Vaker verplicht wijzigingen doorgeven aan Belastingdienst

Wat verandert er?

Op dit moment bent u alleen bij de aangifte loonheffingen verplicht foute of onvolledige gegevens te verbeteren of aan te vullen. Straks bent u vaker verplicht – op eigen initiatief – wijzigingen aan de Belastingdienst door te geven, als achteraf blijkt dat eerder verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn. Het gaat om de volgende 4 gevalllen:

  • verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto;
  • verklaring geen privégebruik auto;
  • Edelweisssituaties (belastingfraude, waarbij erfbelasting over zwart vermogen van de erflater wordt ontdoken);
  • suppletie omzetbelasting.

Als u de wijzigingen niet doorgeeft, krijgt u van de Belastingdienst een boete.

Voor wie?

Alle ondernemingen

Wanneer?

De wijziging treedt op 1 januari 2012 in werking.

Waarom?

De maatregel is onderdeel van het Belastingplan 2012. Zorgen voor de beschikbaarheid van de voor de belastingheffing relevante informatie is een gedeelde verantwoordelijkheid van u en de Belastingdienst.

(Bron: Overheid 3-11-2011)

Betalingstermijnen worden wettelijk vastgelegd

Wat verandert er?

De betalingstermijnen bij overeenkomsten tussen bedrijven en bij overeenkomsten tussen bedrijven en overheden worden wettelijk vastgelegd. Nu bepaalt de wet alleen dat de betalingstermijn niet onredelijk mag zijn.

Business-to-business (B2B)

  • Als u contractueel niets regelt, moet binnen 30 dagen na de factuurdatum worden betaald.
  • In de overeenkomst mag een langere betaaltermijn van maximaal 60 dagen worden afgesproken.
  • Een betalingstermijn van langer dan 60 dagen is alleen toegestaan als aangetoond kan worden dat dit voor geen van beide partijen nadelig is.

Bedrijven en overheden

Binnen 30 dagen na de factuurdatum moet worden betaald. Afwijking van deze termijn is vrijwel niet mogelijk.

Voor wie?

Alle ondernemingen

Wanneer?

De wijziging treedt naar verwachting op 1 juli 2012 in werking.

Waarom?

Vooral kleine en middelgrote bedrijven ondervinden veel hinder van te late betalingen

(Bron: overheid 1-11-2011)

Naheffing van herzienings-BTW bij afnemer wel EU-proof?

Vastgoed-BV X verkreeg op 5 januari 2000 de onverdeelde helft van een pand geleverd onder toepassing van de optie voor BTW-belaste levering. De leverancier had het pand zelf ook verkregen met de optie voor BTW-belaste levering.

Vanaf 5 april 2000 ging BV X het pand BTW-vrijgesteld verhuren. Op 4 juli 2000 leverde zij het pand vrijgesteld van BTW aan een derde. Omdat de levering aan BV X achteraf bezien niet voldeed aan het 90%-criterium van artikel 12a Wet OB, en dus niet aan de voorwaarden voor BTW-belaste levering, legde de inspecteur een naheffingsaanslag terzake van herzienings-BTW op aan BV X.

De Hoge Raad besliste dat de wetgever met artikel 12a Wet OB een regeling in het leven had geroepen voor het herzien van het bedrag aan BTW waarvoor de leverancier aftrek had genoten en welk bedrag moest worden herzien, ofschoon deze bedoeling niet duidelijk in de tekst van artikel 12a Wet OB tot uitdrukking was gebracht. Vervolgens legde de Hoge Raad een prejudiciële vraag aan het EU-Hof van Justitie voor omdat de Hoge Raad eraan twijfelde of het op grond van de Zesde BTW-Richtlijn was toegestaan om voor de herzienings-BTW een ander dan de leverancier als de belastingplichtige aan te merken. De Hoge Raad schorste het geding totdat het EU-Hof uitspraak heeft gedaan.

