Hoe werkt ontslag met wederzijds goedvinden?

UWV legt uit: een dienstverband kan worden beëindigd met wederzijds goedvinden bij een werknemer die 104 weken of langer ziek is. Voorwaarden zijn dat de werkgever aan zijn re-integratieverplichting heeft voldaan en dat er geen passend werk is.

Een werkgever spreekt bij ontslag met wederzijds goedvinden samen met de werknemer af dat het dienstverband eindigt. De werknemer stemt hier mee dus in. Toestemming van UWV WERKbedrijf om het dienstverband te mogen opzeggen, is dan niet nodig. Ook hoeft de werkgever bij de kantonrechter niet om ontbinding van het arbeidscontract te vragen.

De werkwijze bij ontslag met wederzijds goedvinden

Het is verstandig om de afspraken over het ontslag schriftelijk vast te leggen in een beëindigingsovereenkomst, ook wel vaststellingsovereenkomst genoemd. De werkgever moet het samen met de werknemer eens zijn over de inhoud van de overeenkomst. De werkgever maakt met de werknemer afspraken over de (financiële) afhandeling van het ontslag. Bijvoorbeeld over de einddatum en de hoogte van de eventuele ontslagvergoeding. ­De werkgever kan een werknemer niet dwingen mee te werken aan ontslag met wederzijds goedvinden. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de werknemer recht hebben op een WW- of  arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Let op: Als de werknemer voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is, krijgt hij geen WIA-uitkering. De werkgever moet dan nog steeds moeite doen om hem in dienst te houden. Of de werkgever helpt de werknemer een passende baan te vinden bij een andere werkgever.

Schriftelijke vastlegging

Op uwv.nl/werkgever staat een voorbeeld van een beëindigingsovereenkomst. Die kan de werkgever gebruiken om de afspraken in vast te leggen, maar hij kan natuurlijk ook een eigen tekst gebruiken en daarin de afspraken vastleggen.

[ Bron: UWV ]

Geen aansprakelijkheid inlener voor uitglijdende uitzendkracht

Een werkneemster van Manpower BV is gedetacheerd als projectmedewerker bij een bedrijf. Begin april 2010 glijdt zij aan het eind van haar werkdag uit op het terrein voor de hoofdingang van de inlener. Daar waren enkele verlijmde kiezelstenen losgelaten. De vrouw houdt er een ernstig polsletsel aan over. De rechter doet uitspraak over de aansprakelijkheid van de werkgever en de inlener.
De vrouw stelt zowel het inlenend bedrijf als Manpower Nederland BV aansprakelijk voor de financiële gevolgen van haar ongeval. Zij doet dit op grond van artikel 7:658 BW (de zorgplicht), alsmede aansprakelijkheid van de inlener op grond van art. 6:174 BW jo. 6:181 BW (aansprakelijkheid voor gebrekkige opstal). ­ De vordering tegen Manpower Nederland BV wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat Manpower BV de werkgever was. Dat een door Manpower Nederland BV afgesloten verzekering mogelijk dekking verleent voor de geleden schade, betekent nog niet dat deze ook aansprakelijk is.
Ten aanzien van de inlener oordeelt de rechter als volgt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat onder ‘werkplek’ moet worden verstaan ‘iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt’ (HR, 11 november 2011, LJN BR5215). Toetsing aan dit criterium brengt met zich mee dat het voorterrein niet kan worden gekwalificeerd als ‘werkplek’ in de zin van art. 7:658 BW. ­ De werkgever kan echter ook aansprakelijk zijn voor plaatsen die niet als ‘werkplek’ zijn te kwalificeren, maar dan alleen als werknemers zich op die plaatsen bevinden ‘in de uitoefening van hun werkzaamheden’.
Daarvan is in deze zaak geen sprake omdat vaststaat dat de vrouw haar werkzaamheden voor die dag had beëindigd. ­ Dat de facilitaire dienst van de inlener zelf belast was met het onderhoud van het voorterrein, maakt dit niet anders. Want dit onderhoud wordt niet uitgevoerd in het kader van de zorgverplichting van de inlener. Zelfs als er sprake zou zijn van een gebrekkige opstal, zoals bedoeld in art. 6:174 BW, is er geen grond voor aansprakelijkheid. Het ontstaan van het gebrek – het loslaten van verlijmde kiezelstenen – staat immers in geen enkel causaal verband met de bedrijfsuitoefening door de inlener, die in het pand van de inlener plaatsvindt. De vordering van de vrouw wordt afgewezen.
(Bron: Arbo0

