Exportverzekering

Crisis zorgt voor meer risicobewustheid. Meer Nederlandse bedrijven sluiten een exportkredietverzekering (EKV) af bij de staat. Het aantal verzekerden is in korte tijd met tientallen procenten gegroeid. Ambitions.nu raadt het elke onderneming aan om goed na te denken wat risico’s zijn van export van goederen en welke financiële impact dit kan hebben. Het afsluiten van een exportverzekering kan namelijk mogelijk deze financiële risico’s afdekken.

Normaal staat er ongeveer tien miljard aan dekking uitstaan, nu gaat het om enkele miljarden meer. Dat zegt Johan Schrijver, directeur van Atradius Dutch State Business, tegen het FD. Atradius voert de faciliteit uit namens de staat.

 

Over de EKV

Wanneer private verzekeraars geen exportverzekering willen afgeven, is de EKV-verzekering een alternatief. Meestal gaat het om projecten waar flinke bedragen mee gemoeid zijn, om contracten met een lange doorlooptijd of projecten in minder stabiele landen. Toch dekt de EKV niet alles: landen als Syrië en Libië zijn op het moment moeilijk te verzekeren. Inmiddels is de EKV voor Egypte en Tunesië wel weer beschikbaar, al is er pas 1 procent van de beschikbare 1,5 miljard gebruikt.

 

BRIC-landen

Reden voor de stijging in het aantal aanvragen is de eurocrisis. Bedrijven willen zekerheid en zijn zich meer bewust van de risico’s. Aanvragen worden vooral gedaan voor olie- en gasprojecten in Brazilië. Daarnaast willen ondernemers vaker een verzekering voor contracten met Rusland en India. Ook voor westerse landen zijn de afgelopen twee jaar vaker aanvragen gedaan, al gaat het dan altijd om grote bedragen. Kleinere exportprojecten in westerse landen worden doorgaans wel gefinancierd door private verzekeraars. :. Mail ons uw vraag over de exportverzekering.

(Bron: MKB servicedesk)

Uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto (de verklaring)

Hebt u een bestelauto van uw onderneming? En gebruikt u deze uitsluitend zakelijk? Dan kunt u een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen. Deze regeling geldt vanaf 1 januari 2012.

Dit betekent voor u het volgende:

  • U hoeft in uw aangifte inkomstenbelasting geen rekening te houden met het voordeel van het privégebruik van de bestelauto.
  • U hoeft geen rittenregistratie bij te houden.

Voorwaarden

Dient u een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ in? Dan gelden de volgende voorwaarden:

  • U mag de bestelauto niet privé gebruiken.
  • U hebt een meldingsplicht om veranderingen rond het zakelijk gebruik van de bestelauto aan ons door te geven.

Verklaring indienen

U kunt de ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ zelf invullen, ondertekenen en bij de belastingdienst indienen.

Verklaring intrekken

De verklaring is voor onbepaalde tijd geldig. U kunt de verklaring op een later moment zelf weer intrekken.

Binnenkort: digitaal formulier

In de loop van 2012 stellen wij via het beveiligde gedeelte van de internetsite een digitaal formulier beschikbaar. Vanaf dat moment kunt u uw verklaring digitaal insturen en intrekken.

Snel naar:

Let op!

Bent u freelancer, of doet u wel eens klussen tegen betaling? Mogelijk bent u dan particulier met resultaat uit overige werkzaamheden. Ook dan kunt u een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen.

(Bron: Belastingdienst)

Wat is privégebruik omzetbelasting en wanneer moet ik dit aangeven? / De laatste aangifte van het jaar

Ondernemers gebruiken soms middelen van de zaak voor prive-doeleinden. Denk hierbij bijvoorbeeld het gebruiken van een zakelijke auto voor privédoeleinden. Oftewel het meer dan 500 kilometer privé rijden met een zakelijke auto. De BTW (Belasting over de toegevoegde waarde) is een einheffing gericht op de consument. De belastingdienst ziet het gebruik van de auto door u als privépersoon dus eigenlijk als gebruik als consument.

