Levensloopregeling: zorg voor een tegoed van € 3.000

De levensloopregeling wordt in 2012 afgeschaft. Wie vanaf 1 januari nog wil kunnen doorsparen in deze regeling, moet op 31 december 2011 minimaal 3.000 euro op de levenslooprekening hebben staan. Wie wil kunnen blijven profiteren van het belastingvoordeel dat deze regeling biedt en nog geen 3.000 euro heeft gespaard, doet er dus verstandig aan dit voor het einde van het jaar nog aan te vullen.

In januari 2013 wordt de levensloopregeling, samen met de spaarloonregeling, vervangen door het vitaliteitspakket. De levensloopregeling maakte het voor werknemers mogelijk om ieder jaar maximaal 12 procent van het brutoloon belastingvrij te sparen. De stortingen waren immers fiscaal aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Het opgebouwde tegoed kon worden ingezet om periodes van onbetaald verlof te
financieren. In totaal mocht maximaal 210 procent van het bruto jaarloon worden gespaard.

In principe is het vanaf 1 januari 2012 niet meer mogelijk geld in te leggen op de levenslooprekening. Alleen werknemers die op 31 december 2011 een levenslooptegoed van minimaal 3.000 euro hebben opgebouwd, mogen in 2012 nog geld blijven inleggen op de rekening.

Wie minder dan 3.000 euro op de rekening heeft staan, kan het tegoed nog wel opnemen voor verlof in 2012. De deelnemer krijgt dan echter wel te maken met een belastingheffing. Fiscaal gezien is het dus voordeliger om ervoor te zorgen dat je gewoon 3.000 euro op de levenslooprekening hebt staan op 31 december van dit jaar. Je kunt dan gewoon doorsparen en profiteren van de belastingaftrek over de
inleg in 2012.

Vitaliteitsregeling
In 2013 mogen al deze deelnemers aan de levensloopregeling hun tegoed onbelast doorstorten naar een vitaliteitsspaarrekening. Voor deelnemers met een tegoed van minder dan 3.000 euro die dit niet doen, geldt dat het tegoed in 2013 in één keer wordt belast. Werknemers met een tegoed van meer dan 3.000 euro kunnen het ook in 2014 nog doorzetten naar vitaliteitssparen, maar dan wordt vanaf een bedrag van 20.000 euro wel belasting geheven.
Levensloopverlofkorting
Werknemers konden naast de aftrek voor de inkomstenbelasting een levensloopverlofkorting van maximaal 201 euro per jaar genieten. Dit is een extra korting op de inkomstenbelasting. Vanaf 2012 stopt de opbouw van de levensloopverlofkorting.
(Bron MisterMoney 19-11-2011)

Vrijstellingen schenkbelasting 2011

Bij het krijgen van een erfenis of schenking, is de kans groot dat er erf- of schenkbelasting moet worden betaald. Maar alleen als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling. Een overzicht van de tarieven van vrijstellingen voor erf- en schenkbelasting voor 2011.

De eerste getallen gelden voor 2011. De getallen tussen de haakjes zijn de vrijstellingen van 2010.


Vrijstellingen erfbelasting 2011

Echtgenoten/partners   (onder voorwaarden) EUR   603.600 (EUR 600.000)
Kinderen   en kleinkinderen EUR   19.114 (EUR 19.000)
Kinderen,   die grotendeels worden onderhouden door de erflater en door ziekte of   gebreken (invaliditeit) niet in staat zijn de eerst komende drie jaar 50% van   een “normaal loon” zelf te verwerven EUR   57.342 (EUR 57.000)
Ouders EUR   45.270 (EUR 45.000)
Algemeen   Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) Geheel   vrijgesteld, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is   verbonden die aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied   in het algemeen belang.
Sociaal   Belang Behartigende Instellingen (SBBI’s) Geheel   vrijgesteld, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is   verbonden die aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied   in het sociaal belang.
Alle   andere gevallen EUR   2.012 (EUR 2.000)