Geen ontslag voor verzuimende werknemer

Een man werkt sinds februari 2008 bij een softwarebedrijf en meldt zich regelmatig ziek. Bij het bedrijf geldt een verzuimreglement waarin staat dat iedereen zich telefonisch vóór negen uur ’s morgens ziek moet melden bij de direct leidinggevende. De rechter oordeelt over een ontbindingsverzoek van de werkgever.
De werknemer, die aan een ernstige slaapstoornis blijkt te lijden, houdt zich vaak niet aan die tijd. Na een aantal gesprekken tussen de werknemer, de werkgever en de bedrijfsarts wordt er een re-integratieplan opgesteld. Maar weer lukt het de werknemer niet zich aan de afspraken te houden, ondanks tal van officiële waarschuwingen. ­ De werkgever is het op een bepaald moment zat en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen, gelegen in een verandering in de omstandigheden. Volgens de werkgever houdt het niet nakomen van de afspraken geen verband met de slaapstoornis, maar is het te wijten aan een gedragsprobleem. Daarom hebben de werkgever en het team waarin hij werkt geen vertrouwen meer in de werknemer.
De man is het niet eens met het ontbindingsverzoek maar wil, als het toch wordt toegewezen, een vergoeding met toepassing van de kantonrechtersformule waarbij de C = 3. Het niet kunnen voldoen aan de afspraken heeft namelijk alles te maken met zijn slaapstoornis. ­ De kantonrechter stelt vast dat de kern van het geschil is of het onverwachts niet opdagen van de werknemer en het niet tijdig afmelden al dan niet het gevolg is van zijn ziekte, de slaapstoornis. Uit het medisch verslag van een deskundige en op grond van het oordeel van de bedrijfsarts blijkt dat de werknemer op het moment van het indienen van het ontbindingsverzoek nog arbeidsongeschikt was. Dus dat dit verzoek in strijd is met het opzeggingsverbod tijdens ziekte (art. 7:670 BW). Gezien de reflexwerking van het opzegverbod en het grote belang van de werknemer wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af. De werknemer zal onder begeleiding van de bedrijfsarts weer moeten re-integreren.
(Bron: Arbo)

Navorderingsaanslagen Van Lanschot vernietigd door weigering inzage

X ontving navorderingsaanslagen IB/VB 1995/1996 en een navorderingsaanslag IB 2002 met boeten van 100%, omdat hij volgens de inspecteur een bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg had aangehouden. X ontkende dat hij ooit een bankrekening bij Van Lanschot had aangehouden. De inspecteur overlegde bij Rechtbank Haarlem de op de zaak betrekking hebbende stukken en deed daarbij een beroep op artikel 8:29 Awb. De geheimhoudingskamer besliste op 18 juli 2011 dat de beperkte kennisname van een deel van de stukken gerechtvaardigd was. Dat gold volgens de geheimhoudingskamer echter niet voor de rekeningstandenlijsten. Die hoefden niet integraal aan X te worden overgelegd, maar X moest wel op de zitting kortstondig inzage krijgen in de ongeanonimiseerde rekeningstandenlijsten om de echtheid te kunnen controleren. De inspecteur wilde daar echter niet aan mee werken. Rechtbank Haarlem besliste dat de authenticiteit en de betrouwbaarheid van de rekeningstandenlijsten en de daarop voorkomende gegevens voor de beoordeling van de juistheid van de identificatie en de daarmee samenhangende navorderingsaanslagen cruciaal waren. De Rechtbank concludeerde dat de authenticiteit en de betrouwbaarheid van de lijsten niet vast stond, omdat X deze betwistte en de inspecteur hem de mogelijkheid had ontnomen de authenticiteit en de betrouwbaarheid te controleren, en de Rechtbank daardoor ook niet in de gelegenheid was geweest de authenticiteit en betrouwbaarheid nader te beoordelen. Dit betekende dat niet van de juistheid van de daarop vermelde gegevens kon worden uitgegaan. De afdrukken van de rekeningstandenlijsten voorzover deze thans (geanonimiseerd) waren verstrekt en waarbij de naam X op twee pagina’s voorkwam, waren niet bruikbaar ter onderbouwing van de navorderingsaanslagen. Dit betekende volgens de Rechtbank dat, nu het bewijs dat X niet-aangegeven tegoeden – en inkomsten daaruit – bij de bank aanhield in wezen uitsluitend op de twee betreffende pagina’s was gebaseerd en daarvoor geen ander bewijs was bijgebracht, de inspecteur het van hem te verlangen bewijs niet had geleverd. De Rechtbank vernietigde de navorderingsaanslagen en de boeten.

