Bijleenregeling

Als u uw eigen woning verkoopt en een andere woning koopt, kan dat gevolgen hebben voor uw renteaftrek. Bij verkoop is de opbrengst meestal hoger dan de (eigenwoning)schuld. Uw woning heeft dan overwaarde. Deze overwaarde moet u gebruiken bij de aankoop van uw nieuwe eigen woning. Dit noemen wij de bijleenregeling.

Gebruikt u de overwaarde niet, maar leent u dit bedrag (voor een deel) bij om de nieuwe woning te kopen? Dan is de rente over het bijgeleende bedrag niet aftrekbaar. De lening waarover u de rente mag aftrekken, mag dus niet hoger zijn dan de aankoopprijs van uw nieuwe woning min de overwaarde van uw oude woning.

Voorbeeld

Uw nieuwe woning kost € 200.000 en de overwaarde van uw oude woning is € 40.000. Dan is uw maximale eigenwoningschuld € 160.000 (€ 200.000 – € 40.000). U kunt dan een (hypothecaire) lening van € 160.000 afsluiten waarover de rente aftrekbaar is in box 1. Leent u meer dan € 160.000? Over het bedrag boven die € 160.000 mag u geen rente aftrekken.

Let op!

U kunt in verschillende situaties te maken krijgen met de bijleenregeling. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

 

(Bron: belastingdienst 31-8-2011)

Mogelijk loonbelasting afkoopsom leaseauto

De afkoopsom die werknemers moeten betalen als zij zelf voortijdig het leasecontract voor een duurdere auto van de zaak beëindigen, kan loon zijn waarover u belasting moet inhouden. Zelfs als u de afkoopsom kwijtscheldt of afziet van verhaal, kan er sprake zijn van belastbaar loon uit (vroegere) dienstbetrekking. Dit bleek onlangs uit een rechtszaak waarbij een werkgever bezwaar had gemaakt tegen een naheffingsaanslag over de afkoopsom.

Als uw werknemers een auto van de zaak rijden, is dit vaak een zogenoemde normauto. Uw werknemer mag een duurdere auto rijden, maar dan betaalt hij maandelijks bovenop de bijtelling een bovennormbijdrage. Als een werknemer zelf het leasecontract eerder beëindigt, vormen de maandelijkse bijdragen voor de resterende looptijd een afkoopsom. Neemt de werknemer vervolgens ontslag, dan kunt u afspreken dat hij de afkoopsom niet hoeft te betalen; dat u het bedrag kwijtscheldt; of dat u afziet van verhaal. Fiscaal gezien zijn de gevolgen voor de laatste twee gevallen gelijk en is er sprake van loon. Dit is niet het geval als u de afkoopsom als crediteur kwijtscheldt. U hoeft dan dus geen loonbelasting over de afkoopsom te betalen.

Kwijtschelding voor of na dienstbetrekking

De rechter oordeelt als het nodig is hoe u fiscaal met de afkoopsom moet omgaan. Rechtbank Haarlem deed dit onlangs toen een werkgever bezwaar maakte tegen een naheffingsaanslag over de afkoopsom, die als loon werd aangeduid. De werkgever zag het namelijk niet als loon, omdat de kwijtschelding onderdeel was van een wijziging van de arbeidsovereenkomst, voordat deze beëindigd werd. Volgens de rechter was dat echter niet schriftelijk onderbouwd en was de kwijtschelding een gevolg van de arbeidsbeëindiging. De werkgever stelde ook dat de afkoopsom geen loon zou vormen, omdat er anders een negatief loon zou ontstaan als de werknemer alles zou moeten terugbetalen. Ook die vlieger ging niet op. Hetzelfde gold voor kwijtschelding als crediteur.

Bepaal wat u met een afkoopsom doet

De rechtbank oordeelde dat de afkoopsom binnen de dienstbetrekking was kwijtgescholden. Daarom was de afkoopsom aan te duiden als belastbaar loon uit dienstbetrekking en moest de werkgever de naheffingsaanslag betalen. Wilt u dit voorkomen, stel dan van tevoren vast hoe u omgaat met een afkoopsom als een leasecontract voortijdig wordt beëindigd.
(Bron BV Rendement: 28 juli 2011)

Timing essentieel bij herinvesteringsreserve

Wanneer u van plan bent om de aandelen van uw bedrijf te verkopen, is het onder meer van belang of in het bedrijf een herinvesteringsreserve zit. Is dat het geval, en bent u van plan te herinvesteren? Dan is de timing van groot belang. Dit blijkt onder meer uit een recente uitspraak van de Rechtbank Haarlem.