Zou er geen correctie plaats vinden voor privé-gebruik dan loopt de belastingdienst dus eigenlijk omzetbelasting mis. In hoofdlijnen zijn vaak twee berekeningsmethoden voor het BTW privegebruik te onderkennen. Dit zijn de forfaitaire berekening op basis van vaste stelregels (vaak door de staatsecretaris goedgekeurd in een besluit) of het berekenen van het privégebruik op basis van werkelijke privégebruik en zakelijk gebruik (berekeningsmethode is vaak in de wet opgenomen).

De volgende correcties met betrekking tot privégebruik komen vaak voor:

– Correctie privégebruik auto voor de omzetbelasting (let op de uitspraak van Rechtbank Haarlem van juli 2011)

-Privégebruik omzetbelasting gas, water en elektra indien u een bedrijfspand heeft en een gedeelte hiervan prive gebruikt.

– correctie btw voor gebruik door ondernemer van tot het bedrijf behorende goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik, bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die de ondernemer zowel zakelijk als privé gebruikt.)

-Correctie in het kader van de bedrijfskantineregeling (Besluit Uitsluiting Aftrek voorbelasting)

-Overige correcties inzake BTW. Bijvoorbeeld de ondernemer heeft goederen onttrokken aan de zaak voor privé-doeleinden. Een concreet voorbeeld hiervan kan zijn het boodschappen doen in een supermarkt van jezelf.

 

Andere aandachtspunten zijn:

-Soms kan er ook sprake zijn dat bijvoorbeeld onroerende zaken gedeeltelijk privé en gedeeltelijk zakelijk worden gebruik en die reeds eerder zijn aangeschaf waarbij het gehele bedrag aan omzetbelasting is afgetrokken. (De omzetbelasting moet dan over een periode van 10 jaar opnieuw worden uitgerekend in de juiste verhouding zakelijk /privé dient dan een correctie plaats te vinden.)

-Het kan bijvoorbeeld ook gebeuren dat een goed wat in eerste instantie 100% zakelijk werd gebruikt nu minder dan 100% zakelijk word gebruikt. Er dient dan ook nagegaan te worden of er correctie BTW ter zake van voorgenomen gebruik plaats dient te vinden.

-Vergeet bij de laatste aangifte van het jaar ook de kleine ondernemingsregeling niet. Als het bedrag onder de € 1.881 ligt gelden er specifieke verminderingen. Er geld echter een specifieke berekeningswijze voor de vermindering van de omzetbelasting.

Het berekenen van de juiste bedragen van privégebruik, hierziening of vermindering van omzetbelasting kan soms best lastig zijn. Neem gerust eens contact met ons op voor een vraag. U kunt ons bijvoorbeeld:. Mailen.

 

 

Wijzigingen sociale verzekeringen en belastingen 2012, belastingtarieven 2012

Lees hier de nieuwe belastingtarien voor 2012

Lees hier de wijzigingen in de sociale verzekeringen voor 2012

Lees hier een opsomming van de belangrijkste wijzingen voor belastingen in 2012

14 januari 2012 update:

Het overzicht van wijzigingen in de belastingheffing per 1 januari 2012 is op enkele onderdelen aangepast. (Deze wijzigingen zijn niet doorgevoerd in de orginele tekst van bovenstaande documenten) In paragraaf 1.15 is de zin “Per bedrijfsmiddel kan niet meer dan 25 miljoen euro willekeurig worden afgeschreven” vervangen door “In totaal kan voor niet meer dan 25 miljoen euro aan investeringen willekeurig worden afgeschreven.” In paragraaf 1.16.3 is de zin “Per bedrijfsmiddel kan niet meer dan 25 miljoen euro in aanmerking worden genomen”vervangen door “In totaal kan voor niet meer dan 25 miljoen euro aan investeringen willekeurig worden afgeschreven.”

In paragraaf 2.6.3 worden onjuiste normbedragen genoemd voor consumpties tijdens werktijd. Deze moeten zijn 2,75 euro (normbedrag per week) en 0,55 euro (normbedrag per dag). In paragraaf 7.1 is in de tabel tarieven 2011 per abuis het tarief van 2010 opgenomen. Het tarief van 2011 is 25 procent (i.p.v. 25,5 procent). Deze wijzigingen zijn inmiddels verwerkt in het overzicht en in het dossier belastingtarieven.