(Bron: FUTD)

Coördinatiepunt Auto was onbevoegd om na te heffen

Een naheffingsaanslag voor onterecht privégebruik van een auto van de zaak, werd door Hof Arnhem vernietigd. De naheffing was namelijk onbevoegd opgelegd door het Coördinatiepunt privégebruik auto, in plaats van de Belastingdienst waaronder de werknemer ressorteerde.

Nadat een werknemer met een Verklaring geen privégebruik in een jaar verzocht de Verklaring in te trekken omdat hij in een nieuwe auto wel privé ging rijden, kreeg hij een naheffingsaanslag opgelegd. Deze was vastgesteld door de inspecteur van de Belastingdienst/Oost/Coördinatiepunt privégebruik auto. De werknemer stelde voor Hof Arnhem dat deze inspecteur hiertoe niet bevoegd was. Bij de rechter kon de betreffende inspecteur zijn stelling dat de bevoegdheid hem toekwam ‘vanuit de landelijke taakverdeling binnen de Belastingdienst’ niet nader onderbouwen. Hij had niet aangegeven wat die taakverdeling inhield, wie de taakverdeling had vastgesteld, op grond van welke bevoegdheid deze taakverdeling was vastgesteld en waar deze taakverdeling was gepubliceerd. Er was ook geen mandaat van de inspecteur waaronder de werknemer ressorteerde. Het hof vernietigde dan ook de naheffingsaanslag.

(Bron: Taxence)

Zwangere werkneemster op tijd ziek melden

Als een werkneemster ziek wordt door haar zwangerschap of bevalling, moet u haar in principe binnen zes weken ziek melden bij UWV. Sinds 1 januari 2012 moet u in sommige situaties een zwangere werkneemster die ziek is echter al binnen vier dagen ziek melden bij UWV.

Een zwangere werkneemster mag vier tot zes weken vóór haar vermoedelijke bevallingsdatum met zwangerschapsverlof gaan. De periode van zes weken vóór de uitgerekende datum tot de gekozen ingangsdatum van het zwangerschapsverlof, is de flexibiliseringsperiode. Als een zwangere werkneemster in deze flexibiliseringsperiode ziek wordt, heeft ze recht op een Ziektewetuitkering van UWV. Het doet er dan niet toe of haar ziekte het gevolg is van de zwangerschap. Normaal gesproken moet u een werkneemster die arbeidsongeschikt wordt als gevolg van haar zwangerschap binnen zes weken ziek melden bij UWV. Er zijn echter een aantal situaties waarin u de ziekte van de zwangere werkneemster al uiterlijk op de vierde dag bij UWV moet melden. Deze vindt u in onderstaande afbeelding.

Boete bij te laat ziek melden

Op welk moment u een zwangere werkneemster moet ziek melden bij UWV, hangt dus af van het tijdstip waarop zij ziek wordt. Voor de ziektedagen van een zwangere werkneemster die in de flexibiliseringsperiode vallen, krijgt de werkneemster een Ziektewetuitkering. UWV  trekt deze ziektedagen af van het zwangerschapsverlof. Dat betekent dat haar verlof waarschijnlijk eerder is afgelopen. Bent u te laat met de ziekmelding, dan kan UWV u een boete van maximaal € 455 opleggen.