(Bron: futd 28-10-2011)

Pensioenaanspraak via navordering te belasten door ontbreken afkoopverbod (DGA kijk in uw pensioenbrief)

De inspecteur legde aan X een navorderingsaanslag IB over 2004 op, omdat hij er bij het regelen van de aangifte Vpb 2006 van BV C achter was gekomen dat de pensioenregeling van X met ingang van 1 juni 2004 niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet LB. X ging in beroep en stelde dat het voor navordering vereiste nieuwe feit ontbrak, omdat de inspecteur al beschikte over de pensioenbrief van 13 december 1990 en hij een nader onderzoek had moeten instellen.

Rechtbank Haarlem besliste echter dat de inhoud van de pensioenbrief niet van belang was, omdat in de aangifte Vpb 2001 van BV C was vermeld dat de bestaande pensioenregeling was gewijzigd en de inspecteur er vanuit had mogen gaan dat de pensioenregeling in overeenstemming was gebracht met de geldende wetgeving. Pas door kennisname van de pensioenbrief van 28 maart 2006, die op 30 maart 2009 aan de inspecteur was gefaxt, was de inspecteur op de hoogte geraakt van het feit dat de pensioenbrief van 13 december 1990 op 1 juni 2004 nog geldend was en dus niet was aangepast aan de voorwaarden.

Het ontbreken van een waarde pensioenaanspraak in de aangifte IB 2004 van X was volgens de Rechtbank niet zodanig kwestieus dat de inspecteur een onderzoek naar de pensioenaanspraak had moeten instellen. De inspecteur had geen ambtelijk verzuim gepleegd. De Rechtbank handhaafde de navordering, omdat in de pensioenregeling van X op 1 juni 2004 een afkoopverbod ontbrak en daardoor niet voldeed aan de voorwaarden van hoofdstuk IIB van de Wet LB.

(Bron: futd 20-10-2011)

Milieusubsidies voor bedrijven

De Rijksoverheid stimuleert bedrijven op verschillende manieren om maatregelen te nemen die goed zijn voor het milieu. Hieronder staan de belangrijkste beschreven. Voor een compleet overzicht, ga naar Antwoordvoorbedrijven.nl.

  • MIA
  • Vamil
  • Energie-investeringsaftrek (EIA)
  • Energie Onderzoek Subsidie (EOS)
  • Subsidieregeling duurzame energie (SDE)
  • Programma Milieu & Technologie (ProMT)
  • Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu (SMOM)
  • Programma Samenwerking Oost-Europa – Milieu (PSO-M)
  • Roetfilters en schone bestelauto’s

MIA

Met de milieu-investeringsaftrek (MIA) kunt u de fiscale winst van uw onderneming verlagen. Schaft u een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel aan dat op de Milieulijst staat, dan mag u tot 40% van de investeringskosten (naast de afschrijving) aftrekken van de winst over het kalenderjaar waarin het bedrijfsmiddel is aangeschaft. De hoogte van de aftrek hangt af van de milieueffecten en hoe gangbaar het bedrijfsmiddel is. Ook kosten voor een milieu-advies komen onder voorwaarden in aanmerking voor MIA. Agentschap NL voert de MIA uit. De MIA-regeling heet officieel de Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek. Aanvragen moeten worden ingediend bij de Belastingdienst.

Vamil

De Vamil laat u milieu-investeringen op een willekeurig (vrij) moment afschrijven. Op die manier kunt u de betaling van inkomsten- of vennootschapsbelasting uitstellen zodat u een liquiditeits- en rentevoordeel heeft. De Vamil maakt – net als de MIA – gebruik van de Milieulijst. Agentschap NL voert de Vamil-regeling uit. De regeling heet officieel de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Aanvragen moeten worden ingediend bij de Belastingdienst.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Deze fiscale regeling stimuleert investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Ondernemingen in Nederland die een energie-investering doen, kunnen een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. De Energielijst omvat alle bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de EIA. Agentschap NL biedt uitgebreidere informatie over de regeling. Aanvragen voor de EIA lopen via de Belastingdienst.

Energie Onderzoek Subsidie (EOS)

Bedrijven en kennisinstellingen met innovatieve ideeën op het gebied van energieopwekking en energiebesparing kunnen in aanmerking komen voor Energie Onderzoek Subsidie. De subsidie vraagt u aan bij Agentschap NL. Adviseurs van deze uitvoeringsorganisatie van de overheid beoordelen uw idee op innovativiteit, haalbaarheid en de mate waarin het bijdraagt aan de energiedoelstellingen van de overheid. Is uw idee, project of techniek veelbelovend, dan kunt u (financiële) ondersteuning krijgen bij de ontwikkeling ervan.

