Definitieve berekening NOW: kom zélf in actie!

Een derde van de werkgevers die een voorschot heeft ontvangen voor de eerste periode NOW, is zich niet bewust dat zij zélf de definitieve berekening van de NOW moet aanvragen. Wordt dit niet aangevraagd, kan dit leiden tot een terugvordering van het complete voorschot. Het is echt belangrijk dat werkgevers zélf in actie komen.

Uit onderzoek dat UWV heeft laten uitvoeren onder de werkgevers die nog geen NOW aanvraag hebben ingediend, blijkt dat bijna een derde zich er niet van bewust is dat het de definitieve berekening zélf moet aanvragen. Daarnaast wees het onderzoek uit dat 44 procent van de werkgevers nog bezig is met het verzamelen van documenten of wacht op de samenstelling van een derdenverklaring of verklaring van een accountant.

Een aanvraag indienen kan nog tot en met 31 oktober 2021, dus er is nog tijd. Maar werkgevers die géén aanvraag doen voor de definitieve berekening, lopen het risico dat ze straks in de problemen komen. Geen aanvraag indienen betekent dat de tegemoetkoming op nul wordt vastgesteld en werkgevers dus hun complete voorschot moeten terugbetalen.

(Bron: De Jong & Laan)

5 tips voor pensioen dga

Dga’s kunnen sinds 1 juli 2017 geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. Welke alternatieven zijn er? We zetten de aantrekkelijkste mogelijkheden op een rijtje.

1. Sparen of beleggen?

Een voor de hand liggend alternatief voor de dga die geen pensioen in eigen beheer meer kan opbouwen, is zelf sparen of beleggen. Een nadeel van sparen is dat het nauwelijks meer rente oplevert. Een bekend nadeel van beleggen is de onzekerheid over de hoogte van het rendement. Gespreid beleggen in defensieve fondsen kan daarvoor een oplossing zijn.

Een nadeel van sparen en beleggen is ook dat geen vrijstelling geldt in box 3. Dit in tegenstelling tot pensioenen en lijfrenten.

2. Kapitaal voor eigen bv

U kunt uw pensioenbijdrage natuurlijk ook in uw eigen onderneming in de bv investeren. Afhankelijk van de rente die u nu bij de bank betaalt, kan dit aantrekkelijk zijn.

Een nadeel is het risico dat u uw ‘pensioen’ kwijt bent als uw bedrijf failliet gaat.

3. Aflossen eigen woning?

Bezit u een eigen woning met hypotheekschuld, dan kan aflossen van deze schuld een aardige compensatie voor het opbouwen van pensioen zijn.

Houd er rekening mee dat aflossen vaak slechts tot een bepaald bedrag boetevrij is. Lost u meer af, dan betaalt u meestal een sanctie vanwege de gemiste rente-inkomsten door de bank. Een voordeel is dat aflossen niet leidt tot een hogere heffing in box 3.

Let op!
Aflossen wordt de komende jaren ook aantrekkelijker, omdat de hypotheekrente in etappes nog maar aftrekbaar wordt tegen het basistarief van 37,05%.

4. Aankoop lijfrente

In plaats van pensioen in eigen beheer is het nog wel mogelijk een oudedagsvoorziening op te bouwen door middel van een lijfrente. Of door middel van pensioensparen op een geblokkeerde bankrekening. De betaalde premie/inleg is dan onder voorwaarden aftrekbaar en de lijfrente of het spaarsaldo telt dan niet mee in box 3.

5. Aankoop woning plus verhuur

Het aankopen van een woning en verhuren aan de kinderen wordt de laatste jaren steeds populairder en kan een alternatief zijn voor de opbouw van pensioen.

Het voordeel is dat de waarde van de woning slechts gedeeltelijk meetelt in box 3. Bovendien blijft een eventuele waardestijging van de woning onbelast. In combinatie met de huurtermijnen kan dat een mooi rendement opleveren.

Nadeel is dat sinds 2021 de aankoop van een woning bestemd voor de verhuur 8% overdrachtsbelasting verschuldigd is.

Let op: Uw kinderen komen in beginsel ook in aanmerking voor huurtoeslag

De hiervoor genoemde alternatieven kunnen een goede vervanger zijn voor pensioen in eigen beheer. Welk alternatief past bij u? Dat is een vraag die we in een persoonlijk gesprek met u kunnen bespreken.