In de te verkopen bv zit een herinvesteringsreserve die wordt gebruikt om onroerende zaken te kopen. De koopovereenkomst voor deze panden wordt gesloten om 16.40 uur, de aandelen van de bv worden overgedragen om 17.07 uur en de onroerende zaken worden geleverd om 17.13 uur. De Rechtbank maakt hieruit op dat de koopovereenkomst weliswaar is gesloten voor de aandelenverkoop, maar dat de aanschaf van de panden pas compleet was op het moment van levering, dus ná de aandelenverkoop. Concreet betekent dat er vennootschapsbelasting betaald moet worden over de herinvesteringsreserve. Een andere timing had dit kunnen voorkomen, maar bracht voor belastingplichtige in dit geval weer andere risico’s met zich mee.

Kortom, een goede fiscale begeleiding van een herinvestering en een aandelenverkoop is van essentieel belang.

 

(Bron Elbertfiscaal 4 augustus 2011)

Fiscale eenheid pakt duur uit

Soms leidt het aangaan van een van een fiscale eenheid tot onvermoede, ongewenste en soms dure gevolgen. Bijvoorbeeld een winstvaststelling die op formeel fiscale grondslagen vele malen hoger en onvermijdelijk uitpakt dan de bedoeling was en die die zelfs ook volgens de rechter onbillijk is. De wet is echter onverbiddelijk oordeelt de rechter.

De rechtbank te Den Haag deed op 13 juli 2011 een uitspraak over het aangaan van een fiscale eenheid met een dochtervennootschap die een grote onvolwaardige schuld heeft aan de aanstaande moedervennootschap. Dat had  vervelende consequenties  voor beide bedrijven.

De wet bevat een waarderingsregeling voor onderlinge vorderingen en schulden van maatschappijen die met elkaar een fiscale eenheid aangaan. In dit geval had de nieuwe dochtermaatschappij een grote nominale schuld aan de voormalige aandeelhouder, die op het moment van de verwerving van de dochtermaatschappij al vrijwel geheel waardeloos was. Daarom had de moedermaatschappij de schuldvordering ook voor een veel lager bedrag verworven en op vrijwel nihil gewaardeerd.
Volgens de waarderingsregel moet de debiteur (de dochtermaatschappij) op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het aangaan van een fiscale eenheid de vordering op dezelfde waarde stellen als de crediteur die ook tot de fiscale eenheid behoort (de moedermaatschappij). Dit leidde in de onderhavige procedure tot een vrijvalwinst van bijna 15 miljoen euro bij de dochtermaatschappij. De rechtbank erkende dat dit onbillijk was, maar oordeelde wel datl het een onontkoombaar gevolg van de wet is.

(Bron: Pleinplus 4 augustus 2011)

Onjuiste tennaamstelling? Aanslag vernietigd.

Rechtbank Leeuwarden heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd, omdat deze niet aan de bv maar aan de fiscale eenheid opgelegd had moeten worden.

De op 13 januari 2005 opgerichte bv houdt zich bezig met diensten op het gebied van automatisering en telecommunicatie alsmede met handel in en im- en export van bouwmaterialen. Vanaf 1 februari 2005 vormt de bv met een andere vennootschap een fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

 

Na een boekenonderzoek bij de bv weigert de inspecteur aftrek van voorbelasting en legt hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op over het tijdvak van 1 april tot en met 31 december 2005.

 

Rechtbank Leeuwarden vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat deze niet aan de bv maar aan de fiscale eenheid opgelegd had moeten worden. De uitzondering waar vernietiging achterwege kan blijven (HR 19 december 1990, nr. 26 825, BNB 1991/79) doet zich niet voor omdat in het geval van de bv door de afgegeven beschikking fiscale eenheid geen onzekerheid bestond over de vraag of er van een fiscale eenheid sprake was. Conclusie is dat het beroep gegrond is en dat de naheffingsaanslag en de boete moeten komen te vervallen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding omdat de bv pas kort voor de tweede mondelinge behandeling haar grief dat de tenaamstelling onjuist was, naar voren heeft gebracht.