Subsidieregeling duurzame energie (SDE)

De Subsidieregeling duurzame energie (SDE) stimuleert de duurzame productie van elektriciteit en/of gas. Voorbeelden zijn windmolens op land, zonnecollectoren of de productie van biogas. Een ondernemer die energie produceert en daarbij het milieu niet of nauwelijks belast, kan in aanmerking komen voor subsidie. Overigens kunnen ook burgers die een aanvraag indienen. U kunt de subsidie aanvragen bij Agentschap NL.

Programma Milieu & Technologie (ProMT)

Deze subsidieregeling stimuleert het ontwikkelen en toepassen van innovatieve processen, producten en diensten, waarvan milieuvoordeel mag worden verwacht. ProMT ondersteunt industriële mkb-bedrijven in de ontwikkelings- en demonstratiefase van milieu-innovaties.externe link: Agentschap NL voert het programma uit.

Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu (SMOM)

Via de SMOM kunnen maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk geld krijgen voor projecten op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling. De SMOM werkt volgens een tenderprincipe. Dit houdt in dat slechts gedurende bepaalde periodes subsidie kan worden aangevraagd. De SMOM kent een nationale tender en een tender specifiek voor internationale projecten. Beoordelingscriteria en aanvraagformulieren zijn te vinden op de site van Agentschap NL.

Programma Samenwerking Oost-Europa – Milieu (PSO-M)

De tenderregeling PSO-M is een programma waarbij private organisaties worden uitgenodigd in geselecteerde Oost-Europese landen oplossingen voor milieuproblemen te demonstreren. Daarbij krijgen ze de kans om innovatieve Nederlandse technologieën en oplossingen te promoten.externe link: Agentschap NL voert het programma uit.

Roetfilters en schone bestelauto’s

Voor het achteraf inbouwen van roetfilters in bestaande bedrijfswagens bestaan diverse subsidieregelingen:

  • voor bestaande zware voertuigen (vrachtwagens, bussen en zware bestelauto’s);
  • (t/m 31 december 2010)voor bestaande lichte voertuigen (lichte bestelwagens en personenauto’s);
  • mobiele werktuigen (voor bouw, wegenbouw en grondverzet).

Voor bestaande zware motorvoertuigen hangt de hoogte van de subsidie onder meer af van het soort filter dat wordt ingebouwd en het motorvermogen van het voertuig.
Voor nieuwe dieseltaxi’s en dieselbestelwagens met affabriek roetfilter bestaat een aparte subsidieregeling. Voor de aanschaf van nieuwe bestelauto’s die als vrachtwagen gekeurd zijn en die aan de zogeheten EEV-norm voldoen én een fijnstofemissie hebben van 10 milligram/Kwh of minder, bestaat een aparte subsidieregeling.
Meer informatie over roetfilters (en de bijbehorende subsidieregelingen) is te vinden onder Auto.

(Bron: Rijksoverheid 29-10-2011)

Hoge salarisstijging leidde tot fors hoger gebruikelijk loon over voorafgaand jaar

Een forse salarisstijging van een directeur-grootaandeelhouder (dga) in enig jaar kan al fiscale gevolgen hebben voor het voorafgaande jaar en in dat jaar leiden tot onverwachte belastingheffing bij de bv. De Hoge Raad heeft onlangs de in deze zin luidende uitspraak van Hof Amsterdam zonder bijkomende motivering (art. 81 RO) bevestigd.
In de onderhavige procedure was het salaris van de dga in een optiekbedrijf eind december 2002 met terugwerkende kracht voor 2002 verhoogd van € 45.638 naar € 160.000. Als motivering voor de sterke verhoging werd onder meer aangevoerd de belangrijk verbeterde winstgevendheid van de onderneming sinds 1999.