(Bron: De Jong & Laan)

Voordelen en risico’s bij een no riskpolis

Voor het in dienst nemen en hebben van mensen met een arbeidsbeperking kunt u als werkgever verschillende financiële voordelen behalen. Een daarvan is de zogenaamde noriskpolis.

Wat dit is, welke voordelen dit kan bieden en welke risico’s u kunt lopen leggen we hieronder uit.

Een medewerker heeft recht op een noriskpolis in onder andere de volgende situaties:

  • U neemt een medewerker met een WIA, Wajong of WAO/Waz uitkering in dienst;
  • De nieuwe medewerker is opgenomen in het doelgroepregister;
  • Uw medewerker heeft na 2 jaar ziekte recht op een WIA uitkering en u houdt hem in dienst.

Als deze medewerker tijdens zijn dienstverband ziek wordt dan kunt u hem bij het UWV melden.  U betaalt ongewijzigd het salaris aan uw medewerker conform het gestelde in de arbeidsovereenkomst of cao. UWV betaalt aan u een Ziektewetuitkering. De vergoeding bedraagt gedurende het eerste ziektejaar 100% van het loon dat u aan uw zieke medewerker moet betalen en het tweede jaar 70% van het dagloon.

Wat is het financiële voordeel?

U krijgt het salaris van de medewerker geheel of gedeeltelijk gecompenseerd van UWV. Als u een ziekengeldverzekering heeft, dan hoeft u deze medewerker daarop niet aan te melden.  Dat scheelt premie. En de Ziektewet- en latere WIA-uitkering worden niet doorberekend bij het vaststellen van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.

Hoe vraagt u dit aan?

U hoeft de noriskpolis niet van te voren aan te vragen. Op het moment dat hij ziek wordt meldt u hem binnen 6 weken na de eerste ziektedag bij UWV en deze instantie beoordeelt of hij op basis van de voorwaarden een uitkering toekomt. Is de medewerker weer hersteld, vergeet dan niet om dit binnen 2 dagen weer aan UWV door te geven.

Waarop moet u vooral letten?

Voor iemand die beschut werkt of met een ziekte of handicap (volgens de banenafspraak) geldt de noriskpolis voor de duur van het gehele dienstverband. In de andere situaties geldt een termijn van maximaal 5 jaar. In sommige gevallen kan voor afloop van die termijn een verlenging worden aangevraagd. Na afloop van de 5 jaarstermijn meldt u de medewerker weer aan bij de ziekengeldverzekeraar.

Ontvangt u voor uw werknemer naast de Ziektewetuitkering ook loonkostensubsidie van de gemeente? Deze kunnen niet samen gaan. Informeer de gemeente dat u Ziektewetuitkering ontvangt. De loonkostensubsidie stopt dan.

Reintegratie

Ook bij een medewerker met een noriskpolis doet u de ziekmelding bij de arbodienst. Het is een misverstand om er van uit te gaan dat het UWV de re-integratie van de medewerker over neemt. U blijft gedurende de hele ziekteperiode verantwoordelijk voor de Poortwachter-inspanningen, net zoals u dat doet voor medewerkers die hier niet onder vallen. Doet u dit niet, te laat of is de re-integratie niet adequaat? Dan kan UWV ook bij een noriskpolis een loonsanctie opleggen. Gaat uw zieke medewerker tussentijds uit dienst omdat het contract afloopt en u heeft aantoonbaar een gebrekkig re-integratiedossier tot dan toe? Ook dan kan UWV u een sanctie opleggen door de Ziektewetuitkering die na afloop van het dienstverband aan de ex-medewerker wordt betaald op u te verhalen. Gaat uw werknemer tussentijds uit dienst, maar is de re-integratie nog niet afgerond? Dan kunt u bij UWV verzoek om participatie in de kosten voor de re-integratie.

(Bron: Flynth)

Afschaffing aftrek scholingsuitgaven

De fiscale regeling voor aftrek van scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting vervalt per 1 januari 2022. Daarvoor in de plaats komt de Subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Misschien kunt u in 2021 nog extra profiteren van de fiscale aftrek door scholingskosten vooruit te betalen of uw opleiding/studie eerder te beginnen en de kosten nog in 2021 te betalen.

