht, bent u meestal degene die btw verschuldigd is. Over welk bedrag moet u btw berekenen? U berekent het btw-bedrag over de totale vergoeding die u aan uw afnemers voor uw goederen of dienst in rekening brengt. U mag tot op zekere hoogte zelf bepalen hoe hoog deze vergoeding is, mits het bedrag dat u in rekening brengt op zakelijke gronden is vastgesteld. Het is ook mogelijk dat de tegenprestatie niet uit geld bestaat, maar uit natura (goederen of diensten). Beide vormen worden in de wet als ‘vergoeding’ aangeduid.

 

Bijkomende kosten

Wat hoort nog meer tot de vergoeding? De vergoeding is het totale bedrag dat u aan uw afnemers in rekening brengt. Dit houdt in dat ook ‘bijkomende’ kosten tot die vergoeding behoren. De btw-wetgeving is complex en kent vele zonder uitzonderingen.

 

Wij noemen enkele voorbeelden van bijkomende kosten waarover u wél btw moet berekenen:

  • portokosten;
  • telefoonkosten;
  • kopieerkosten;
  • verzendkosten;
  • verpakkingskosten;
  • vervoerskosten (bijvoorbeeld reiskosten, koerierskosten).

 

Verleent u een korting op uw prijs? Dan komt dit in mindering op de vergoeding.

 

Welk tarief over uw bijkomende kosten?

Verkoopt u een wasmachine (21%) dan zijn de bezorgkosten ook met 21% btw belast. Heeft u een eigen kapsalon en verricht u een kappersdienst (6%) bij uw klanten aan huis? Dan brengt u ook 6% btw in rekening over uw reiskosten. Niet alle goederen of diensten worden overigens met btw belast. Verricht u een zogenoemde vrijgestelde dienst, bijvoorbeeld bepaalde diensten in de medische sector, onderwijs, schrijvers? Dan brengt u geen btw over aanvullende kosten in rekening.

 

De btw die u al dan niet in rekening brengt over uw bijkomende kosten is dus afhankelijk van het tarief dat u over de verrichte dienst of geleverde goederen in rekening moet brengen.

(Bron: ABAB)

Uitvluchten voor auto van de zaak

Werknemers met een auto van de zaak kunnen proberen om uit te komen onder de dure bijtelling voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde auto. Het is echter wel oppassen geblazen want soms is er geen ontkomen aan.

Wie geen bijtelling voor zijn auto van de zaak wil, moet de fiscus een sluitende km-administratie kunnen geven waaruit blijkt dat hij met de auto van de baas niet meer dan 500 km per jaar aan privéritten heeft gemaakt. Over de vraag of de rittenregistratie sluitend is, wordt aan de lopende band geprocedeerd. Daarbij gaat het vooral om ritten die als zakelijke ritten zijn gepresenteerd maar volgens de Belastingdienst privéritten zijn. Dat is wel duidelijk voor een rit naar de tandarts of naar een popconcert, maar de kwalificatie kan lastig zijn bij ritten met een gemengd karakter, zoals een bezoek aan een klant met tussendoor een rit naar een kennis of een uitstapje naar een pretpark met een bezoek aan een leverancier. Voor deze gemengde ritten geldt nog steeds de oude Mandarijnformule van de Hoge Raad. Als een rit zowel een zakelijk als een privédoel heeft en niet kan worden gezegd dat een van beide het hoofddoel is, is de rit alleen zakelijk, als hij door iemand die niet een dienstbetrekking als die van de belastingplichtige vervult, maar wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert, niet – althans niet in dezelfde omvang – zou zijn gemaakt. Nou is dat niet alleen een mond vol, maar het is ook een lastig criterium voor de leaseautorijder zelf, voor de ambtenaren die de rittenstaten moeten controleren en voor de rechters die er uiteindelijk over moeten oordelen. Een directeur-grootaandeelhouder die met de auto van zijn BV zijn golfvaardigheidsbewijs had gehaald, lukte het om de belastingrechter ervan te overtuigen dat hij alleen uit zakelijke overwegingen had deelgenomen aan de cursus die door de brancheorganisatie van zijn bedrijf was georganiseerd. Maar een andere directeur die met zijn Porsche rijvaardigheidstrainingen in Finland en Duitsland had gevolgd, kreeg het lid op de neus. Die trainingen dienden volgens de Hoge Raad niet voor een behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking omdat geen bijzonder hoge eisen werden gesteld aan de rijvaardigheid als werknemer. De daaraan bestede kilometers waren dus privékilometers. De directeur kon 25% over de cataloguswaarde van de Porsche aftikken, omdat hij door die testritten door de 500 km-grens ging. Tussentijdse ritten op eenzelfde dag van het werk naar de woning en weer terug naar het werk behoren volgens de Hoge Raad wél tot het zakelijke woon-werkverkeer. Dat geldt ook voor een tijdelijke onderbreking van een (privé)vakantie voor een zakelijke ontmoeting. Het Gerechtshof in Den Haag vond zowel de heen- als de terugreis van het vakantieadres naar de zakelijke afspraak een zakelijke rit. Dat gold volgens het Hof ook voor de rit tussen het vakantieadres en het huisadres om te douchen en een net pak aan te trekken om de klant te ontmoeten. Alleen de terugreis van het vakantieadres naar het huisadres was een privérit. De directeur verliet de rechtzaal als een gelukkig mens want die rit kwam uit op 426 km. De kwalificatie van een rit hangt dus af van het verhaal achter de rit maar vooral van de geloofwaardigheid van dat verhaal.