De inspecteur stelde dat het gebruikelijke salaris voor de dga voor 2001 aanmerkelijk hoger zou zijn dan het overeengekomen salaris en legde de bv over het tijdvak 2000-2001 een naheffingsaanslag loonheffing op met boete en heffingsrente. Hij stelde het gebruikelijk loon op € 120.000. Daarbij baseerde de inspecteur zich op een interne brief, gericht aan een voormalige compagnon van de dga waarmee de zakenrelatie was beëindigd.
­
Het hof volgde de inspecteur en baseerde zich met name op de winstontwikkeling van de bv’s van het optiekbedrijf, omdat een vergelijking met andere dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang al dan niet aanwezig zou zijn en de CAO optiekbedrijven naar het oordeel van het hof onvoldoende vergelijkbaar waren.

(Hoge Raad 14 oktober 2011)

Inttrekking besluit 75% BTW prive-auto

In de praktijk heerste er veel onduidelijkheid over de btw aftrek die de ondernemer kan krijgen voor zijn privé auto. Mag hij nu wel of niet 75% van de btw aftrekken? Het desbetreffende besluit uit 2004 was tot op heden niet ingetrokken, maar de achterliggende tekst wel. Het Ministerie van Financiën heeft inmiddels het andere besluit ook ingetrokken. Nu dit besluit ook is ingetrokken geld er een nieuwe regeling. Dit betekent dat BTW alleen nog afgetrokken mag worden op basis van werkelijk gebruik. Wat ook nog een aanvullend atentiepunt is dat vanaf 1 juli 2011 woonwerk kilometers geen zakelijke kilometers meer zijn.

 

Fiscus moet voortvarend te werk gaan

Bij het vaststellen van een navorderingsaanslag moet de Belastingdienst voortvarend te werk gaan. Dit geldt met name als sprake is van een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank in Breda.

In deze zaak ging het om een man die bankrekeningen had in Luxemburg, maar daar niks over vermeldde in zijn aangifte. Op 27 oktober 2000 kreeg de fiscus informatie over deze Luxemburgse bankrekeningen. Na onderzoek van alle gegevens kon de fiscus op 11 oktober 2001 vaststellen dat de man de rekeninghouder was van de bankrekening. Om informatie te krijgen over deze bankrekeningen stuurde de inspecteur op 11 november 2002 een vragenbrief. De man beriep zich echter op zijn zwijgrecht, zodat de inspecteur op 31 december 2002 de eerste navorderingsaanslag oplegde en daarbij gebruikmaakte van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. De rechter moest nu bepalen of de inspecteur deze verlengde navorderingstermijn wel mocht gebruiken.

Verlengde navorderingstermijn

Om dit te beoordelen ging de rechtbank Breda uit van de regels die bleken uit een arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2000. Volgens dit arrest is de verlengde navorderingstermijn slechts aanvaard als het noodzakelijk is om:

  • de inlichtingen te verkrijgen die nodig zijn voor het bepalen van de hoogte
    van de navorderingsaanslag; en
  • er een redelijke voortvarendheid is betracht bij het voorbereiden en
    vaststellen van een navorderingsaanslag met de beschikbare gegevens.

In deze zaak had de inspecteur echter geen actie ondernomen in de periode tussen oktober 2001 en november 2002. De rechtbank vond dat de inspecteur niet de voortvarendheid had betracht die nodig was bij het vaststellen van de navorderingsaanslagen. De navorderingsaanslagen die met een beroep op de verlengde navorderingstermijn waren opgelegd moest de inspecteur dus vernietigen. De afhandeling van de inspecteur voldeed immers niet aan voorwaarden van het arrest van de Hoge Raad. De overige navorderingsaanslagen, die binnen de vijf jaar waren opgelegd, konden wel in stand blijven.

(Bron: Fiscaal Rendement: augustus 2011)

Wijziging overgangsregeling levensloop en werkbonus

In de tweede nota van wijziging bij het Belastingplan 2012 staat een nadere uitwerking van de overgangsregeling levensloop en werkbonus.