 

Vrijstellingen schenkbelasting 2011

Schenkingen   door ouders aan kinderen Per   kalenderjaar: EUR 5.030 (EUR 5.000)Eenmalig:   EUR 24.144 (EUR 24.000) voor kinderen tussen 18 en 35 jaar, mits in de   aangifte op de vrijstelling een beroep wordt gedaan. Indien het bedrag wordt   geschonken ter zake van een eigen woning of voor het betalen van de kosten   van een studie of opleiding voor een beroep van minimaal EUR 20.000 per jaar,   wordt de vrijstelling onder voorwaarden eenmalig verhoogd tot EUR 50.300 (EUR   50.000).
Algemeen   Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) Geheel   vrijgesteld, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is   verbonden die aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied   in het algemeen belang
Sociaal   Belang Behartigende Instellingen (SBBI’s) Geheel   vrijgesteld, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is   verbonden die aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied   in het sociaal belang.
Alle   andere gevallen EUR   2.012 (EUR 2.000)

 

Tarief erfbelasting en schenkbelasting 2011

Belaste   verkrijging tussen en I.   Partner* en kinderen II. Kleinkinderen III.   Andere verkrijgers
(1) (2) a b a b a b

0

118.708

0

    10%

           0

18%

0

30%

118.708

en hoger

11.870

20%

21.367

36%

35.612

40%

 

a          Belasting over het in kolom (1) genoemde bedrag.

b          Heffingspercentage over het gedeelte van de (belaste) verkrijging, dat ligt tussen de bedragen van kolom (1) en kolom (2).

*          Voor de kwalificatie als partner gelden voorwaarden.

(Bron: Elsevierfiscaal.nl 19-11-2011)

Kerstpakket voor uw werknemer ook goed in uw administratie verwerkt?

Ondanks de economische perikelen blijft het eindejaarsgeschenk een belangrijk symbool van waardering. Het kerstpakket wordt door de jaren heen wel steeds later besteld. Werkgevers zien het kerstpakket niet langer als een verplichting, maar als een kans om persoonlijk te communiceren met de werknemers.

Wat geven werkgevers aan de werknemers rond de kerstperiode ?

Circa de helft (49%) van de werkgevers kiest voor een traditioneel kerstpakket. 13% van de werkgevers gaat voor een cadeaubon. 12% koopt een persoonlijk cadeau. Een klein deel van de werkgevers kiest voor een bedrijfsuitje (6%) of een financiële bijdrage (5%). Terwijl 15% van de werkgevers het personeel met lege handen de feestdagen in laat gaan.

Kerstpakket tot € 70,00 fiscaal vriendelijk

Werkgevers mogen onder de huidige wetgeving per kalenderjaar tot een bedrag van € 70,00 in natura fiscaalvriendelijk (netto) schenken aan hun medewerkers.

Let op! Fiscaal vriendelijk betekent: Over deze € 70,00 vindt een eindheffing ten laste van de werkgever plaats van 20%; uw schenking kost u in totaal € 84,00.

Zolang de waarde van het geschenk in het economisch verkeer (inclusief BTW) niet meer bedraagt dan € 70,00 hoeft de medewerker hierover geen belasting  te betalen. Wanneer u meerdere geschenken per kalenderjaar verstrekt, kan worden volstaan met 20% eindheffing, onder de voorwaarde dat de som van de waarde onder het bedrag van € 70,00 blijft. Over het bedrag waarop u deze eindheffing toepast, hoeft u geen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet) af te dragen.

Gaan de verstrekkingen boven de grens van € 70,00 uit, dan wordt het meerdere belast tegen het gebruteerde tabeltarief. Het gebruteerde tabeltarief mag u alleen toepassen als het geschenk niet meer waard is dan € 136,00 en u voor niet meer dan € 272,00 op jaarbasis aan de werknemer heeft geschonken.