(Bron: Salarisrendement)

Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd

X ontving van de inspecteur in verband met een vermoedelijke teruggaaf een deels vooringevuld aangiftebiljet IB 2006. Op die vooringevulde aangifte stond niet het loon dat X in 2006 van BV A had ontvangen. X stuurde de aangifte zonder wijzigingen ondertekend retour en deed daarmee aangifte van een belastbaar inkomen van € 8.768. De aanslag IB 2006 werd in 2008 conform de aangifte opgelegd. In april 2010 deed X nogmaals aangifte IB voor 2006 en vermeldde daarin het van BV A genoten loon. De inspecteur legde een navorderingsaanslag IB 2006 op naar een belastbaar inkomen van € 33.012. X stelde dat de inspecteur niet over een nieuw feit beschikte. De inhoudingsplichtige BV A had de looninkomsten in 2006 aan de Belastingdienst verstrekt. X verwees hiervoor naar een verklaring van de BV A dat de loonheffing op tijd werd betaald, dat de jaaropgaven op tijd werden verzonden en dat er nooit een verzuimbrief was ontvangen. Hof Leeuwarden hechtte geloof aan de verklaring van de inspecteur dat hij ten tijde van de primitieve aanslagregeling niet bekend was met de looninkomsten. De looninkomsten waren niet opgenomen in de “FI-base” of “NIG-base”, een databestand met loon- en uitkeringsgegevens van belastingplichtigen. Het Hof vond het echter wel geloofwaardig dat BV A als inhoudingsplichtige de inkomensgegevens tijdig aan de inspecteur loonbelasting had verstrekt. Het Hof besliste vervolgens dat het aan de inspecteur was om aannemelijk te maken dat de door de inhoudingsplichtige aan een andere eenheid van de Belastingdienst verstrekte gegevens met betrekking tot de looninkomsten ten tijde van de primitieve aanslagregeling niet in voor hem toegankelijke gegevensbestanden waren opgenomen. De inspecteur maakte dat volgens het Hof echter niet aannemelijk. Indien en voorzover problemen met de koppeling van geautomatiseerde gegevensbestanden van de Belastingdienst er de oorzaak van zouden zijn dat de gegevens door de inspecteur niet raadpleegbaar waren, moest dat volgens het Hof voor rekening van de inspecteur komen. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.

(Bron: FUTD)

Stabiliteitsprogramma Nederland

Op 26 april 2013 bereikten CDA, VVD, D66, GroenLinks en CU een akkoord over de aanpak van de economische crisis en het in 2013 terugdringen van het begrotingstekort tot 3%. De afspraken zijn vastgelegd in het concept voor het Stabiliteitsprogramma Nederland. De maatregelen worden de komende periode uitgewerkt en zijn de kaders voor de begroting 2013. Voor passend onderwijs wordt alleen gesproken over het jaar 2013. Wat er daarna gebeurt wordt nog besproken. Dit programma bevat dus voornemens en is nog niet definitief omgezet in wet.

De belangrijkste maatregelen op een rij

Pensioen

  • In 2013 wordt de AOW-leeftijd met 1 maand verhoogd. Daarna volgt een verhoging van de leeftijd in stappen, met als uiteindelijk resultaat dat uiterlijk in 2019 de pensioenleeftijd 66 wordt en in 2024 67.
  • In 2014 wordt de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen verhoogd naar 67 jaar.
  • Het budget voor extra “doorwerkbonussen” wordt beëindigd.

Arbeidsmarkt

  • De WW uitkering in de eerste zes maanden komt voor rekening van werkgevers.
  • Ontslagvergoedingen worden beperkt.

Loonmatiging

  • Voor ambtenaren geldt voor de jaren 2012 en 2013 een nullijn.
  • Met de sector onderwijs worden afspraken gemaakt voor een extra investering van 75 miljoen voor versterking van de kwaliteit van leraren en schoolleiders.

BTW

  • Het hoge tarief wordt in oktober 2012 met twee procent verhoogd.

Gezondheidszorg

  • Er worden maatregelen genomen om de stijgende kosten voor de AWBZ te beperken.