De overgangsregeling van de levensloopregeling wordt ten opzichte van het wetsvoorstel op de volgende punten aangepast:

  • In het wetsvoorstel is uitgegaan van een leeftijdgrens voor deelname aan de overgangsregeling vanaf 2013. Deze leeftijdgrens wordt losgelaten.
  • De overgangsregeling wordt – binnen de grenzen van de uitvoerbaarheid – gericht op de groep die door actief spaargedrag heeft aangetoond van de levensloopregeling gebruik te willen maken. In dat kader blijft inleg vanaf 2012 alleen mogelijk voor werknemers die op 31 december 2011 een saldo van 3000 euro of meer (inclusief rendement) hebben opgebouwd. In het wetsvoorstel is nog uitgegaan van de voorwaarde van een positief saldo op die datum.
  • Vanaf 2012 wordt geen levensloopverlofkorting (LLVK) meer opgebouwd. Tot die tijd opgebouwde rechten kunnen wel verzilverd worden bij opname van het spaartegoed of bij de omzetting van levensloop in vitaliteitssparen.
  • Deelnemers met minder dan 3000 euro aan tegoed in de levensloopregeling op 31 december 2011 kunnen het tegoed in 2012 of in 2013 voor verlof opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen, maar kunnen niet meer in levensloop storten. Als de deelnemers met op 31 december 2011 minder dan 3000 euro aan tegoed in de levensloopregeling hun levenslooptegoed niet uiterlijk op 31 december 2013 hebben opgenomen en dit ook niet hebben doorgestort naar vitaliteitssparen, dan valt het volledige levenslooptegoed aan het eind van het jaar 2013 na inhouding van belasting vrij.
  • Deelnemers met 3000 euro of meer aan tegoed in de levensloopregeling op 31 december 2011 kunnen het tegoed in 2013 eveneens fiscaal geruisloos doorstorten naar vitaliteitssparen, ook als de waarde van de voorziening hoger is dan het maximum van 20.000 euro dat fiscaal wordt gefacilieerd in vitaliteitssparen. Ook na 2013 kunnen deze deelnemers hun levenslooptegoed fiscaal geruisloos doorstorten naar vitaliteitssparen. Voor die jaren geldt echter wel het maximum dat in vitaliteitssparen fiscaal wordt gefacilieerd (20.000 euro in 2013). Over het eventuele meerdere moet belasting worden betaald bij de aanslag over het desbetreffende jaar. De levensloopverlofkorting wordt ook in deze situaties verrekend. Men kan dan niet meer terug naar de levensloopregeling, omdat de deelname aan het overgangsrecht na 2013 alleen mogelijk blijft als de waarde van de aanspraak ingevolge levensloop aan het begin van het kalenderjaar meer bedraagt dan nihil.
  • Net als in het wetsvoorstel is het niet mogelijk om deel te nemen aan zowel de overgangsregeling levensloop als aan vitaliteitssparen.

Werkbonus
De werkbonus wordt budgettair neutraal één jaar naar voren gehaald. De werkbonus geldt voor 61-plussers en bedraagt maximaal 2350 euro.

(Bron: kluwerfiscaal 11 oktober 2011)

Nieuwe fiscale Research & Development Aftrek

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL & I) werkt aan een nieuwe fiscale regeling voor innovatie: de Research en Development aftrek (RDA).

Vpb-aftrek

Deze RDA regeling zou bestaan uit 2 onderdelen:

  • RDA: een dubbele vpb-aftrek voor R&D-investeringen in bedrijfsmiddelen en de R&D-exploitatiekosten;
  • RDA+: een driedubbele vpb-aftrek voor R&D-activiteiten die zijn uitbesteed aan universiteiten en kennisinstellingen.

De RDA en RDA+ richten zich op R&D-investeringen anders dan loonkosten. Het kan bijvoorbeeld gaan om zaken als de inrichting van een laboratorium, aanschaf van materialen of de huur van apparatuur. Daarom is de RDA vooral interessant voor kapitaalintensief onderzoek.

CPB: kansrijk

Het Centraal Plan Bureau (CPB) is gevraagd wat de effecten zullen zijn van het RDA-voorstel. In de notitie Reactie op Research en Development aftrek noemt het CPB het RDA-voorstel “kansrijk in vergelijking met het innovatiebeleid van het vorige kabinet, maar ook vergeleken met het Regeerakkoord. De redenen zijn dat het RDA-voorstel een verschuiving betekent naar generiek innovatiebeleid en dat beide voorstellen waarschijnlijk gunstiger uitpakken voor grotere bedrijven.”

(Bron: Elsevier fiscaal september 2011)