Wie geen zin heeft in het gedoe met het vastleggen van alle ritten of de leaseauto gewoon lekker vaak en veel privé wil gebruiken, kan de fiscale schade ook beperken door te kiezen voor een auto met een lage(re) bijtelling. Dan moet het om een “schone” auto gaan. Voor (semi-)elektrische auto’s geldt namelijk een bijtelling van maar 7% of 14% afhankelijk van de CO2-uitstoot. Fabrikanten van deze plug-in-hybrides hebben de CO2-uitstoot – op papier – weten te drukken tot nét onder de grens die geldt voor een bijtelling van 7%. Degenen die zo’n stekkerauto rijden, zijn spekkoper: ze hoeven geen meter elektrisch te rijden maar kunnen steeds plankgas op normale brandstof zakelijke en privéritten maken. Die ritten worden door de werkgever betaald en de fiscale stimuleringssubsidie komt uit de schatkist, per saldo dus win-win voor de “schone” leasebakrijder. Zijn voordeeltje staat overigens wel op de tocht. Er zijn plannen om deze bijtelling vanaf 2016 te verhogen naar 15%, maar welke reparaties staatssecretaris Wiebes precies zal uitvoeren op het terrein van de autobelastingen zal moeten blijken uit de Autobrief die hij ons heeft beloofd voor juni 2015.

(Bron: FUTD)

Aandachtspunten bij het werken met uitzendkrachten

De afgelopen maanden hebben werkgevers te maken gehad met verschillende wetswijzigingen, zoals de Wet werk en zekerheid (Wwz) en de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Ook voor de inhuur van uitzendkrachten zijn er verschillende wijzigingen aangekondigd, die al dan niet zijn doorgevoerd. In sommige gevallen zijn er wijzigingen doorgevoerd, maar in andere gevallen zijn de spelregels uiteindelijk toch hetzelfde gebleven. Hieronder een kort overzicht van de ontwikkelingen voor het werken met uitzendkrachten, waar u op moet letten.

 

Inlenersbeloning

Per 30 maart 2015 is in de cao voor uitzendkrachten bepaald, dat vanaf de eerste dag de inlenersbeloning van toepassing is. Hiermee wordt bedoeld dat het loon (en looncomponenten) van uitzendkrachten gelijk moet zijn aan dat van andere medewerkers die bij u in dienst zijn. Met de invoering van de WAS per 1 juli 2015 heeft de uitzendkracht/payroll-medewerker het recht om achterstallig loon ook bij u als inlener op te vragen, als hij bij het uitzendbureau geen gehoor krijgt.

 

G-rekening

In 2014 was er sprake van dat de g-rekening stapsgewijs vervangen zou worden door het depotstelsel. Dit was een jaar eerder al uitgesteld en van dit uitstel is nu zelfs afstel gekomen. Het depotstelstel is helemaal van de baan en de g-rekening blijft.