Kerstgeschenk aan relaties

Geeft u hetzelfde (kerst)geschenk dat u aan uw eigen werknemers verstrekt en waarop u eindheffing toepast op hetzelfde moment ook aan andere relaties die werkzaamheden voor u hebben verricht? Dan mag u de belasting die uw relaties hierover verschuldigd zijn voor uw rekening nemen. Dat kunt u doen door over de geschenken eindheffing te betalen. U past bij deze geschenken aan zakelijke relaties een tarief toe van 45% als de waarde van het geschenk of de verstrekking niet meer is dan € 136,00.

Dit betekent dat een geschenk van € 136,00 u in totaal € 197,20 kost.

 

Kerstpakket en de werkkostenregeling (WKR)

Vanaf 1-1-2011 kunt u jaarlijks kiezen om van de WKR gebruik te maken i.p.v. de huidige regels. Wat verandert er met betrekking tot het kerstgeschenk op fiscaal gebied voor werkgevers die hiervoor kiezen?

Volgens de nieuwe werkkostenregeling vormen in beginsel alle vergoedingen en verstrekkingen die plaatsvinden aan werknemers (dus ook het kerstpakket!) loon. Van de totale fiscale loonsom kunt u maximaal 1,4% besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers, waaronder het kerstpakket. Over het bedrag boven de 1,4% vrije ruimte betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%.

(Bron: Fiscalio 19-11-2011)

Hoge Raad: lunchkilometers directeur zijn zakelijk

Mag iemand de gereden kilometers in de lunchpauze naar het woonadres rekenen tot het woon-werkverkeer? Nee zegt de Belastingdienst, ja zegt de Hoge Raad.De zaak, die afgelopen vrijdag door de Hoge Raad is gepubliceerd, gaat als volgt. De belanghebbende is directeur-grootaandeelhouder van een bv en directeur van een dochtermaatschappij. De Rechtbank Arnhem (14 juli 2009, nr. 08/5324 en nr. 08/5329) oordeelt dat de lunchritten tot het woon-werkverkeer van de directeur behoren. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag. Hof Arnhem (3 november 2011, nr. 09/00302 en nr. 09/00303) bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
­
Uit de wetgeschiedenis bij het Belastingplan 2004 blijkt volgens het hof namelijk dat het woon-werkverkeer – ter vereenvoudiging van de wetgeving en vermindering van de administratieve lasten – zonder enige beperking als zakelijk verkeer is aangemerkt. Volgens het hof is de uitleg die de inspecteur geeft aan art. 13bis lid 7 Wet LB 1964 dan ook niet juist. Het gelijk is aan de directeur.

De Hoge Raad verwerpt de stelling van de staatssecretaris dat alleen de ritten van het woonadres naar het werkadres, met het doel aldaar de werkzaamheden te verrichten en vervolgens de ritten aan het einde van de dag na het beëindigen van de werkzaamheden, in omgekeerde richting, tot het woon-werkverkeer behoren. Volgens de Hoge Raad is voor een dergelijke, beperkte uitleg noch in de wettekst noch in de wetsgeschiedenis een aanknopingspunt te vinden.
­
Volgens de Hoge Raad worden ook ritten tussen de woning en de plaats van werkzaamheden die in de loop van een werkdag tot het woon-werkverkeer plaatsvinden tot het woon-werkverkeer gerekend. Het beroep in cassatie van de staatssecretaris is ongegrond. De directeur heeft opnieuw zijn gelijk gehaald.dochtermaatschappij heeft een personenauto ter beschikking gesteld aan de directeur. Hij beschikt in privé over een ruime MPV. Tussen de middag gebruikt hij zeer regelmatig de lunch thuis (lunchritten).
­
De inspecteur stelt dat de directeur de auto van de zaak – door de lunchritten – voor meer dan 500 km op kalenderjaarbasis voor privédoeleinden heeft gebruikt. Hij legt daarom een LB-naheffingsaanslag aan de directeur op. De directeur stelt dat de lunchritten tot zijn woon-werkverkeer behoren, zodat het autokostenforfait niet van toepassing is.