(Bron: Rechtbank Leeuwarden 28-7-2011)

Horizontaal toezicht

In 2009 is de belastingdienst begonnen met het sluiten van convenanten met accountantskantoren in het kader van horizontaal toezicht. Horizontaal toezicht is gebaseerd op het vooraf informeren van de belastingdienst als er discutabele punten worden opgenomen in een aangifte. Hierover dient dan vooraf met de inspecteur overeenstemming te worden bereikt.

Ambitions.nu Accountants en Adviseurs heeft nog geen convenant afgesloten met de belastingdienst. Wij volgen de ontwikkeling van het horizontale toezicht nauwgezet. Wij zijn ook van mening dat indien er discussiepunten in een aangifte zitten, die een grote financiële impact hebben op de onderneming, dat deze punten goed onderbouwd moet zijn. Bij twijfel zullen wij een uitspraak vragen aan de belastingdienst.

Kan ik voor mijn bedrijf subsidie krijgen voor innovatie?

Subsidie voor technologische innovatie

Via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) kunt u subsidie aanvragen voor het laten doen van onderzoek naar de mogelijkheden van technologische innovatie voor uw bedrijf. De WBSO compenseert een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O), dat te vergelijken is met Research and Development (R&D).Via de website van NL Innovatie kunt u uw aanvraag indienen. NL Innovatie is een onderdeel van het Agentschap NL. Het voormalige SenterNovem valt hieronder.

Subsidie voor innovatie in het MKB

Voor innovatie in het MKB is er de subsidieregeling innovatiekrediet. Als u een innovatief idee heeft voor uw bedrijf maar niet beschikt over de financiële middelen, kunt u via deze regeling subsidie krijgen. Via de website van NL Innovatie kunt u de subsidie aanvragen.

Subsidie voor onderzoek naar innovatie in het MKB

Voor het laten verrichten van onderzoek naar innovatie in het MKB is er de subsidieregeling Innovatievouchers. Met deze subsidie kunt u onderzoek laten doen door kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen. Op de website NL Innovatie vindt u meer informatie over hoe u kunt gebruik maken van deze subsidieregeling.

Subsidie voor samenwerking en innovatie

Als u samen met andere bedrijven in uw keten, branche of regio een innovatietraject wilt uitvoeren, kunt u gebruik maken van de subsidieregeling Innovatie Prestatie Contracten (IPC). De IPC stimuleert innovatie en samenwerking. Op de website van NL Innovatie kunt u zien of u in aanmerking komt voor deze subsidieregeling en hoe u zich hiervoor kunt aanmelden.

Subsidie voor internationale innovatie

Voor internationale innovatieprojecten kunt u in aanmerking komen voor de subsidieregeling internationaal innoveren. De regeling internationaal innoveren is bedoeld voor projecten voor technologische innovatie. Hierbij wordt uitgegaan van de internationale stand van zaken. Op de website van NL Innovatie kunt u zien of u in aanmerking komt voor deze subsidieregeling.

Meer informatie

Voor meer informatie over het krijgen van subsidie voor innovatie kunt u terecht op de website van NL Innovatie. Voor meer informatie en advies over het doorvoeren van innovatie in uw MKB bedrijf of productieproces kunt u terecht bij Syntens. Syntens heeft 15 vestigingen in Nederland.

(Bron: Ministerie van Economische Zaken Landbouw en Innovatie 28-2-2011)

Kosten relatiegeschenken aftrekbaar, steekpenningen niet

Een onderneming geeft haar zakenrelaties vaak kleine geschenken. De Belastingdienst weet dat en komt de onderneming tegemoet door relatiegeschenken aftrekbaar te maken. Wordt een relatiegeschenk groter en duurder, dan wordt op een gegeven moment de grens met steekpenningen overschreden. Die zijn niet aftrekbaar en kunnen zelfs aanleiding vormen tot een strafrechtelijk onderzoek. Over de grens tussen relatiegeschenk en steekpenningen ging een uitspraak van de rechtbank te Haarlem op 6 juli 2011.