 

De spelregels van de g-rekening in het kort: als u uitzendkrachten inhuurt, loopt u het risico om aansprakelijk te worden gesteld als het uitzendbureau loonbelasting en premies sociale verzekeringen voor de uitzendkrachten die u inhuurt, niet afdraagt. U kunt dit risico beperken door een gedeelte van de factuur te storten op de g-rekening van het uitzendbureau. Het uitzendbureau kan met deze rekening alleen loonheffing, sociale lasten en omzetbelasting betalen. Voor andere zaken geldt een blokkade.

 

Als u bedragen op de g-rekening heeft gestort, loopt u voor de gestorte bedragen geen aansprakelijkheidsrisico meer. Doorgaans wordt 40 tot 45% van de factuur op de g-rekening gestort. Het is belangrijk dat u hierover schriftelijk afspraken maakt met uw uitzendbureau. Beschikt het uitzendbureau over een SNA-normering, dan is 25% voldoende. Gaat u met een uitzendbureau in zee? Vraag dan altijd naar deze certificering.

 

Buitenlandse uitzendkrachten

Als uw werkzaamheden in Nederland plaatsvinden en u via een Nederlands uitzendbureau buitenlandse uitzendkrachten inhuurt, dan moet het uitzendbureau vanaf de eerste werkdag Nederlandse loonbelasting en premies berekenen. Doet het uitzendbureau dit niet, dan loopt u een aansprakelijkheidsrisico. Dit geldt ook als het uitzendbureau niet in Nederland is gevestigd, maar uitzendkrachten naar Nederland uitzendt. Ook in deze situatie is een g-rekening belangrijk.

Een uitzendkracht kan in het land van herkomst verzekerd zijn voor de sociale verzekeringen, in dit geval moet het uitzendbureau een zogenaamde A1-verklaring kunnen overleggen. Het uitzendbureau hoeft dan geen premies werknemersverzekeringen in Nederland af te dragen. Om te voorkomen dat u dubbel aansprakelijk kunt zijn, is het belangrijk dat u dit bij uw uitzendbureau nagaat en een kopie van de A1-verklaring opvraagt.

(Bron: ABAB)

Geld lenen bij familie: wat zijn de haken en ogen?

Als je op zoek gaat naar kapitaal om de start van je bedrijf te financieren, kun je dit natuurlijk proberen te regelen via een bank, individuele investeerder(s) of crowdfundingplatform. Een alternatief is om geld te lenen bij familie (of vrienden). Wanneer je over het leenbedrag goede afspraken maakt, kan zo’n ‘informele’ lening een uitkomst zijn. Maar weet wel waar je aan begint: geld lenen bij familie, wat zijn de haken en ogen?

1. Hoe gaat een onderhandse lening in zijn werk?

Geld lenen bij familie en/of vrienden noemen we ook wel een onderhandse lening, omdat het in feite een lening is die niet ‘openbaar wordt aangeboden’. De twee partijen, in dit geval jij en jouw familielid of vriend, maken samen afspraken over de voorwaarden en leggen deze in principe vast in een contract. Het vastleggen van de gemaakte afspraken bij de Belastingdienst is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangeraden. Op deze manier weten zowel jij als jouw financiers (startkapitaal) namelijk beter waar ze straks aan toe zijn en zal hierover achteraf minder snel onduidelijkheid ontstaan.

Natuurlijk kun je samen met je familie bekijken wat een goed startbedrag is om te lenen. Maar in bepaalde gevallen is het beter als je dit zelf van tevoren al probeert te berekenen. Kom je er niet makkelijk uit? Raadpleeg dan voor de zekerheid ook een accountant of een andere financieel expert. Zo voorkom dat je straks onverhoopt te veel (of juist te weinig) leent.

2. Wat zijn de voordelen?

Een bekend voordeel van geld lenen bij familieleden of een vriend, is dat dit vaak relatief goedkoop zal zijn. In veel gevallen zul je maar weinig rente hoeven te betalen over het geleende bedrag. Daarnaast zal een bekende doorgaans waarschijnlijk eerder bereid zijn om een startende ondernemer kapitaal te verstrekken dan een ‘onpartijdige’ investeerder of instelling.

3. Zijn er ook nadelen?

Denk liever niet te licht over een onderhandse lening. Ook al leen je bij iemand met wie je een hechte band hebt, dan nog is het belangrijk dat je deze beslissing weloverwogen neemt. Je zou niet de eerste startende ondernemer zijn die het niet zo formeel wil aanpakken, omdat je verwacht er als familie of vrienden samen wel uit te komen. En vervolgens de harde les moet leren dat geldkwesties wel degelijk kunnen leiden tot verstoorde relaties binnen families of vriendengroepen.