Het STAP-budget

Werkenden en werkzoekenden kunnen een STAP-budget van maximaal €1.000 euro aanvragen voor scholing en ontwikkeling. Met het geld uit het STAP-budget kan een opleiding, training of cursus worden gevolgd. Voorwaarde is dat de gekozen scholingsactiviteit geregistreerd staat in het STAP-scholingsregister.

De aanvraag van het STAP-budget kan vanaf 1 maart 2022 worden gedaan via het STAP-portaal van het UWV. Dit kan per persoon één keer per jaar. Als de aanvraag door het UWV is goedgekeurd, wordt het bedrag rechtstreeks betaald aan de opleider. 

Meer over de voorwaarden en het aanvragen vindt u vanaf 1 maart 2022 op het STAP-portaal van UWV. 

Voorsorteren op afschaffing aftrek scholingsuitgaven

Scholingsuitgaven zijn lang niet altijd aftrekbaar uw belastingaangifte, er gelden strenge voorwaarden. Zie ook de site van de Belastingdienst. Maar voldoet u aan de voorwaarden, dan zal het huidige systeem van fiscale aftrek al snel voordeliger zijn dan de Subsidieregeling STAP.

Voor de fiscale aftrek van scholingsuitgaven wordt aangesloten bij het moment van betaling. Bent u al begonnen met een studie of staat u op het punt deze te starten en voldoet u aan de voorwaarden voor de aftrek? Dan kan het voordelig zijn om in 2021 nog een bedrag vooruit te betalen of uw opleiding/studie eerder te beginnen. In dat laatste geval moet u er dan wel voor zorgen dat u de kosten ook (zoveel mogelijk) in 2021 verschuldigd bent en ook daadwerkelijk betaalt.

LET OP BIJ VOORUITBETALING

Een eenmalige betaling in 2021 van collegegeld voor het studiejaar 2021/2022 waarvan is afgesproken dat dat zowel in termijnen als ineens (in 2021) kan worden betaald, kunt u dus naar onze mening wel in 2021 in zijn geheel als scholingsuitgaven in aanmerking nemen. Maar een vooruitbetaling moet wel zijn overeengekomen en er mag geen sprake zijn van een depotstorting waarover u feitelijk nog steeds kunt beschikken.

(Bron: Flynth)

Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK. We zetten hier alles wat u moet weten rondom de IACK op een rij.

Hoeveel bedraagt de IACK

De IACK bedraagt dit jaar 11,45% van uw arbeidsinkomen boven € 5.153, met een maximum van € 2.815 per jaar. U moet wel ten minste € 5.153 verdienen of, wanneer u ondernemer bent, recht hebben op de zelfstandigenaftrek.

Voorwaarden IACK

  • U hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2008 en in 2021 minstens 6 maanden is ingeschreven op uw woonadres. Bent u co-ouder? Dan mag uw kind ook zijn ingeschreven op het adres van uw ex.
  • U hebt geen fiscale partner of u hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én u verdient minder dan uw fiscale partner.

Wanneer bent u co-ouder?

U bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Rechtzaak: een dag is écht 24 uur

Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van één jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen meetellen. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week. Of de rechter deze uitleg onderschrijft, is nog onzeker.

Tip! Wilt u op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij u uw kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip! Heeft u twee of meer jonge kinderen met uw ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoet u beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. U hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.

(Bron: DRV)

Voorkom faillissement met Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

Veel ondernemers worden financieel geraakt door huidige onzekerheid in de economie en de maatregelen vanuit de overheid om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Helaas blijken de steunmaatregelen lang niet altijd toereikend voor ondernemers om aan alle financiële verplichtingen te blijven voldoen. Voor ondernemers in zwaar financieel weer, is er sinds 1 januari 2021 een interessante wet in werking getreden: de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Deze maakt het mogelijk een faillissement te voorkomen door tot een akkoord te komen met een gedeelte van de schuldeisers. In deze column vertellen wij u meer over de wijzigingen die de WHOA met zich meebrengt en de werkwijze van de WHOA.

Geen akkoord van alle schuldeisers nodig door WHOA

Tot 1 januari 2021 kon een ondernemer die in financieel zwaar weer verkeerde slechts een akkoord bereiken met zijn schuldeisers als alle schuldeisers het hierover eens waren. Hiermee had iedere schuldeiser feitelijk een prikkel om instemming te weigeren om mogelijk een betere positie voor zichzelf te creëren. Indien één schuldeiser dwars ging liggen, kon dit al leiden tot een faillissement.