(Belastingtijdvak: 2012, eindejaarsbericht 2012)

Bent u al begonnen met de invoering van werkkostenregeling (wkr)

Met ingang van 2014 zal de werkkostenregeling verplicht gesteld worden. Ondanks geluiden dat de werkkostenregeling afgeschaft zal worden lijkt het er voorlopig op dat invoering voorlopig door zal gaan. Met de werkkostenregeling veranderd er veel op het gebied van vergoedingen en verstrekkingen van  de werkgever aan de werknemer.

Het is vooral voor de werkgever van belang om tijdig te beginnen met de invoering van de werkkostenregeling. Indien een werkgever namelijk pas in 2014 begint met het invoeren van de werkkostenregeling dan kan het zijn dat een werknemer er netto op achteruit gaat. Er bestaat dan een gerede kans dat uw als werkgever dan voor een oplossing zult moeten zorgen. Begint u echter eerder dan kan de impact geringer zijn. Het is in ieder geval verstandig als u nog niet op de werkkostenregeling bent overgestapt om eens goed uw situatie te analyseren ten opzichte van een overstap naar de werkkostenregeling. De werkkostenregeling biedt namelijk de mogelijkheid van het gebruik van een vrije ruimte. Dit kan fiscaal aantrekkelijk zijn. Wij helpen u graag om zaken te verhelderen. Mail ons.

Vierde tijdelijk arbeidsovereenkomst jongere afgeschaft

14 december 2011 – Per 1 januari 2012 is het niet meer mogelijk om jonge werknemers van 15 tot en met 26 jaar een vierde tijdelijk contract aan te bieden. De crisismaatregel die in 2010 door minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is ingesteld wordt niet meer verlengd.

De normale regels – die op dit moment dus alleen voor werknemers vanaf 27 jaar gelden – zijn dat werknemers maximaal drie tijdelijke contracten achter elkaar kunnen krijgen of drie jaar op basis van een tijdelijk contract kunnen werken. Daarna hebben ze recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De mogelijkheid om jongeren een vierde tijdelijk contract aan te kunnen bieden, moest deze groep werknemers gedurende de economische crisis beter beschermen tegen werkloosheid. Uit de evaluatie van de regeling onder 19.000 jongeren die een vierde tijdelijk contract hebben gekregen, blijkt dat de maatregel 10.000 van hen aan het werk heeft gehouden. Zonder deze optie hadden zij hun baan verloren. De andere kant van de medaille is echter dat aan 9.000 jongeren anders een vast contract was aangeboden, terwijl zij nu een vierde tijdelijk contract kregen.

Tijdelijk contract verlengen vóór 31 december 2011

Sinds juli 2010 kunt u werknemers onder de 27 jaar vier jaar of vier arbeidsovereenkomsten lang een tijdelijk dienstverband aanbieden. Wilt u de werknemer na deze vier tijdelijke contracten (of na vier jaar) houden, dan bent u alsnog verplicht een vast contract aan te bieden. Vanaf 1 januari 2012 vervalt de maatregel, maar er is een overgangsregeling voor jongeren die vóór die dag een vierde tijdelijk contract hebben of in hun vierde jaar zitten. Op het moment dat de regeling eindigt, houden zij hun vierde tijdelijke overeenkomst. U moet hen dan een overeenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden als hun vijfde contract of vijfde jaar ingaat. Voorwaarde is wel dat ze gedurende dit vierde contract of vierde jaar jonger dan 27 jaar zijn. Een jongere die tijdens zijn vierde tijdelijke contract 27 jaar wordt, heeft u onherroepelijk in vaste dienst. Meer informatie nodig over arbeidsovereenkomsten, of salarisverwerking? Stuur ons een bericht.

Belastingrente is de nieuwe heffingsrente

12 december 2011 – De Belastingdienst gaat de heffingsrente vervangen door de belastingrente. Belangrijke wijziging is dat de fiscus pas rente gaat rekenen zes maanden na afloop van het kalenderjaar. Uw onderneming komt dus minder snel in aanraking met deze belastingrente. Daarnaast zal de hoogte van deze rente afhankelijk zijn van de wettelijke rente voor niet-handelstransacties voor consumenten. Gelukkig kan uw onderneming nog even wennen, want de nieuwe rente geldt pas vanaf 2013 voor de aangifte over 2012 en latere jaren.