Woningmarkt

  • De hypotheekrenteaftrek wordt gehandhaafd.
  • Vanaf januari 2013 komen nieuwe aflossingsvrije hypotheken niet meer in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.
  • De overdrachtsbelasting wordt structureel verlaagd tot 2 %.

De huurverhoging voor huurders met een inkomen van 33.000-43.000 euro per jaar mag worden verhoogd  met de inflatie plus 1%.

Overige maatregelen

  • In onderwijs en zorg worden in het kader van vergroting van de efficiency door vermindering van de administratieve regeldruk verschillende taakstellingen (= bezuinigingen) doorgevoerd voor een bedrag van 875 mln structureel.
  • De bezuiniging op passend onderwijs wordt in 2013 voor 100 mln geschrapt.

(Bron: Overheid)

Werknemer wordt na 25 jaar wegens disfunctioneren zonder vergoeding ontslagen

Een opvallende uitspraak van de kantonrechter in Den Bosch: een 52-jarige werknemer met 25 dienstjaren die tijdens zijn laatste twee dienstjaren met zijn nieuwe leidinggevende onenigheid krijgt over zijn functioneren, krijgt ontslag zonder enige vergoeding.

De werknemer in kwestie was al jarenlang werkzaam voor als senior aandelenanalist. Tot 2008 is de bank in elk geval tevreden over het functioneren. Daarna – er zijn inmiddels twee nieuwe leidinggevenden aangetreden – ontstaat er steeds meer kritiek op het functioneren van de werknemer.

Werknemer weigert volgens werkgever verbeteringstraject

Volgens de bank weigert de werknemer mee te werken aan een verbeteringstraject, wil hij geen externe coach accepteren en weigert hij eind 2010 verdere feedback omdat er volgens de werknemer toch slechts sprake is van ‘spel en theater’. De bank concludeert dat er sprake is van een vertrouwensbreuk nu zij de afgelopen twee jaren tevergeefs geprobeerd heeft om het functioneren van de werknemer naar een hoger niveau te tillen.

De werknemer kijkt – zoals gebruikelijk bij dit soort zaken – heel anders tegen de gang van zaken aan. Volgens hem heeft hij wel degelijk meegewerkt aan verbeteringen in zijn functioneren, tenminste voor zover dit redelijkerwijs van hem gevergd kon worden. Verder is er pas kritiek op zijn functioneren ontstaan na het aantreden van zijn nieuwe leidinggevende, de heer Van O. Vanaf dat moment is de bank in feite alleen maar bezig geweest met het opbouwen van een negatief dossier.

Rechter komt met opvallend oordeel

Tot zover is er in deze zaak in feite sprake van de gebruikelijke tegengestelde standpunten die in vrijwel alle zaken over disfunctioneren botsen. Maar waar je zou verwachten dat de rechter na een dienstverband van 25 jaar de 52-jarige werknemer toch tenminste een beperkte ontslagvergoeding zou toekennen, komt deze rechter tot oordeel dat ongetwijfeld ook de advocaat van Van Lanschot zal hebben verrast: ontslag zonder enige vergoeding.

Waar de rechter in zijn motivatie nog begint met een voor de werknemer positieve noot (‘in voldoende mate is komen vast te staan dat de werknemer vanaf 1 mei 1986 tot eind 2008 naar behoren heeft gefunctioneerd’) gaat het al snel bergafwaarts.

De rechter concludeert dat de bank als werkgever haar organisatie en de daaraan verbonden werkzaamheden mag inrichten zoals zij wenst. Er is voldoende komen vast te staan, aldus de rechter, dat de werknemer zich met de door de bank gewenste veranderingen niet heeft kunnen verenigen. Letterlijk stelt de rechter dat ‘M [werknemer] zich daarbij kennelijk in onvoldoende mate realiseert dat zijn functie niet statisch maar dynamisch is’.

Volgens de rechter heeft Van Lanschot gedurende geruime tijd de nodige initiatieven ondernomen om tot verbetering van het functioneren van de medewerker te komen. Alles overziend concludeert de rechter dat de aan M. gerichte verwijten volledig in zijn risicosfeer liggen. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2011 zonder enige vergoeding.

Verbetertraject: accepteren of afwijzen?