Sinds de invoering van de WHOA per 1 januari 2021 is dit niet meer het geval en kan ook een bindend akkoord worden gesloten zonder dat alle schuldeisers hun goedkeuring hebben gegeven. Ondernemers met toekomstperspectief hebben hiermee een instrument in handen om een faillissement te voorkomen. De verwachting is dat dit beter is voor zowel werknemers, de ondernemer zelf en de schuldeisers. Overigens biedt de WHOA ook de mogelijkheid om gecontroleerd te stoppen met ondernemen.

Lastige werkwijze voor Wet homologatie onderhands akkoord

De praktische uitvoering van de WHOA kent de nodige voorwaarden en luistert zeer nauw. Bovendien is het maatwerk. Laat u daarom goed informeren alvorens u start. Hieronder beschrijven wij de werkwijze van de WHOA in een notendop.

Feitelijk kan een ondernemer zelf een WHOA-traject starten door een verklaring te deponeren bij de rechtbank en in overleg te treden met de schuldeisers. De uit het overleg voortvloeiende afspraken worden vastgelegd in een conceptakkoord. In het conceptakkoord worden schuldeisers ingedeeld in verschillende klassen (o.b.v. rangorde). Het conceptakkoord wordt vervolgens per klasse in stemming gebracht bij de schuldeisers.

Na de stemming dient een advocaat het homologatieverzoek in bij de rechtbank. Schuldeisers kunnen tot aan de dag van de zitting bij de rechtbank een verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. De rechtbank toetst vervolgens of is voldaan aan de voorwaarden. Is dit het geval, dan zal de rechtbank het akkoord bevestigen. Na bevestiging door de rechtbank is het akkoord bindend voor alle schuldeisers. Ook schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd moeten zich hier aan houden, zelfs als dit leidt tot (gedeeltelijke) oninbaarheid van hun vorderingen.

(Bron: DRV)

Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Wordt aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking gesteld? Dan geldt in beginsel ook voor alle auto’s de bekende bijtelling. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Als daar sprake van is, geldt per 1 januari 2022 de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling 2021

Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Hoogste bijtelling

De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor elke auto bijgeteld hoeft te worden, per 1 januari 2022 de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2022 is dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?

Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is. 

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?

Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van € 50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van € 40.000.

Als de auto’s in 2021 voor het eerst op kenteken worden gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto € 40.000 x 12% + € 10.000 x 22% = € 4.800 + € 2.200 = € 7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling € 40.000 x 22% = € 8.800.

De wijziging kost dan € 8.800 -/- € 7.000 = € 1.800 meer aan bijtelling.

(Bron: De Jong & Laan)

Vijfde aanvraagperiode NOW start binnenkort

Ondanks dat vanaf 28 april 2021 de nodige versoepelingen met betrekking tot de Lock down op stapel staan, is het zeker niet zo dat ondernemend Nederland vanaf dat moment geen ondersteuning meer nodig heeft. Op 6 mei 2021 start daarom voor de vijfde keer een tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW 5) waarmee deze keer een gedeeltelijke compensatie van de loonkosten is aan te vragen over de periode 1 april 2021 en 30 juni 2021.  Je kunt NOW 5 aanvragen als, in een periode van drie aaneengesloten maanden tussen 1 april 2021 en 31 augustus 2021, het gemiddelde omzetverlies ten minste 20% bedraagt ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Over welke periode met omzetverlies jij exact NOW 5 kunt ontvangen is afhankelijk van de vraag of je voor de vierde periode ook al NOW (NOW 4) hebt aangevraagd.    Heb je ook NOW 4 aangevraagd, dan moet de omzetverlies periode voor de NOW 5 op die periode aansluiten. Heb je geen NOW 4 aangevraagd, dan kun je kiezen of je de periode met omzetverlies laat starten op 1 april 2021, 1 mei 2021 of 1 juni 2021. Deze periode kun je later niet meer wijzigen. De aanvraag voor NOW 5 kan bij het UWV worden ingediend tot en met 30 juni 2021.  

Welke voorwaarden gelden deze keer?