Als de zaken tijdelijk wat minder gaan en jij jouw lening een paar maanden achtereenvolgens niet kunt aflossen, kan dat namelijk op den duur alsnog leiden tot ontevredenheid. En wat als het allerzwartste scenario werkelijkheid wordt en jouw onderneming failliet gaat, wat dan? Je kunt het risico op ruzie verkleinen door van tevoren duidelijk (zowel mondeling als in het contract dat je samen opstelt) te toelichten waarvoor je het geld gaat gebruiken. Wees daarnaast altijd eerlijk over het risico dat je het geld niet meteen kunt terugbetalen.

4. Hoe stel je een goede leenovereenkomst op?

Het spreekt wellicht voor zich dat je in een leenovereenkomst melding moet maken van de partijen die samen de lening aangaan (bijvoorbeeld jij en je oom). Daarnaast moet je in het contract concreet de hoogte van het bedrag aangeven en ingaan op zowel het rentepercentage als de datum van rentebetaling.

Houd ook rekening met het feit dat de hoogte van de rente marktconform moet zijn. Spreken jullie onderling een rente af die aanzienlijk lager is dan wat er in de markt gemiddeld gerekend wordt? Dan lopen jullie het risico dat de Belastingdienst de lening zal beschouwen als een schenking en kunnen jullie worden verplicht tot het betalen van schenkbelasting. Meer daarover lees je bij punt 5.

Het komt geregeld voor dat starters niet direct beginnen met aflossen of het betalen van rente. Zorg er in dat geval voor dat je de startdatum voor het aflossen van de lening of betalen van rente (bijvoorbeeld exact een half jaar na het aangaan van de lening) ook opneemt in de overeenkomst. Tip: laat het door jullie opgestelde document ook altijd even nalezen door een deskundige op het gebied van contracten, zoals een advocaat, notaris of accountant.

5. Hoe zit het belastingtechnisch?

De Belastingdienst maakt zakelijk gezien onderscheid tussen een lening of een schenking. Wanneer het gaat om een (onderhandse) lening om de start van je bedrijf te financieren, moet je het bewijs hiervan indien nodig kunnen tonen aan een inspecteur. Daarvoor moet er sprake zijn van een schriftelijke overeenkomst. Een overzicht van bankafschrift alleen is dus niet voldoende. Vroeger kon een particuliere geldverstrekker nog gebruikmaken van de durfkapitaalregeling, maar de bijbehorende heffingskorting is begin 2013 vervallen. Er is nog wel sprake van een zekere overgangsregeling.

Wil jouw familielid of vriend jou het benodigde geldbedrag niet lenen, maar schenken? Houd er dan rekening mee dat je te maken kunt krijgen met schenkbelasting. Dit is het geval wanneer het bedrag hoger is dan de vastgestelde vrijstelling. Ook de relatie tot de schenker speelt hierbij een rol. Zo geldt voor schenkingen van ouders aan hun kinderen een hogere vrijstelling dan voor een schenking aan een ander persoon. Binnen één maand na de ontvangst moet je hierover aangifte doen bij de fiscus.

(Bron: Ikgastarten)

De voordelen van een aandeelhoudersovereenkomst

Wellicht heeft u wel eens van een aandeelhoudersovereenkomst gehoord. Een aandeelhoudersovereenkomst bevat afspraken tussen aandeelhouders over allerlei onderwerpen. Maar waarom zouden aandeelhouders een aandeelhoudersovereenkomst sluiten en in welke gevallen is een aandeelhoudersovereenkomst aan te raden? De belangrijkste voordelen op een rij.

Oplossing van impasse
Als de mogelijkheid bestaat dat in de algemene vergadering de stemmen staken, dan kan in een aandeelhoudersovereenkomst worden geregeld hoe dergelijke impasses worden opgelost. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van een geschillenregeling of het toekennen van een doorslaggevende stem aan een onafhankelijke derde. Ontbreekt een dergelijke regeling dan is de gang naar de rechter, met alle kosten en tijdinspanningen van dien, onvermijdelijk.