De Belastingdienst zal dus geen rente meer vergoeden als de teruggave plaatsvindt binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar. Dit is dus 1 juli na afloop van het kalenderjaar. Uw onderneming ontvangt dus niet standaard meer rente van de fiscus vanaf 1 januari na het kalenderjaar zoals dat nu het geval is. Bij de nieuwe regeling zal de fiscus meestal de aangifte kunnen afronden zonder belastingrente in rekening te brengen. Daarnaast sluit de Belastingsdienst voor de hoogte van de belastingrente aan bij de niet-handelstransacties voor consumenten die op dit moment 4% is. Hoe werkt deze nieuwe regeling nu in de praktijk?

Berekening belastingrente

Stel dat uw onderneming op 15 maart 2012 een voorlopige aanslag over 2012 ontvangt met een te betalen bedrag van € 80.000. Dit is dan zonder belastingrente, omdat de aanslag voor 1 juli 2013 is opgelegd. Op 1 maart 2013 vraagt uw onderneming uitstel voor het indienen van de aangifte tot 1 november 2013 en daarnaast doet u een schatting van het inkomen voor 2012 voor een bedrag van € 100.000. De fiscus gaat akkoord met het uitstel en uw onderneming ontvangt op 1 mei 2013 een herziening van de voorlopige aanslag met een verhoging van € 20.000. Ook nu staat er geen belastingrente op de aanslag, omdat de voorlopige aanslag is opgelegd voor 1 juli 2013. Uiteindelijk doet uw onderneming op 1 oktober 2013 aangifte. Uit de aangifte blijkt dat u een bedrag van € 150.000 aan belasting moet betalen. De voorlopige aanslagen mag u daarop in mindering brengen, waardoor een bedrag van € 50.000 aan belasting resteert. Uw onderneming ontvangt hiervoor op 1 november 2013 een nieuwe voorlopige aanslag. De fiscus rekent dan wel een belastingrente over de periode 1 juli 2013 tot en met 1 november 2013 plus zes weken (dit is de betalingstermijn), dus tot 13 december 2013. Op 1 juni 2014 ontvangt uw onderneming de definitieve aanslag met een correctie op de aangifte. De uiteindelijke belastingschuld bedraagt € 175.000. Uw onderneming moet dan nog € 25.000 belasting betalen. De belastingrente rekent de Belastingdienst dan over de periode 1 juli 2013 tot en met 1 juni 2014 plus zes weken voor de betalingstermijn, dus tot 13 juli 2014. De fiscus rekent dus minder snel belastingrente! Vragen over belastingrente of andere fiscale zaken. Wij helpen u graag verder. Mail ons
Bron: Financieel Rendement

Heeft u drie jaar sterk wisselende inkomens gehad? Vraag middeling aan.

Hebt u een jaar een hoger of lager inkomen uit werk en woning dan andere jaren? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld over meerdere jaren krijgt. Met de middelingsregeling berekent u uw gemiddelde inkomen over 3 jaren. Hierdoor betaalt u waarschijnlijk minder belasting over dat gemiddelde inkomen en krijgt u geld terug.

In de volgende situaties krijgt u waarschijnlijk belasting terug:

  • U hebt na uw afstuderen een vaste baan gekregen en u had naast uw studie een bijbaan.
  • U hebt een ontslagvergoeding (‘gouden handdruk’) gekregen.
  • U bent in de afgelopen jaren gestart of gestopt met werken.
  • U werkt als freelancer of als ondernemer.
  • U hebt onbetaald verlof opgenomen (bijvoorbeeld voor een sabbatical).
  • U bent minder gaan werken.

(Bron: belastingdienst december 2011)

Ontvang nog loonkostensubsidie door voor 1 januari een WW-er in dienst te nemen

Als u overweegt om een medewerker aan te nemen die al minimaal een jaar een WW-uitkering ontvangt, kunt u deze medewerker beter vóór 31 december 2011 een contract aanbieden. Per 1 januari 2012 vervalt namelijk de loonkostensubsidie voor werknemers in een uitkeringssituatie. Deze regeling houdt in dat, als u aan de voorwaarden voldoet, u bij een fulltime dienstverband een jaar lang de helft van het minimumloon vergoed kunt krijgen.