De voorwaarden zijn ten opzichte van NOW 4 verder niet gewijzigd:  

  • Over de periode van drie aaneengesloten maanden moet er een gemiddeld omzetverlies van minimaal 20% zijn ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Voor ondernemingen die gestart zijn tussen 1 januari 2019 en 2 februari 2020 geldt een andere berekening.
  • De tegemoetkoming is maximaal 85% van de loonkosten. Hierbij wordt uitgegaan van de loonsom over de maand juni 2020. Als voorschot wordt maximaal 80% uitgekeerd over een loonsom per werknemer van maximaal € 9.718 per maand. De totale loonsom wordt vervolgens verhoogd met 40% ter compensatie van werkgeverslasten en vakantiegeld.
  • De loonsom over de maanden april 2021 tot en met juni 2021 mag met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom over juni 2020, zonder dat dit  gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Welke verplichtingen gelden deze keer?

Ook de verplichtingen zijn ten opzichte van NOW 4 niet gewijzigd:  

  • Je bent verplicht de subsidie alleen te gebruiken voor het doel waarvoor deze is verstrekt, dus de subsidie moet in ieder geval worden gebruikt voor de betaling van loonkosten.
  • Informeer je OR of personeelsvertegenwoordiging. Heb je die niet, dan informeer je de werknemers zelf over de subsidieverlening.
  • Stimuleer je medewerkers om zich bij te scholen of om te scholen om beter voorbereid te zijn op de economische situatie. Hiervoor moet je als werkgever ook een verklaring afleggen bij de aanvraag.
  • Als je een werknemer toch moet ontslaan of zijn contract loopt af tijdens de NOW 5, dan heb je een inspanningsverplichting om deze werknemer te begeleiden naar ander werk.
  • Als je bij het UWV toch een ontslagaanvraag in verband met bedrijfseconomische redenen doet, moet je dit melden via UWV Telefoon NOW (088-8982004).
  • Je bent verplicht een controleerbare administratie te voeren die je, tot 5 jaar na de datum van definitieve vaststelling van de subsidie door het UWV, moet bewaren.
  • De loonaangifte moet steeds op tijd worden ingediend. Daarnaast moet je het UWV informeren als er iets gebeurt wat gevolgen heeft voor de tegemoetkoming (bijvoorbeeld stoppen met het bedrijf).

(Bron: Alfa)

Registreer je nu voor het btw-éénloketsysteem!

Verkoop je (via je webshop) goederen of diensten aan particuliere kopers in andere lidstaten of heb je plannen in die richting, dan heb je vanaf 1 juli a.s. te maken met nieuwe btw-regels. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat je je kunt aanmelden voor het nieuwe éénloketsysteem. Wat dat is, waarom je dat zou doen, hoe dat werkt en wat je daarvoor moet doen, leggen we hieronder uit.    

Wat gaat er veranderen?  

Een belangrijke wijziging is dat je straks als (webshop)ondernemer bij de leveringen van EU-goederen veel sneller dan je gewend bent de btw bent verschuldigd in de lidstaten van je particuliere klanten. 
Nu is het nog zo dat je je pas vanaf een bepaalde omzetdrempel in het buitenland hoeft te registreren. België kent daarvoor bijvoorbeeld een omzetdrempel van € 35.000. Blijf je daaronder, dan hoef je in België niets te doen en reken je Nederlandse btw die je in Nederland afdraagt. 
Vanaf 1 juli wordt dat anders. En om te voorkomen dat je je in andere lidstaten moet registreren, heb je de keuze om gebruik te maken van het éénloketsysteem. Dit wordt ook wel de Unieregeling genoemd.  

Lever je bijvoorbeeld digitale diensten aan particulieren in andere lidstaten? Dan kun je ook gebruik maken van hetzelfde éénloketsysteem. 

Nieuw drempelbedrag 

Vanaf 1 juli geldt er een nieuw drempelbedrag van € 10.000. Deze geldt voor alle leveringen en digitale diensten gezamenlijk aan particuliere klanten in andere lidstaten. Als je EU-omzet op jaarbasis onder dat drempelbedrag blijft, kun je ervoor kiezen om Nederlandse btw te blijven rekenen. Met de nieuwe regels en het éénloketsysteem heb je dan niets te maken. Gevolg is ook dat je al heel snel met buitenlandse btw hebt te maken. 