(Bron Pleinplus 14-11-2011)

Wetsvoorstel Flex BV kapitaal, dividend en aansprakelijkheid

Iedere ondernemer doet aan financial planning en richt daar zijn onderneming op in. Die onderneming kan worden gedreven in verschillende rechtsvormen. De keuze wordt doorgaans ingegeven door aansprakelijkheidsrisico’s en fiscale overwegingen. Daarnaast kent de wet veel dwingende regels over kapitaalbescherming. Daarom is een wetsvoorstel ingediend dat het keurslijf moest versoepelen. Deze nieuwe BV is bekend als de Flex BV. Naar verwachting zal de wet 1 juli 2012 inwerking treden.

In de regeling van die Flex BV is een aantal bepalingen geschrapt of sterk gewijzigd. Vooral waar het de kapitaalbescherming betreft. Voor het financieel management is het in de eerste plaats van belang te weten dat de Flex BV niet meer een vast minimum kapitaal heeft. Gedurende het bestaan van de BV zal het eigen vermogen, indien er winst wordt gemaakt, toenemen. De ondernemer zal dat eigen vermogen, als hij het in de onderneming niet nodig heeft, willen uitkeren als dividend. In de huidige BV-regeling kan het dividend, na een aandeelhoudersbesluit, worden uitgekeerd indien er volgens de laatst vastgestelde jaarrekening vrij uitkeerbaar vermogen is. In de huidige regeling kan het dus zo zijn dat een dividenduitkering op 1 maart 2010 kan worden gedaan op basis van de jaarrekening van 2008. Daar zit een periode van ruim één jaar tussen. In die periode kan het vrij uitkeerbare deel van het eigen vermogen drastisch zijn veranderd. In de nieuwe regeling kan een dividenduitkering worden gedaan, mits het bestuur instemt. Het bestuur moet die instemming weigeren indien het weet of behoort te voorzien dat de BV na de dividenduitkering haar schulden op korte termijn niet meer kan betalen. Laat het bestuur dit na, dan kan iedere bestuurder door de vennootschap of in geval van faillissement door de curator, aansprakelijk worden gehouden voor het bedrag dat als dividend is betaald. De ontvanger van dividend moet terugbetalen indien de vennootschap binnen een jaar na de uitkering failleert en hij van de financiële problemen op de hoogte was of behoorde te zijn. Min of meer dezelfde regeling geldt overigens voor het inkopen van eigen aandelen door de vennootschap.

Deze regeling brengt mee dat van het bestuur bij een dividenduitkering wordt verwacht dat zij een liquiditeitstoets, solvabiliteitstoets doet. Dat zal er op neerkomen dat de accountant wordt gevraagd om een tussenbalans op te maken over de stand van het eigen vermogen en een liquiditeitsprognose voor wat betreft de eis dat de vennootschap liquide/solvabel blijft. De BV, wordt als rechtsvorm flexibeler ten opzichte van de oude regeling. Voor het bestuur en het financieel management brengt dit extra verantwoordelijkheid en uitbreiding van (bestuurders)aansprakelijkheid met zich mee.

(Bron: willemsadvocaten.nl 17-11-2011, bewerkt)

Vergrijpboete niet altijd voor u bestemd

Ontvangt u een naheffingsaanslag en vergrijpboete, dan hoeft u die niet altijd te betalen. Zeker niet als u een adviseur of accountant in de arm heeft genomen. U mag er immers vanuit gaan dat hij uw zaken goed regelt. In dat geval kunt u aantonen dat er geen sprake is van grove schuld aan uw kant.