Bescherming minderheidsaandeelhouders
In een aandeelhoudersovereenkomst kan worden geregeld dat bepaalde (ingrijpende) besluiten in de algemene vergadering aan een verzwaarde meerderheid moeten worden onderworpen. Op die manier is de instemming van de minderheidsaandeelhouder vereist om die besluiten te kunnen nemen. Denk daarbij aan besluiten over ingrijpende wijzigingen van de onderneming of besluiten die de minderheidsaandeelhouder direct raken.

Bescherming aandeelhouders die geen bestuurder zijn
Zolang alle aandeelhouders ook bestuurder zijn, zullen zij goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen binnen de onderneming. Dat is anders indien aandeelhouders ‘slechts’ aandeelhouder zijn en verder geen bestuursfunctie vervullen. In dat geval zijn zij geheel afhankelijk van de informatievoorziening vanuit het bestuur. In dat geval kan in een aandeelhoudersovereenkomst een informatieverplichting tegenover de aandeelhouders(vergadering) worden opgenomen en kunnen bepaalde bestuursbesluiten aan de goedkeuring van dealgemene vergadering worden onderworpen.

Contractsvrijheid
Het grote voordeel van het maken van afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst, is dat partijen in principe geheel vrij zijn om af te spreken wat zij willen. Dit in tegenstelling tot in de statuten, waarvoor de wet verschillende (dwingende) voorschriften geeft. Doorgaans dienen de statuten van de vennootschap wel als leidraad, maar zelfs daarvan kan worden afgeweken in een aandeelhoudersovereenkomst. Let er wel steeds op dat niet alle afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst het beoogde effect hebben. Zo zal een schending van een in strijd met wet of statuten opgenomen bepaling in een aandeelhoudersovereenkomst doorgaans slechts leiden tot een schadevergoedingsverplichting of boeteverplichting, maar gaat de wettelijke of statutaire regeling voor. Met inachtneming hiervan zijn partijen echter vrij in hoe ze de aandeelhoudersovereenkomst inrichten.

Geheimhouding / beslotenheid
Natuurlijk kunt u, zeker sinds de invoering van de flex-bv, veel onderwerpen ook in de statuten van de vennootschap regelen. Maar statuten hebben als grote nadelen dat wijziging ervan steeds via de notaris moet en dat (vaak nog belangrijker) statuten openbaar zijn. Iedereen kan bij het handelsregister de statuten van de vennootschap opvragen. Het kan nadelig zijn dat bepalingen voor iedereen kenbaar zijn, bijvoorbeeld bij onderhandelingen met derden over de koopprijs voor aandelen, in verband met opgenomen aanbiedingsverplichtingen of ten aanzien van bepalingen die specifiek betrekking hebben op bepaalde partijen.

Concretisering
Waar statuten normaal gesproken algemene regelingen bevatten, die zien op groepen belanghebbenden (bestuurders, aandeelhouders) of op bepaalde onderwerpen (aandelen, zeggenschap, financiën), kan in een aandeelhoudersovereenkomst veel meer worden ingespeeld op de specifieke positie van de aandeelhouders. Denk aan het beschermen van bepaalde (minderheids) aandeelhouders, het binden van bepaalde aandeelhouders of het opnemen van een aanbiedingsverplichting indien zich wijzigingen voordoen in de persoonlijke situatie van een bepaalde aandeelhouder. Ook kunnen (tijdelijke) beleidsafspraken nader in een aandeelhoudersovereenkomst worden uitgewerkt. Statuten zijn daar over het algemeen niet de aangewezen plaats voor.

Financieel beleid / bescherming financiële positie vennootschap
Niet alleen wat er bij de vennootschap binnenkomt is van belang, maar ook wat er uit gaat (dividenden, managementvergoedingen, leningen). Een aandeelhoudersovereenkomst is bij uitstek de plaats om daar afspraken over te maken, bijvoorbeeld door een financiële buffer overeen te komen.

Continuïteit / toe- en uittreding
Het maken van afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst, al dan niet in combinatie met een statutaire verplichting voor aandeelhouders om toe te treden tot de aandeelhoudersovereenkomst, zorgt ook voor een bepaalde continuïteit. Daarbij kunnen specifieke afspraken worden gemaakt over toe- en uittreding, zodat vooraf duidelijk onder welke voorwaarden (potentiële) aandeelhouders kunnen toetreden en hoe zij op een nette manier afscheid van elkaar kunnen nemen.

(Bron: Pellicaan)