Een ingenieursbureau fêteerde in 2006 en 2007 vier ambtenaren van een gemeente bij het bereiken van hun dienstjubileum met een geheel verzorgd weekendverblijf met partner in een hotel. De belastinginspecteur zag dit als het betalen van steekpenningen en corrigeerde de aftrek van deze kosten

De rechtbank wees erop dat de inspecteur in zo’n geval overtuigend moet aantonen dat er inderdaad sprake is van een strafbaar feit, te weten een poging om de betrokken ambtenaren in hun gedrag te beïnvloeden. Dat bleek niet uit zijn beschikking en hij had bovendien nagelaten de zaak nader te onderzoeken. Hij had ook geen aangifte gedaan. Dus werd de beslissing van de inspecteur ongedaan gemaakt.

(Bron F en A Signalen 18 juli 2011)

Wat verandert er in de wetgeving over vakantiedagen?

De wetgeving op het gebied van vakantiedagen is op enkele punten aangepast. Vanaf 1 januari 2012 krijgen langdurig arbeidsongeschikte werknemers recht op volledige opbouw van vakantiedagen. Op dit moment bouwen zij alleen vakantiedagen op over het laatste half jaar van hun ziekteperiode. Ook verandert de maximumtermijn waarbinnen werknemers hun wettelijke vakantiedagen moeten opnemen.

  • Volledige vakantieopbouw zieke werknemers
  • Verplicht opnemen vakantiedagen binnen 6 maanden
  • Geen terugwerkende kracht vervaltermijn vakantiedagen

Volledige vakantieopbouw zieke werknemers

De nieuwe regel over volledige vakantieopbouw bij ziekte geldt alleen voor de wettelijke vakantiedagen. In een arbeidsovereenkomst of cao kunnen andere afspraken staan over eventuele extra vakantiedagen. Die worden ook wel bovenwettelijke vakantiedagen genoemd.

Verplicht opnemen vakantiedagen binnen 6 maanden

Werknemers moeten per 1 januari 2012 hun wettelijke vakantiedagen binnen 6 maanden (na afloop van het betreffende kalenderjaar) opnemen. Nu geldt hiervoor nog een termijn van 5 jaar. Deze wijziging is nodig omdat het uitstellen van vakantie nadelen kan hebben voor de gezondheid en veiligheid van werknemers. De termijn van 6 maanden geldt niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om tijdig vakantie op te nemen. Werkgevers en werknemers kunnen in onderling overleg besluiten de termijn te verlengen.

Geen terugwerkende kracht vervaltermijn vakantiedagen

De nieuwe vervaltermijn geldt alleen voor wettelijke vakantiedagen die u opbouwt vanaf 1 januari 2012. Voor vakantiedagen die u al heeft opgebouwd voor die datum, blijven nog de ‘oude’ regels gelden.

 

(Bron: Ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid juli 2011)

Overdrachtsbelasting voor een jaar naar 2%

Het kabinet wil een impuls aan de woningmarkt geven en verlaagt daarom tijdelijk de overdrachtsbelasting van 6 % naar 2 %. De maatregel maakt onderdeel uit van de woonvisie van het kabinet.

Staatssecretaris Weekers van Financiën regelt per beleidsbesluit dat de verlaging met terugwerkende kracht ingaat op 15 juni 2011. De verlaging duurt één jaar en loopt tot en met 30 juni 2012.

De verlaging van de overdrachtsbelasting is van toepassing op alle woningen. Voor bedrijfspanden met een gedeeltelijke woonfunctie, mag de verlaging voor het woondeel worden toegepast. Voor een woning met een waarde van 2,5 ton betekent dit een verlaging van de overdrachtsbelasting van € 15.000 naar € 5.000.

Dat is vooral gunstig voor starters op de woningmarkt, bijvoorbeeld huurders die een woning willen kopen. Maar ook doorstromers profiteren, omdat ze hun oude woning gemakkelijker kunnen verkopen. De kosten van deze maatregel bedragen € 1,2 miljard en worden gefinancierd uit de invoering van een nieuwe bankenbelasting (€ 300 miljoen), een constructiebestrijdingsmaatregel in de Vennootschapsbelasting (reparatie van het Bosal-gat € 340 miljoen), het gefaseerd invoeren van de vitaliteitsregeling (500 miljoen) en de eerder in het Regeerakkoord door verhoging van de Assurantiebelasting vrijgemaakte ‘envelop’ (€ 60 miljoen).

(Bron: Ministerie van Financiën 1-7-2011)