Bent u zelf minder goed met cijfers, dan is het raadzaam om een externe deskundige in te schakelen voor bijvoorbeeld uw loonadministratie. Hij zorgt er dan voor dat u uw op tijd genoeg belasting betaalt. Als u uw belasting namelijk te laat betaalt of u betaalt te weinig, dan kan de Belastingdienst bij grove
schuld of opzet een vergrijpboete opleggen. Grove schuld houdt in dat u nalatig, onzorgvuldig of onachtzaam bent geweest bij uw aangifte. Er is sprake van opzet als u willens en wetens met uw aangifte heeft geknoeid. Heeft u een adviseur ingeschakeld, dan kunt u alsnog een vergrijpboete krijgen. Maar u hoeft deze niet altijd te betalen. Uit een recente rechtszaak bleek dat als u kunt aantonen
dat er geen twijfel bestond over de juistheid van de adviezen van uw adviseur, u de boete niet altijd verschuldigd bent.

Bv had geen reden tot twijfel

In de zaak stond een bv centraal die een adviseur de fiscale zaken liet regelen. Na een boekenonderzoek bleek echter dat de administratie niet op orde was. De fiscus legde daarom een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op met een vergrijpboete. Dit vond de bv onterecht, omdat er
geen sprake was van grove schuld; de adviseur regelde alles. Uiteindelijk boog de Hoge Raad zich over de zaak, die het eens was met de bv. De bv had namelijk geen aanwijzingen dat ze moest twijfelen aan de deskundigheid van de adviseur. Er was dus geen sprake van grove opzet, waarop de boete werd vernietigd.

(Bron: BV Rendement 2-11-2011)

Vernietiging omkering bewijslast

In geschil is of de Inspecteur zich terecht beroept op de omkering en verzwaring van de bewijslast en of hij de verliesverrekeningsbeschikking en de verliesvaststellingsbeschikking tot op de juiste bedragen heeft vastgesteld.

Belangrijkste gedeelte uit de uitspraak: De Inspecteur heeft door de niet toereikend onderbouwde belastbare winst in de aangifte en het ontbreken van inzicht in de administratie de belastbare winst moeten schatten. Bij zijn schatting heeft hij de belastbare winst vastgesteld opƒ 75.000 (€ 34.033), welk bedrag hij heeft gebaseerd op de belastbare winsten in de jaren direct voorafgaand aan en direct volgend op het onderhavige jaar. Desgevraagd kon de Inspecteur ter zitting van het Hof niet aangeven wat de belastbare winsten in die jaren waren geweest, anders dan dat de belastbare winsten in de jaren 1996 (nihil), 1997 (nihil) en 2004 negatief€ 20.875 waren. In de zaak met het nummer 10/00182 inzake de aanslag in de vennootschapsbelasting 1997 heeft het Hof heden uitspraak gedaan. De belastbare winst heeft het Hof voor 1997 vastgesteld op negatief ƒ 267.183 (€ 121.242). Naar het oordeel van het Hof is het uitgangspunt van de Inspecteur om bij zijn schatting te kijken naar de jaren direct voorafgaand aan en direct volgend op het onderhavige jaar redelijk, maar bieden voornoemde belastbare winsten geen steun aan zijn schatting. Nu de Inspecteur voor zijn schatting geen andere feiten en omstandigheden heeft aangevoerd en deze het Hof ook anderszins niet zijn gebleken, is zijn schatting naar het oordeel van het Hof niet redelijk. Gelet op alle feiten en omstandigheden, zonodig in hun onderlinge samenhang bezien, stelt het Hof de belastbare winst voor het onderhavige jaar in goede justitie vast op nihil.

(Bron: Gerechtshof Leeuwarden 25-10-2011)

Bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven (reminder)

Investeert u in het kalenderjaar 2011 in nieuwe bedrijfsmiddelen? Dan kunt u ervoor kiezen deze bedrijfsmiddelen willekeurig af te schrijven. In het investeringsjaar mag u maximaal 50% afschrijven. Het restant mag u afschrijven in de jaren daarna. Houd wel altijd rekening met de restwaarde van het bedrijfsmiddel.