Je hoeft overigens geen gebruik te maken van de nieuwe drempel. Als je verwacht deze omzetgrens toch wel te halen, kun je net zo goed al vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem kiezen. Je hoeft dan niet te wachten op het moment dat je de omzetgrens overschrijdt. Let op: als de nieuwe omzetdrempel al in 2020 is overschreden, dan gaan wij ervan uit dat je in 2021 geen keuze hebt. Je bent dan de btw verschuldigd in de lidstaten van je klanten. Met de keuze voor het éénloketsysteem voorkom je vervolgens de btw-registraties in de andere lidstaten.  

Wat houdt het éénloketsysteem in? 

Het éénloketsysteem, ook wel ‘One-Stop-Shop’ of kortweg ‘OSS’ genoemd, biedt de mogelijkheid om via een portal van de site van de Nederlandse Belastingdienst de buitenlandse btw-aangifte in te dienen. Deze ‘OSS’-aangiften dien je dus in naast de ‘gewone’ btw-aangiften.   
In de OSS-aangifte geef je per lidstaat de behaalde omzet aan en bereken je op basis van de lokale btw-tarieven de verschuldigde btw. De OSS-aangifte biedt niet de mogelijkheid om buitenlandse voorbelasting terug te vragen. Deze btw kan via een afzonderlijk verzoek teruggevraagd worden.   
Als je kiest voor het éénloketsysteem, dan geldt dat in beginsel voor alle EU-omzet die je behaalt uit zowel je verkoop van goederen (afstandsverkopen) als diensten. Je kunt dus niet per lidstaat een keuze te maken.  

Hoe en wanneer meld je je aan? 

Aanmelden moet digitaal via de daarvoor beschikbare portal van de Belastingdienst, te vinden onder ‘Mijn Belastingdienst zakelijk’. Je kunt je nu al aanmelden! Als het goed is, dan kun in dat geval al vanaf 1 juli gebruik maken van het éénloketsysteem. Later aanmelden dan 1 juli kan ook, maar dan kun je ook pas later gebruik maken van deze faciliteit en moet je tot die tijd de buitenlandse btw afdragen in de betreffende lidstaat. De verwachting is dat veel ondernemers zich nu al aanmelden om vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem te kiezen.  

Waarom zou je je aanmelden? 

De belangrijkste reden om je aan te melden voor het éénloketsysteem is dat je daarmee voorkomt dat je je moet registreren in de lidstaten van je klanten. Je bespaart jezelf administratieve rompslomp en extra kosten. Zeker als je nu nog geen btw-registraties hebt in de lidstaten van je klanten, ligt het voor de hand te kiezen voor het éénloketsysteem. 

Maar ook als je al in één of meerdere lidstaten btw-aangifte doet, ben je goedkoper uit als je deze registraties intrekt en vanaf 1 juli via het OSS-systeem aangifte gaat doen. Daar komt bij dat als je niet kiest voor het éénloketsysteem, je gehouden bent in alle lidstaten waarin je zakendoet, je te registreren. 

Waarom zou je je niet aanmelden? 

Een reden om je niet aan te melden voor het éénloketsysteem zou kunnen zijn dat je in de lidstaten van je klanten veel kosten maakt. Deze kunnen namelijk niet in de OSS-aangifte worden teruggevraagd. Waardoor je via een afzonderlijk (digitaal) verzoek deze buitenlandse btw terug moet vragen. Teruggaaf kan dan langer duren dan via het indienen van een aangifte in de betreffende lidstaat.     

Een andere reden om je (voorlopig even) niet aan te melden is als je al bent geregistreerd in de lidstaten van je klanten en daar aangifte doet. Je zou kunnen overwegen dit ook na 1 juli nog even te continueren en aan te kijken hoe het nieuwe éénloketsysteem uitwerkt in de praktijk.   

Wat verandert nog meer? 

Andere wijzigingen per 1 juli hebben betrekking op niet-EU-goederen. De btw-vrijstelling bij invoer van kleine zendingen tot € 22 zal vervallen. Daarvoor in de plaats kan per 1 juli onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de zogenaamde ‘Invoerregeling’ of te wel de ‘iOSS’ binnen het éénloketsysteem. Het gaat dan om zendingen van maximaal €150 bestemd voor particulieren in andere lidstaten. Je betaalt dan geen btw bij invoer, maar via het éénloketsysteem. In dat geval kunnen ook faciliterende platformen een belangrijke rol spelen. Voor een korte uitleg verwijzen wij graag naar een eerder nieuwsbericht van ons. 