Deze uitspraak laat zien hoe lastig de afweging voor een werknemer kan zijn als de werkgever hem min of meer dwingt om in te stemmen met een verbetertraject. Instemmen zou een erkenning van onvoldoende functioneren kunnen betekenen, terwijl het categorisch van de hand wijzen van een verbetertraject zou kunnen leiden tot het oordeel dat de werknemer onbuigzaam is en niet open staat voor kritiek.

De werknemer die voor deze keuze gesteld wordt dient zich in elk geval te realiseren dat hij op een punt is aanbeland waarbij het op zijn minst verstandig is om concreet arbeidsrechtelijk advies in te winnen bij een advocaat of jurist.

(Bron: Ontslag.nl)

Omzet teruggelopen? Wellicht kan snijden in de kosten dmv deeltijdontslag uitkomst bieden.

Sinds het begin van de kredietcrisis is je omzet met 25% gedaald. Te weinig om gebruik te kunnen maken van de bijzondere regeling voor de werktijdverkorting voor je werknemers. Maar als de loonkosten niet op korte termijn gaan dalen, zijn de gevolgen nog veel erger. Wat nu?

Vrijwillig minder uren werken tegen inlevering van loon

Als je vanwege de kredietcrisis met teveel personeel zit in relatie tot je omzet, dan betekent dit dat je zult moeten gaan snijden in je loonkosten en zult moeten gaan reorganiseren c.q. saneren. Je kunt natuurlijk met je werknemers afspreken, dat zij minder gaan werken tegen inlevering van salaris. Dat betekent dat zij met een inkomensachteruitgang te maken krijgen.

Stel dat je werknemer 40 uur per week werkt, en hij gaat één dag per week oftewel 1 dag per week minder werken, dan werkt hij dus 20% minder op maandbasis en ontvangt hij in dat geval ook 20% minder salaris. De vraag is of je werknemer daarvoor te porren is.

 

Deeltijdontslag

Je kunt ook met je werknemer afspreken dat je hem voor één dag in de week zult ontslaan, een zogeheten ‘deeltijdontslag’. In dat geval ontsla je hem voor het gehele dienstverband, maar neemt hem tegelijkertijd weer terug voor, in dit geval 32 uur per week. Dat betekent dat je loonkosten met 20% dalen. Doordat je je werknemer om bedrijfseconomische reden ontslaat, maakt hij voor het aantal uren dat hij ontslagen is, wel aanspraak op een WW-uitkering. Die bedraagt 75% van het loon voor de uren dat hij ontslagen is in de eerste twee maanden van de WW-periode en voor de resterende periode daarna 70%. Je werknemer krijgt in dat geval dus niet te maken met een inkomensachteruitgang van 20% maar met een inkomensachteruitgang van 5% (25% van 20%) respectievelijk 6% (30% van 20%).

 

Voorwaarden voor het recht op WW

Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering moet je werknemer door het ontslag tenminste 5 uren per week zijn kwijtgeraakt als hij 10 of meer uren per week werkte. Werkte hij minder dan 10 uren per week, dan heeft hij recht op een WW-uitkering als hij tenminste de helft van zijn arbeidsuren heeft verloren.

Ook zal hij zich als werkzoekende moeten inschrijven bij het CWI voor het aantal uren dat hij door het ontslag is kwijtgeraakt.

 

Hoe regel je het?

Het deeltijdontslag kun je eenvoudig regelen via een vaststellingsovereenkomst. In verband met het recht op WW, moet je dan wel goed op de juiste opzegtermijn letten en moet je ook verder zorgen dat de overeenkomst WW-proof is. Daarbij is de hulp van een jurist onontbeerlijk.

Je kunt er ook voor kiezen om een ontslagvergunning aan te vragen bij het CWI. Als het CWI je de ontslagvergunning verleent, dan zal deze daaraan wel de voorwaarde verbinden, dat je hem alleen mag gebruiken als je je werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt tegen het mindere aantal uren. Vanwege het tijdsverloop tussen de aanvraag van de ontslagvergunning en de datum van einde van het dienstverband/start nieuwe arbeidsovereenkomst kun je maar beter via een vaststellingsovereenkomst werken.

(Bron: MKB Servicedesk)