Voorwaarden

  • U gaat in het kalenderjaar 2011 een investeringsverplichting aan of u maakt voortbrengingskosten.
  • U moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2014 in gebruik nemen.

Milieubedrijfsmiddelen kunt u vanaf 2011 voor 75% willekeurig afschrijven. Op het restant past u de normale afschrijving toe.

Belangrijkste uitzonderingen

De volgende bedrijfsmiddelen mag u in ieder geval niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen
  • grond-, weg- en waterbouwkundige werken
  • dieren
  • immateriële activa (waaronder software)
  • bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s

Let op!

Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mag u wel willekeurig afschrijven. De volgende personenauto’s zijn zeer zuinig:

De CO2-uitstoot is niet meer dan 95 gram per kilometer bij personenauto’s die op diesel rijden.

De CO2-uitstoot is niet meer dan 110 gram per kilometer bij personenauto’s die niet op diesel rijden.

Elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer.

Ook bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor terbeschikkingstelling aan derden mag u niet willekeurig afschrijven. Maar bedrijfsmiddelen die regelmatig voor korte tijd worden verhuurd, mag u wel
willekeurig afschrijven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gereedschappen, aanhangwagens en hoogwerkers.

Zeeschepen

U moet de willekeurige afschrijving op zeeschepen terugnemen als u er binnen 10 jaar voor kiest gebruik te maken van de tonnageregeling.

(Bron: Belastingdienst 9-11-2011)

Melding betalingsonmacht vervalt bij indienen onjuiste aangifte

Als een BV zijn belstingen niet meer kan betalen kan de bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de verschuldigde BTW, loonbelasting en enkele andere heffingen. Dit risico kan worden beperkt door tijdig betalingsonmacht te melden. Deze melding blijft van toepassing tot dat deze wordt ingetrokken.

Volgens een recente conclusie van de Advocaat-Generaal eindigt een melding betalingsonmacht bij opzettelijk onjuiste (BTW) aangifte. Dus de bestuurder die een te lage aangifte omzetbelasting indient omdat de BV de werkelijk verschuldigde BTW “even niet kan betalen” is, volgens de A-G, hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld. Deze aansprakelijkheid geldt niet alleen voor verschuldigde belasting op de onjuiste aangifte, maar ook voor de vergrijpboete die zal worden opgelegd als gevolg van het doen van onjuiste aangifte en ook voor alle toekomstige te betalen belastingen die onder de meldingsregeling vallen.

Definitieve oordeel Hoge Raad volgt.

Ten overvloede merken wij op dat het opzettelijk onjuist indienen van een belastingaangifte een strafbaar feit is.

(Bron: EJP 2-11-2011)

Regel deze belastingzaken vóór 1 januari

Meestal denk u pas na over een belastingaangifte na afloop van het jaar. Het is toch verstandig om met betrekking tot enkele punten hieronder genoemd in november of december een beslissing te nemen en deze uit te voeren. Anders loopt u voor 2012 wellicht voordeel mis.

Lijfrentepremie: Wie een lijfrente heeft afgesloten om zijn pensioentekort aan te vullen, moet even opletten bij het doen van een (extra) storting. Lijfrentepremies voor 2011 zijn alleen aftrekbaar in de aangifte van 2011 wanneer deze vóór 1 januari 2012 zijn betaald. Dit betekent dat premies die in het eerste kwartaal van 2012 worden betaald, niet meer mogen worden afgetrokken in de aangifte 2011. Dat mag alleen nog in de aangifte 2012.

U mag de premie overigens alleen aftrekken als u een pensioentekort heeft. Met de Rekenhulp Lijfrentepremie van de Belastingdienst kunt u bepalen of dat het geval is.

Versneld afschrijven: Als u dit jaar investeert in nieuwe bedrijfsmiddelen, mag u die nog versneld afschrijven. Dit is een tijdelijke maatregel vanwege de economische crisis, en geldt volgend jaar niet meer. Op bedrijfsmiddelen die u dit jaar heeft gekocht, mag u dit jaar maximaal 50 procent afschrijven. Het restant mag u afschrijven in de jaren daarna.