Denk ook zeker aan het volgende 

Ongeacht of je wel of niet kiest voor het éénloketsysteem, heb je vanaf 1 juli voor je buitenlandse EU-omzet te maken met buitenlandse btw. Je zult daarom met het volgende rekening moet houden: 

  • Je administratieve processen zullen zodanig moeten zijn ingericht dat daaruit de omzet per lidstaat moeten blijken. Als de software daarop (nog) niet is uitgerust, dan zal dat handmatig moeten; 
  • Je zult te maken krijgen met verschillende btw-tarieven. Dit heeft gevolgen voor de prijstelling, je website, facturering en softwaresystemen (ERP).  

(Bron: Alfa)

Wat als je door corona je hypotheek niet meer kunt betalen?

Het einde van de coronacrisis lijkt in zicht. Langzaam worden diverse maatregelen versoepeld. Dit betekent echter nog niet dat alles weer is zoals het was voor maart 2020. Voor velen is de financiële situatie op zijn zachtst gezegd nog niet rooskleurig. Daarom komt het kabinet je tegemoet als je tijdelijk de rente en/of aflossing van je hypotheek niet kunt betalen. Consequentie van niet betalen is immers dat je daarmee het recht op hypotheekaftrek zou verliezen.

Hoofdregel (sinds 1 januari 2013)

Als je de hypotheekrente wilt aftrekken, moet je jaarlijks zowel rente als aflossing voldoen. Lukt dit niet in een jaar? Dan moet de achterstand uiterlijk op 31 december van het volgende jaar zijn ingelopen. Zo niet, dan vervalt meestal het recht op hypotheekrenteaftrek.

Eerste maatregel

In eerste instantie is het kabinet akkoord gegaan met een ‘aflossingspauze’ van maximaal zes maanden. De aflossingsachterstand mag je gedurende de rest van de looptijd van de hypotheek inlopen. Je zit dus niet vast aan het jaar erop. In overleg met je geldverstrekker mag je een nieuw aflossingsschema opstellen. Deze betaalpauze moest uiterlijk 1 juli 2020 ingaan.

Verlenging van de maatregel

Het kabinet heeft de maatregel verlengd en geeft een extra mogelijkheid om de aflossingsachterstand in te halen. Bovendien is de betaalpauze-termijn verlengt van zes naar twaalf maanden

  1. Nieuw aflossingsschema opstellen

Je krijgt de mogelijkheid om een heel nieuw aflossingsschema op te stellen. Dit schema  moet uiterlijk 1 januari 2023 ingaan en is een verlenging van de  eerste maatregel

  1. Splitsen van de lening

Je mag de schuld ook splitsen in een oud en nieuw deel. Voor de aflossingsachterstand wordt een nieuw aflossingsschema opgesteld. Je kunt er dus voor kiezen om de aflossingsachterstand sneller af te lossen.

Voorwaarden

Geen regeling zonder voorwaarden. Waar moet je aan voldoen?

  • Bij de geldverstrekker moet je tussen 12 maart 2020 en 30 juni 2021 je betalingsproblemen als  gevolg van de coronacrisis melden (of al hebben gemeld).
  • De overeengekomen betalingspauze van maximaal twaalf maanden moet je schriftelijk laten vastleggen.
  • De betaalpauze gaat uiterlijk 1 juli 2021 in.

Is de geldlening niet door een bank verstrekt maar door een familielid of door je eigen BV? Dan gelden nog twee aanvullende voorwaarden:

  • Er is sprake van een terugval in arbeidsinkomen (als gevolg van de coronacrisis) van ten minste 20%.
  • Je bent in (minimaal) drie aaneengesloten maanden in de periode 1 maart 2020 – 1 juli 2021 teruggegaan in inkomen.

Rente

De niet betaalde rente tijdens de pauze is niet aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar van de betaalpauze. Dit kan gevolgen hebben voor je voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting over het betreffende jaar. Je kunt de voorlopige aanslag inkomstenbelasting  aanpassen om te voorkomen dat je belasting moet terugbetalen.  

(Bron: Alfa)