De voorwaarde om voor loonkostensubsidie in aanmerking te komen, is dat u de werknemer een jaarcontract aanbiedt en van plan bent om dat daarna nog met minstens een halfjaar te verlengen. De loonkostensubsidie bedraagt bij een fulltime dienstverband 50% van het minimumloon en duurt één jaar. De aanvraag moet u uiterlijk drie maanden nadat de werknemer in dienst is getreden bij UWV indienen. Voor werknemers tot 50 jaar die – vóórdat ze bij uw non-profit in dienst kwamen – een WGA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering hadden, kunt u op dit moment bij UWV loonkostensubsidie aanvragen. Ook als uw nieuwe werknemer al langer dan een jaar een volledige WW-uitkering had, kunt u deze tegemoetkoming onder voorwaarden krijgen.

(Bron: Bestuur Rendement 2-12-2012)

Premiekorting voor werknemers ouder dan 50 jaar

Omdat de regeling stopt, komen werknemers die op of na 1 januari 2012 voor uw organisatie gaan werken, niet meer voor deze loonkostensubsidie in aanmerking. Werknemers die aan de voorwaarden voldoen en op 31 december 2011 in dienst treden nog wel. Uw aanvraag moet dan vóór 1 april 2012 bij UWV binnen zijn. Voor werknemers van 50 jaar of ouder geldt de loonkostensubsidie niet. Voor deze
werknemers kunt u mogelijk premiekorting oudere werknemers krijgen. Daarvoor komt u (ook in 2012) in aanmerking als u een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt die 50 jaar of ouder is of een werknemer in dienst houdt die 62 jaar of ouder is.

Samenlevingscontract afsluiten voor 1 januari: meteen fiscaal partner voor erfbelasting

Volgens Netwerk Notarissen loont het de moeite om voor 1 januari een samenlevingscontract af te sluiten. Als samenwonenden nog voor de jaarwisseling zo’n contract afsluiten zijn zij namelijk meteen fiscaal partner voor de erfbelasting. Door een wijziging van de regels moeten zij vanaf 1 januari 2012 minimaal zes maanden wachten ná het afsluiten van het samenlevingscontract om fiscaal partner te worden.

Door fiscaal partnerschap kunnen samenwoners onder andere ruim 600.000 euro vrij van erfbelasting van hun partner erven.

Financiële problemen voorkomen

‘De erfbelasting is niet de enige reden om een samenlevingscontract af te sluiten. Door de onlangs gelanceerde online Samenleeftest (www.samenleeftest.nl) te doen krijgen samenwoners een goed beeld van deze redenen. Bijvoorbeeld omdat er zonder samenlevingscontract niets geregeld is bij een scheiding en overlijden. Voor samenwonende partners zijn er namelijk geen wettelijke spelregels. Hierdoor komen veel partners bij overlijden of scheiding in de financiële problemen. Uit onderzoek blijkt dat na een scheiding de koopkracht van vrouwen die ongetrouwd hebben samengewoond, gemiddeld 14 procent daalt. En voor 20.000 vrouwen is die daling zo groot dat ze inmiddels onder de armoedegrens leven,’ aldus Netwerk Notarissen.

Geen wettelijke voorzieningen

Netwerk Notarissen zien deze zorgelijke situatie ook in hun praktijk. Lucienne van der Geld, juridisch directeur van Netwerk Notarissen. ‘De financiële en emotionele gevolgen van een breuk bij samenwonen kunnen groot zijn. Nog groter dan bij trouwen omdat er geen wettelijke voorzieningen zijn. Dat geldt niet alleen voor vrouwen met kinderen. Juridische gevechten over wie er in het huis mag blijven wonen bijvoorbeeld, zijn ook aan de orde van de dag. Net als juridische problemen bij overlijden van de partner. Juist daarom willen we met de Samenleeftest en de in de test genoemde tips mensen bewust maken dat samen wonen pas echt samenwonen wordt als je alles goed geregeld hebt.’

(Bron: Netwerk Notarissen 8-12-2011)