Een aantal bedrijfsmiddelen valt hier niet onder. De belangrijkste uitzonderingen zijn: gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (waaronder software), bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s. Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mag u wel willekeurig afschrijven. Let er ook op dat de investering meer dan 450 euro bedraagt, anders is het geen investering maar zijn het kosten, en die mag u sowieso geheel aftrekken.

Zuinige leaseauto’s: Voor energiezuinige auto’s wordt een lagere bijtelling wegens privégebruik
gerekend. Alleen wordt het begrip ‘energiezuinig’ steeds verder aangescherpt. Ook in 2012 worden de eisen voor CO2-uitstoot strenger. Als u overweegt binnenkort een lease-auto of auto van de zaak te gaan rijden, kan het slim zijn dat vóór de jaarwisseling al te gaan doen.

De bijtelling is het percentage van de cataloguswaarde dat u bij uw inkomen moet tellen als u de auto ook privé gebruikt. Voor zeer zuinige auto’s geldt een percentage van 14 procent, voor matig zuinige auto’s geldt 20 procent. De eisen voor die categorieën (in mate van CO2-uitstoot) worden jaarlijks per 1 januari/1 juli aangescherpt. Maar bestaande situaties worden geëerbiedigd! Het loont dus om uw
nieuwe zuinige lease-auto of auto van de zaak vóór 1 januari 2012/juli 2012 aan te schaffen, zodat u onder de oude (ruimere) eisen voor CO2-uitstoot valt.

Voorkom verliesverdamping: Ondernemers die over een bepaald jaar verlies draaien, mogen dat voorwaarts of achterwaarts verrekenen (behaalde winst verminderen met het verliesbedrag). Voorwaarts wil zeggen: verrekenen met in de toekomst behaalde winsten (maximaal 9 jaar na het verliesgevende jaar). Achterwaarts wil zeggen: verrekenen met een winst in het voorgaande jaar (hier is de termijn maximaal 1 jaar; in 2011 nog eenmaal 3 jaar).

Als u nog een verlies heeft staan uit het jaar 2002 of eerder, is het zaak dat nog dit jaar te verrekenen met de winst. Volgend jaar kan het niet meer.

Wel of geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting? Ondernemers die meerdere BV’s hebben die door de fiscus als fiscale eenheid worden beschouwd, doen er goed aan te onderzoeken of dit ook in de toekomst wenselijk blijft. BV’s die minder dan 200.000 euro winst maken, vallen onder een
lager belastingtarief. Het kan dus zijn dat uw BV’s als fiscale eenheid het hoge tarief betalen, terwijl als ze gescheiden zijn beide B.V.’s onder het lage tarief vallen. Dat kan u tot 10.000 euro aan belasting besparen.

Let op: het verbreken van de fiscale eenheid kan alleen voorafgaand aan een belastingjaar gebeuren. Als u de fiscale eenheid vóór 31 december 2011 verbreekt, heeft u het eventuele profijt daarvan pas in 2012.

Voorlopige aanslag over box 3 vermogen De peildatum voor box 3 vermogen was voorheen het gemiddelde van uw vermogen per 1 januari en 31 december. Sinds dit jaar wordt alleen gekeken naar het vermogen per 1 januari van het jaar. Het is dus slim om uw vermogen (spaargeld, aandelen, tweede huis) op 1 januari 2012 zo laag mogelijk te krijgen. U kunt dat bijvoorbeeld doen, door alvast in 2011 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aan te vragen en te betalen. Doordat u de voorlopige aanslag voldoet, daalt uw box 3 vermogen. Daarnaast is het verstandig om verkoop van box 1 vermogen (eigen woning, lijfrente) of box 2 vermogen (aanmerkelijk belang aandelen) uit te stellen tot na 1 januari. Hier trekt u dan profijt van in 2012 (bij de aanslag over 2012).